↳ Enter om te zoeken
22 oktober 2011

De komst van Khadaffi

Komst van Khadaffi
Bekijk Video
28 min
Bekijk Video
28 min

In zijn net verschenen boek ‘Arabische lente’ haalt Nieuwsuur-journalist Jan Eikelboom de geschiedenis nog even op: Khadaffi is pas 27 jaar oud als hij in september de staatsgreep pleegt met een groep die zich de ‘Vrije Officieren voor Eenheid en Socialisme’ noemt. ‘Binnen twee uur hebben de militairen de regering naar huis gestuurd en de monarchie afgeschaft’, beschrijft Eikelboom. Bij de revolutie valt geen schot. Hoe anders gaat het nu. De strijd om van Khadaffi af te komen kost de oppositie al maanden en vele levens.  

Still uit VPRO, 1969 (Revolutie Libie)
Still uit VPRO, 1969 (Revolutie Libie)

Wat wel overeenkomt is de opluchting onder de bevolking, toen en nu. Hans van Genderen, cameraman voor de VPRO reist een maand na de machtsovername in 1969 met regisseur Roelof Kiers naar Tripoli. ‘De revolutie in Libië paste in de tijdgeest van de jaren zestig’, zegt hij. ‘Jongeren die meer inspraak eisten in Parijs en andere Europese steden’. Vrijheid, socialisme, gelijkheid.

De revolutie van september 1969 begint even vreedzaam als spectaculair. Vreedzaam omdat de koning van Libië, voor een medische behandeling in Turkije, daar te horen krijgt dat hij niet terug hoeft te komen. In tegenstelling tot nu wordt er geen schot gelost. Spectaculair omdat een groep militairen de macht besluit over te nemen en met de bevolking in gesprek treedt.  

Khaddafi in 1969
Khaddafi in 1969

Kiers en Van Genderen volgen Khadaffi naar een stadion waar hij de bevolking toespreekt. We zien Khadaffi vervolgens aan een krakkemikkig formica tafeltje. Daar meldt zich een gebogen mannetje, dat klaagt dat een familielid gevangen zit. Khadaffi verzekert het mannetje: ‘Als hij onschuldig is, komt hij vrij, als hij schuldig is niet’. Voor de Libiër eind jaren zestig ongekend, dat lijkt wel gerechtigheid! In de reportage van Kiers en Van Genderen zien we dat regisseur Kiers de nieuwe minister van olie bijna op het idee moet brengen de oliewinning te nationaliseren. Dat doet het nieuwe regime later. Libië veranderde na de ontdekking van olie in 1959 van een arm land plots in een heel rijk land. Maar het geld bereikt niet de bevolking. Khadaffi brengt daar verandering in. Ook gooit hij vrijwel meteen de Italiaanse immigranten, onderdanen van de oud-kolonisator, het land uit; vervangt de Europese letters in het straatbeeld van Libië. Zelfs op de reclameborden.  

Ahmed Tmalla kijkt erop terug als goedkope lokkertjes. De Libiër die in 1969 als paleontoloog werkte bij Shell in Libië, verhaalt over de eerste jaren van de revolutie waarin de revolutionairen alles deden om het volk te paaien. ‘Tachtig procent van het volk stond in 1969 achter Khadaffi en zijn mannen’. En alles lijkt mogelijk: iedereen kan een lening krijgen voor een huis, er wordt naar het volk geluisterd.  

Waar Khadaffi Van Genderen in 1969 nog een interview weigert, omdat hij de niet de enige leider van de revolutie zou zijn, dringt de kolonel zich daarna snel nadrukkelijker op de voorgrond. Zijn ideeën publiceert hij in ‘Het Groene Boekje’. Een verzameling teksten, waarvan sommige onnavolgbaar, zo zegt Koos van Dam. Van Dam is begin jaren tachtig zaakgelastigde in Tripoli en maakte Khadaffi daar enige malen mee. ‘Niet vaak hoor’, lacht de oud-ambassadeur. ‘Een enkele keer als we met zijn allen moesten opdraven op het vliegveld als er weer eens een vriend langskwam, zoals Idi Amin’. Luguberder is het verhaal dat Van Dam vertelt over de publieke ophanging van tegenstanders van het regime in stadions. Hij doet vervolgens voor hoe hij een hand van de opgehangene zag natrillen.  

Tmalla staat nu op het punt om naar zijn geboorteland terug te keren. Want hij kent ook de andere kant van de revolutie. Hij zag naar eigen zeggen snel in dat de opstandelingen niet te vertrouwen waren. ‘Omdat het soldaten waren’. Hij vertelt over de reactie van het bewind dat op een universiteit van Benghazi orde op zaken kwamen stellen. Daar waren de studenten halverwege de jaren zeventig over inspraak begonnen. De studentenleiders werden op het universiteitsterrein opgehangen. Waarmee het regime haar ware gezicht toonde. Tegelijkertijd profileert Khadaffi zich in de jaren zeventig en tachtig steeds vaker als plaaggeest van het westen. Hij steunt verzetsbewegingen, faciliteert aanslagen. 

Kadhaffi in 1969 (VPRO)
Kadhaffi in 1969 (VPRO)

Had de ‘Gids van de Revolutie’ een vooropgezet plan dictator te worden? Of was het een idealist die ergens een verkeerde afslag heeft genomen? Tmalla en Van Dam roepen beide in herinnering dat in buurland Egypte Nasser als grote leider was opgestaan. Zijn antikoloniale, vurige verhaal sloeg in Noord-Afrika goed aan, ook bij Khadaffi. Van Dam is er van overtuigd dat Khadaffi in eerste instantie idealistische motieven had. De revolutie heeft een pan-Arabische inslag. En dat idee bouwt Khadaffi ook uit, probeert zelfs een fusie tot stand te brengen tussen Libië, Egypte en Syrië. Het mislukt. Khadaffi’s ideeën, zoals over democratie –zet iedereen bij elkaar en laat ze net zo lang praten tot ze het eens zijn- zijn onuitvoerbaar. 

Koning Idris
Koning Idris

Koos van Dam waarschuwt voor verkeerde verwachtingen. Wanneer wij met onze westerse ogen kijken naar wat er in de Arabische wereld gebeurt, ook op dit moment in Libië, zien wij de roep om vrijheid vaak als een roep om democratie. ‘Dat is het niet’, waarschuwt hij. Het ontbreekt de Arabische wereld aan democratische impulsen. ‘Als de Arabische wereld roept om vrijheid, wil zij de omverwerping van het oude regime. Niet per se democratie’. In 1969 wilde het Libische volk het vertrek van de koning, nu wil het dat Khadaffi vertrekt. Van Dam maant tot temperen van de verwachtingen, wil Europa niet voor een verrassing komen te staan.

Tekst en Research: Rob Bruins Slot, Yfke Nijland
Interviews: Reinier van den Hout
Samenstelling: Godfried van Run

Geïnterviewden Bronnen
  • Koos van Dam
    Koos van Dam
  • Hans van Genderen
    Hans van Genderen
  • Achmed Tmalla
    Achmed Tmalla
  • The Green Book, part one

    Muammar Al Qathafi, The Green Book, part one, The Solution of the Problem of Democracy. ‘The authority of the People’ (Tripoli, z.j.).

  • The Green Book, part two

    Muammar Al Qathafi, The Green Book, part two, The Solution of the Economic Problem. ‘Socialism’ (Tripoli, z.j.).

  • The Green Book, part three

    Muammar Al Qathafi, The Green Book, part three, The Social basis of the third Universal Theory (Tripoli, z.j.).

  • Arabische Lente

    Jan Eikelboom, Arabische Lente (Amsterdam 2011)