↳ Enter om te zoeken
8 mei 2008

Palestina-pioniers

Andere Tijden, 8 mei 2008, palestina pioniers Wieringermeer op kar
Bekijk Video
25 min

‘Wij zullen de eerste bouwers zijn’ zongen joodse vluchtelingen in de Wieringermeer eind jaren dertig. De tekst verwijst naar Palestina, de plek waarvan ze dachten de eerste bouwers te zullen worden. Zij leerden dit lied in het joodse werkdorp in de polder. Dit was een tijdelijk verblijf, met plaats voor zo’n 300 joden, op de vlucht voor het antisemitisme in Nazi-Duitsland. De vluchtelingen volgden verplicht een opleiding en werden voorbereid op emigratie. Dat kon naar elk land dat nog bereid was joodse vluchtelingen op te vangen, al werden dat er steeds minder. Voor diegenen die het zionisme waren toegedaan - de gedachte dat de joden een eigen staat moesten hebben - was emigratie naar Palestina het meest logische. Het werkdorp bleef bestaan tot het voorjaar van 1941. Toen werd het grootste deel van de bewoners door de Duitsers opgehaald. Een deel werd vervolgens op transport gezet naar het kamp Mauthausen, waar ze een wisse dood wachtte. Anderen doken onder en wisten de oorlog te overleven.

Het gemeenschapshuis in de Wieringermeer
Het gemeenschapshuis in de Wieringermeer

Terug naar Zion

Van oorsprong woonde het joodse volk in een gebied dat bekend stond als Palestina. De Romeinen verdreven de joden daar rond 130 na Christus, waarna het joodse volk zich over de toen bekende wereld verspreidde. Zodra zij zich ergens vestigden, werden zij vaak opnieuw onderdrukt of verjaagd. Aan het eind van de 19e eeuw kwam in Oost Europa het antisemitisme op een nieuw hoogtepunt, waarbij in Rusland een golf van geweld oplaaide tegen de joden. Deze “pogroms” moesten leiden tot vernietiging van de joodse gemeenschappen in Rusland. De joden vluchtten en kwamen na omzwervingen vooral terecht in West Europa en Amerika, waar ze hun bestaan dan weer probeerden op te bouwen. Een kleine groep joden, minder dan 2%, weigert vanaf dat moment nog te zoeken naar een plek bínnen de grenzen van een ander land. De kans is immers groot dat ze ook daar weer verdreven zullen worden. Zij willen het anders doen, geheel in de geest van de strijd om zelfbeschikking die op dat moment door Europa waard.

De Serviërs streven naar een eigen staat, de Albanezen willen een eigen staat en deze groep joden wil ook een eigen staat. Zij willen terug naar Zion, de heilige berg die in de Bijbel symbool staat voor het eigen land van de joden. De wens om terug te keren naar Zion was tot dan toe altijd religieus geïnspireerd geweest. Maar nu krijgt de terugkeer naar Zion ook enige politieke lading. Als jonge pioniers trekt de groep joden naar dit heilige land. Zij zijn er volledig van overtuigd dat het eeuwenoude “joodse probleem” voorgoed opgelost zal zijn, als zij bij Zion eenmaal hun eigen land zullen hebben opgebouwd. Zij voelen zich emotioneel sterk verbonden met de grond die zij tot hun land willen maken.

In het gebied waar zij naar toe trekken wonen van oudsher ook Arabieren. Zij claimen dezelfde grond, met als gevolg dat er regelmatig conflicten oplaaien tussen joden en Arabieren. In eerste instantie maakt de kleine groep zionistische pioniers weinig indruk, maar dat verandert als de Oostenrijkse Theodor Herzl rond 1880 een politiek pamflet opstelt over de positie van de joden. Hij stelt dat antisemitisme onuitroeibaar is. Joden zullen nooit als gelijken gezien worden. Hij houdt een politiek pleidooi voor de terugkeer van het joodse volk naar Palestina en voor de vestiging van een zelfstandige joodse staat. Vanaf dat moment krijgt het zionisme serieuze politieke betekenis. Als Balfour, de Engelse minister van Buitenlandse Zaken in 1917 vervolgens het joodse recht erkent om in Palestina een “nationaal tehuis” te vestigen, betekent dat grote steun voor de zionistische beweging. Steeds meer joden willen naar Palestina emigreren. Overal in Europa ontstaan om die reden zogenaamde Hechaloetsverenigingen, opleidingen om joden op te leiden tot “Palestina-Pionier”. Na voltooiing van de opleiding ontvangen de pioniers een Palestina-certificaat, als toelatingsbewijs voor vestiging in Palestina. In het gebied is het voortdurend onrustig vanwege de conflicten tussen Arabieren en joden.
Na de Eerste Wereldoorlog wordt Palestina in 1922 als mandaatgebied van de Volkenbond aan Engeland toegewezen.

In de jaren dertig neemt het antisemitisme in Duitsland toe en vluchten veel joden naar Nederland. Een aantal komt terecht in het joodse werkdorp in de Wieringermeerpolder. Lang niet iedereen in het dorp is zionist, maar de joodse organisatie die het dorp beheert, ziet het werk daar wel als een opstap naar Palestina.

Theodor Herzl
Theodor Herzl

Palestina Pioniers in de Polder

De Wieringermeerpolder, drooggelegd in 1930, moet zich ontwikkelen tot een modelpolder. De nieuwe bewoners moeten daarom voldoen aan strenge eisen. De voorkeur gaat uit naar jonge gezinnen die nog “in de groei” zijn en de bevolking moet een evenwichtige samenstelling vormen van verschillende gezindten. Niet te katholiek, maar ook niet te protestant. En met ruimte voor niet- gelovigen. In deze mix past in 1934 ook nog wel de opvang van een paar honderd joodse vluchtelingen uit Duitsland. De joodse gemeenschap neemt daartoe het initiatief, zorgt voor het geld en regelt een plek in de polder. De Nederlandse regering geeft hen 52 hectare poldergrond in pacht. Er staan nog enkele barakken, voorheen bestemd voor de arbeiders die aan de Afsluitdijk werkten, waar de vluchtelingen in kunnen wonen. In de loop van de tijd wordt er een gemeenschapshuis bijgebouwd en nog wat extra barakken. 300 joodse vluchtelingen kunnen terecht in het “Joodse Werkdorp Nieuwe Sluis”, dat op 3 oktober 1934 op feestelijke wijze wordt geopend. Het officiële doel van het werkdorp luidt “het in veiligheid brengen van in hun bestaan bedreigde Duitse joden”.

De vluchtelingen moeten zich laten herscholen voor een landbouwkundig of ambachtelijk beroep, zodat zij in de toekomst buiten Duitsland een nieuw en veilig bestaan kunnen opbouwen. Het is uitdrukkelijk de bedoeling dat de bewoners van het werkdorp slechts tijdelijk zullen blijven, om daarna te emigreren, mogelijk naar Palestina. De groep vormt om die reden geen bedreiging voor de Nederlandse economie. Toch bestaat onder sommige inwoners van de polder de angst dat de vluchtelingen permanent in Nederland zullen blijven. Met name vanwege de voortdurende “bloedige relletjes” tussen Arabieren en joden in Palestina. Dat zal de joodse vluchtelingen er van kunnen weerhouden om die kant op te gaan. Maar over het algemeen is men positief. Veel vluchtelingen uit Duitsland en uit Oostenrijk zoeken hun heil in de polder, die dan nog vrijwel onbewoond is. Oud-bewoner Werner Zwillenberg vluchtte uit Oost Pruisen naar de polder en herinnert zich dat er alleen maar vlak land was, zonder één boom of struik. Hij formuleert het als volgt: “Het was erger dan armoede, er was niets. Op dat moment werd ik me bewust van de betekenis van de Bijbels tekst “de aarde was woest en ledig”.

In het werkdorp leerden de jongens vooral ambachtelijk werk en landbouw. De meisjes deden naaiwerk en moesten koken. Daarnaast kregen de bewoners les in “Palestinakunde”: Palestijnse geografie, joodse geschiedenis en Hebreeuws.

Zionisten en “zionistenhaters”

In het werkdorp mocht officieel niet aan politiek worden gedaan. De Nederlandse regering wilde niet dat de werkdorpers een bepaalde politieke overtuiging uitdroegen. Dan zou de naam van Nederland in het buitenland kunnen worden geschaad. De bewoners onderling hadden vaak wel heftige politieke discussies. Het zionisme kende diverse stromingen en bovendien waren er onder de vluchtelingen ook ‘zionistenhaters’, zoals ex-bewoonster Paula Welt ze noemt. Zij kwam uit een zionistisch gezin, voor haar was een eigen joodse staat de enig denkbare mogelijkheid om veilig te kunnen leven. Andere joden vonden zo’n eigen staat echter helemaal verkeerd. Zoals elk nationalisme, zou ook het zionisme alleen maar verschillen benadrukken tussen mensen die in wezen gelijk waren.

Paula Welt kwam in 1938 vanuit Wenen in het dorp terecht. Ze vertelt dat ze hard moest werken, veel harder dan ze ooit thuis had gedaan: “Ik werkte overal, zelfs in de koeienstal en in de bakkerij. Ik was ‘s avonds doodmoe en dan kregen we soms nog les in Ivriet of een lezing over het zionisme en over Palestina. Wat ze ons vertelden in het dorp over Palestina was heel mooi en idealistisch. Je zou daar vrij kunnen leven. Als ik in Nederland een klap in mijn gezicht zou krijgen, dan moest ik dat slikken, maar in Palestina zou ik vrij zijn en terug kunnen slaan. Dat was voor mij de stimulans om vol te houden”.

Erich Sander kwam in 1939 in het dorp wonen. Hij wilde niet persé naar Palestina, maar naarmate hij langer in het werkdorp woonde, raakte hij toch bevangen door het idee van een eigen staat. Uiteindelijk werd dat zijn enige doel: terecht komen in Palestina. Erich Sander: “Ik wilde naar Palestina. Wij, joden, hadden al 2000 jaar door Europa, Azië en Afrika gewandeld en we waren nooit in een eigen staat terecht gekomen. Ik was er nu klaar voor om wel een eigen staat op te richten. Daar sprak ik over met anderen. Na die gesprekken gingen we slootje springen, voetballen en pingpongen”. Werner Zwillenberg piekerde er niet over om naar Palestina te gaan. Hij had een nicht in de kibboets in Palestina, een hoog opgeleide vrouw. Maar als ze bij het gezin Zwillenberg op bezoek kwam vroeger, dan zag ze er in de ogen van Werner nog onverzorgder uit dan de werkster. Zijn vader kondigde bezoeken uit Palestina aan met de mededeling: ‘De Aziaten komen’. Voor Werner betekende Palestina iets onbeschaafds en primitiefs, hij verbond het helemaal niet met een ideaal. Hij was naar het werkdorp gevlucht “om weg te zijn uit de gevarenzone van het toenmalige Duitsland”. Dat had niets met het zionisme van doen. Lang niet elke bewoner in het dorp was dus zionistisch.

Hans Flörsheim, vanaf 1940 in het werkdorp, vond het vooral prettig om in een gemeenschap te leven en hoopte na verblijf in het werkdorp in een kibboets te gaan leven met anderen.
In maart 1941 werd een groot deel van de bewoners door de Duitsers opgehaald met bussen. Er was van te voren niets aangekondigd, alle bewoners werden op rijen gezet. De Nederlandse ‘voormannen’, mensen die de supervisie hadden over de verschillende onderdelen van het boerenbedrijf, konden na flink aandringen van hun kant, 60 jongens uitkiezen die mochten blijven om het land te blijven bewerken en de koeien te verzorgen. Van degenen die in de bussen werden gezet, werd een deel vrij snel daarna op transport naar het concentratiekamp Mauthausen gezet. In het voorjaar van 1942 vertrokken de laatste leerlingen uit de Wieringermeer. Ze doken onder bij kennissen of probeerden uit Nederland weg te komen. Van de 315 bewoners die bij het uitbreken van de oorlog in het werkdorp zaten, hebben uiteindelijk 175 de oorlog niet overleefd.

Eindhalte Palestina

Van de in totaal 690 leerlingen die tussen 1934 en 1941 in het werkdorp verbleven, zijn er tot 1940 157 leerlingen naar Palestina geëmigreerd. De anderen emigreerden naar elders. Een enkeling, zoals Werner Zwillenberg kreeg een Nederlandse verblijfsvergunning. Tijdens en na de bezetting vetrokken nog 48 werkdorpbewoners naar Palestina.

Erich Sander kwam in 1944 in Palestina aan. Hij meldde zich aan om een nieuwe kibboets op te richten. De grond daarvoor was recentelijk aangekocht. Hij herinnert zich dat de grond leeg was en droog. Er lagen alleen maar stenen. Jaren lang raapte hij stenen, tot er geen steen meer te zien was. Ondertussen plantte hij kleine boompjes. Erich Sander: “Er woonde op die plek niemand, maar er waren Arabische dorpen vlakbij. De eerste ruzie met de Arabieren ging over water. Wij wilden water hebben uit dezelfde bron als de Arabieren. We vochten erom. Zij sloegen ons met stokken en wij gooiden met stenen”.

Hans Flörsheim bereikte Palestina eveneens in 1944. Hij kon gaan wonen in een al langer bestaande kibboets, iets wat hij altijd al had gewild.
En in 1947 arriveerde ook Paula Welt in Palestina, waar zij aan de slag ging als verpleegster in het leger. Het geweld tussen Arabieren en joden kon door gebiedsbeheerder Groot-Brittannië nauwelijks meer worden bedwongen en Palestina werd aan de Verenigde Naties (VN) overgedragen. De VN stelde een verdelingsplan op, waarin plaats was voor een Joodse en een Arabische staat in Palestina. De leiders van de Arabische bevolking in Palestina (en de leiders van de omringende Arabische landen) verwierpen dit plan. Op 14 Mei 1948 verklaarde de bevolking in het joodse gebied zich onder de naam Israël onafhankelijk. Nog dezelfde dag verklaarden de Arabieren deze nieuwe staat de oorlog. Een strijd die tot op de dag van vandaag nog niet is beslist.
Paula Welt droomde van een land waar de joden vrij zouden kunnen leven. Zonder geslagen te worden en zonder briefjes aan winkeldeuren met de tekst “voor joden verboden”. Die droom kwam uit. Maar Israël is niet geworden wat ze had gehoopt. Zij verafschuwt de huidige politieke situatie in Israël. Ze heeft het gevoel dat het anders had gekund en dat een ideale samenleving mogelijk was geweest.

Hans Flörsheim woont nog steeds in een kibboets, dat wel. Maar er staan hekken omheen vanwege de oorlog met de Palestijnen. Volgens Flörsheim moeten de kibboetsbewoners er voortdurend rekening mee houden dat iemand met een auto de kibboets kan inrijden om een bom in de eetzaal neer te leggen, die dan ontploft.

Erich Sander had graag in zijn kibboets willen blijven wonen, maar zijn vrouw wilde niet dat hun kinderen in een gemeenschappelijk tehuis werden opgevoed, zoals dat in een kibboets gebruikelijk is. Hij woont daarom al jaren in een appartementencomplex. Maar of hij nou in een kibboets woont of in een appartement, voor hem is het belangrijkste dat hij in Palestina woont, in Israël. Zijn éigen land, dat inmiddels 60 jaar bestaat.

Credits
  • Regisseur
    Gerda Jansen Hendriks
  • Researcher
    Mirjam Gulmans
Geïnterviewden Bronnen
  • Werner Zwillenberg
    Werner Zwillenberg
  • Paula Welt
    Paula Welt
  • Erich Sander
    Erich Sander
  • Hans Flörsheim
    Hans Flörsheim
  • Israël/Palestine

    Alan Dowly, Israël/Palestine (Cambridge 2008).

  • Het joodse werkdorp in de Wieringermeer

    H.B.J.Stegeman en J.P.Vorstelveld, Het joodse werkdorp in de Wieringermeer, 1934-1941 (Amsterdam 1983).