↳ Enter om te zoeken
13 november 2014

Andere Tijden

Cover Sjors en Sjimmie Verhalenboek, 1982
Bekijk Video
25 min

Zwart wildemannetje met een botje door zijn neus

“Een bloot wildemannetje met een rieten rokje, dikke lippen en waarschijnlijk een botje door zijn neus. Het type negertje dat rond de pot danst, waar de zendeling in wordt gekookt. Daar leek Sjimmie op in een stripje van Frans Piët eind jaren dertig. In strips en cartoons werden negertjes zo afgebeeld en in die tijd stoorde niemand zich daaraan,” aldus tekenaar Jan Kruis.

Volgens antropologe Roline Redmond was dit geen probleem, omdat er in Nederland toen nauwelijks donkere mensen leefden. Niemand had er dus last van of maakte er ophef over. Maar de stereotypen die Redmund onderzocht in haar boek Zwarte mensen in kinderboeken logen er niet om. Zwart was lelijk en afwijkend. Donkere mensen spraken alleen gebroken Nederlands. Ze waren aap-of dierachtig, dom, jokten veel en wilden het liefst wit zijn.

Zwarte pieten
Sjimmie in de jaren '30 © Sanoma

Geen negerjongetje te vinden

Sjimmie van Sjors voldeed aan een aantal stereotypen. De stripboeken over het duo waren erg populair onder de jeugd. Ook de kinderen van Henk van der Linden, regisseur van kinderfilms bij Rex Films, waren dol op Sjors en Sjimmie. Van der Linden maakte daarom in 1955 een film over beide jongetjes, gebaseerd op de strip van Frans Piët. Hij moest op zoek naar een donker kind dat de rol van Sjimmie zou kunnen spelen. Dat was nog niet zo makkelijk. Van der Linden: “Echt een negerjongetje, die was er gewoon niet in Nederland. Die keek je na, dat was iets bijzonders. Hoe moest ik aan zo’ n donkerkleurig jongetje komen?”

Van der Linden trok langs Molukse woonoorden en vond tenslotte in een kindertehuis in Hoensbroek een geschikt Indonesisch jongetje van 10 jaar oud: Willem Marwa. Zijn moeder was overleden en zijn vader was één van de vele oud-KNIL'ers die "tijdelijk" naar Nederland waren verscheept.

Willem Marwa, inmiddels 71, herinnert het zich nog goed. Hij hoefde niet zwart geschminkt, hij was sowieso al donkerder dan Sjors. Bovendien was het zwart-wit film. In de scène van de film Sjors van de rebellenclub (1955), waar Sjimmie Sjors voor het eerst ontmoet, zegt Sjors: “Hé, jij hoeft je gelukkig niet te wassen!” En Marwa antwoordt in de rol van Sjimmie: ”Nee, dat denk ik niet help.”

Sjors en Sjimmie
Sjors en Sjimmie op Pirateneiland, Rex Films 1962. Dochter Jos in de rol van Sjimmie

Zwart geschminkt

Marwa speelde één keer de rol in de film. Een paar jaar later maakte van der Linden een nieuwe Sjors en Sjimmie-film. Omdat donkere kinderen nog steeds schaars waren, schakelde hij zijn dochter Jos in, om de rol van Sjimmie te vervullen. Zij werd zwart geschminkt. Dat zij blauwe ogen had zou niet opvallen in de zwart-wit film. Zij speelde in de film Sjors en Sjimmie op Pirateneiland (1962) en in Sjors en Sjimmie en de Gorilla (1966).

Jos van der Linden: “Sjimmie was een leuk typetje om te spelen. Ik moest raar praten. Dat was in het script zo voorzien. Daar moest mijn vader zich aan houden van de mensen die Sjors en Sjimmie-boeken schreven. In die tijd vond niemand dat discriminerend. Sjimmie was gewoon een leuk kereltje, en of hij nu zwart of wit was, daar dachten wij gewoon niet bij na.”

Vechten tegen rassendiscriminatie

Eind jaren zestig ging men daar wel over nadenken. De wereld stond op zijn kop en het maatschappelijk bewustzijn nam toe. Maatschappijkritische bewegingen zetten oude en verankerde structuren onder druk. Antikoloniale bewegingen in Afrika gingen de strijd aan tegen de blanke overheersers en in Amerika vochten zwarte burgers tegen rassendiscriminatie en voor gelijke rechten.

Sjors en Sjimmie
Sjors en Sjimmie van Frans Piët en Jan Kruis in één tekening

In die periode ging Frans Piët, de oorspronkelijk bedenker van Sjors en Sjimmie, met pensioen. Jan Kruis nam het in 1969 van hem over: “We hebben een soort brainstorm belegd met een aantal tekenaars over hoe de strip aan te passen aan de tijd. Het was de tijdgeest waar ik in zat. Ik heb van wildeman Sjimmie een gewoon Surinaams jongetje gemaakt, zoals je dat op straat tegenkwam.”

Toch liepen eind jaren zestig ook nog niet zoveel Surinaamse jongetjes rond op straat in Nederland. “De enige gekleurde mens die op straat liep was zwarte Piet,” zegt Faisel Rajjab. Zijn ouders hoorden bij de eerste lichting Surinamers in Nederland. Als kind las Faisel gretig de strips van Sjors en Sjimmie. Zijn moeder, Irma Mahabier, vond die strips eigenlijk maar niks: “Sjors was in die oude strip van Piët altijd diegene die vooraan liep, hij was als witte de leider en het was typisch een zwarte jongen, namelijk Sjimmie, die de knechtenrol vervulde. Dat deed pijn. Nog steeds.”

Sjors en Sjimmie
Sjors en Sjimmie ontmoeten elkaar in het circus © Sanoma

Sjimmie een Funky-guy

De Sjimmie van Jan Kruis was al veel moderner, volgens Faisel, een funky-guy. Tekenaar Robert van der Kroft maakte vanaf 1975 Sjimmie pas echt hip: “Ik moest de strip opnieuw opzetten. Korte avonturen en dicht bij huis. Ik keek dan in Rotterdam naar buiten en zag jongeren met spuitbussen, hiphop, skateboards, graffiti en breakdance. Faisel hoorde bij die jongens met spuitbussen. Ik zocht contact. Al snel werden wij samen Sjors en Sjimmie genoemd.”

Het figuurtje Sjimmie ging met zijn tijd mee. Van het stereotype negertje veranderde hij in een hip ventje. In de laatste film van Van der Linden Sjors en Sjimmie en het Zwaard van Krijn (1976) sprak Sjimmie goed Nederlands.
 

Sjors en Sjimmie
Sjors en Sjimmie, gemoderniseerd door Robert van der Kroft © Sanoma

Roline Redmund betrok Sjors en Sjimmie van Piët ook in haar onderzoek naar zwarte mensen in kinderboeken. Ze is ervan overtuigd dat hij niet uit racistische motieven Sjimmie als stereotype negertje tekende.

Het was een andere tijd. Maar dat betekent volgens haar niet dat je in deze tijd onverschillig moet reageren als donkere mensen daar last van hebben: “Als bevooroordeelde mensen in deze tijd onverschillig doen en zich niet afvragen hoe zulke stereotypen overkomen op anderen, omdat zij ze nu eenmaal leuk vinden, dan is dat heel ernstig.”

Research en tekst: Mirjam Gulmans
Samenstelling en regie: Reinier van den Hout

Uitzending: do 13 nov 2014, 21.20 uur, NPO2.

Geïnterviewden Bronnen
  • Jan Kruis - Striptekenaar
    Jan Kruis

    Striptekenaar

  • Faissel Rajjab - Stripliefhebber
    Faissel Rajjab

    Stripliefhebber

  • Henk van der Linde - Filmer
    Henk van der Linde

    Filmer

  • Jos van der Linde - Film Sjimmie in 1962 en 1966
    Jos van der Linde

    In film Sjimmie in 1962 en 1966

  • Robert van der Kroft - Tekenaar Sjors en Sjimmie vanaf 1975
    Robert van der Kroft

    Tekenaar Sjors en Sjimmie vanaf 1975

  • Roline Redmond - Antrolpoloog
    Roline Redmond

    Antropoloog

  • Willem Marwa - Film Sjimmie in 1955
    Willem Marwa

    In film Sjimmie in 1955

  • Irma Mahabier - Moeder Faissel
    Irma Mahabier

    Moeder Faissel

  • Het Sjimmie- Syndroom

    Vreemd gespuis, Anne Frank Stichting, Amsterdam 1987, zie artikel Het Sjimmie- Syndroom, De neger in het beeldverhaal, door Har Brok, p. 152

  • Zwarte mensen in kinderboeken

    Roline Redmond, Zwarte mensen in kinderboeken, Nederlands Bibliotheek en Lektuur Centrum, 1980

  • Tien kleine negertjes

    Sambo Zwart, Tien kleine negertjes, Pijpje Drop, Pompernikkel en anderen

  • Het beeld van de zwarte mensen in de Nederlandse illustratiekunst,

    Jeroen Kapelle en Dirk J. Tang, Het beeld van de zwarte mensen in de Nederlandse illustratiekunst, 1880-1980, Harderwijk, 2008

  • Diepzwart ongemak

    Diepzwart ongemak, Robert Vuijsje, in: De Volkskrant 15 oktober 2014, nav zijn boek Alleen maar stoute kinderen, uitgeverij Leopold 2014.

  • Website Sjors en Sjimmie

    Website Sjors en Sjimmie

    Lees meer