↳ Enter om te zoeken
12 april 2001

De crash van "De Franeker"

Constellation "De Franeker"
Bekijk Video
1 min

Het charme-offensief

De Amerikaanse journalisten hadden op uitnodiging van de Nederlandse regering een persreis van drie weken door Nederlands Indië gemaakt, waar de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd onder leiding van Sukarno in volle gang was. Nederland had in juni '47 en december '48 twee "politionele acties" uitgevochten die militair gezien wel succesvol waren, maar die politiek gezien een echt debacle waren. Het militaire ingrijpen maakte Nederland in de wereld niet populair. In de Amerikaanse media maar ook in regeringskringen werd de kritiek steeds luider. Nederland kreeg voor zijn beleid tegenover het Indonesische onafhankelijkheidsstreven geen voet aan de grond bij de Amerikaanse regering. Het machtige Amerika was het Nederlandse koloniale beleid niet (meer) welgezind. De Amerikaanse publieke opinie, toch al gekant tegen het bezit en behoud van koloniën, toonde weinig begrip voor de Nederlandse aanpak, gericht op een geleidelijk afbouwen van de koloniale verhouding. Voor de Nederlandse regering werd het steeds evidenter dat men maatschappelijk draagvlak in de wereld voor het koloniale beleid aan het verliezen was.

In een laatste poging om het tij te keren, nam de Nederlandse regering een opmerkelijk besluit. Het Amerikaanse Public Relations Bureau Swanson & Co werd ingehuurd om een strategie te ontwikkelen. Zij kwamen met het idee om een charme-offensief te organiseren. Bedoeling was een aantal gerenommeerde Amerikaanse journalisten uit te nodigen voor een luxe “fact finding” reis door de Indonesische archipel, waarbij ze iedereen mochten spreken en overal mochten komen. Volgens het PR bureau zouden de verslaggevers dan vanzelf tot de overtuiging komen dat het Nederlandse optreden in Indonesië gesteund in plaats van veroordeeld moest worden.
Uiteindelijk gingen 15 journalisten mee op een reis die hen in 3 weken door de hele archipel zou voeren en waarbij ze 6000 kilometer zouden afleggen. Deze reis eindigde uiteindelijk op tragische wijze op 12 juli 1949 in de buurt van Bombay.

Pulitzer-prijzen

De Nederlandse regering trok honderdduizenden guldens uit voor deze persreis en niets werd aan het toeval overgelaten. Voor de reis werden beroemde - er bevonden zich 2 Pulitzer-prijswinnaars in de groep - maar wel behoudende verslaggevers aangezocht. Ook bestreken de journalisten, hoewel gering in aantal, met hun kranten en radiopraatjes feitelijk de gehele Verenigde Staten. Veel kranten waren namelijk gesyndicateerd, wat inhield dat ook regionale kranten artikelen overnamen van grote kranten als de New York Times en Business Week. Ook de radioverslagen werden “coast to coast” uitgezonden.
Afspraak was dat de persmensen tijdens deze “fact finding mission” geen strobreed in de weg werd gelegd. Ze mochten gaan en staan waar ze wilden, iedereen mocht gesproken worden. Zelfs de republikeinse president Sukarno en zijn gehele geïnterneerde regering, mochten op het eiland Banka geïnterviewd worden.
Publicist/journalist Louis Zweers hierover: “De regering die deze enorme openheid toestond, was dezelfde die niet lang daarvóór erover dacht om kritische Amerikaanse verslaggevers in Batavia een verblijfsvergunning te weigeren en die moeilijk deed over het toekennen van een autovergunning. Maar de verandering van opstelling was voornamelijk een gevolg van het feit dat het 5 voor 12 was voor het Nederlandse bewind in Indonesië: men had geen keus.”

De groep werd gefêteerd en in dure hotels ondergebracht, met luxe auto's rondgereden en vergast op de meest exclusieve maaltijden en dranken die in Indonesië te vinden waren. En vrijwel iedere avond was er een groot diner of een receptie. De overdaad was zo groot, dat een aantal Amerikanen zich afvroeg hoe zoveel luxe mogelijk was in een land in oorlog.

Op 16 juni kwamen de vijftien aan op het vliegveld Kemajoran bij Batavia en diezelfde avond werd het startsein gegeven voor het charme-offensief met een receptie waar iedereen-die-iemand-was in Batavia was uitgenodigd. Chris Scheffer was één van de genodigden. Als correspondent voor de Times en Associated Press was hij bijzonder welkom in Hotel Des Indes: "Ik ben een paar van die jongens tegengekomen en zij stelden mij wat oppervlakkige vragen en ik gaf daarop oppervlakkige antwoorden. Het had geen zin om diep op de zaken in te gaan. Dat kon je beter doen als je elkaar een keer persoonlijk sprak."

De Amerikaanse journalisten met Hubert Knickerbocker in het midden

Bezoek aan Banka en Djokja.

Op 21 juni bracht het persgezelschap een bezoek aan het eiland Banka, waar de republikeinse topstukken onder leiding van Sukarno geïnterneerd waren. Bij aankomst bleek dat Sukarno niets zag in een interview en dat hij slechts een statement wilde voorlezen. De Amerikanen gingen hier niet mee akkoord en na een verhitte discussie stemde Sukarno toch in met een interview.
Hubert Knickerbocker zegt hierover in zijn laatste radiobijdrage die in de VS over het hele land werd uitgezonden: “Uiteindelijk stemde hij in met een interview en we hebben 2 uur met hem gesproken. Hij deed me denken aan Hitler. Die maakte in een persoonlijk gesprek ook nauwelijks indruk. Toch kon je er niet omheen dat hij een groot man was. Door zijn toespraken kon hij het volk in zijn greep krijgen. Dat gold ook voor Sukarno. Dat vond iedereen. Hij kon op dezelfde manier het volk beïnvloeden.”

De republikeinse leiders werden doorgezaagd over een groot aantal onderwerpen. Maar de Amerikanen waren vooral geïnteresseerd in de collaboratie van Sukarno en Hatta met de Japanners. Zij hadden tijdens de oorlog met hen samengewerkt om zo een onafhankelijk Indonesië te kunnen realiseren.
De Amerikanen vroegen aan Sukarno en Hatta of ze ook de Russen voor hetzelfde doel zouden gebruiken. Waarop Hatta antwoordde dat dat van de omstandigheden afhing. Volgens de Amerikanen wilden de republikeinse leiders op dat moment geen keuze tussen de VS en de Russen maken. Het enige waarin zij geïnteresseerd waren, was directe onafhankelijkheid.
Het begon er steeds meer op te lijken dat de Amerikaanse journalisten de kant van Nederland inzake de kwestie Indonesië kozen. Hun aanvankelijke afkeer voor de kolonisator leek veranderd te zijn in een enorme angst voor een communistisch en onafhankelijk Indonesië. Men vreesde dat Indonesië het volgende land in Zuidoost Azië zou worden dat ten prooi viel aan het communisme. Mao had immers bijna de macht gegrepen in China en Ho Chi Minh maakte het de Fransen in Indochina knap lastig. En ook tijdens hun volgende stop, in Djokja, zouden de Amerikanen in hun angst voor het “rode gevaar” alleen maar worden gesterkt.

Oud inlichtingman Bakker

"Duizend bommen en plakkaten"

Tijdens hun bezoek aan de tijdelijke republikeinse hoofdstad Djokja brachten de journalisten een bezoek aan het hoofdkwartier van de Tijgerbrigade. Terwijl ze een informeel gesprek met commandant Van Langen voerden, stoof inlichtingenman Jan Bakker naar binnen met de boodschap dat in de tuin van de onderwijsinstelling Taman Siswa een bom en wat communistische pamfletten waren gevonden.
Jan Bakker: “Nou, toen hadden ze natuurlijk geen interesse meer in een verhaaltje van de commandant. Een bom dat was een stuk interessanter. Nou, ik leidde ze er wel naartoe, ik had daar geen bezwaar tegen. We hadden immers niets te verbergen. De bom was een hoop springstof in een oude koperen bloempot, maar door een slechte lont was dat ding niet afgegaan. Ik heb de genie opdracht gegeven hem onschadelijk te maken.”
En de journalisten bleken zeer geïnteresseerd: “Die aanplakbiljetten waren een soort visitekaartjes van de PKI. Die persmensen waren er dolblij mee, ze schreven hun vingers blauw. (......) Ik heb die plakkaten daar niet opgehangen. Het waren topjournalisten, die kon je niet met een kluitje in het riet sturen. En die hebben ook nooit gedacht dat het opzet van de Nederlanders was.”

Na drie weken was het duidelijk dat de Amerikanen volledig ‘om’ waren. Op een ansichtkaart schrijft één van hen dat “alle ogen zijn opengegaan”. En volgens een Nederlandse woordvoerder waren enkele verslaggevers zo nadrukkelijk pro-Nederlands, dat het bijna gênant was.
Tijdens de afscheidsreceptie in Batavia, waar de 15 werden geïnterviewd over hun bevindingen tijdens deze trip, zegt Betram Hulen van de New York Times: “Nog nooit heb ik tijdens mijn 25 jaar als journalist zoveel mensen gesproken en zoveel gereisd. Ik geloof dat we 6000 kilometer hebben afgelegd. Ik weet zeker dat we de mensen thuis op andere gedachten kunnen brengen.”
Het moge duidelijk zijn dat het charme-offensief van de Nederlandse regering zeer goed gelukt was en dat het slechts een kwestie van tijd was tot de positieve stukken in de Amerikaanse kranten en op de radio zouden verschijnen. Voor de Amerikanen woog de angst voor een communistisch Indonesië zwaarder dan de afkeer van het Nederlandse kolonialisme.

Brokstukken Franeker

De fatale vlucht

Op 10 juli vertrokken de journalisten met de Constellation Franeker (PH-TDF) terug naar de Verenigde Staten, uitgezwaaid door honderden belangstellenden. Eén van hen is Chris Scheffer: “Tegen een legervoorlichter zei ik: “Als dat vliegtuig neerstort, is dat wel een verhaal.” Ja, dat zijn gewoon van die dingen die je zegt. Maar een paar dagen later komt die voorlichter me in mijn hotel opzoeken. Hij is lijkbleek en zegt: “Weet je nog wat je op Kemajoran zei. Nou dat vliegtuig is bij Bombay neergestort”. ”

Via een aantal etappes, waaronder tussenstops in Bangkok en New Delhi, kwam het vliegtuig in de buurt van Bombay in slecht weer terecht. Toen het vliegtuig de landing op het vliegveld Santa Cruz inzette en op 150 meter was, werd het vliegtuig opgeslokt door de wolken. Visuele oriëntatie was vervolgens niet meer mogelijk. In het dichte wolkendek was de Franeker onbedoeld verder van het vliegveld weggeraakt dan noodzakelijk. Secondes later raakte het onderstel van de linkervleugel de top van een in wolken gehulde heuvel, onderdeel van de circa 200 meter hoge Powai-heuvelrug. Het toestel, dat een snelheid had van 200 kilometer, brak in stukken. Alle 45 inzittenden waren op slag dood.

Passagierslijst Franeker

Sabotage?

Al snel werd geconcludeerd dat de ramp was veroorzaakt door een dwaling van gezagvoerder van der Vaart en door de hevige moessonregens. Toch verschenen ook direct berichten over mogelijke sabotage. Pas vijftig jaar later werd door een topman van de inlichtingendienst buitenland, Jan Bakker, indirect bewijs naar voren gebracht over (mogelijkerwijs) de echte oorzaak van de ramp.
Bakker vertelde dat één van zijn contacten een gesprek tussen het hoofd van de Indonesische luchtmachtstaf Suryadarma en zijn Indiase evenknie had afgeluisterd. In dit gesprek zou deze Indiase militair gezegd hebben: “We have fixed it for you”.
Bakker: “Je moet niet vergeten dat Indonesië en India allebei jonge landen waren en goede vrienden. Ik ben ervan overtuigd dat India de Franeker heeft laten crashen als een soort vriendendienst aan Indonesië. Zodat al die negatieve stukken over de Republikeinen in Indonesië nooit zouden verschijnen.”

Ook uit ander onderzoek blijkt dat er aanwijzingen zijn dat de Indiase verkeersleider van het vliegveld van Bombay op het cruciale moment onjuiste instructies verstrekte aan de KLM gezagvoerder. Volgens de aantekeningen in het Indiase logboek had de piloot weliswaar het advies gekregen om te stijgen en was hij geattendeerd op heuvels in de buurt. Maar deze instructies zijn pas veel later in het logboek bijgeschreven. De oorspronkelijke instructies zijn volledig geradeerd. In werkelijkheid is de Franeker in een rechte lijn tegen een 674 voet hoge berg op vier kilometer afstand van het vliegveld gevlogen. De heuvel was door laaghangende bewolking aan het oog onttrokken.

Uit het verminken van de laatste instructies aan de Franeker in het logboek in Bombay, kan worden afgeleid dat India bepaalde feiten heeft achtergehouden. Dit werd destijds ook geconstateerd door externe deskundigen die aan het onderzoeksteam waren toegevoegd. Zij namen echter een minderheidsstandpunt in de commissie in. Hun bevindingen werden dan ook terzijde geschoven.
Na meer dan een halve eeuw, zal het moeilijk zijn om alsnog harde bewijzen van sabotage in handen te krijgen. Maar of het nu sabotage was, of gewoon slecht weer, het resultaat was het zelfde. Het was buitengewoon zuur voor de sluwe intriganten binnen de Nederlandse regering dat dit geslaagd lijkende PR-offensief, dat bovendien enorm veel geld en moeite had gekost, eindigde op een heuvel even buiten Bombay.

Tekst en samenstelling: Hein Hoffmann
Met dank aan Louis Zweers

Literatuur

Louis Zweers, De crash van de Franeker: een Amerikaanse persreis naar Nederlands-Indië in 1949, Amsterdam 2001 (Uitgeverij Boom)- ISBN 90 5352 640 4