↳ Enter om te zoeken
14 december 2000

Honderd jaar Woningwet

intrieur huurwoning
Bekijk Video
1 min

Een kort maar veelbewogen leven

‘Er bestaat geen vrede in deze wereld zolang er nog honderdduizenden mannen, vrouwen en kinderen buiten hun schuld in kampen verblijven, onder ellendige omstandigheden en in de grootst mogelijke onzekerheid over hun toekomst.’
Gerrit Jan van Heuven Goedhart.

'Een perfectionistische, intelligente, zeer taalvaardige man. Een snelle politieke denker, waardoor hij mensen méé kon krijgen. Een kanjer.' zegt Parool-collega Wim van Norden. Dochter Karin: 'Ik kon 's avonds bij hem bestellen wat ik wilde horen en als ik dan in bed lag speelde hij dat beneden op de vleugel: Chopin, Schubert, Beethoven, Grieg.' 'Als baas was hij veeleisend. Aarzelaars werkte hij weg. Maar hij was ook veeleisend voor zichzelf,' herinnert VN ambtenaar Gilbert Jaegers zich. Dochter Bergliot: ' Als je tijd van hem vroeg, dan had je het gevoel dat je de wereld een groot mens onthield.' Vriendin Mia van Meurs: 'Een zeer bevlogen man. Zo bevlogen dat hij altijd zijn zin doorzette.'

Ruud Lubbers treedt 1 januari aan als Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen. De UNHCR bestaat dan vijftig jaar. Vrijwel vergeten is dat de eerste Hoge Commissaris ook een Nederlander was: Gerrit Jan van Heuven Goedhart - jurist, journalist, verzetsman, minister in het oorlogskabinet en eerste Hoge Commissaris. In tegenstelling tot de bijna mystiek redenerende jezuïetenleerling Ruud Lubbers, was domineeszoon Van Heuven Goedhart een hoekig man. 'Hij kon en wilde geen diplomaat zijn,' zegt dochter Bergliot. 'Daar was hij veel te duidelijk en helder voor. Hij maakte altijd korte metten met mensen.' Met het motto 'wie geen vijanden heeft, heeft geen vrienden,' verheft Van Heuven Goedhart die eigenschap tot iets moois.

Een kort maar veelbewogen leven - ook op niet professioneel vlak. Wanneer zijn vader, de dominee, een jaar na de dood van zijn moeder hertrouwt, voegt Gerrit Jan Goedhart officieel de naam van zijn moeder toe: Van Heuven. Op de ochtend dat hij hoort dat zijn eerste vrouw er van door is met 'een bekende uitgever', snelt Van Heuven Goedhart woedend naar het archief met foto’s van vooraanstaande Nederlanders en bewerkt met een mes het portret van zijn rivaal.

Journalist in verzet

Al jaren voor de oorlog bekommert hij zich om het lot van vluchtelingen: 'Nederland doet nu precies hetzelfde als Duitsland; het jaagt de Joodse vluchtelingen als wild achterna en drijft ze de grens over' . De weigering een artikel met een lovende zinsnede over Hitler te plaatsen, leidt in 1933 tot zijn ontslag als hoofdredacteur van De Telegraaf. In 1940 overkomt hem hetzelfde bij het Utrechts Nieuwsblad. De eigenaren van die krant, de familie De Liefde, ontslaan hem direct na de inval van de Duitsers ‘wegens gewijzigde omstandigheden’. In de zeven jaar dat hij daar werkt, maakt hij het UN tot ‘de krant die men hoort te lezen, omdat het het meest uitgesproken anti-nationaal-socialistische dagblad is’. Mia van Meurs (90) kent hem uit die tijd. Zij schreef voor de NRC vanuit Polen over het antisemitisme dat ze daar aantrof en werd het land uitgezet: 'De Nederlandse regering, de NRC, niemand bekommerde zich om mijn lot. Alleen het Utrechts Nieuwsblad in de persoon van Van Heuven Goedhart protesteerde. Hij speelde de zaak zo hoog op dat er kamervragen werden gesteld.'

Drie dagen na zijn ontslag bij het UN duikt hij onder en sluit zich aan bij de illegale Grebbebergcommissie, die zich inzet voor wederopbouw van het door oorlogsgeweld verwoeste gebied. Hij is inmiddels hertrouwd met de Noorse Erna Hauan en heeft twee dochtertjes. 'We hebben hem tussen '42 en '44 maar een heel enkele keer gezien,' aldus zijn oudste dochter, 'en vanaf april '44 tot het einde van de oorlog helemaal niet meer. Zo nu en dan stuurde hij ons een zelf verzonnen verhaaltje. Dan wisten we weer dat hij ons niet vergeten was.' Vanuit de onderduik maakt hij samen met Mia van Meurs het ondergrondse blad De Blaasbalg, dat in een oplage van één miljoen exemplaren huis aan huis verspreid wordt.

In 1942 pakken de Duitsers de complete top van de verzetskrant Het Parool op, inclusief oprichter en leidende figuur Frans Goedhart. Simon Carmiggelt en Van Heuven Goedhart worden aangezocht om toe te treden tot de hoofdredaktie. Hij schrijft, onderhoudt contacten, redigeert, zoekt zetters, drukkers, bezorgers en vooral geld en brengt eigenhandig per bakfiets de krant rond. Lang kan dat niet duren: 'Lang 1.92 M., Hakennase, blaue Augen, wenig Haar, an der Vorseite ganz Kahl....' Van Heuven Goedhart is ook voor de Sicherheitsdienst een opmerkelijk man. In 1944 staat op zijn hoofd 10.000 mark. Drie Nederlandse politiemannen hebben als dagtaak hem op te sporen. Wim van Norden, na zes maanden gevangenis terug als directeur van het Parool: 'We besloten collectief dat hij het land uit moest. Hij kreeg van allerlei illegale groepen boodschappen mee en de opdracht verslag uit te brengen aan het kabinet in ballingschap.'

Een 55 dagen lange, barre tocht - door België, Frankrijk, over de Pyreneeën, dwars door Spanje naar Gibraltar brengt hem naar Engeland : ‘Daar lig ik, ergens in Zuid Frankrijk. Zonder rugzak, zonder eten, met nog drie sigaretten.Het is aardedonker en koud. In de verte hoor ik voetstappen. Ze komen dichterbij. Als het controle is, moet ik niet in deze kelder zitten dan is er geen kans om weg te komen. Ik schuifel naar de uitgang. Twee mannen komen aanstappen. Ik zie laarzen en platte petten. Geen hond gelukkig. Ik wacht. De stappen sterven weg; ik keer naar mijn kelder terug,’ schrijft Van Heuven Goedhart in De reis van Colonel Blake dat hij voor zijn dochters schreef.

Politieke carriëre

Drie uur na zijn aankomst in Londen, meldt hij zich bij 'de enige kerel in het kabinet': koningin Wilhelmina. Die valt als een blok: 'Hij was jong, sprak zijn talen, was literair begaafd, had een grote verzetskrant helpen leiden, en at met vork en mes. Kortom, heel anders dan die beverige oude mannetjes met wie ze in het kabinet te maken had, ' zegt Wim van Norden. Een paar weken later benoemt Wilhelmina hem dan ook tot minister van justitie - waardoor zijn vrouw met hun dochters in Nederland onder moet duiken. Zijn ministerschap zal zeven maanden duren. In die tijd stelt hij met vooruitziende blik het College van Vertrouwensmannen in, bedoeld om het naoorlogse gezagsvacuüm en een ongecontroleerde volksvergelding - de bijltjesdag - te voorkomen.

'Vanuit Londen stuurde Van Heuven Goedhart via een parachutist een krabbeltje naar Het Parool: "Luister, nu ik in de regering zit, is het duidelijk dat onze afspraak om na terugkomst weer toe te treden tot het Parool, niet meer bindend is, "' vertelt Van Norden. Dat zou anders lopen. De Parool groep was machtig en meteen na de bevrijding ontstond er strijd om het hoofdredacteurschap. Oprichter Frans Goedhart vond dat hijzelf hoofdredacteur moest worden. Maar Van Norden en anderen zagen liever Van Heuven Goedhart op die post.

Van Norden: 'Als Caesar weigerde Van Heuven Goedhart driemaal de kroon. Hij liet weten “niet in een controverse met zijn oude vriend Goedhart te willen raken”. Hij had in Londen geproefd van de macht en ik denk dat hij stiekem in afwachting was van een benoeming in het nieuwe kabinet.' Die benoeming komt niet en als Frans Goedhart ziek wordt, accepteert Van Heuven Goedhart alsnog het hoofdredacteurschap. Het zal nooit meer echt boteren tussen de twee Goedharten. 'Ik vind het nog steeds een slechte beslissing van Wilhelmina en Gerbrandy om hem niet in de naoorlogse regering te vragen. Waarom ze dat deden, is nooit helemaal opgehelderd,' aldus Van Norden.

Er zijn tal van redenen te vinden. Van Heuven Goedhart haalt zich, als minister van justitie, de woede van het voormalige verzet in het al bevrijde Brabant en Limburg op de hals door zijn weigering de Binnenlandse Strijdkrachten arrestatiebevoegdheid te geven. In het nieuwe kabinet moet ook het Zuidnederlands verzet vertegenwoordigd zijn en dat gaat, dus, ten koste van een ministerspost voor Van Heuven Goedhart. Die schrijft: ‘Ik heb mijn ontslag als minister van justitie aan niets anders te danken dan aan (...) het feit dat de illegaliteit het vertrouwen in mij heeft opgezegd. Maar er speelt nog iets anders volgens Van Norden: 'de strenge koningin Wilhelmina was not amused over de buitenechtelijke verhouding die Van Heuven Goedhart in Londen met zijn secretaresse was begonnen.’ Na de oorlog voelen veel verzetsmensen zich on top of the world. Zo niet Van Heuven Goedhart. Die zit na de bevrijding van het Zuiden, ambteloos, in Londen.

Het Parool haalt hem terug naar Nederland en Van Heuven Goedhart treedt als lid van de nieuwe Partij van de Arbeid, toe tot de Eerste Kamer. Het internationale diplomatieke verkeer komt snel op gang na de wereldschokkende agressie van de Tweede Wereldoorlog. Van Heuven Goedhart wordt als lid van de Eerste Kamer afgevaardigd naar tal van internationale conferenties. In '49 en '50 zit hij het Derde Comité inzake de mensenrechten voor. Op oude Polygoon journaals is te zien hoe gemakkelijk hij zich op internationale fora beweegt: zijn lange gestalte - de pochet als een witte vlag in zijn borstzak - buigt zich en omhelst de katheder, om met welsprekende stelligheid en soms sarcasme zijn gehoor toe te spreken in een Engels dat beter is dan Lubbers ooit zal voortbrengen. Van Norden. ‘Dat deed hij goed. Hij viel op en dat leidde tot bekendheid in de internationale wereld.'

Bedelaar nummer één

Als dan ook eind jaren '40 de gedachte ontstaat dat er voor de ruim twee miljoen oorlogsontheemden een nieuwe Verenigde Naties organisatie moet komen, het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen, dingt Van Heuven Goedhart mee. Zijn benoeming is voor Nederland - internationaal verguisd vanwege de Indonesië-kwestie - een erezaak. Zijn rivaal is de Amerikaan Donald Kingsley, oud-directeur generaal van een voorloper van de UNHCR .Van Heuven Goedhart wordt op 14 december 1950 tot Hoge Commissaris gekozen, met als gevolg dat de Amerikanen jarenlang slechts mondjesmaat bijdragen aan de kosten.

'Nederland werd een beetje klein voor hem,' zeggen zijn dochters nu, 'en bovendien had hij een aantal vervelende dingen meegemaakt.' 'Hij heeft er bewust naar toe gewerkt,' zegt Van Norden. 'Hij was een man met visie. Als journalist had hij contacten over de hele wereld. Hij wou weg van het gedoe.’

Karin van Heuven Goedhart zat op de Middelbare School: 'Toen hij naar Genève ging, werd ik ondergebracht bij een vriendin van moeder, zo ging dat toen.' Bergliot Van Heuven Goedhart: 'Ik had al op vijf scholen gezeten en werd gewoon ontvoerd. Het was volkomen vanzelfsprekend dat als hij een functie kon krijgen, iedereen zijn biezen pakte en meeging. Ook mijn moeder, die als Noorse zich al aan Nederland had moeten aanpassen.We zagen hem bijna nooit, in die jaren. Hij zat van september tot maart in New York. Daar zaten mijn moeder en ik dan, tegen onze zin in Genève.’ 'Een enkele keer kwam hij bij me langs in Leiden. Eten en dan meteen weer weg. Weer de grote zaak dienen. Door hem heb ik heel goed leren wachten op geluk dat nooit komt,' zegt Karin. 'Het was een man waar je moeilijk tegen op kon. Hij overhoorde ons de voorwaarden van Lingajjatti, stuurde onze brieven terug met door hem onderstreepte taalfouten. Het is maar goed dat hij geen zoon had; wat had die arme jongen moeten worden?' zegt Bergliot.

'De sfeer in Genève was vooroorlogs,' zegt oud-medewerker Gilbert Jaeger. 'Het was er rustig en chique.' 'Vader huurde een grote villa,' vertelt Bergliot, 'en hij vond het geweldig dat zijn vleugel op dezelfde plek stond als die van de beroemde pianist die het huis vóór ons gehuurd had.' 'Er liepen in het internationale milieu in die tijd vier, vijf ambtenaren rond van het kaliber van Van Heuven. Hij legde moeiteloos contacten en kende de wereld van de internationale politiek en de touwtrekkerij die dat met zich brengt. Hij was zeer onderhoudend gezelschap. Na diners speelde hij voor zijn genodigden Chopin. Het was een eer door hem ontvangen te worden. Of thuisgebracht - wat hij ook vaak deed,' beschrijft Gilbert Jaeger. 'Als er gasten kwamen dan maakte hij veldboeketten van grassen en klavers,' zegt Bergliot.

‘In january 1951, I found three rooms in the palace. I had 300.000 dollars and had to start from scratch,' beschrijft Van Heuven Goedhart zijn situatie. Hij zet een strakke organisatie op. Benoemt vertegenwoordigers in de landen waar de vluchtelingen zich bevinden en stelt een kleine staf aan in Genève. 'Het Hoge Commissariaat moest regeringen en andere organisaties er toe brengen het vluchtelingenprobleem op te lossen. Onze hoofdtaak was vluchtelingen juridische bescherming te bieden. Maar Van Heuven Goedhart zei: "Vluchtelingen kunnen niet van wetten leven. Ze hebben brood, huizen, werk nodig." Hij had al heel vroeg de opvatting dat vluchtelingen moesten integreren. Hij legde de basis van het Hoge Commissariaat en maakte het instituut geloofwaardig bij regeringen die geld moesten fourneren,' zegt Jaeger. Maar geld voor de 2,2 miljoen vluchtelingen is moeilijk te krijgen: ' Eén van zijn belangrijkste taken was geld lospraten. Hij werd wel bedelaar nummer één genoemd.’

'Jarenlang heeft hij zelf een opgejaagd leven geleid. Dus hij kon zich heel goed inleven in hoe de vluchtelingen zich voelden. Ik ben ervan overtuigd dat die achtergrond meespeelde, ' zegt Karin. Bergliot: 'Hij had eens in een kamp waarin de mensen in met lappen afgezette kamertjes leefden, een bekende Russische dirigent aangetroffen. Die man zat daar met een kapotte grammofoon. Dat die arme stakker niet eens fatsoenlijk een plaat kon draaien, dat vond vader zó erg dat hij er persoonlijk voor zorgde dat er een nieuwe grammofoon kwam.'

'Maar in later jaren raakte hij gedesillusioneerd. Dat merkte je aan zijn stemmingen. Hij was down, klaagde over futiliteiten en dat waren we niet van hem gewend. Hij was alsmaar op reis, kwam terug met verhalen als: "De gouvernementen willen niet echt. Ze komen hun afspraken niet na. Ik stop ermee. Ik word burgemeester van Enschede of Amsterdam en dan ga ik kinderboeken schrijven." Soms kwam hij thuis van een werkbezoek en speelde hij dagenlang de zware stukken van Beethoven, Schubert, Chopin. Dat klonk door het hele huis. "Het was een rotkamp waar hij geweest is," zeiden mijn moeder en ik dan,' vertelt Bergliot.
In 1955 krijgt het Hoge Commissariaat de Nobelprijs voor de Vrede. Jaeger: 'Die prijs ging naar het bureau, maar iedereen dacht dat hij voor Van Heuven Goedhart was. Ik ben ervan overtuigd dat hijzelf dat eigenlijk ook zo vond. Hij heeft het nooit gezegd. Hij was te onderlegd, had een te grote menselijke- en boekenervaring, om zoiets te zeggen. Integendeel, er werkten toen honderd mensen op het bureau en hij zei dat ieder van ons voor één procent de prijs verdiend had. Maar je kon het zien, je kon het voelen.'

Op een warme julimiddag in 1956, overlijdt Van Heuven Goedhart, zesenvijftig jaar oud, tijdens een partijtje tennis aan een hersenbloeding. Bergliot: ‘Hij was vastgelopen in zijn werk. Misschien is het maar goed dat hij zo jong is overleden, want vlak daarna vond de inval in Hongarije plaats. Dan had hij niet afgehaakt. Maar of hij dat nog aan had gekund?’

Tekst: Carla Tromp
Met dank aan Carla van Os, Stichting Vluchteling, en Ronald Simons.

Gilbert Jaeger

Bronnen

BEELDEN

-De beelden uit verschillende vluchtelingenkampen zijn afkomstig van de film “Displaced Persons” die in 1954 is gemaakt in opdracht van de Wereldomroep Nederland, in samenwerking met enige buitenlandse organisaties, waaronder de Engelse BBC en het Amerikaanse CBS. Het is een wereld-omspannende film geworden, met opnamen van kampen in o.a. Griekenland, Turkije, Duitsland, Oostenrijk en Hongkong. De film was bedoeld ter ondersteuning van en internationale hulpactie en werd over de hele wereld, ook in Nederland, in de bioscopen vertoond. De fragmenten van de toespraak van Van Heuven Goedhart waren in de Nederlandse versie aan deze film toegevoegd.
-De overige opnamen van dr Van Heuven Goedhart komen uit het Polygoon Journaal, zowel uit december 1955, toen hij de Nobelprijs kreeg uitgereikt, als uit juli 1956, toen hij overleed.
-De getoonde foto’s zijn uit het privé-bezit van de heer Gilbert Jaeger te Brussel en van de heer W. van Norden te Amsterdam. Ook zijn enige foto’s afkomstig van de UNHCR te Genève.

MUZIEK

-De radio-opnamen zijn afkomstig van een toespraak die Van Heuven Goedhart in 1954 hield voor de JARO, de Jongeren Arbeiders Radio Omroep, te Haarlem.
-De muziek is van Van Heuven Goedharts meest geliefde componist Frédéric Chopin.
Het betreft fragmenten van de Nocturnes, F minor, opus 55, nr 2, in de uitvoering van Vladimir Ashkenazy, uitgegeven door Decca (414 564-2)

Literatuur

-S. Carmiggeld en J. Winkler,"G.J.van heuven Goedhart:bijdragen tot een biografie", Het Parool, Amsterdam,1959.
-G.J.van Heuven Goedhart,"Refugee problems and their solutions", Nobel Institute, Oslo,1955.
-Carla van Os,"Van Heuven Goedhart, 1901-1956”, onder auspiciën van de Stichting Vluchteling te Den Haag, Jan Mets, Amsterdam, 1988, ISBN 90 5330 251 4.
-Gerard Mulder, Paul Koedijk, “Het Parool ! Lees die krant !”, Meulenhoff, Amsterdam 1996.
-dr L. de Jong,“Het Koninkrijk der Nederlanden tijdns de Tweede Wereldoorlog”, Den Haag.
-Voorts is de Van Heuven Goedhartlezing van prof. dr P.H. Kooijmans uitgegeven door de Stichting Vluchteling in Den Haag (ISBN 90 803382 1 4), waarin een bijdrage is opgenomen van Karin van Heuven Goedhart, de dochter van de voormalige Hoge Commissaris.