↳ Enter om te zoeken
14 december 2010

Abraham Kuyper/Vondelstraat

spotprent medaille Abraham Kuyper
Bekijk Video
1 min

In Duitsland moet oud-premier Helmut Kohl zich verdedigen tegen de dubieuze donaties in de partijkas van de CDU. Hoe het ook afloopt, zijn politieke rol lijkt voorgoed uitgespeeld. Dat gebeurt in Nederland niet, is de gedachte. Maar dat is niet waar. Sterker nog, het is al gebeurd.In 1909 komt Abraham Kuyper, de leider van de ARP en een van de grootste politici van zijn tijd, in opspraak. Hij heeft een ridderorde verleend aan een Amsterdamse koopman. Die gunst levert de partijkas van de ARP maar liefst 11.000 gulden op.

De partijkas van de ARP (spotprent)

Abraham Kuyper

Het is groot nieuws in 1909. Abraham Kuyper, de founding father van de ARP, is in opspraak. Zes jaar eerder heeft hij als minister-president een lintje verleend aan de Amsterdamse koopman Rudolph Lehman, consul generaal van Griekenland. In ruil daarvoor stort Lehman een jaar later 11.000 gulden in de partijkas van de ARP.

En 11.000 gulden is veel geld in die tijd, omgerekend naar nu zeker enkele honderdduizenden guldens. Het wordt een rel. De kranten staan er vol van en de politieke tekenaars, vooral de socialistische, leven zich naar hartelust uit. De zaak gaat de
geschiedenis in als de lintjesaffaire. Het nieuws kan voor Kuyper niet op een slechter moment komen. Kuyper, op dat moment de zeventig al gepasseerd heeft in de voorgaande decennia een belangrijke rol gespeeld in de Nederlandse politiek. Aan het eind van de negentiende eeuw heeft hij een compleet nieuwe zuil uit de grond gestampt en hij is op tal van terreinen actief: hij is dominee, theoloog, oprichter van de Anti Revolutionaire Partij, stichter van de Vrije Universiteit in Amsterdam, hoofdredacteur van het dagblad De Standaard en ondertussen schrijft hij nog een indrukwekkend oeuvre bij elkaar. Kuyper is de absolute leider van zijn beweging: zijn volgelingen beschouwen hem
bijna als de door god gegeven leider.

Tussen 1901 en 1905 is hij minister-president van Nederland. Als dat kabinet valt trekt hij zich enige jaren terug uit de politiek, maar in 1908 laat hij zich weer in het parlement kiezen. Hij begint aan een politieke come-back en wil graag nog een keer premier worden. Maar dat tweede kabinet-Kuyper, dat komt er niet.

Rudolph Lehman

Rudolph Lehman is van oorsprong joods, of Israëliet, zoals dat toen wordt genoemd. Hij bekeert zich, wordt protestant, en is een grote fan van Kuyper. Dat komt vooral door Kuypers harde optreden tijdens de spoorwegstakingen in 1903. Kuyper breekt deze legendarische stakingen door de invoering van de zogenaamde 'worgwetten' die ambtenaren verbiedt om te staken; een verbod dat trouwens pas in de jaren '80 is opgeheven.

Parlementaire enquete

Kuyper krijgt het zwaar te verduren. In de zomer van 1909 vraagt Troelstra om een parlementaire enquète. Kuyper vindt zelf niet dat hij echt fout is geweest. Volgens Kuyper heeft Lehman zijn lintje gekregen omdat hij zich tijdens de Boerenoorlog het lot van een aantal gevangen Zuid-Afrikaanse boeren heeft aangetrokken. De donatie in de partijkas staat daar volgens hem los van. Wel geeft hij toe dat hij de schijn tegen zich heeft. "Het boetekleed ontsiert den man niet" schrijft hij uiteindelijk in De Standaard, het dagblad waarvan hij zelf hoofdredacteur is. Een uitspraak die onlosmakelijk met de affaire
verbonden raakt.

De 'oude' Kuyper

Vrouw in het spel

Lehman en Kuyper zijn overigens niet de enige hoofdrolspelers in deze affaire. Er is ook nog een vrouw in het spel, de wat mysterieuze Mathilde Westmeijer. Deze jonge vrouw heeft Lehman en Kuyper waarschijnlijk met elkaar in contact gebracht. Helemaal duidelijk wordt haar rol niet. Kuyper omschrijft haar als een 'onbe-zoldigd agentesse' voor de ARP.

Dat is opmerkelijk, want ze is katholiek. Bovendien blijkt ze geen smetteloze reputatie te hebben: Troelstra verklaart in het parlement dat hij verhalen van haar heeft gehoord, die "in een beschaafde omgeving" niet naverteld kunnen worden. Of zij een vrouw van lichte zeden is, wordt niet duidelijk, maar de suggestie wordt wel gewekt.

De parlementaire enquète waar Troelstra om vraagt komt er uiteindelijk niet. Een confessionele meerderheid in het parlement verhindert dat. Wel wordt er een ereraad ingesteld, een commissie van wijze mannen, die zich nogmaals over de zaak buigt. Een jaar later, in 1910, komt die in een rapport tot een voor Kuyper op het eerste gezicht
gunstige conclusie: Kuyper heeft inderdaad de schijn tegen gehad, maar heeft zich niet schuldig gemaakt aan corruptie.

Politieke vijanden

Daarmee lijkt de kous voor Kuyper af, maar dat valt tegen. Kuyper heeft tijdens zijn politieke carriere ook een hoop vijanden gemaakt. De liberalen, die in de negentiende eeuw tientallen jaren lang aan de macht zijn geweest, zijn tegen hem omdat hij hen heeft
onttroond. De socialisten hebben hem zijn optreden in de eerder genoemde spoorwegstaking van 1903 nooit vergeven. Ook tussen koningin Wilhelmina en Kuyper bestaan geen warme gevoelens. Kuyper, die bijna een halve eeuw ouder is dan de jonge koningin, moet eigenlijk niets hebben van een vrouw op de troon. De verhouding wordt er niet beter op als Kuyper in zijn eigen Standaard verslag doet van vertrouwelijke gesprekken met haar en daarbovenop nog een aantal kritische artikelen schrijft over het
uitblijven van een troonopvolger.

Nog belangrijker voor zijn eigen toekomst is dat ook in zijn eigen partij de weerstand tegen hem groeit. Op het moment dat Kuyper zijn rentree in de Tweede Kamer maakt, is zijn partijgenoot Heemskerk minister-president. Kuyper stelt zich kritisch op tegen de regering, en dat valt lang niet altijd goed. Kuyper is een man met een missie, de
nieuwe generatie antirevolutionairen staan een andere, zakelijkere politiek voor en dat botst.

De lintjesaffaire heeft Kuyper binnen zijn eigen partij weliswaar niet direct de kop gekost, maar het is wel het begin van het einde. Ook al is hij door de ereraad vrijgepleit, de affaire maakt het hem wel onmogelijk terug te keren in het centrum van de macht. De
politieke aftakeling van Kuyper is begonnen. Een aantal jaren later, in 1915, krijgt hij de rekening definitief gepresenteerd als een aantal jonge AR-politici, onder wie de latere premier Colijn, een brochure schrijven over het gewenste politieke leiderschap binnen de partij. Dat geeft Kuyper politiek de nekslag. Kuypers rol is uitgespeeld. Hij is oud en eenzaam. In een brief aan zijn vriend en partijgenoot Idenburg schrijft hij: "Het is stil aan mijn bureau, niemand komt meer bij mij voor mij voor raad of advies. "In 1920
overlijdt Kuyper, 83 jaar oud.

Auteur: Paul Ruigrok.

Samenstelling item: Paul Ruigrok.

spotprent

Bronnen

De spotprenten zijn afkomstig uit het socialistische weekblad De Notekraker, die bij de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag wordt bewaard.

Historicus Jeroen Koch is verbonden aan de Universiteit van Utrecht en is de biograaf van Kuyper. In Andere Tijden van 12 maart vertelt hij over de lintjesaffaire. Hij doet dat in de Abraham Kuyper-kamer, de voormalige werkkamer van Kuyper in het partijbureau van het CDA aan de Dr. Kuyperstraat in Den Haag.

De muziek die in de reportage is gebruikt is: Het Kronos Quartet performs Philip Glass.

Literatuur

Wie meer wil lezen over Kuyper en over de lintjesaffaire komt
vooral uit bij boeken die ver voor de Tweede Wereldoorlog zijn geschreven:
P. Kasteel: Abraham Kuyper. Kampen, 1938.
Pieter Jelles Troelstra, Gedenkschriften. Deel III, Branding.
Amsterdam, 1929.
De Beaufort, Vijftig jaren uit onze geschiedenis, 1868-1918. Deel II. Amsterdam 1928.
Recenter is het boek van dr. J. de Bruijn, Abraham Kuyper, leven en werk in beeld. Franeker,
1987. Over een aantal jaren verschijnt de nieuwe biografie van
Kuyper, geschreven door Jeroen Koch.