Prins Bernhard en Lockheed
De affaire komt aan het licht via een omweg. In 1975 stuit de Amerikaanse senaatscommissie onder leiding van Frank Church op bewijzen van grootschalige omkoping door vliegtuigbouwers, waarbij al snel ook een link wordt gelegd met Nederland. De eerste geruchten dat het daarbij om prins Bernhard zou gaan, worden door velen weggewuifd: dat de gevierde oorlogsheld en ambassadeur voor het Nederlandse bedrijfsleven steekpenningen zou hebben aangenomen, is voor de meeste Nederlanders simpelweg ondenkbaar.
Ook de media willen er niet of nauwelijks aan. Henk van Hoorn, parlementair verslaggever van de NOS, schetst de relatie tussen de pers en het koningshuis: "De pers gedroeg zich keurig en deed min of meer wat de Rijksvoorlichtingsdienst voorschreef. Sommige dingen werden ook niet bericht, waar je wel over hoorde." Zelfs de VPRO is terughoudend, ondervindt journalist Emile Fallaux. Aanvankelijk weigert de omroep zijn interview met een belangrijke getuige uit te zenden. De NOS weert een interview met een Amerikaanse onderzoeksjournalist over Bernhard zelfs helemaal van de buis. De reportage is volgens de NOS-leiding ‘niet relevant’, tot grote woede van verslaggever Klaas Jan Hindriks.
'Dutch high official'
Maar de commissie Church heeft al sinds het begin van het onderzoek - zo verklaart Jack Blum in de aflevering - codeboeken in handen waaruit onomstotelijk de betrokkenheid van Bernhard blijkt. En als de directeur van Lockheed tijdens openbare hoorzittingen in februari 1976 bevestigt dat er betalingen zijn gedaan aan een 'Dutch high official', kan ook in Nederland niemand er meer omheen.
Het kabinet-Den Uyl stelt uiteindelijk een commissie in onder leiding van rechtsgeleerde A.M. Donner. Vanwege de ministeriële verantwoordelijkheid zit premier Den Uyl met de brokken als het inderdaad Bernhard is. En als koningin Juliana zegt dat ze aftreedt als haar man vervolgd gaat worden, dreigt ook nog een constitutionele crisis. Bernhard wordt gespaard, maar verliest zijn militaire functie en mag geen uniform meer mag dragen bij officiële gelegenheden. Maar niet alles komt naar buiten: delen van het Donner-rapport zijn tot op de dag van vandaag geclassificeerd en worden pas in 2050 vrijgegeven.
Voor toenmalig staatssecretaris van Defensie Bram Stemerdink, een van de weinige nog levende bewindslieden die de Lockheed-affaire heeft meegemaakt, staat vast dat Bernhard zich niet alleen door vliegtuigbouwers Lockheed en Northrop heeft laten omkopen: “Bernhard kreeg dus meer geld dan van die twee bedrijven…daar ben ik van overtuigd.”
In de tweede aflevering van Koninklijke Kwesties komen onder andere hoofdonderzoeker van de Church-commissie Jack Blum en voormalig staatssecretaris van Defensie Bram Stemerdink aan het woord.
Vragen?
Heeft u vragen, ideeën of opmerkingen?
Neem dan contact op met de redactie: