↳ Enter om te zoeken
16 april 2011

Andere tijden

Eerste bankovervallen
Bekijk Video
26 min

Dat kón toch niet

Wat opvalt in de reportages van het Journaal uit die tijd zijn de verbaasde gezichten, de opgewonden blikken, en vooral, die onstuimige openhartigheid. Een bankoverval: het was Groot Nieuws in Nederland, halverwege de jaren zestig. Want dat dát toch kon gebeuren in het keurige Nederland. Dat ondenkbare zie je terug in de archiefbeelden van toen.

Dé eerste bankoverval in Nederland is niet meer te traceren. Er is wel een bankoverval die door justitie en de banken als de eerste wordt beschouwd: de overval van de Amro-bank in Tilburg, op 15 oktober 1965. Maar er waren er al eerder, veel eerder zelf. Zo pleegde het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog een spectaculaire overval en stal 46.150.000 gulden, waarmee de stakingskas gespekt kon worden. Vlak na de oorlog zorgde de overval op een bank in IJsselmonde voor veel commotie. Nog verder terug, in 1916, vond er een heuse schietpartij plaats bij een overigens mislukte overval op de firma G.J en A.E Groeneveld, Kassiers en Handelaars in Effecten aan het Marktplein in Winschoten. Twee maanden voor de overval in Tilburg werd een bankbediende van een Utrechtse bank onder schot gehouden. Dit werd de eerste overval in Nederland die het Journaal haalde.

bank

‘Lunchen met de kluisdeur open’

Onschuld, gebrek aan kennis en ervaring en op een bepaalde manier ook, gebrek aan angst. Want het was aan het einde van de jaren zestig ook helemaal niet moeilijk om een bank te overvallen. Beveiliging was er niet, geld wel. Je kon er zo binnenlopen: de balie was open, kogelvrij glas, tralies en stil alarm bestonden nog niet. ‘Je dacht er eenvoudig niet over na’, zei Hans van Baal van de Raffeisenbank uit Utrecht, over de mogelijkheid van een overval. Het filiaal waar Van Baal werkte had overigens wel alarm, maar kon toch moeilijk als stil alarm worden betiteld. Sterker nog, het bankalarm had veel weg van een luchtalarm en gaf zoveel herrie dat Van Baal de installatie op donderdagmiddag uitzette – dan kwam namelijk de werkster langs en die wilde met het poetsen nog wel eens ergens tegenaan stoten.

Bijna alle bankmedewerkers kunnen vertellen over de zorgeloosheid waarmee destijds met het geld werd omgesprongen. ‘Wij lunchten gewoon met de kluisdeur open’, vertelt Ank Jansen die werkte bij de Boerenleenbank in Sint Antonis, die in 1966 werd overvallen door twee Duitsers.
Ook over de veiligheidsmaatregelen rond het geld dat van en naar de bank werd vervoerd, werd in die tijd niet hard nagedacht. In Sint Antonis kwam het geld, soms tienduizenden guldens, gewoon met de post van het hoofdkantoor in Eindhoven. In Utrecht haalde Van Baal het geld zelf op bij het hoofdkantoor, stopte de duizendjes dan in de binnenzak van zijn jas en fietste weer terug naar zijn eigen kantoor. En in Eindhoven, zo bleek uit een rapport van justitie over de veiligheidsmaatregelen bij banken, werd het geld voor de Amro-bank aan de Heuvel zelfs nog na de overval per bakfiets door de stad vervoerd.

Dat geld moest er ook zijn, want het Nederland van halverwege de jaren zestig was nog in alles een ‘contant geld’-samenleving. Het personeel, zelfs het personeel van de bank zelf, kreeg zijn loon in het algemeen contant. Daarom ook was vrijdag, betaaldag, een favoriete dag voor bankovervallers. Maar ook op andere dagen was veel geld in omloop, want de consument rekende bijna alles contant af, tot zijn nieuwe huis aan toe. Bovendien steeg het aantal bankfilialen in die jaren ook in hoog tempo: de welvaart sloeg toe in Nederland, er werd overal gebouwd en in iedere nieuwbouwwijk verschenen ook nieuwe banken, soms zelfs in gewone woonhuizen.

En dus moest er iets gebeuren. De overval in Tilburg wordt gezien als een omslag in het denken, maar toch zou het nog tot het begin van de jaren zeventig duren voordat de banken ook structureel beveiligd werden. Volgens Eric Nordholt, destijds een jonge politie-inspecteur in Groningen, waren banken lange tijd helemaal niet geïnteresseerd in de beveiliging van hun eigen zaken. Ook na het begin van de overvalgolf duurde het lang voordat men besefte dat het gevaar reëel was: ‘De banken waren zuinig, dus die wilden er eigenlijk geen geld aan uitgeven. Men geloofde er ook niet echt in, deed er wat lacherig over’. De beveiliging was volgens Nordholt dan ook halfslachtig: ‘De bank beveiligde de voorkant, maar liet de achterkant openstaan’.

Van Baal

Je zou bijna vergeten dat bijna alle overvallers gewapend waren met een pistool of revolver en dat aan het eind van de jaren zestig, in Amsterdam, ook de eerste dode bij een overval viel. En ook de medewerkers die niet gewond waren geraakt bij een overval hebben de gevolgen later nog gevoeld. Kassier Hoogendoorn uit Tilburg werd na de overval gevraagd plaats te nemen in een kassiersbox, in het midden van de bank, een stuk van de balie af. Daar zou dan al het geld worden bewaard. Hoogendoorn weigerde. Hij voelde zich niet veilig daar, in zijn eentje in zo’n hokje: ‘Als er iets zou gebeuren had je geen kant opgekund’. Hans van Baal uit Utrecht voelde zich weken achtervolgd – de overval bij zijn bank was niet opgelost en hij was de enige die de dader had gezien – en leefde in die tijd op librium en valium. Ondertussen had hij wel van het hoofdkantoor ‘op zijn donder’ gehad omdat hij de krant had zitten lezen en de kluisdeur had openstaan. Begeleiding kreeg hij niet: ‘We hebben er zelf uit moeten komen’. Van Baal heeft de rest van zijn leven bij de bank gewerkt, maar als hij hoorde dat er ergens in de stad een bank was overvallen en hij als enige in het filiaal zat, deed hij wel de deur op slot.

Tekst en regie: Paul Ruigrok
Research: Edmond Hofland, Femke Veltman

Uitzending: za 9 apr 2011, 20.40 uur, Nederland 2.

Geïnterviewden Bronnen
  • A. Jansen
    A. Jansen
  • E. Nordholt
    E. Nordholt
  • F. Kremers
    F. Kremers
  • H. Hoogendoorn
    H. Hoogendoorn
  • H. van Baal
    H. van Baal
  • NOS en NTS-journaal

    NOS en NTS-journaal

  • Brandpunt

    Brandpunt

  • Gewest tot Gewest

    Gewest tot Gewest