↳ Enter om te zoeken
7 februari 2008

Het ideale figuur

Andere Tijden, 7 februari 2008, IdealeFiguur, model
Bekijk Video
26 min

Schoonheidsidealen door de jaren heen.

Borstvullingen, ijzeren constructies en opblaasbare bh’s, hulpmiddelen die vrouwen een eeuw geleden al gebruikten in de strijd voor het ideale figuur. En ook toen al betekende mooi zijn vaak pijn lijden. Het korset zat bij vrouwen zo strak, dat het de spijsverteringsorganen van hun plaats duwde, zwangerschapsproblemen veroorzaakte en vrouwen zoveel last hadden van kortademigheid, dat ze regelmatig flauw vielen. Maar het doel heiligde de middelen.

Moderne hulpmiddelen vervangen het strakke korset. Wie nauwelijks of geen borsten heeft, kan gewoon borsten kopen, of een nieuwe neus. En lukt het maar niet om af te vallen, dan snijden of zuigen chirurgen het overtollig vet eenvoudig weg, zodat de vrouw toch perfect is.

Andere Tijden, 3 februari 2008, Ideale Figuur, model met hoedje

 

Maar wie bepaalt eigenlijk wat perfect is ? Is dat het ronde, mollige en sensuele fotomodel Lisa Fonssagrives, of juist de extreem magere “heroïnechique” of “junkielook” van model Kate Moss?

Elke tijd heeft kent zijn eigen schoonheidsideaal en een groot aantal vrouwen wil daaraan voldoen. Zij weigeren in te zien dat het een onrealistisch ideaal is en dus onhaalbaar. Ze blijven zich daarom insnoeren, dwangmatig lijnen en obsessioneel gymnastieken tot ze er soms letterlijk bij neervallen.

Yvette

Martelende metalen constructies rond 1900

Winkelende vrouwen verbeeldden zich begin 1900 graag dat zij er net zo uitzagen als de ideaal gevormde etalagepoppen. Zoals kleermakersmodel “Yvette” bijvoorbeeld. Zij toonde “la ligne droite” of de “S-lijn”: het ultieme schoonheidsideaal van die tijd. Zij had een hoge, ronde mono boezem of duivenborst, met een slanke taille. Haar bekken was zo extreem naar voren gekanteld, dat de rug een onnatuurlijke holte kreeg. Borst en buik vormden een rechte lijn.

Op de hele wereld bestond geen vrouw met een dergelijk onnatuurlijke lichaamshouding. Toch deden vooral welgestelde vrouwen er alles aan om dit figuur te krijgen. Hulpstuk daarbij was het “droit-devant” korset. Dat korset perste het lichaam met metalen stangen in de ideale vorm. De dienstbode of echtgenoot snoerde met dit korset de taille van de vrouw strak in, dat het bekken naar voren kantelde, de boezem omhoog stulpte en de vrouw heel snel ging ademen, zodat haar boezem razendsnel op en neer ging.

In de buste van de etalagefiguur zat een klepje dat automatisch op en neer bewoog, om deze volgens sommigen ook wel “sexy-ademhaling” zo echt mogelijk te doen lijken. Een mollige boezem was populair. Als vrouwen geen dikke borsten hadden, brachten ze onder het korset extra hulpstukken aan, voor een imitatieboezem. “Dat was zeer ongezond”, zegt Sjouk Hoitsma, conservator van het Historisch Museum in Rotterdam. “De borstkas kreeg namelijk nog minder ruimte en een vrouw kon nog minder goed ademhalen. Ze viel vaak flauw door de druk van het korset, maar bovendien kreeg ze door de druk vocht achter haar longen en was er grotere kans op TBC. De spanning van de metalen stangen vervormden bovendien flink haar vlees en borstkas. Alle organen stonden onder spanning. Het was een ware marteling, maar wel een vrijwillige: dat hoorde erbij en dat werd fatsoenlijk gevonden”.

Deze korsetten waren alleen weggelegd voor de rijken: arme vrouwen moesten immers werken en in zo’n korset kon een vrouw nauwelijks bewegen, laat staan lichamelijke arbeid verrichten. “Yvette” was speciaal gemaakt om kleding te etaleren. Haar lichaamsvorm was niet reëel. Toch wilden vrouwen dat lichaam.

José Teunissen

Modellen met scheve tanden

Het vak van mannequin ontwikkelde zich rond 1900. Rijke vrouwen bezochten in die tijd regelmatig couturehuizen om voorbeeldjurken van ontwerpers te bekijken. Mannequins en soms de naaisters zelf, toonden de voorbeeldjurken. Later stuurden couturiers de mannequins naar buiten, om in parken of opera’s bepaalde creaties te showen. Volgens José Teunissen, modelector aan de hogeschool voor de kunsten in Arnhem, was model geen respectabel beroep. Het vak had geen aanzien en er hing een dubieuze sfeer omheen. Vaak lieten actrices en demi-monde hoeren de nieuwe kleding zien.

De couturier Poiret organiseerde in 1910 de eerste modeshow als publieke presentatie voor ‘n groter publiek. Hij gaf daarmee de aanzet voor de opkomst en ontwikkeling van het modellenvak. Dat stelde toen nog niets voor. Mannequins wisten niet hoe ze moesten lopen op de catwalk. Ze draaiden onzeker rond, struikelden over hun sleepjes en verdwenen het liefst zo snel mogelijk weer achter de gordijnen. Ze keken onwennig in de camera en presenteerden zich verre van uitdagend.

Couturiers stelden nog geen eisen aan de fysieke schoonheid van de modellen. Een model met scheve tanden en flaporen kon best een jurk showen. Maar vrouwen besteedden wel degelijk aandacht aan hun uiterlijk. Ze kochten hulpstukken om aan het ideale figuur te voldoen. Populair waren Bust improvers , om de omvang van de borstpartij te verbeteren en brassières, onderlijfjes om de vorm of positie van de boezem te veranderen.

la Garconne

Platmakers en Make-up

Vrouwen kwamen een stuk zelfstandiger de Eerste Wereldoorlog uit. Ze hadden zich jarenlang zonder man kunnen redden, toen die vocht aan het front. Bij dit zelfstandige beeld van de vrouw, paste ook een nieuw schoonheidsideaal. De etalagepop “La Garconne” belichaamde in de jaren twintig dit nieuwe ideaal. Deze jongensachtige pop had de uitstraling van een vrijgevochten, vrijgezelle jongedame, met een slank figuur en kort haar. Helaas was dit ideaal voor vrouwen rond de veertig niet haalbaar. Hun lichamen waren dankzij het korset zo vervormd, dat ze zich deze nieuwe vormen niet meer konden aanmeten. De stevige boezem verdween als ideaalbeeld. Voortaan moest een vrouw van voren plat zijn. Maar een rondborstige jonge vrouw zorgde er met “platmakers” voor dat het er allemaal wat platter uitzag.

De invloed van de opkomende filmindustrie veranderde opnieuw het beeld van de vrouw. De gevierde en plompe actrices uit het theater maakten plaats voor een beweeglijke, jeugdig ogende verschijning. Dat kwam op het doek veel beter over. Als gevolg van de juiste belichting kwamen gezichten perfect naar voren. Ook aan tanden, neuzen, mondvormen en haargroei kon men inmiddels van alles doen. De cosmetica maakte het af en veranderde gezichten in mooie maskers.

Filmsterren als Greta Garbo en Marlene Dietrich toonden zich als perfecte schoonheden, het ideaalbeeld voor menige vrouw. De filmindustrie stelde nieuwe eisen waar het vrouwenlichaam aan diende te voldoen. Vrouwen mochten niet dik zijn. De camera registreerde immers elk rolletje vet. Dietrich en Garbo waren dan ook permanent op dieet. Slank werd een dwingend schoonheidsideaal. In de etalages verschenen etalagepoppen gemodelleerd naar slanke filmsterren. 

Modellen op de catwalk wilden ook voldoen aan het ideale plaatje en lieten bijvoorbeeld kiezen trekken om jukbeenderen beter naar voren te laten komen. Modellen kregen het vak rond 1930 onder de knie. Ze perfectioneerden het lopen, kregen er lol in en genoten van het feit dat de camera of het publiek naar hen keek. Ze kregen controle over hun lichaam en durfden uitdagend de camera in te kijken. Het onzekere leek verdwenen en het model bepaalde zelf op welke manier zij zich presenteerde. Voortaan was het modellenvak een serieus beroep.

Wat het figuur betrof kwam het accent te liggen op de natuurlijke vormen van het vrouwenlichaam. De bustehouder was geen onbelangrijk hulpstuk in die jaren. Lichaamsvervorming maakte plaats voor lichaamsondersteuning. Naast de beha kwam ook de “step- in” op de markt; een elastische heupgordel zonder sluiting. Voor zwaardere figuren verschenen er heupgordels van rubber.

New Look

Wespentaille en opblaasbare- bh

De New Look van Christian Dior in 1947 was revolutionair. Dior legde het accent op vrouwelijke rondingen met een hoge, volle buste, in combinatie met een zéér slanke taille, ook wel de “wespentaille”. Vrouwen moesten opnieuw een korset gaan dragen om zo’n taille te krijgen. Dat kon met het speciale taillekorsetje, ook wel de guêpière of waspie. Bij dit nieuwe vrouwbeeld hoorden bijpassende maten. Dior bestelde voor zijn modehuizen in Parijs en New York daarom etalagefiguren met specifieke maten: een borstomvang van 89, een taille van 53 en een heupwijdte van 88 centimeter. De maten van een “normale” pop waren 85-58-88 ! Maar het dictaat vanuit Parijs was krachtig.

De Hollandse vrouw bleef in eerste instantie vrij nuchter onder deze nieuwe Parijse normen. Nederlandse vrouwenbladen verklaarden dat de New Look vooral gold voor de vrouwen van Parijs. Hollandse vrouwen waren “anders” en hielden niet van frivoliteiten. Toch stonden in een mum van tijd ook de Nederlandse etalages vol met figuren voorzien van een wespentaille. Meestal in combinatie met de volumineuze rondingen van een “pin-up”-girl.

Het grote voorbeeld was Marilyn Monroe, met haar spitse borstvorm. De meeste vrouwen ontbeerden helaas die ideale borstvorm. Hun redding was de opblaasbare beha. Deze beha had aan de binnenzijde losse, plastik ballonnetjes. Deze kon de vrouw met een rietje opblazen al naar gewenste puntigheid. Niet alleen de borsten kregen hulp, maar met de “step- in”, corseletten, korsetten en zelfs torseletten deden vrouwen alle moeite om aan het ideaalbeeld te voldoen. De cosmetica-industrie maakte “schoonheid” ook voor de massa toegankelijk.

39227775

Van gewone vrouw tot Miss World

Miss verkiezingen raakten populair eind jaren vijftig. De wedstrijd om de mooiste van het land, of zelfs van de hele wereld te worden, werd serieus. Ex-model Corine Rottschäfer raakte toevallig verzeild in deze wereld van de missverkiezingen. Ze woonde in Amsterdam en ze had wel eens verhalen gehoord over mannequins die het niet zo nauw namen met de zeden. Rond dat vak hing een negatief luchtje. Maar dat was ook geen wereld die zij ambieerde. Tot de eigenaar van een Amsterdams café haar aanraadde om toch mee te doen aan de Miss-Holland verkiezing. Corine Rottschäffer: “Ik vond dat doodeng en weigerde. Hij bezocht toen mijn ouders, benadrukte hoe mooi hij mij vond en dat ik echt mee moest doen. Mijn moeder vond dat ik de kans moest grijpen. Zij was trots en herhaalde dat zij “altijd al gezegd dat zij een mooie dochter had”. Corine Rottschäfer ging overstag en presenteerde zich als kandidaat Miss-Holland. Dat gebeurde in een klein, donker zaaltje in Hotel Krasnapolski: “Ik moest in een zwempak voor allemaal mensen een rondje lopen. Dat vond ik doodeng. Het was in die tijd helemaal niet gewoon om je in badpak aan anderen te tonen. Ik ben nog nooit zo zenuwachtig geweest. Dat is ook het enige dat ik me ervan herinner”.

Toch won Corine de verkiezing. Zij werd de nieuwe Miss-Holland. Ze kreeg de smaak te pakken. Daarna volgden de verkiezing tot Miss-Europe, Miss-Universe en in 1959 zelfs tot Miss-World. Een teleurgestelde en jaloerse Amerikaanse miss kon dat maar moeilijk verkroppen en beschuldigde Corine ervan dat ze haar beha had opgevuld, om haar borsten groter te doen lijken……

Nadat het behalen van haar wereldtitel bleef Corine nog een tijd in Amerika. Ze kon gratis in het Hilton verblijven, op voorwaarde dat ze iedere dag een uurtje rond het zwembad van het hotel wilde liggen. Dat was goede reclame voor het Hilton-Hotel.

De opkomst van televisie en reclame leidde ertoe dat ook in Nederland modellen inmiddels zeer gewild waren. Niet alleen voor modeshows, maar ook in reclamespotjes voor rookworsten bijvoorbeeld. Omdat de meisjes er geen cent mee verdienden, richtte Corine in de jaren zestig haar eigen modelagentschap op. Zij leverde modellen, maar ze stelde ook voorwaarden en regels vast, zodat de meiden niet waren overgeleverd aan de opdrachtgevers.

Corine selecteerde modellen op basis van hun uitdrukking en hun fotogenieke aanleg. “Je zag direct of een meisje talent had. Een goed model is fotogeniek. Die basis is altijd hetzelfde gebleven. Ik lette bij de selectie op "een lekker lachje" en “een lekker mens". Een model moest inzetbaar zijn voor zowel babymelkreclame als voor haute-culture”.

Etalagepop Twiggy

‘Twiggy” in V&D

Spijkerbroeken, t-shirts, hakken en shawltjes bepaalden het modebeeld in de jaren zestig. Het dwingende karakter van het mode dictaat uit Parijs was verdwenen. Iedereen liep in kleding die men zelf lekker vond zitten. Dat kon een minirok zijn, een tweedehands trui of een Afghaanse jas. Voortaan was Londen het nieuwe centrum van de mode, met haar futuristische, jonge en dynamische uitstraling. Nieuwe boetiekjes, waar popmuziek en mode samensmolten, kwamen bij tientallen tegelijk op. Ook in de etalages verschenen nieuwe etalagefiguren. De Britse Adel Rootstein liet de etalagepoppen modelleren naar bestaande modellen. Ingrid Plug, importeur van Rootstein-etalagefiguren in Nederland ziet duidelijk het verschil met andere etalagepoppen: “Rootstein-figuren zijn zo realistisch en anatomisch zo perfect en levensecht; voor mij echt het mooiste dat er is!”.

De jonge mode stelde nieuwe eisen aan het vrouwenlichaam. Voortaan was Twiggy, het broodmagere model van 17, het grote voorbeeld. Haar lichaam was volkomen tegengesteld aan de lichamen van de modellen die haar voorgingen. Ze was klein en mager en had zeer smalle heupen en hele kleine borsten. Haar kinderlijke en schuwe voorkomen was razend populair. Als de dag van gister herinnert Ingrid Plug zich dat ze in de jaren zestig als etaleur bij V&D te maken kreeg met de etalagefiguur Twiggy: “Ik vond het geweldig! Dat was een bekend model, een heel speciaal mens, het was een eer om met deze “Twiggy” in de etalage te werken!”

Er kwam ander ondergoed op de markt: kleurige setjes van beha’s en slipjes. Onder de minirok kwam de panty, een broekje met kousen eraan vast. En er kwamen nieuwe vormen van ondersteunend ondergoed, step-in broekjes. Dit ondergoed zat veel gladder om het lichaam, vanwege een nieuw synthetisch elastisch vezel lycra. Dit maakte verstevigde delen en baleinen overbodig. Beha’s verschenen wel in alle soorten en maten en ontwikkelden zich tot het meest fundamentele ondersteunende ondergoed. Praktisch elke vrouw droeg een bh.

Etalagepop Joan Collins

Het ideaal gespierde lichaam van Joan Collins

Vrouwen gingen steeds dwangmatiger met hun eigen lichaam om, ondanks het juist vrijere modebeeld uit de jaren zestig. Zij bleven hunkeren naar het ideale lichaam en hadden daar opnieuw alles voor over. Eind jaren beschikte Joan Collins, bekend van de televisieserie Dynasty, over dat ideale lichaam. Zij speelde in die serie Alexis, de op wraak beluste ex van Blake Carrington. In deze rol groeide ze uit tot sekssymbool en icoon van de vrouwelijke onafhankelijkheid. Uiteraard verscheen ook haar model als etalagefiguur. Met haar handen tot vuisten gebald in haar zij, keek zij hooghartig vanuit de etalage de wereld in, met een blik: “wie doet me wat!” Haar lichaam was 25 centimeter langer en veel natuurlijker dan dat van haar voorgangster Twiggy. Het accent lag op de spieren, zodat het lichaam vooral veel kracht uitstraalde. Collins was duidelijk het product van de jaren zeventig, waarin de natuurlijke lijnen van het slanke lichaam favoriet waren. Vrouwen droegen nauwelijks nog ondersteunend ondergoed en deden zelfs de beha in de ban. Het gespierde lichaam had immers geen ondersteunend ondergoed meer nodig.

Vooral zwaardere vrouwen gingen massaal over op sporten om het ideale figuur te verkrijgen, vooral aerobics was populair. Bovendien gingen veel vrouwen op dieet. Volgens Sjouk Hoitsma, conservator van het Historisch Museum Rotterdam, was dit slanke, fitte en dynamische lichaam van Joan Collins een uiting van kracht, zelfdiscipline en zelfbewustzijn. Dat was het schoonheidsideaal van de jaren tachtig. Dik zijn was voortaan een teken van gebrek aan zelfdiscipline.

Etelagepop Dianne Brill

Partyondergoed en siliconenimplantaten

Urenlang dansten de feestgangers op de housefeesten van de jaren tachtig in beha’s, topjes en bustiers, partyondergoed dat bij duizenden over de toonbank ging. De popster Madonna gaf daar een impuls aan, tijdens haar “Blond Ambition Tour”. Zij pronkte op de podia met schitterende korsetten, ontworpen door Jean Paul Gaultier. Het accent van het vrouwenlichaam verschoof in de jaren negentig opnieuw naar de borsten.

Ingrid Plug showt in haar garage de bijpassende etalagefiguur uit die tijd, gemodelleerd naar Dianne Brill, het rondborstige sekssymbool uit die tijd. Het lichaam van Brill had exact de lijn van een pin-up uit de jaren vijftig, maar dan met een borstomvang van 98 centimeter! De verkoop van de beugel- en de push-up beha, steeg verschrikkelijk snel. Elke vrouw wilde immers voldoen aan het nieuwe ideaalbeeld. Vrouwen die ongelukkig waren met hun te kleine borsten, lieten siliconen borstimplantaten inbrengen. In 1999 waren dat in Nederland zo’n 30.000 vrouwen en wereldwijd tussen de 1 en 2 miljoen vrouwen. 80 % koos daarvoor uit esthetische overwegingen. Met alle gezondheidsrisico’s van dien.

Etalagepop Line

“Line” lijkt normaal

De best verkochte etalagefiguur in Nederland was “Line”, een op het eerste gezicht hele normale pop, passend bij de standaard Nederlandse norm.
Sjouk Hoitsma vraagt zich af of deze Line echter wel zo normaal is: “als je naar de exacte maten kijkt van de heupomvang, de borstomvang en de taille, dan blijkt normaal anders te zijn. Haar verhoudingen kloppen niet, want haar heupen zijn smaller dan maat 34; normaal is echt anders”. Line laat opnieuw een niet realistisch schoonheidsideaal zien. Bij Line is moeilijk te zien wat er precies niet klopt. Ze paste perfect in het plaatje dat vrouwen graag van zichzelf zien. Ook op de catwalks doen mannequins hun uiterste best om op deze Line te lijken. Modellen groter dan 1,75 met maatje 36. Superslanke wezens dus, oftewel: broodmager. Toch willen jonge meisjes maar al te graag op deze supermodellen lijken. Zij sparen kosten noch moeite om aan dat onrealistische, extreem dunne schoonheidsideaal te voldoen. Met het gevolg dat vrouwen die volgens normale berekeningen ondergewicht hebben, toch aan de lijn doen.

Eetziektes zoals anorexia vervingen orgaanziektes die het korset veroorzaakte. Toch blijven vrouwen hardnekkig geloven in onmogelijke schoonheidsidealen, zoals voorgespiegeld door Line. Vrouwen zien hun eigen lichaam als abnormaal, onnatuurlijk en afwijkend en niet het lichaam van de etalagepop of het anorectische topmodel. Om aan het ideaal te voldoen onderwerpen ze zich ook maar wat graag aan plastische chirurgie.

Ruby

“Een grote gok is weer in”

“Nieuwe Miss Brazil eigenlijk een creatie van plastisch chirurg”. Zo luidt de kop boven een artikel uit NRC-Handelsblad in maart 2001. In het artikel staat dat de bewuste miss vier keer onder het mes ging en negentien kleinere procedures op haar lichaam liet uitvoeren. Ze liet overtollig lichaamsvet wegzuigen met behulp van liposuctie en kreeg een andere kin, neus en oren. Bovendien liet zij haar borsten vergroten.

Schoonheidskoninginnen proberen duidelijk alles om de schoonste van het land of zelfs van de wereld te kunnen worden. Lieten vrouwen zich begin 19e eeuw nog strak insnoeren, een eeuw later laten ze door middel van plastische chirurgie nieuwe borsten aanbrengen. En voor de vrouwen die zelfs dan nog ongelukkig zijn, is de oplossing het photoshoppen. Elke oneffenheid wordt met nieuwe fototechnieken weggepoetst, opdat het resultaat nog mooier en perfecter is.

Volgens Rijkus Krabbendam, oprichter van de Model-Academy in Goudriaan, is dat het nadeel van de moderne tijd. Het nieuwe schoonheidsideaal is veel “te glad” en “te saai”. Als gevolg van alle technieken lijken alle modellen op elkaar! Hij constateert “verveling over the top” en “photoshop-moeheid”. Als reactie op deze monotone ontwikkeling, zoekt men nu internationaal naar imperfecte modellen. Het Afrikaanse fotomodel Alek Wek past in die trend; zij is niet moeders mooiste en heeft bijvoorbeeld een hele grote neus. Toch groeide zij uit tot internationaal topmodel. Het accent in de modellenwereld verschuift naar onvolkomenheden. Het afwijkende komt centraal te staan.
Volgens Rijkus Krabbendam mag een fotomodel vandaag “een grote gok” hebben. Bij de selectie van de meisjes voor de modelopleiding, let hij vooral op het individuele en het bijzondere: “Als een meisje voldoet aan het klassieke schoonheidsideaal, betekent dat niet automatisch dat ze de selectie doorkomt”.

Modellen zijn klonen van elkaar geworden, beaamt Jose Teunissen. Ook haar valt het op dat ontwerpers de laatste tijd modeshows organiseren, met de nadruk op het afwijkende. Niet uitsluitend figuren als Naomi Campbell showen de mode, maar ook dikke mensen en lilliputters lopen tegenwoordig in shows over de catwalks. Ook in de reclame is die tendens zichtbaar. De Body Shop gebruikte enige tijd gelden “Ruby” als mascotte in hun reclamecampagne. Op een ansichtkaart was Ruby te zien met vetrollen, hangborsten en een enorme buik. De tekst luidde: “Er zijn drie miljard vrouwen die er NIET uitzien als supermodellen. Met behulp van Ruby wil de Body Shop het gevoel van eigenwaarde onder deze vrouwen versterken”.

Maar ondanks dit soort campagnes en ondanks de monotone hedendaagse modellen, zal het nog jaren duren voor het afwijkende norm wordt. Tot die tijd zullen de eeuwige jeugd en de extreme magerte overheersen. Hoe onrealistisch het ook mag zijn, vrouwen lijken vooralsnog liever op de dunne Line met haar onmogelijke maten, dan op de dikke Ruby.

Andere Tijden, 7 februari 2008, Ideale Figuur, modellen
Credits
  • Regisseur
    Godfried van Run
  • Researcher
    Mirjam Gulmans
  • Schoonheidsidealen door de jaren heen.
    Mirjam Gulmans
Geïnterviewden Bronnen
  • Sjouk Hoitsma
    Sjouk Hoitsma

    Conservator mode en textiel Historisch Museum Rotterdam

  • Ingrid Plug
    Ingrid Plug

    Handelaar Roostein etalagefiguren

  • Corine Rottschäfer
    Corine Rottschäfer

    Miss World in 1959

  • Moeders Mooiste

    Liesbeth Woertman, Moeders mooiste: de schone schijn van het uiterlijk (Lisse 2003).

  • ‘De vrouw van haar voetstuk’

    José Teunissen, ‘De vrouw van haar voetstuk’, in: José Teunissen (red.), De ideale vrouw (Amsterdam 2004).

  • ‘Het ideale lichaam van etalagefiguren. Geen last van zwaartekracht’

    Sjouk Hoitsma, ‘Het ideale lichaam van etalagefiguren. Geen last van zwaartekracht’, Kostuum 2007: Jaaruitgave van de Nederlandse Vereniging voor Kostuum, Kant, Mode en streekdracht (2007) 37-48.