Meer verdieping op het gebied van geschiedenis? Kijk op NPOFocus.nl
↳ Enter om te zoeken
15 november 2007

De BVD

Andere Tijden 15 november 2007 Spion winkelruit
Bekijk Video
26 min

Voor de Tweede Wereldoorlog had ons land nooit veel gedaan aan contra-spionage. Buitenlandse spionagediensten hadden daarom in Nederland zo ongeveer vrij spel. Maar nadat we in de bezetting uit die waan waren geholpen en we in de Koude Oorlog waren gerold, nam Nederland kordate stappen om die blinde vlek op te vullen. En toen bleek dat de Russen in het westen al jaren een fijnmazig netwerk van agenten hadden rondlopen. Nederland neemt daarop maatregelen: in 1949 wordt de BVD opgericht. De BVD krijgt de taak de soevereiniteit van ons land te waarborgen en de democratische rechtsorde te beschermen. In de praktijk betekent dat dat de BVD zich richt op het communistische gevaar. En dat is zowel de dreiging vanuit Moskou, alsook de dreiging vanuit Amsterdam, waar onze eigen Communistische Partij Nederland (CPN) zetelt.

Dick Engelen

De eerste directeur van de dienst, L. Einthoven, noemt het "de wereldproblematiek van het communisme." Daarmee zag de BVD zich in de eerste plaats als een organisatie die een taak had te vervullen in de Koude Oorlog. Die Koude Oorlog tussen de BVD en de communisten duurt tot en met de val van de Muur in 1989. Tussen de jaren '49 en '89 heeft het communisme op geen enkel moment onze soevereiniteit bedreigd, laat staan onze democratische rechtsorde ondermijnd. Het voormalige communistische blok maakt tegenwoordig voor een groot deel uit van de Europese Unie en de NAVO. En de CPN is opgegaan in een fatsoenlijke burgerlijke partij: GroenLinks. Maar in 1949 had niemand dat nog kunnen bedenken.

In het vandaag verschenen boek "Frontdienst" geeft Dick Engelen, BVD-medewerker van het eerste uur, een geschiedenis van die dienst in z'n geheel. Hij zoomt bovendien een paar keer fascinerend in op onze omgang met geheim agenten uit het Oostblok.

 

 

Operatie Diepvries

Als de stofwolken van de Tweede Wereldoorlog in 1945 zijn opgetrokken, is er een nieuwe realiteit ontstaan in Europa. In de gebieden die door de Sovjet-Unie zijn bezet, worden al snel communistische marionetregeringen geïnstalleerd. Na Duitsland is er nu een nieuwe vijand: de Sovjet-Unie. De angst in ons land wordt goed zichtbaar als in 1948 in Tsjechoslowakije de communisten de macht grijpen. Waar de CPN de gang van zaken luid toejuicht, protesteert de meerderheid van de Nederlandse bevolking tégen het rode gevaar.

De communisten worden gezien als een vijfde colonne die bij een eventuele aanval van de Russen in actie kan komen. In 1949 had CPN-leider Paul de Groot nog geroepen dat mochten de Russen binnenvallen, ze de steun van zijn partij zouden krijgen. Daarom wil de BVD die vijfde colonne zo goed mogelijk in kaart te brengen.

Het kabinet Beel neemt een reeks maatregelen tegen het rode gevaar. Een daarvan is het ambtenarenverbod: communisten kunnen niet meer in overheidsdienst treden. Een andere is de invoering van de “Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag”. Die “Wbbbg” gaf de overheid de gelegenheid om in tijden van spanning leden van de CPN en gerelateerde organisaties te interneren. De lijst met personen van deze zogenaamde “Operatie Diepvries” telde 8.000 namen, voornamelijk CPN’ers. Dick Engelen: “In dubbel verzegelde enveloppen gingen eens in de twee jaar geactualiseerde lijsten naar de Commissarissen van de Koningin, die in tijden van crisis de namen weer doorspeelden aan de burgemeesters in hun provincie.”

Zo wordt de CPN bespioneerd, afgeluisterd en geïnfiltreerd. Daarbij schakelt de dienst informanten in die door middel van lidmaatschap van de partij belangrijke informatie boven water moeten halen. Engelen: “We volgden de CPN op de voet. Een bevriende boekhandel leverde dagelijks 25 exemplaren van De Waarheid discreet af. Daarnaast werden het partijkantoor in Amsterdam, Felix Meritis en het huis van CPN-voorman Paul de Groot afgeluisterd. De microfoon in het huis van De Groot was trouwens naast de klok in de muur weggewerkt. Je hoorde namelijk altijd die klok tikken.”

Molukse acties

Dick Engelen kijkt met enige nostalgie terug op zijn eerste schreden bij de BVD. “In 1966 ben ik bij de dienst gekomen. Ik solliciteerde op een advertentie in de krant: “Bedrijf in het westen van het land zoekt…” Ik was toen net afgestudeerd aan de Universiteit Utrecht en was anti-communist. Iets waarmee ik me in die tijd niet populair maakte onder leeftijdsgenoten. Ik vond het hartstikke spannend! Na mijn reactie kreeg ik een envelop met zwarte binnenkant toegezonden. Als snel besefte ik dat het wel eens de BVD zou kunnen zijn. Ze zochten iemand met interesse voor politieke en sociale onderwerpen. Dat leek me wel wat.”

Al snel wordt hem duidelijk dat de BVD het communisme nog steeds als grootste dreiging ziet en dat de dienst op allerlei manieren is toegerust om die dreiging af te wenden. Daarmee laat het echter andere, latente dreigingen links liggen.

De radicalisering van de Molukse jeugd bijvoorbeeld, eind jaren zestig, jaren zeventig. Engelen geeft dat ruiterlijk toe: “We werden verrast door de acties van de Molukkers. Al in 1970, vlak voor het staatsbezoek van Soeharto aan Nederland, hadden we wel enig besef van activiteiten onder Molukkers. Maar het was voor ons moeilijk er vat op te krijgen. Infiltreren was nauwelijks mogelijk. Uiteindelijk hebben we veel mensen aangenomen die Indonesisch spraken om telefoontaps uit te werken.”

Ondanks de claim van de dienst dat voorkomen is dat koningin Juliana wordt ontvoerd (in een rijtje waarin ook Den Uyl, Van Agt en de selectie van Ajax worden genoemd) vonden er in 1975 wel de beruchte treinkapingen en gijzelingen plaats. Deze bloedige acties heeft de BVD niet kunnen voorkomen. Dick Engelen: “Het positieve van die zaak is toch dat toenmalig directeur Kuipers verklaarde dat de dienst er toch van alles aan heeft gedaan. Hij zei zelfs: ‘We kunnen meer doen, maar dat willen we niet.’ Daarmee implicerend dat ze geen Stasi-methoden willen toepassen en van Nederland geen Stasi-maatschappij wilde maken.” Ook de BVD weet en kent zijn grenzen.

De radicalisering van de Molukkers en de wijze waarop de BVD hierop reageerde, doet tegenwoordig sterk denken aan de radicalisering van islamitische jongeren van de afgelopen jaren. Ook nu lijkt het moeilijk om ingangen te vinden in de kleine groepen en is het taalprobleem een belemmerende factor.

Van BVD naar AIVD

Met de val van de Muur eindigt voor de BVD een tijdperk. De grote dreiging is plotseling verdwenen. De CPN speelt geen rol van betekenis meer in de Nederlandse politiek, al was dat eigenlijk al sinds het einde van de jaren zeventig het geval. De agenten die zijn geïnfiltreerd, moeten uit de partij worden gehaald. Dat daar mensen bij zijn die dan vooraanstaande posities bekleden, blijkt uit het feit dat deze mensen er enkele jaren voor nodig hebben om hun operaties af te wikkelen. Tegelijkertijd ontstaat er onder directeur Docters van Leeuwen meer openheid over de dienst die in die jaren een naamsverandering ondergaat: van BVD naar AIVD. Zo kunnen oud-communisten hun dossiers (zij het gecensureerd) inzien.

Oud CPN partijlid Joop IJsberg kijkt met gemengde gevoelens terug. “We zijn jarenlang gevolgd door de BVD en we leerden daar mee leven. Maar het heeft ook heel veel mensen enorm belast. Mensen werden onder druk gezet, bang gemaakt hun baan te verliezen of op een andere manier schade berokkend. We werden staatsgevaarlijk genoemd maar er is nog nooit enig bewijs daarvoor geleverd dat dat zo was. Achteraf kun je alleen maar zeggen dat het een krankzinnige operatie was die op een volstrekt ondemocratische wijze is uitgevoerd.”

Uiteraard blikt Engelen positiever terug op de geschiedenis van de BVD. Een simpele kwalificatie van goed of slecht is volgens hem niet aan de orde. De dienst heeft zich behoorlijk van haar taak gekweten en heeft zich bewust door de politiek laten leiden. Ook al bleef de parlementaire controle aan het eind van de Koude Oorlog beperkt, van een staat in een staat was bij de BVD geen sprake.

Luutsen de Vries
© nvt

Een aardige Oost-Duitser

Luutsen de Vries heeft wel iets weg van een oudere James Bond. Behalve een markante kop heeft hij ook dat Britse, dat beleefd gereserveerde. Een Martini “shaken, not stirred” zou hem niet misstaan. Maar bij onze ontmoeting drinkt hij gewoon thee. Ook verder is hij een stuk bescheidener dan wat past bij het klassieke beeld van de spion. Toch was hij dat wel, althans, hij was dubbelspion. Tijdens de Koude Oorlog deed De Vries alsof hij spioneerde voor de Oost-Duitse Stasi, terwijl hij in het geheim alles doorbriefde aan de BVD. Zo kreeg de Nederlandse geheime dienst een interessant inkijkje in de werkwijze van de Oost-Duitse vijand.

Het begon allemaal in 1978. Luutsen de Vries had een tijdelijk baantje op het Ministerie van Defensie, als onderdeel van zijn dienstplicht. Hij was 25 jaar. Op een receptie raakte hij aan de praat met de tweede secretaris van de Oost-Duitse ambassade, ene heer Behrenrot. Het was een leuk gesprek en de Oost-Duitser vroeg of ze later nog eens verder konden praten. De Vries herinnert zich: “Hij wilde gewoon eens wat informatie uitwisselen over hoe het in Oost-Duitsland eraan toe ging. En hij wilde allerlei dingen weten over het Westen.” De Vries zocht er aanvankelijk niets achter. “Ik dacht gewoon: dat is een aardige vent. Ik kan me voorstellen dat zij eens een keer willen hoe het nou in het Westen toegaat vanuit hun ambassade. En ik vond het wel leuk om eens te weten hoe het nou in het Oosten allemaal gebeurde.”

Voor de vorm meldde hij bij terugkeer op het Ministerie toch maar even dat hij met Behrenrot had gesproken. De Vries: “Toen heb ik dat contact gemeld bij de Veiligheidsofficier. Die zei: ‘Ik vind het prima dat je contact hebt met mensen uit Oost-Duitsland, maar let erop, Oost-Duitsers mogen eigenlijk in principe geen contact hebben met Nederlanders zo in de burgermaatschappij. Dus als ze dat tóch doen, zoals in jouw geval, houd er dan rekening mee dat er wat achter kan zitten’.” Vanaf dat moment was De Vries op zijn hoede, maar hij sprak wel opnieuw af met de Oost-Duitser. Er volgden meer gesprekken, afspraken en dineetjes. Ook toen De Vries een baan kreeg als jurist bij het Nederlands Genootschap van Leraren. Hij zat niet meer op het ministerie, maar blijkbaar bleef hij interessant voor de Oost-Duitsers. Toen besloot hij de BVD op te bellen.

Hallo en verder niets

De Vries: "Er stond een of ander nummer in de telefoongids, een heel klein regeltje: Binnenlandse Veiligheidsdienst. Dat heb ik gebeld en toen kreeg ik een juffrouw aan de telefoon, die zei: 'Hallo'." Verder niets. Zo gaat dat bij de AIVD, nog steeds: namen worden niet genoemd. Dus als je wel een naam hoort, dan kun je er donder op zeggen dat hij vals is.

De oude BVD-contactpersoon van De Vries stelt zich voor als "Pieter". Vanuit de BVD begeleidde hij een aantal jaren de dubbelspionage van De Vries, intern bekend als "Operatie Vaandelaar". Hij is trots op de operatie en op "zijn" agent. "Het was een gave operatie. Het had alle elementen van de klassieke contraspionage in zich." Met achtervolgingen, stiekeme filmopnames, geheime opbergplekken, valse paspoorten en uiteindelijk de arrestatie van een echte Oost-Duitse spion in Nederland.

Zes jaar duurde de operatie, van 1978 tot 1984. De Vries had de rol nooit gezocht, maar hij bleek een getalenteerd spion, waar de BVD buitengewoon blij mee was. Intelligent, rustig, koelbloedig en vooral: hij liet zich niet verleiden tot overhaaste reacties. Pieter: "Hij reageerde lekker secundair. En hij had ook fysiek iets mee: Luutsen bloost niet snel. Stel je zit in Oost-Berlijn en iemand [van de Stasi, red.] gaat tegenover je zitten en zegt: 'Jij werkt voor de BVD. We weten het.' Als je dan bloost..."

Het ging allemaal heel geleidelijk. De Oost-Duitsers kwamen eerst met onschuldige vragen over het (linkse) studentenleven in Nederland, over de vredesbeweging en met praktische vragen als: hoe open je hier een bankrekening? De Vries schreef naar aanleiding van elke vraag een rapportje. Gaandeweg werden de opdrachten serieuzer. De Vries kreeg een geavanceerde camera van de Stasi, waarmee hij geheime documenten van zijn oude ministerie moest fotograferen. Dat deed hij keurig, behalve dan dat de BVD vooraf zorgvuldig selecteerde welke "geheime" documenten hij mocht prijsgeven.

Luutsen de Vries en Ludwig

Opbouwagent

De Vries heeft in de loop der jaren verschillende Stasi-contactpersonen gehad. Het was zaak om op vriendschappelijke voet met hen te blijven, want ze mochten natuurlijk geen argwaan krijgen. In één geval hoefde De Vries wat dat betreft niet te acteren, want met de Oost-Duitse zakenman “Ludwig” had hij oprecht een goede band. Ludwig was DDR-handelsafgevaardigde voor de Benelux. Officieel handelde hij in communistisch glaswerk en keramiek. Onofficieel kluste hij bij voor de Stasi. Eind 2007 zagen Ludwig en Luutsen de Vries elkaar weer voor de opnames van Andere Tijden, in een verregend vakantiepark in de buurt van Zwolle. De twee mannen hadden elkaar ruim 25 jaar niet gezien of gesproken, maar het weerzien was uiterst hartelijk. Des te opvallender, omdat ze elkaar destijds consequent hebben voorgelogen.

Ludwig woont al lang weer in voormalig Oost-Duitsland en is inmiddels met pensioen. Hij wil niet herkenbaar in beeld, omdat er in Duitsland volgens hem nog steeds een “heksenjacht” gaande is op oud-medewerkers van de Stasi. Daar wil hij zijn familieleden niet graag aan bloot stellen. Toch schaamt hij zich niet, sterker nog, hij is eigenlijk wel trots op zijn geheime dienst-verleden. Hij verklaart: “Ik was overtuigd DDR-burger; ik was overtuigd communist. En ik was bereid iets voor mijn land te doen, toen ze me vroegen.” Zijn doel: Luutsen zozeer voor de Oost-Duitse zaak winnen, dat de Nederlander terug zou gaan naar het Ministerie van Defensie om van daaruit door te stoten naar de NAVO in Brussel. BVD-agent Pieter legt uit: “De Vries was een ‘opbouwagent’. Iemand die zij helemaal opleiden en de kant uitsturen die zij willen. De Oost Duitsers hadden daar heel veel tijd voor over en investeerden daar ook veel in.”

Ludwig: “Ik had de opdracht om een jong en intelligent iemand te vinden, die open stond voor ons. Iemand die we zo konden ‘opbouwen’ dat hij voor onze doelen zou kunnen worden ingezet. Toen ben ik me intensief met Luutsen bezig gaan houden en dat heb ik natuurlijk niet op een harde, politieke manier gedaan. Ik heb geprobeerd menselijk contact met hem te krijgen.’ Dat leek heel aardig te werken. Luutsen en Ludwig zagen elkaar veel. Wandelingen, uitjes naar de dierentuin, en vooral heel veel etentjes. Op kosten van de Stasi natuurlijk. De Vries herinnert zich met glinsterende ogen de heerlijke etentjes in Restaurant Engels, in Rotterdam. De live muziek, de geflambeerde ossenhaas, de heerlijke wijn… “Dat vergeet ik nooit.” Dan zegt Ludwig: “Maar ik had daarbij steeds een doel.” De glimlach verdwijnt van het gezicht van De Vries. “Wat dan?” Ludwig: “Jou. Jou te winnen voor onze zaak.”

Alle twee speelden ze een spel. De Vries: “Aan de ene kant liet ik ze zien dat ik positieve elementen zag in het communisme. Bijvoorbeeld als je denkt aan ziektekostenvoorzieningen, dat zijn zaken waarin je zegt: daar moeten we met zijn allen voor elkaar voor zorgen. Die zaken benadrukte ik ook. Ik heb het natuurlijk niet gehad over het verderfelijke regime, over het feit dat in Oost-Duitsland mensen vluchtten naar het Westen en dat mensen doodgeschoten werden aan de grens. Hoewel ik dat wel wist. Maar dát hield ik natuurlijk, om het contact goed te houden, achter mijn kiezen.”

Honderd meter hoogte

De Stasi ging niet over één nacht ijs. Na vijf jaar, in september 1983, mocht De Vries eindelijk op bezoek komen in Oost-Berlijn. De hoge bazen wilden hem ontmoeten. De Stasi zorgde voor de reispapieren: een West-Duits paspoort op naam van Jan Erik Clausen, wonend in Aken. Toen werd het voor het eerst echt spannend voor De Vries, want als het mis zou gaan kon de BVD weinig voor hem doen aan de andere kant van de Muur. De Vries: "Je voelt je toch een soort James Bond, die eens eventjes in het hol van de leeuw terecht komt." Hij sliep met zijn toenmalige Stasi-contact in één kamer en vreesde dat hij 's nachts in zijn slaap zou gaan praten.

Maar hij werd pas echt zenuwachtig toen de Stasi-mannen hem meenamen op een uitje naar de Fernsehturm, de beroemde zendmast in Oost-Berlijn. "Wij stonden op een gegeven moment daar helemaal bovenin, op ruim honderd meter hoogte met alleen een railinkje dat je van de afgrond scheidt. Links en rechts van mij stond iemand van de Stasi. Ik dacht: als zij in de gaten hebben dat ik een dubbelspel speel, pakken ze me allebei bij een been en dan lig ik straks honderdzoveel meter lager. Op dat moment, dan ben je bang."

Zover kwam het gelukkig niet. De Vries wist ook de Berlijnse Stasi-agenten te overtuigen van zijn loyaliteit aan de communistische zaak. Maar na het bezoek aan Oost-Berlijn veranderde wel de sfeer van de contacten. De Vries kreeg een nieuwe Stasi-agent, Günther Beinecke. Die nam geen genoegen met een etentje en een rapportje van tijd tot tijd. De Vries: "Hij werd heel dwingend. Er werden gewoon termijnen gesteld: binnen een half jaar wil ik je op Defensie zien." Met smoesjes hoefde hij niet meer aan te komen. Toen besloot De Vries dat het genoeg was. Hij wilde helemaal niet op Defensie werken en al helemaal niet bij de NAVO. Bovendien had hij inmiddels een gezin, dat hij niet in gevaar wilde brengen.

Maar hoe neem je ontslag als spion? Daar wist Pieter van de BVD wel raad op. Hij besloot twee vliegen in een klap te slaan: een dubbele arrestatie. Op 10 maart 1984 werden Luutsen de Vries en Günther Beinecke samen gearresteerd, tijdens een wandeling in Delft. Pieter: "Het was een bewuste keuze om het zo te doen, om toch ook Beinecke het gevoel te geven dat De Vries helemaal aan hun kant stond." De Vries werd natuurlijk meteen weer vrijgelaten, maar Beinecke zat nog een tijd vast. Hij is uiteindelijk uitgeruild tegen een Nederlander en een West-Duitser die in de DDR vastzaten op verdenking van spionage.

Jan Masereeuw

Kalte Füsse

Toen Ludwig hem een paar jaar eerder had gevraagd, of hij ooit door de BVD was benaderd, had De Vries lachend gezegd: "Ik heb ze gisteren nog gesproken!" Wat ook zo was. Na de arrestatie in 1984 kreeg de Stasi door dat De Vries naar de BVD was overgestapt. Ludwig was op dat moment in de DDR. "Wij dachten dat hij 'kalte Füsse' had gekregen." Gevraagd naar zijn persoonlijke reactie toen hij het nieuws hoorde zegt hij: "Mag ik het in het Duits zeggen? Scheisse!" De ontdekking had voor Ludwig ook een praktische consequentie: hij mocht niet meer reizen in het Westen. Nu zijn gezicht bekend was bij de vijandelijke veiligheidsdiensten, was het risico te groot om hem opnieuw uit te zenden. Ludwig moest tot de val van de Muur, in 1989, achter het IJzeren Gordijn blijven.

Tijdens het gesprek begint Ludwig zich geleidelijk te realiseren dat hij al veel eerder belazerd is, namelijk vanaf de eerste ontmoeting met De Vries. Ludwig: "Je hebt toch niet vanaf het begin als dubbelagent gewerkt, of wel?" De Vries, een tikje zenuwachtig: 'jawel'. Heel even is het stil, en dan gaat Ludwig gewoon door over de Stasi alsof er niets aan de hand is. Die jarenlange spionnentraining is niet voor niets geweest. Maar hij is ook veranderd: "Na de val van de Muur heb ik gemerkt: zo vijandig als we ze hadden ingeschat, zulke vijanden waren het eigenlijk niet. En nu hoor ik erbij. Nu woon ik ook in de NAVO, in de Europese Unie. Zo zijn de tijden veranderd. En de communisten van toen, die zijn er niet meer."

Tekst en research: Hasan Evrengün en Laura van Hasselt
Samenstelling en regie: Paul Ruigrok

Credits
  • Hasan Evrengün
  • Laura van Hasselt
  • Paul Ruigrok
Geïnterviewden Bronnen
  • Luutsen de Vries
    Luutsen de Vries
  • Dick Engelen
    Dick Engelen
  • Jan Masereeuw
    Jan Masereeuw
  • Luutsen de Vries. Dubbelspion voor BVD en Stasi

    Igor Cornelissen, ‘Luutsen de Vries. Dubbelspion voor BVD en Stasi’, Vrij Nederland 21 december 1991.

  • Frontdienst. De BVD in de Koude Oorlog

    Dick Engelen, 'Frontdienst. De BVD in de Koude Oorlog', Uitgeverij Boom, Amsterdam, 2007

Vragen?

Heeft u vragen, ideeën of opmerkingen?

Neem dan contact op met de redactie: