Meer verdieping op het gebied van geschiedenis? Kijk op NPOFocus.nl
↳ Enter om te zoeken
zondag 25 augustus 2019

Stokstraat

Andere Tijden 18 oktober 2007 Stokstraat
Bekijk Video
27 min

Van prachtwijk naar probleemwijk
Het Stokstraatkwartier, in het hart van Maastricht, is een van de oudste stedelijke stukjes van Nederland. Opgravingen hebben verschillende Romeinse bouwwerken blootgelegd, waaronder de thermen, ofwel een openbaar badhuis. In de zeventiende en achttiende eeuw werd de buurt volgebouwd met grote herenhuizen, met op de binnenhoven huisjes voor de bedienden en stallen voor het vee. Met de opkomst van de industrie in de negentiende eeuw trok de gegoede burgerij weg naar nieuwe “villawijken” en werd de Stokstraat en omgeving het domein van de arbeiders. De herenhuizen van weleer raakten bevolkt met grote gezinnen die met elkaar niet alleen de enige kraan op de begane grond deelden, maar ook de “poepdoos”, het toilet dat niet veel meer was dan een plank met een gat en een ton eronder. Gaandeweg kwamen er ook meer cafés en logementen, werkterrein voor “dames van plezier”. Het Stokstraatkwartier werd een buurt waar de burgerij van Maastricht met een grote boog omheen liep. De politie vertoonde zich er alleen maar met meerdere manschappen tegelijk.

Plannen voor het aanpakken van de buurt werden al voor de Tweede Wereldoorlog gemaakt, maar de oorlog zelf verhinderde een verdere uitwerking. Rondom de buurt kwamen bordjes te hangen waarop het Duitse soldaten verboden werd de straten binnen te gaan. De aantrekkingskracht van de prostituees was niettemin groot. De gepensioneerde stadsarchivaris van Maastricht, Toon Jenniskens, verhaalt van Duitse militairen die hun bezoek aan de Stokstraat niet meer konden navertellen. Ze werden ontkleed aangetroffen in de aangrenzende Maas, beroofd van alle bezittingen. In de Stokstraat werd dat gezien als “een daad van verzet”.

37154425

Een avontuurlijke jeugd
Johnny Blenco, zanger van het Maastrichtse lied, groeide op in het Boschstraatkwartier, een arbeidersbuurt niet ver van de Stokstraat. Hij weet nog dat hij als jongetje af en toe zijn vader uit een café in de Stokstraat moest gaan halen en dat hij “illustere figuren als de Rooie Tina en de Lange Lies bezig zag hun klandizie binnen te halen.” Op verzoek van voormalige bewoners heeft hij later een lied geschreven over de buurt, waarin hij de cafés en de bijnamen van de bezoekers in herinnering roept en vooral de warmte die de buurt vroeger bezat.

Voor Jo Voorst, wiens grootouders een café bezaten in de Stokstraat, vormt die warmte ook een belangrijk deel van zijn herinnering. De sfeer in het café aan het begin van de avond, als hij er eten kreeg en een glas donker bier, de klanten van diverse pluimage, de biervaten die met paard en wagen werden gebracht: het zijn beelden die Jo Voorst koestert. Het was voor hem ook spannend als echtelijke ruzies openlijk werden uitgevochten, met serviesgoed dat in scherven op straat terechtkwam.

“Vliegende schotels,” zo omschrijft Corrie Kempeners het serviesgoed van haar tante Marie. Corrie werd geboren in de Stokstraat, ze groeide op met vijf broers en zussen in een groot herenhuis dat per kamer werd verhuurd. Op hun verdieping woonden nog twee andere gezinnen met vier en twee kinderen en daaronder twee gezinnen met negen en dertien kinderen. Binnen was nauwelijks ruimte, spelen deden ze altijd op straat. “Touwtje springen, knikkeren, kaatsen, verstoppertje, nalopertje, iedere drie maanden was er wat anders. In de winter gooiden ze water en dan was er een glijbaan. Dat kon hier allemaal.” Corrie vindt dat ze een hele goede jeugd heeft gehad. Alles werd gedeeld, er was grote solidariteit met elkaar.

Dat vind Roos Damen ook. Zij werd geboren aan het andere einde van de Stokstraat en ook in hun pand woonden verschillende gezinnen. Die deelden met z’n allen één kraan en de poepdoos op de binnenplaats. Roos had zeven broers en een zusje en met hun ouders hadden ze de beschikking over twee tochtige en vochtige kamers. Maar de slechte woonsituatie is voor Roos van ondergeschikt belang bij de terugblik op haar jeugd. “We waren, voor mijn idee dan, een beetje rijk. We hadden altijd te eten. Er waren ballen, rolschaatsen, niet nieuw, maar we hadden het. We hebben altijd ouders gehad die ons knuffelden, die lief waren en die ons gegeven hebben wat ze konden.” De buurt was spannend, alles gebeurde op straat. Roos herinnert zich wel dat haar ouders haar daarvoor probeerden af te schermen: zij mocht ’s avonds niet buiten spelen. Corrie evenmin en ook Jo moest op tijd naar bed. Maar als kind kreeg je toch het nodige mee van dronkemansgelal, ruzies en vechtpartijen. Net als het vage besef dat je uit een buurt kwam die in de ogen van “nette” Maastrichtenaren niet deugde

Pater Castorius

Maatschappelijk werk in actie
“Er is vannacht weer ruzie geweest in de Stokstraat, er ligt veel gebroken serviesgoed. Om acht uur vertelde onze misdienaar dat zijn vader en moeder ook ruzie hebben gehad. Vader wou moeder met een mes doodsteken, maar opoe was er tussen gekomen,” zo is te lezen in een van de dagboekjes van de Franciscaner pater Castorius Groothuis. Direct na de Tweede Wereldoorlog huurde de pater een kamer bij de familie Reneerkens op de hoek van de Stokstraat en de Plankstraat. Hij zag het als “de mooiste kans om het probleem van de onmaatschappelijkheid te bestuderen.”

De buurt bekeek hem aanvankelijk met grote achterdocht. Maar zijn open en joviale karakter viel moeilijk te weerstaan. Castorius wilde “een buurman” zijn, een man die naast en niet boven hen stond en hij slaagde daar wonderwel in. Hij organiseerde een eindeloze hoeveelheid activiteiten voor de jeugd. Hij regelde een kelder, eigendom van de nabijgelegen Onze Lieve Vrouwe Basiliek, en daar kwam een knutselclub, een toneelclub, een zangclub, er werden bokslessen gegeven, en op zaterdagavond waren er altijd filmvoorstellingen.”Roy Rogers, Winnetou, de Dikke en de Dunne,” weet Corrie Kempeners zich nog te herinneren. Bij de film mochten de jongens en meisjes samen kijken, alle andere activiteiten waren gescheiden.

De naoorlogse zorgen over een jeugd die opgroeide in bandeloosheid schemeren duidelijk door in de dagboekaantekeningen van de pater: “Het probleem van de opgroeiende jongens en meisjes wordt steeds urgenter en de ouders tonen te weinig begrip. De meisjes moeten eerder en beter voorgelicht worden, dat is onze overtuiging. ‘s Avonds in de club ontbreekt weer hetzelfde stel. 14-15-16 jaar. Wij maken ons hierover veel zorgen.” Naast de jeugd ontfermde de pater zich ook over die gezinnen die door werkloosheid, alcoholisme of domme pech helemaal geen inkomsten meer hadden. Hij stopte ze geld toe en bemiddelde bij andere maatschappelijke instanties zoals de Vincentiusvereniging, die liefdadigheid vanuit een christelijke traditie beoefende. Daarnaast werd er ook vanuit de gemeente het nodige georganiseerd, zeker met het oog op de sanering van de buurt. De plannen daarvoor werden begin jaren vijftig weer opgepakt, tezamen met de gedachte dat er aan de “onmaatschappelijkheid” van de Stokstraatbewoners wat gedaan moest worden.

Roos Daamen

Het stigma verhuist mee
In 1952 verscheen een rapport waarin werd gesteld dat Maastricht zo’n 1200 “onmaatschappelijke gezinnen” telde. Een deel daarvan woonde in het Stokstraatkwartier en zou moeten verhuizen. De vraag was of men deze gezinnen het beste kon verspreiden over de hele stad of dat het beter was om ze samen in één buurt te zetten, met heel veel begeleiding van het maatschappelijk werk en de kerk. Dat laatste moest het zijn, zo oordeelde bijvoorbeeld pater Castorius, die lid werd van de adviescommissie die de gemeente instelde. Hij hoopte dat de saamhorigheid en solidariteit van de buurt ook na een verhuizing bewaard kon blijven.

Het bleek ijdele hoop. Wat wel bleef was het stempel “onmaatschappelijk” of “a-sociaal”, zoals het in de jaren zestig ging heten. Zo kreeg “De Ravelijn” net zo’n stigma als voorheen het Stokstraatkwartier. De Ravelijn was net als Witte Vrouwenveld een nieuwbouwwijk waar een deel van de Stokstraatbewoners naar toe werd gestuurd. Lang niet iedereen wilde verhuizen. De gemeente, die gaandeweg eigenaar werd van bijna alle panden in de Stokstraat, dwong mensen te vertrekken door bijvoorbeeld te stellen dat de woning onbewoonbaar verklaard was. Wat de huizen in de praktijk al een tijd waren, al werd er nog huur voor gevraagd.

Roos Damen weet dat haar moeder ophield met huur betalen toen ze erachter kwam dat hun huis onbewoonbaar verklaard was. Het gezin kwam vervolgens te boek te staan als wanbetaler. Uiteindelijk gingen ook zij naar Witte Vrouwenveld en kwamen in de herinnering van Roos terecht “in een heel groot huis met vier slaapkamers en een badkamer, dat was wel vreemd.” Er waren in Witte Vrouwenveld maatschappelijk werksters aangesteld die de gezinnen uit de Stokstraat moesten leren omgaan met een wc die je kon doortrekken, met de aparte keuken, de aparte badkamer. Hygiëne was een sleutelwoord, en netheid en opgeruimdheid. Zaken die in de verkrotte woningen van de Stokstraat onmogelijk te verwezenlijken waren. Het leek prachtig, maar Roos weet dat haar moeder al snel moeite kreeg met de nieuwe buurt. De onderlinge sociale controle was er een stuk minder en voor mevrouw Damen was het daarom moeilijker haar gezag over de kinderen te laten gelden: “Mijn moeder had een heel goed ideaal van opvoeding, maar dat is in die andere wijk naar de klote gegaan. Sorry dat ik het zo zeg. Maar daar was alles losgeslagen.”

Bob Sweering

Een nieuwe ‘city’: sanering met behoud van het goede
Het gerenoveerde Stokstraatkwartier werd in het voorjaar van 1973 geopend door Prins Claus. Er verscheen gelijktijdig een lijvig boekwerk waarin de hoofddirecteur Openbare Werken van Maastricht, Jacques van de Venne schreef: “Het Stokstraatgebied anno 1953: een stadsdeel met erbarmelijke woningtoestanden, maatschappelijke achterstand en sociale ellende, amper verborgen achter gevels van vaak monumentale allure. Het Stokstraatgebied anno 1973: een gebied met exclusieve winkels, ‘gekwalificeerde bewoners’ en instellingen van importantie, waarvan de allure mede wordt bepaald door de charme van zijn gerestaureerde of vernieuwde oude gevels.” Van de Venne was trots op “zijn” werk, op het feit dat hij voor Maastricht een nieuwe “city” had gemaakt, zoals hij het noemde.

Het plan was in de jaren vijftig ook bijzonder. In veel andere steden werden oude buurten toen niet gerestaureerd, maar met de grond gelijk gemaakt waarna er nieuwbouw verrees. Licht, lucht en ruimte moest er komen. Dat werd in het Stokstraatkwartier bereikt door de vele bouwsels in de achtertuinen en binnenplaatsen te slopen. Het aanzien aan de straatzijde moest zoveel mogelijk gehandhaafd blijven.

Bob Sweering, opvolger van Jacques van de Venne, noemt de bemoeienis van Monumentzorg als factor van groot belang bij de renovatie. Die bekeken elk detail op de bouwtekeningen. Sweering kwam in 1959 naar Maastricht en begeleidde het hele bouwtechnische proces in de Stokstraat. Hij kijkt eveneens met trots en tevredenheid terug. Dat de sfeer van toen is verdwenen vindt Sweering niet meer dan logisch. De krotten moesten worden opgeruimd en het is prachtig dat de monumenten zijn gebleven.

De probleemwijk is pronkwijk geworden
“Het is nu zo net en schoon geworden, de buurt is nu helemaal niet meer oud. Maar de ziel van toen die is verdwenen en zonder die ziel is het zo koud.” Het zijn de laatste woorden van het lied dat Johnny Blenco heeft geschreven over de Stokstraat. De voormalige bewoners zeggen het hem eensgezind na: de ziel is verdwenen. Dat is vanaf het begin ook de uitdrukkelijke bedoeling van de renovatie geweest. Het Stokstraatkwartier mocht niet langer een volksbuurt zijn waar lief en leed op straat werden gedeeld. Dat was “onmaatschappelijk”. De buurt moest een nieuw karakter krijgen: een winkelbuurt met aanzien en allure.

Anno 2007 heeft het Stokstraatkwartier inderdaad aanzien en allure, al heeft het heel lang geduurd voor het zo ver was. Stadsarchivaris Toon Jenniskens weet nog dat het na de opening in 1973 heel moeizaam ging. Er waren dure winkels, maar die sloten al snel hun deuren bij gebrek aan klanten. Pas toen het economische tij meezat, in de jaren negentig, konden winkels met luxe-goederen voldoende omzet behalen. Of daarmee een ziel is teruggekeerd, is de vraag. Jenniskens: “De ziel is uit alle winkelcentra in Nederland gegaan, omdat de bovenverdiepingen niet meer worden bewoond. De huurprijs per vierkante meter is dusdanig dat je niet een stuk van je winkel kunt afscheiden om een extra opgang te maken voor bewoners.”

En dus gebaart Roos Damen nu naar een winkelruit als ze vertelt waar de deur van hun woning was en zegt: “Daar, bij die spiegel, daar was de wenteltrap naar boven.”. De huidige Stokstraat roept bij haar geen warm gevoel op: “Het is niks dan lege hulzen, het is allemaal Maastricht wil prestige. Flauwekul. Als je hier kijkt, er is nergens iets wat leeft. Ze hebben het leven er uit gehaald en dat is zonde.”

Jo Voorst

Beeldmateriaal
Voor het programma is gebruikt gemaakt van de vele foto’s die Wiel Speth heeft gemaakt in de tweede helft van de jaren vijftig. Speth was een van de jonge mannen die pater Castorius hielp bij het jeugdwerk, fotografie en film waren zijn hobby. De mensen in de Stokstraat kenden hem en poseerden zonder bezwaar voor zijn foto’s, iets wat een beroepsfotograaf niet makkelijk zou zijn gelukt. Speth heeft ook enkele 8mm films gemaakt van de vakantiekampen die de pater organiseerde. Als proef zijn daarbij ook enkele shots in de straat zelf gedraaid. Verder is gebruik gemaakt van een aflevering van het programma Van Gewest tot Gewest uit 1973 en een langere film van de KRO uit 1967 over sanering van krottenwijken in Nederland “In Holland staat een huis”. Deze film is in de Week van de Geschiedenis in zijn geheel te zien via het kanaal “/Geschiedenis”.

Credits
  • Research
    Karin van den Born
  • Regie
    Gerda Jansen Hendriks
Geïnterviewden Bronnen
  • Toon Jenniskens
    Toon Jenniskens

    oud-stadsarchivaris

  • Johnny Blenco
    Johnny Blenco

    geboren in de stokstraat

  • Corrie Kempeners
    Corrie Kempeners

    geboren in Stokstraat

  • Jo Voorst
    Jo Voorst

    kwam als kind veel in de Stokstraat

  • Bob Sweering
    Bob Sweering

    Openbare Werken Maastricht

  • Roos Damen
    Roos Damen

    geboren in de Stokstraat

  • Stokstraatgebied Maastricht. Een renovatieproces in historisch perspectief

     Gemeente Maastricht. “Stokstraatgebied Maastricht. Een renovatieproces in historisch perspectief” (1973).

Vragen?

Heeft u vragen, ideeën of opmerkingen?

Neem dan contact op met de redactie: