Meer verdieping op het gebied van geschiedenis? Kijk op NPOFocus.nl
↳ Enter om te zoeken
19 oktober 2006

Hongaarse vluchtelingen

Hongaarse vluchtelingen
Bekijk Video
29 min

Jòzsef Orban is terug van een bezoek aan de Hongaars-Oostenrijkse grens. Hij wilde na vijftig jaar nog eens de plek zien waar hij op veertienjarige leeftijd als vluchteling zijn geboorteland verliet. “Ik had het niet verwacht maar ik ben daar een kwartier lang totaal kapot geweest.” Alles kwam boven bij het zien van de brug die hij samen met z’n ouders overstak; de moeizame tocht door de bossen en het moeras voordat ze de grens bereikten, de angst voor de Russische militairen, maar vooral ook alle ellende van de periode daarvoor. Destijds was hij nog erg jong en zijn leven in Nederland, waar hij samen met ongeveer drieduizend andere Hongaren in 1956 terecht kwam, ging gewoon weer door. Maar de herinneringen aan de bijzondere periode in zijn jeugd, die samenviel met een duistere periode in de geschiedenis van Hongarije, komen naarmate hij ouder wordt steeds vaker terug.

In de greep van dictators

Een verslagen vijand

De gebeurtenissen in Hongarije tijdens de opstand van oktober 1956 waren dramatisch. Even flikkerde de hoop dat het Hongaarse volk zichzelf kon bevrijden van de communistische dictatuur. Dat bleek niet het geval. Na twaalf dagen greep de Sovjetunie hardhandig in en rolden de tanks door de straten. De opstand werd bloedig onderdrukt. Opnieuw kregen de Hongaren de terreur te verduren waar ze al sinds mensenheugenis onder leden. Want qua vrijheid waren de Hongaren weinig gewend.

In 1919 greep de rechtse dictator Horthy in Hongarije de macht. Zijn bewind was meedogenloos; oppositie werd gewelddadig de kop ingedrukt. Horthy sleurde, als bondgenoot van Hitler, Hongarije mee in de Tweede Wereldoorlog. Het land vocht zij aan zij met de Duitsers tegen de Russen. Maar in september 1944 werd Horthy, omdat hij de nederlaag voelde aankomen en vrede wilde sluiten met de Sovjetunie, door de Duitsers vervangen door een nieuwe dictator: Ferenc Szálasi. Deze zetbaas van de nazi’s ging zo mogelijk nog erger tekeer dan Horthy en voerde een waar schrikbewind. Maar de nederlaag waar Horthy voor had gevreesd naderde: Russische troepen rukten op naar Hongarije.

Op Kerstavond 1944 arriveerden de Russen in Boedapest. Aanvankelijk werden ze binnengehaald als bevrijders, maar al snel bleek de zogenaamde bevrijding niet meer dan een nieuwe vorm van terreur. Het Sovjetleger trok plunderend door het land en de soldaten verkrachtten honderden vrouwen. Het Hongaarse volk moest op alle mogelijke manieren ondervinden dat ze een ‘verslagen vijand’ was. Complete fabrieken en honderden machineparken verdwenen naar de Sovjetunie, een derde van de goud- en zilvervoorraad werd in beslag genomen en daarnaast eiste Rusland ook nog eens enorme bedragen aan herstelbetalingen. Jozsef Orban: “Ik ken de verhalen van mijn ouders. Al heel vroeg na de komst van de Russische militairen reden lange goederentreinen richting Moskou. De bezetters misdroegen zich in alle opzichten.”

De rode ster
De rode ster

Communisten nemen de macht

In de ban van de rode ster

Stalin besloot juist in dit land een experiment uit te voeren. Hoewel Hongarije in feite in de greep was van de Russen, installeerde Moskou niet onmiddellijk een marionettenregering zoals in de andere Oostbloklanden. Op 4 november 1945 werden er zelfs vrije verkiezingen uitgeschreven. De Communistische Partij haalde slechts 17% van de stemmen. Desondanks namen de communisten deel aan de coalitieregering en op die plek wisten ze steeds meer vat te krijgen op het leven in Hongarije. Daarbij speelden de zogenaamde ‘Moskovieten’ een grote rol: een groep van ongeveer driehonderd Hongaarse communisten die jarenlang in Russische ballingschap had geleefd. Zij kwamen in 1945 met de Russische troepen mee en hadden de opdracht om binnen twee of drie jaar de macht over te nemen.
Die felbegeerde onbeperkte macht kwam, na gemanipuleerde verkiezingen en de nodige intriges, inderdaad binnen drie jaar. Vanaf 1948 was Hongarije in de ban van de rode ster. Jozsef Orban: “In de loop van 1948 is in feite een eind gemaakt aan alle oude structuren van Hongarije. De katholieke kerk werd zwaar onder druk gezet, de scholen werden genationaliseerd en het grondbezit werd aangetast.” Mátyás Rákosi, leider van de communistische partij, was de nieuwe dictator. Hij ontpopte zich als een ware despoot en Hongarije werd onder zijn bewind in de jaren vijftig de meest onderdrukkende dictatuur van het Oostblok. Alle trucs van leermeester Stalin kwamen daarbij te pas. Zo werden mensen van jongsaf gedrild in het communistische gedachtengoed. Joszef Orban stribbelde, zo klein als hij was, tegen. “Vanaf 1949 was het verplicht om lid te zijn van de communistische jeugdbeweging: de Pioniers. Ik weigerde dat. Elke schooldag begon met het zingen van de Internationale. Nou, dat deed ik niet. De consequentie was dat ik fysiek werd mishandeld.”

Iedereen moest zich voegen in het systeem. Je werd niet geacht individuele wensen te hebben, laat staan dat ze werden gehonoreerd. Laios Takacs was iets ouder dan Orban en wilde in de jaren vijftig graag studeren voor sterrenkundige of atoomfysicus. Dat was altijd al zijn hobby. Maar op dat moment was er behoefte aan apothekers en dus stuurde de overheid hem tegen zijn zin naar een apothekersopleiding. Julia Wieg leefde als jong meisje in Boedapest: “Je moest goed leren op school. Maar waarvoor? Wat was je toekomst?” Ze kwam uit de bourgeoisie en haar familie was tot klassenvijand bestempeld. Dat betekende dat ze nergens recht op hadden en, in het ergste geval, slachtoffer werden van willekeur en vervolging.

Permanente angst

Verzekeringsagenten, huurophalers, meteropnemers en schoorsteenvegers

De Hongaarse bevolking onder het bewind van Rákosi leed verschrikkelijk onder de permanente angst. De dictator had namelijk de KGB perfect gekopieerd. In Hongarije heette de geheime dienst de AVH en de organisatie was niet minder efficiënt dan haar Russische evenknie. Wanneer je eenmaal in handen van de AVH kwam, had je een groot probleem. Het hoofdkwartier in Boedapest herbergde cellen en folterkamers met allerhande martelwerktuigen: van zwepen, knuppels en nagelpersen tot elektroden. Gruwelijk was een zuurbad in de kelder, waarin het stoffelijk overschot van slachtoffers werd gedompeld en vervolgens op het stadsriool geloosd.

De straf behelsde niet altijd de martelkamer. De AVH kende vele varianten om mensen aan te pakken. Om het minste of geringste werd je opgepakt. Soms belandde je in de gevangenis of in een interneringskamp. De moeder van Julia Wieg kwam zes maanden in de gevangenis omdat ze uit pure armoede haar eigen gouden armband verkocht. Dat mocht niet. “Ze hebben haar ‘s nachts weggehaald. Ik bleef met veertien jaar helemaal alleen achter en wist niet waar mijn moeder was. Ze had net zo goed naar Rusland getransporteerd kunnen zijn, naar Siberië.” Willekeur regeerde. Soms was het pure feit dat je tot klassenvijand bestempeld was voldoende reden om elk moment te verwachten dat er ‘s nachts een vrachtwagen voor je deur stopte. Laios Takacs maakte het mee dat de hele familie van een vriend van hem werd meegenomen. Ze werden als staatsvijandig bestempeld alleen omdat de vader voor de oorlog, en dus onder een niet-communistisch systeem, ambtenaar was geweest.
Iedereen in Hongarije leefde daardoor in angst en vol wantrouwen. Takacs: “ Je zag buren afgevoerd worden. Altijd in auto’s met de gordijntjes dicht. En die mensen kwamen nooit meer terug. Dat was zeer effectief, heel intimiderend.”
Overal waren spionnen actief die de elke ‘overtreding’ aan de AVH rapporteerden. De geheime dienst rekruteerde bij voorkeur verzekeringsagenten, huurophalers, meteropnemers, schoorsteenvegers. Maar ook de buurvrouw of een collega kon als verklikker werken. Niemand was te vertrouwen. Zelfs in het eigen gezin was je soms niet helemaal veilig. Jozsef Orban: “Het ergste wat je kunt meemaken, is dat je vierentwintig uur per dag je hele leven lang niemand kunt vertrouwen.”

Demonstraties oktober 1956
Demonstraties oktober 1956

Op naar de revolutie

Opluchting bij een sterfdag

De grote dictator die in het Oostblok alles bepaalde en ook de Hongaarse dictator Rákosi kon maken en breken, bleek, in weerwil van de propaganda, sterfelijk. Stalin overleed maart 1953. Julia Wieg herinnert zich: “Het was één van de gelukkigste dagen in mijn leven. Stalin werd al die jaren met beelden, met rode sterren en met alle mogelijke foto’s aan ons opgedrongen. En als zo iemand sterft... Ik was blij.” Jozsef Orban spoelde op zijn school portretten en bustes van Stalin door het toilet. Het was een vermetele daad die niet onbestraft bleef. Maar rode en pijnlijke billen van de slaag met takkenbossen had hij er wel voor over.
De opluchting bleef niet beperkt tot Stalins sterfdag. Na zijn dood kwam er geleidelijk een aantal veranderingen op gang. De Sovjetunie stond aan de satelietstaten in het Oostblok meer ruimte toe om een eigen politiek te voeren. Moskou spoorde Hongarije zelfs aan een collectief leiderschap in te stellen zoals na de dood van Stalin ook in de Sovjetunie was gebeurd. Imre Nagy werd benoemd als nieuwe premier en verving daarmee de tiran Rákosi (die overigens wel partijleider bleef). In een speech kondigde Nagy zijn ‘Nieuwe Koers’ aan: politieke gevangenen kregen amnestie, interneringskampen werden afgeschaft en de collectivisering van de landbouw zou worden teruggedraaid. Er was duidelijk sprake van een verzachting van het beleid. Op universiteiten en onder intellectuelen werd een stuk openlijker gesproken. Dit alles had tot gevolg dat de weerstand tegen de Russen juist toenam. Er werd openlijk verlangend naar nog meer vrijheid en echte democratie. Het omgekeerde gebeurde. In Moskou wisselde de stemming: in april 1955 werd Nagy terzijde geschoven en kreeg Rákosi weer de macht. Hongarije was bijna terug bij af. Ditmaal pikten Hongaarse intellectuelen het echter niet meer: er volgde verzet tegen de Stalinistische Rákosi. Kortstondig slaagde Rákosi er nog in dit verzet te breken door strenge censuur en repressie. Maar in 1956 kreeg de Hongaarse oppositie steun uit onverwachte hoek: op het twintigste partijcongres van de Communistische Partij hield de nieuwe Russische leider Chroetsjow een rede waarin hij openlijk de wandaden van Stalin veroordeelde. Dat bleek olie op het vuur. Binnen de Hongaarse Communistische Partij durfden steeds meer mensen, waaronder de groep rond Nagy, kritiek te hebben op Rákosi en aan te dringen op hervormingen. In Hongarije zou het communisme zich moeten omvormen tot socialisme met een menselijk gezicht.

Moskou voelde de heersende onrust en deed weer een greep: Rákosi werd als partijleider vervangen door Gerö. Maar Gerö kon de boel niet meer redden. Langzamerhand had de Hongaarse bevolking schoon genoeg van de manipulaties vanuit Moskou. Toen de Russen vervolgens in Polen optraden bij een demonstratie van arbeiders, was de maat vol.
Op 22 oktober kwamen studenten, schrijvers en andere intellectuelen bijeen. Ze formuleerden een lijst van zestien eisen. In grote lijnen was het een steunbetuiging aan de nieuwe koers van Nagy. Daarnaast wilden ze dat Hongarije uit het Warschau-pact trad. Tenslotte riepen ze op tot een massale demonstratie de volgende dag om steun te betuigen aan de Polen.

Er wordt geschoten op de geheime dienst
Er wordt geschoten op de geheime dienst

De Opstand

De langverwachte uitlaatklep

Julia Wieg: “Ik liep naar huis en ik zag die mensenmenigte in de demonstratie. Ik hou niet van veel mensen bij elkaar maar deze keer bleef ik met open mond kijken. Het waren allemaal jonge mensen en ik was ook jong. Ik ging snel naar huis naar mijn moeder want ik wist niet wat er aan de hand was. Veel goeds verwachtte ik er niet van.” Op 23 oktober kwamen in Boedapest massaal mensen op de been voor de demonstratie. Aanvankelijk verliep deze vreedzaam, maar toen de AVH optrad en mensen arresteerde, braken er gevechten uit. Een deel van de Hongaarse militairen koos de kant van de demonstranten en daarmee ontaardde de demonstratie in een ware veldslag: aan beide kanten werden vuurwapens in stelling gebracht.
Om de gemoederen te bedaren werd dezelfde dag nog in allerijl Nagy tot premier benoemd. Maar het revolutionaire vuur had zich ondertussen al razendsnel verspreid. Niet alleen in Boedapest maar ook in andere steden en dorpen kwamen mensen de straat op: de opgekropte haat tegen de AVH vond eindelijk een uitlaatklep. Overal vielen talloze doden en gewonden. De wreedheid was van beide kanten immens. Leden van de geheime dienst werden soms door de bevolking gelyncht. Dode Russische soldaten liet men gewoon op straat liggen. Omgekeerd schoot de AVH hele menigtes mannen, vrouwen en kinderen neer zonder aanzien des persoons. Jozsef Orban zat op een internaat in de stad Györ, waarnaar de revolutie ook was overgeslagen. “Ik ging met een paar vrienden de stad in. Vlakbij de kazerne van de beruchte AVH was een zwaar gevecht uitgebroken. Een vriend van me klom op een brug, waar hij meteen vanaf werd geschoten. Het was de allereerste keer dat ik werd geconfronteerd met het verlies van een vriend.”

Na een paar dagen van hevige gevechten (partijleider Gerö was inmiddels vervangen door Janos Kadar) kondigde Nagy op 28 oktober een wapenstilstand af. Hij beloofde een ware democratie: een meer-partijen-stelsel en vrije verkiezingen. Ook vroeg hij de Sovjetunie de troepen uit Hongarije terug te trekken. Toen daaraan geen gehoor werd gegeven, stapte Hongarije eenzijdig uit het Warschau-pact. Aan de Verenigde Naties vroeg Nagy de neutraliteit van zijn land te beschermen. Even leek de vrijheid nabij. Het Russische leger trok zich terug.

Hoop wordt wanhoop

“Hier spreekt Imre Nagy.”

Julia Wieg zag Budapest in een paar dagen veranderen in een chaos. Dode Russische soldaten zaten verkoold en wel nog achter het stuur van hun wagens. Trams reden niet meer. Overal lag puin. En toch was ze, na de rede van Nagy, blij. “We waren neutraal, voor de eerste keer in de historie.
Het was gewoon onvoorstelbaar, na zo’n onderdrukking en na een oorlog. We waren eigenlijk stom dat we erin geloofden. Maar we waren blij.” Hongarije had zich op eigen kracht ontworsteld aan een jarenlange dictatuur.
Uiteraard kon Moskou de jongste ontwikkelingen in Hongarije niet door de vingers zien; het Oostblok dreigde uiteen te vallen. In de hele vroege ochtend van 4 november reden verse Russische troepen met tanks de straten van Budapest binnen. Om 5.20 uur deed Imre Nagy via de radio een dramatische oproep: “Hier spreekt Imre Nagy. Vanochtend in alle vroegte hebben Sovjettroepen de aanval op onze hoofdstad ingezet, met de kennelijke bedoeling de wettige, democratische Hongaarse regering omver te werpen...” Maar niemand snelde te hulp. Veel Hongaren hadden gehoopt op internationale steun. Jozsef Orban: “Na 1953 heeft het Westen heel intensief propaganda gevoerd tegen het communisme. Ik herinner me dat er bijna dagelijks vanuit het Westen via luchtballonnen pamfletten over Hongarije zijn gestrooid. Zelfs radiozenders zijn gedropt om ons daarmee te voorzien van informatie. Dus dan verwacht je ook dat het Westen je concreet gaat helpen. Maar dat is niet gebeurd, hetgeen het vertrouwen in het Westen behoorlijk heeft gedeukt. We leerden dat het Westen alleen maar ingrijpt als het om economische belangen gaat. En Hongarije was geen economisch belang.”
De overmacht van de Russen was overweldigend en ze waren meedogenloos. Tanks hobbelden over alles, dood of levend, heen en jachtvliegtuigen beschoten rebellenhaarden. In twee dagen waren de opstandelingen verslagen. Daarna begonnen onder leiding van Moskou de arrestaties. Imre Nagy ontsprong de dans niet. Hij werd gearresteerd en ter dood gebracht.

Hongarije was daarmee weer terug in het communistische gareel. Laios Takacs: “Toen die Russische tanks zo massaal binnen kwamen, had je het gevoel dat alles verloren ging. Het is bijna niet te beschrijven. Wij hebben even de smaak van de vrijheid mogen proeven, maar het is allemaal voor niks geweest. Al die mensen waren omgekomen voor niks. En je wist dat het daarna allemaal nog erger zou worden. Meer mensen in de gevangenis en meer mensen die stiekem werden afgemaakt door de geheime politie.” Duizenden Hongaren besloten de gebeurtenissen niet langer af te wachten en het land te verlaten. Voor de vader van Jozsef Orban was vluchten bijna een vanzelfsprekendheid: als commandant van de plaatselijke opstandelingen moest hij voor zijn leven vrezen. Toch was het niet makkelijk het vaderland te verlaten. “Het is de enige keer geweest dat ik mijn vader heb zien huilen...”

Vluchtelingen bij de grens
Vluchtelingen bij de grens

In het Vrije Westen

Chocola, bananen en sinaasappels

De laatste kilometers voor de Oostenrijks-Hongaarse grens moesten de vluchtelingen te voet afleggen; de tocht ging door bosrijk en moerassig gebied waar de Russische tanks niet konden komen. Orban: “Hoe dichter je bij de grens kwam, hoe zenuwachtiger je werd. Je wist niet of er nog Russische militairen waren. Maar we hadden geluk: op de brug bij de grens waren Hongaarse militairen die ons zelfs hebben toegezegd dat ze ons zouden begeleiden zodat we niet in handen van de Russen zouden vallen. Overigens, toen wij op die militairen afgingen, zagen we opeens honderden mensen uit de bossen komen die nu ook dezelfde stap durfden nemen.”

Uiteindelijk wisten tweehonderdduizend Hongaren het land uit te komen. In Oostenrijk werden ze opgevangen in grote gebouwen, vaak leegstaande kazernes of scholen. Al snel boden ook andere landen hulp; ze wilden wel een contingent Hongaarse vluchtelingen opnemen. Ook Nederland was daarbij. Laios Takacs: “Ik zat in een oud kazernegebouw op het stro en ik dacht: hoe eerder ik hier weg ben, hoe beter. En ineens werd er een bureautje geopend voor Zwitserland. Dat was het allereerste. Ik stond al in de rij om me in te schrijven, toen iemand langskwamen zei: “Weet je dat ook Nederland een kantoortje heeft geopend?” Ik ben onmiddellijk weggelopen uit de rij voor Zwitserland en bij Nederland gaan staan. Mijn moeder was als kind na de Eerste Wereldoorlog in Nederland geweest en ik had allerlei verhalen gehoord en kende zelfs Nederlandse kinderliedjes. Ik geloof dat ik de derde was die naar Nederland mocht.”

Zowel Takacs als de familie Orban zaten in de eerste speciale trein die Nederland vanuit Oostenrijk voor de vluchtelingen liet rijden. Bij de grens werden ze door een enthousiaste menigte begroet. Takacs: “De ontvangst was geweldig, geweldig! We werden als helden ontvangen, bekogeld met chocolade, bananen en sinaasappels. En bij de grens in Venlo speelden ze het Hongaarse volkslied.” Het drama in Hongarije had er via de kranten en radio bij de bevolking in Nederland ingehakt; men was geschokt en woedend. Op het hoogtepunt van de Koude Oorlog hadden de Russen zich van hun wreedste kant laten zien en dat riep herinneringen op aan de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog. Daarom stonden velen klaar om de Hongaren met open armen te ontvangen. De overheid was echter wat zuiniger.
Direct na de opstand, op 5 november, had de Nederlandse regering onder premier Drees toegezegd duizend Hongaren op te willen vangen. Verder wilde hij eigenlijk niet gaan. Slechts onder grote druk ging de premier later akkoord met verhoging van aantal opvangplaatsen. De absolute grens lag wat hem betrof bij vijfentwintighonderd, het werden er in de praktijk drieduizend. Dat was het maximum dat Nederland, lijdend onder woningnood, volgens de staatsman kon verhapstukken. Maar voor de gevluchte Hongaren die inmiddels in Nederland waren gearriveerd, mocht dat alles de pret niet drukken. Zij waren eindelijk hoog en droog in een vrij land. Gered uit de klauwen van de communisten. Dat was het beeld dat Nederland graag van de Hongaarse vluchtelingen had. Maar voor de Hongaren zelf was het vaak nog even wennen. Joszef Orban: “Ik wist in het begin helemaal niet wie ik kon vertrouwen. In Hongarije kende ik geen postbodes in uniform. Als ik dus een postbode in uniform zag, dacht ik dat het iemand van de Geheime Dienst was.” En Julia Wieg had domweg heimwee: “Van het moment dat je ’s morgens je ogen opendoet tot ’s avonds mis je iets. Je wilt eigenlijk terug naar wat je goed kent. Maar daar was de situatie weer zo slecht. Het is een schizofrene toestand!”

Tekst en research: Karin van den Born
Samenstelling en regie: Yael Koren

Uitzending: do 19 okt 2006, 20.55 uur, Nederland 2.

Geïnterviewden Bronnen
  • Jòszef Orban
    Jòzsef Orban
  • Laois Takacs
    Laois Takacs
  • 1956: De Hongaarse Opstand

    V. Sebestyen, 1956: De Hongaarse Opstand (Amsterdam 2006).

  • Het Nederlandse toelatingsbeleid ten aanzien van Hongaarse vluchtelingen (1956-1957)

    J.W. ten Doesschate - Het Nederlandse toelatingsbeleid ten aanzien van Hongaarse vluchtelingen (1956-1957) (Doctoraalscriptie Nieuwste geschiedenis aan de Katholieke Universiteit Nijmegen).

  • Zuinige Opvang. Hongaarse vluchtelingen in Nederland

    M. Bos, 'Zuinige Opvang. Hongaarse vluchtelingen in Nederland', in: Historisch Nieuwsblad september 2006.

  • Die Ungarische Revolution

    M.J. Lasky, Die Ungarische Revolution (Berlijn 1958).

  • De Hongaarse vluchtelingen van 1956

    D. Hellema, De Hongaarse vluchtelingen van 1956, in: Rekenschap 42 (1) maart 1995, 32-37 (CB688).

Vragen?

Heeft u vragen, ideeën of opmerkingen?

Neem dan contact op met de redactie: