Meer verdieping op het gebied van geschiedenis? Kijk op NPOFocus.nl
↳ Enter om te zoeken
22 november 2005

Andere Tijden

Andere Tijden J.C Airlines biafra_home
Bekijk Video
29 min

Geschenk uit de hemel

"Het is wel een veertig jaar oude projector”, waarschuwt oud-Transavia gezagvoerder Bob Janssen als hij het rekje met dia’s in de slede stopt. Naar eigen zeggen ligt het bijbehorende scherm op zolder te vergaan en daarom heeft hij een wit velletje papier op een bijzettafel geplakt. De diaslede is door de tijd wat roestig geworden en er is wat fysieke overreding voor nodig om de dia”s voor de lens te schuiven. “Kijk hier zien we Pim.” Op de dia zit een man met een forse snor en grote bergschoenen voor een oranje tent op het strand. Een paar lachende kinderen staan op de voorgrond. “Deze dia is genomen in november 1968 op het Portugese eiland Sao Tomé,” zegt Janssen, “een prachtig vakantie eiland met palmen en woeste zeeën.”

Een paar weken eerder zijn de piloten Pim Sierks, Bob Janssen en Bert Selier door Transavia- baas John Block gepolst of ze er iets voor voelen om voedsel in het kader van de hulpactie over te vliegen naar Afrika. De drie zijn jong, avontuurlijk ingesteld, en krijgen boven op hun salaris een kleine bonus. Ze zeggen dan ook ja. Voor Sierks en Janssen is Nigeria geen onbekende bestemming. Beiden hebben er in de jaren ervoor als ‘bushpilot’ gevlogen. De situatie in het belegerde Biafra krijgt in Nederland steeds meer aandacht en beelden van de burgeroorlog en een volk in honger verschijnen in kranten en worden op televisie vertoond.

In Nederland is in augustus 1968 een grote televisieactie georganiseerd. Soortgelijke acties vinden in veel andere landen plaats, waarbij Amerika, Duitsland en Canada voorop lopen met donaties. De opbrengst in Nederland is zestien miljoen gulden; de stervende kinderen van Biafra schudden het geweten van het westen wakker. Met het in diverse landen ingezamelde geld is een luchtbrug opgezet, de Joint Church Aid oftewel Jesus Christ Airlines (JCA). Dit is een kerkelijk initiatief waarbij twee internationale organisaties hulpvluchten naar Biafra verzorgen. Caritas Internationalis is een katholieke organisatie die uit eigen zak vliegtuigen koopt en de bemanning inhuurt om deze te vliegen.

De andere organisatie is Nord Church Aid, een protestante club uit Scandinavië die chartermaatschappijen opdracht geeft uit hun naam vluchten uit te voeren. Beide organisaties vertrekken vanaf het Portugese eiland Sao Tomé dat van een ingeslapen eiland verandert in een gigantische overslagloods. De hulpverleners zijn erg blij met het binnengekomen geld. Zendingswerker Cornelia Middelkoop zegt in 1968 op de televisie: “Ik kan zeggen dat we de maanden september, oktober en november een wonder hebben zien gebeuren. Als u foto’s hebt gezien van die uitgebluste kindertjes en dat diezelfde kinderen nu weer spelen, dan was het eiwitrijke voedsel samen met het lokale voedsel net voldoende om ze over het dode punt heen te krijgen.” Haar man, de zendingsarts Middelkoop, is coördinator van de voedselhulp naar Biafra. Hij vertelt dat er gemiddeld acht tot tien vluchten per nacht worden uitgevoerd. Elk toestel vervoert gemiddeld tien ton lading, voornamelijk stokvis, melkpoeder en zout. “Elke gulden wordt direct in voedsel en vliegtuigen gestopt,” verzekert hij.

Voor de baas van Transavia is het geen idealisme om voedseltransporten te verzorgen. De chartermaatschappij is twee jaar eerder opgericht om toeristen naar de zon te vliegen maar in de winter is er domweg niet genoeg werk om het hoofd boven water te houden. De kans om geld te verdienen met vliegen in Afrika is voor Block een geschenk uit de hemel.

Honger als wapen

In het oostelijk deel van Nigeria woont de hoofdzakelijk christelijke Ibo-stam. De Ibo zijn over het algemeen beter geschoold dan de islamitische Haussa’s die voornamelijk in het noorden wonen. In januari 1966 pleegt een Ibo generaal een staatsgreep waarbij de Nigeriaanse premier sir Abubakar Tafawa Balewa om het leven komt. De vlam slaat in de pan en over en weer vermoorden Haussa’s en Ibo’s elkaar.

De Ibo luitenant-kolonel Chukwuemeka Odumegwu Ojukwu is door de Nigeriaanse regering aangesteld als gouverneur van Oost-Nigeria, maar hij kiest de zijde van de Ibo’s. Als in januari 1967 vredesgesprekken tussen Ojukwu en gouverneurs van de andere deelstaten vastlopen, roept Ojukwu op 30 mei de onafhankelijke republiek Biafra uit. De federale regering van Nigeria verklaart de oorlog aan deze nieuwe staat en al snel staan de legers van Biafra en Nigeria tegenover elkaar. Nu eens hebben de Biafranen succes, dan weer boekt het federale leger terreinwinst. Door de vijandelijkheden slaan ruim twee miljoen Ibo’s op de vlucht en keren terug naar hun stamland in het oosten van Nigeria.

De oorlog wordt niet alleen op het strijdveld uitgevochten. De Nigeriaanse regering sluit de grenzen van Biafra hermetisch af. Zelfs de baai die toegang geeft tot de enige havenstad Port Harcourt, is door Nigeria afgegrendeld; niets komt het land meer in of uit. Buitenlanders krijgen het advies het land te verlaten. Een oproep waar het ambassadepersoneel en buitenlandse werknemers van Shell en Unilever gevolg aan geven. Alleen missionarissen en zendingsartsen, die vaak al jaren in de provincie wonen, weigeren te vertrekken. “Wij geven niet om politiek; wij geven om de mensen”, is hun verklaring.

De weinige hulpgoederen die Biafra kan kopen worden door de lucht naar Port Harcourt gevlogen. Maar als ook het enige Biafraanse vliegveld wordt bezet door Nigeriaanse troepen, raakt de bevolking verstoken van voedsel. Alles wat tot voedsel kan dienen wordt opgegeten; op de markt worden wormen, kikkers en zelfs ratten te koop aangeboden. Ook het zaaigoed van het volgend jaar wordt opgegeten. Dagelijks sterven tweeduizend mensen van de honger. Zendingsarts K. Reijnierse: “Die mensen hadden allemaal Kwashiorkor; de onderarmen en onderbenen zijn door hongeroedeem dikker dan de bovenbenen en armen. De spieren worden minder, de huid gaat verkleuren en afschilferen en het zwarte haar wordt rossig of grijs.”

Aandacht van de pers

Cornelia Middelkoop is samen met haar man Herman Middelkoop sinds het begin van de jaren zestig in Nigeria. Herman Middelkoop is zendingsarts en coördineert de hulpverlening. Cornelia Middelkoop werkt als zendingsmedewerker en doet van alles op organisatorisch vlak in de Biafraanse stad Umuahia en omgeving.

Ze ontvangt gasten, politici en verzorgt het onderdak voor bezoekers. Samen met haar man reist ze zo nu en dan naar Nederland. Als ze in het vroege voorjaar van 1968 weer in Nederland is, verschijnt ze in KRO-actualiteitenrubriek Brandpunt en vertelt de kijker over de schrijnende situatie in Biafra. Nu zegt ze daarover: “We waren heel boos dat de wereld dit toeliet. Die honger.” Het optreden van Cornelia Middelkoop en reportages en foto’s uit het oorlogsgebied leiden tot grote verontwaardiging.

Naar aanleiding van de aanhoudende schrijnende berichten uit het oorlogsgebied vertrekt Brandpunt-journalist Aad van den Heuvel in maart 1969 naar Biafra. “Het was helemaal niet zo’n bijzondere oorlog, totdat duidelijk werd dat Biafra systematisch uitgehongerd werd. Op de redactie zei men: we moeten laten zien wat daar aan de hand is en wat de oplossingen zijn.”

Van den Heuvel krijgt de opdracht in beeld te brengen wat er in Biafra gebeurt. Een ander Brandpunt-team krijgt de opdracht om de situatie vanuit Nigeria in beeld te brengen. Na vijftien maanden oorlog en honderdduizenden doden is 85 procent van het Biafraanse grondgebied verloren gegaan. Zeven miljoen Biafranen zitten opgesloten op een klein, door Nigerianen omsingeld, stukje grond.

In negen dagen filmt de ploeg in ziekenhuizen, waar gewonde soldaten met geamputeerde ledematen liggen, en waar kinderen met eiwittekorten worden bijgevoed. Ze filmen een aanval van het Biafraanse leger maar ook jonge kinderen die volwassenen imiteren bij een militaire exercitie. Vertederend is een klein ventje dat net doet alsof hij een journalist is en met de pink omhoog zaken noteert op de palm van zijn hand. De meest indrukwekkende beelden zijn die van een bombardement van de Nigeriaanse luchtmacht op het centrum van de Biafraanse hoofdstad Umuhia. Twee Iljushin bommenwerpers werpen vijf bommen af. Journalist Van den Heuvel: “Het was aan de overkant van de straat en het hele dak waar we op stonden was bezaaid met bomscherven. We hadden een levensmoede cameraman die dat allemaal filmde en toen kwamen die vliegtuigen recht over ons heen, maar toen waren de bommen een beetje op. En dan zie je hoe er tientallen doden onder het puin vandaan gehaald worden en een beetje slordig op vrachtwagens worden gegooid.”

De reportage wordt als een Brandpunt Special uitgezonden. Ook het buitenland toont veel belangstelling voor de indrukwekkende reportage. Van den Heuvel: “Ik ben niet op stap gegaan om een actie te ontketenen maar aan de andere kant had ik ook weinig bezwaar, want je loopt daar toch te filmen en ziet mensen sterven, en dan houdt de gedachte dat je door de camera toch voor voedsel en een beetje geld zorgt je op de been.”

Inzet Transavia

Eén van die maatschappijen die opdracht krijgt het in de hele wereld ingezamelde voedsel over te vliegen naar Sao Tomé en vandaar naar Biafra is Transavia. De jonge maatschappij huurt twee DC-6 toestellen voor de vluchten op Biafra.De vijf bemanningsleden die zich hebben aangemeld als vrijwilliger voor deze uitermate riskante opdracht verblijven op Sao Tomé, op drie kwartier vliegen van Biafra.

Ze slapen in een primitief tentenkamp. Piloot Pim Sierks en copiloot Bob Janssen delen samen een tent. “We zouden vliegen volgens de Nederlandse Luchtvaart Autoriteiten”, zegt Bob Janssen. Maar als de mannen aankomen op Sao Tomé, blijkt dit niet helemaal waar te zijn. “Een giller, want volgens de Nederlandse wet mag je je navigatielichten niet uitzetten en ook een dagelijks veranderende communicatiecode is redelijk ongewoon en dan heb ik het nog niet eens over de Nigeriaanse luchtmacht die ons continu bestookte met fragmentatiebommen.”

“Er was op Sao Tomé heel weinig,” zegt Bert Selier die als grondtechnicus mee gaat. “Twee hangars; een voor de Portugese militairen die op het eiland gelegerd zijn en een hangar voor de vliegtuigen, maar die stonden eigenlijk altijd buiten. Het was heel erg rustig op het platform; je kon zelfs de baan oversteken.”

Selier is verantwoordelijk voor het technisch onderhoud van de vliegtuigen op het eiland. Iedere morgen tankt hij de vliegtuigen vol, een klus waar hij een uur of drie mee bezig is. ’s Middags houdt hij toezicht op het laden van de vliegtuigen. In de loop van de middag komen de piloten naar het vliegveld. Ze krijgen een korte briefing en doen hun ‘pre-flight checks’. Pim Sierks: “We probeerden altijd een uur voor zonsondergang het eiland te verlaten omdat we dan rond het vallen van de avond de Nigeriaanse kust bereikten.” De vliegtuigen voeren geen navigatielichten, het licht in de cockpit is gedimd en er zijn geen bakens waarop de vliegtuigen kunnen vliegen. Alles gaat op de instrumenten. “Het was heel geconcentreerd vliegen. De communicatie ging in code. Angels 5 betekende vijfduizend voet, Angels 4 was vierduizend voet. Om de Nigeriaanse luchtmacht te verwarren veranderde deze code iedere dag,” licht Sierks toe.

Vanaf de Nigeriaanse kust moeten ze vliegen naar het geïmproviseerde vliegveld Uli. Een oude tweebaans verkeersweg, waarvan de middenberm met beton is dichtgestort, dient als landingsbaan. Lampen zijn in palmbomen gehangen en het baken staat in een nabij gelegen kerktoren. De baan is ruim twee kilometer lang en verder afgesloten voor elk ander verkeer. Als de piloten, op basis van instrumenten, vermoeden dat ze in de buurt van het vliegveld zijn, wordt de verkeersleider van Uli opgeroepen en in code gevraagd het radio baken aan te doen. “Requesting Coca Cola kon dat zijn,” zegt Sierks. Janssen vult aan: “Ze deden dan heel even het baken aan. Net lang genoeg om ons naar het veld te leiden. Vlak voor het vliegveld werd dan het verzoek gedaan om de landingslichten te ontsteken.” Sierks: “En dan gingen die heel even aan en als je geland was werden ze weer pijlsnel uitgedaan.”

“Het lossen moest in alle haast gebeuren,” zegt Sierks, “zodat we snel weer weg konden om een tweede run te maken, mijn record is 22 minuten.” Gedurende het lossen gaat de bemanning in een greppel, naast de baan zitten. Niet alleen omdat het plezierig is om de benen even te strekken maar ook omdat vliegveld Uli regelmatig door vliegtuigen van de Nigeriaanse luchtmacht met fragmentatiebommen wordt bestookt. Pim Sierks: “In mijn geval was het een Dakota die drie bommen gooide, maar me gelukkig miste.”

“Ha, hier heb je ze,” zegt Bob Janssen. Snel achter elkaar schuift hij twee dia’s voor de lens met daarop twee DC 6 toestellen die geraakt zijn door fragmenten van bomscherven. Op de dia’s zijn tientallen kleine gaatjes in de romp te zien. “Maar,” zo verzekert Janssen ons, “er is meer voor nodig om een DC 6 naar de grond te krijgen.” Per nacht maken de piloten twee retourvluchten van Sao Tomé naar Uli. Van zonsondergang tot zonsopgang zijn ze er mee bezig. Over een periode van zes weken maakt Sierks uiteindelijk zestien vluchten; Janssen twee meer. Selier: “In het begin waren de piloten niet zo benauwd, maar hoe verder ze in de operatie kwamen hoe meer ze last kregen van stress. Er was een piloot die altijd vroeg om een extra zaklamp. En van een ander moesten we vaak de wielen wisselen. Het was hun leven dus dan wisselden we dat wiel, ook al was het niet nodig en dan gaven we een extra lamp.”

Doorn in het oog

De eindbalans

De meeste landen beschouwen het conflict als een interne aangelegenheid; in politieke zin wordt er weinig ondernomen. De luchtbrug van de kerken is de westerse regeringen dan ook een doorn in het oog. Ze zijn vooral bang dat deze burgeroorlog het West-Afrikaanse land zal verscheuren. Daarnaast staan er ook grote oliebelangen op het spel. Nigeria is een zeer belangrijk olieproducerend land en veel van de olievelden liggen in oostelijk Nigeria. Vooral de Engelsen vrezen dat door de burgeroorlog het bedrijf Shell in de problemen komt. Bovendien schenden de vliegtuigen van Joint Church Aid het Nigeriaanse luchtruim volgens het internationaal recht; de toestellen hebben geen toestemming van de Nigeriaanse regering boven het grondgebied te vliegen. De federale regering van Nigeria krijgt politieke steun van de Sovjet Unie, Tsjecho-Slowakije, de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en de meeste Afrikaanse staten. Biafra staat er alleen voor. In 1968 wordt Biafra door een aantal landen, waaronder Gabon, Haïti en Tanzania, diplomatiek erkend en ontvangt het land op bescheiden schaal wapens van Frankrijk en Duitsland. Maar veel meer steun krijgt het land op politiek niveau niet.

Na een maand meldt J.C Airlines dat er inmiddels al meer dan duizend vluchten met gemiddeld tien ton voedsel per vlucht zijn gemaakt. Als in 1969 de Amerikaanse hulpverleners vier Boeings op de luchtbrug inzetten, bouwt Transavia haar activiteiten langzaam af om zich in mei helemaal terug te trekken. In zeven maanden tijd heeft Transavia 903 vluchten gemaakt, honderden tonnen voedsel overgebracht en de toekomst van het bedrijf in Nederland veilig gesteld.

In Biafra zijn naar schatting tussen 1967 en 1970 ruim een miljoen mensen omgekomen. Gedurende de looptijd van de luchtbrug vinden dertien leden van het vliegpersoneel de dood. De luchtbrug omvatte 5314 vluchten, duurde bijna 18 maanden en redde naar schatting het leven van een miljoen Biafranen. De resultaten van Jesus Christ Airlines zijn tot op de dag van vandaag nooit overtroffen in bluf en improvisatievermogen; misschien ook niet in effectiviteit.

Op 8 januari 1970 treedt de Biafraanse kolonel Ojukwu af en vlucht naar het buitenland. Daarmee komt een einde aan de voedselhulp. De angst is groot dat het Nigeriaanse leger de overwinning zal vieren met verkrachtingen en moordpartijen. Maar bijltjesdag blijft uit. Het federale leger houdt zich in, waarschijnlijk omdat het oog van de wereld op Nigeria is gericht.

Kolonel Ojukwu leeft tot 1980 in ballingschap en krijgt dan toestemming om naar Nigeria terug te keren. Opvallend is dat Ojukwu zich dan aansluit bij de National Party of Nigeria (NPN). In 1983 is hij kandidaat tijdens de verkiezingen voor de Nigeriaanse Senaat en in 2003 is hij zelfs presidentskandidaat. Bij beide verkiezingen wordt hij niet gekozen.

Tekst: Hein Hoffmann, Yfke Nijland
Research: Yfke Nijland
Samenstelling en regie: Hein Hoffmann

Bronnen
  • Archief Rode Kruis

    War and Starvation, archief Rode Kruis

  • Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis

    Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, Amsterdam.

    Bezoek website
  • Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid nacht

    Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid

    Bezoek de website hier:

Vragen?

Heeft u vragen, ideeën of opmerkingen?

Neem dan contact op met de redactie: