Meer verdieping op het gebied van geschiedenis? Kijk op NPOFocus.nl
↳ Enter om te zoeken
25 oktober 2005

Esperanto

Andere Tijden Esperanto zamenhof_klein2
Bekijk Video
1 min

"Als je zegt dat je Frans of Spaans leert wordt dat leuk gevonden. Maar Esperanto, wie leert er nou Esperanto? Mensen weten niet wat het inhoudt en dat is heel jammer. Het zou een prachtige oplossing zijn", zegt Ati van Zeist, medewerkster van de Wereld Esperanto Vereniging (UEA) op het kantoor in Rotterdam. Op een bureau in het kantoor ligt een stripboek van Asterix en Obelix - in het Esperanto. Het personeel op het kantoor, afkomstig uit diverse landen, spreekt niet alleen Esperanto tijdens werktijd, maar ook tijdens de koffiepauzes: "Jen biskvitoj nome sirop vafloj laŭ nederlanda tradicio." (Hier zijn koekjes, stroopwafels volgens Nederlandse traditie)

Uitvinder van een wereldtaal - Lejzer Zamenhof

“Het is van grote betekenis voor de mensheid als een gemeenschappelijke internationale taal wordt ingevoerd en als de volkeren elkaar naderen als een familie.” Met deze grootse woorden opende Lejzer Zamenhof honderd jaar geleden het allereerste Esperanto wereldcongres, in het Franse Boulogne sur Mer. Zamenhof bedenkt het Esperanto en zal de wereldwijde acceptatie en verspreiding van de kunsttaal tot zijn levensdoel maken.
Als kind van Joodse ouders groeit hij op in het destijds Russische stadje Bialystok waar zowel Russen, Polen, Joden, als Duitsers wonen. Als jongetje filosofeert Zamenhof er al over hoe het zou zijn als alle mensen dezelfde taal zouden spreken: zou de wereld er dan niet veel harmonieuzer uitzien? Die ‘taal van alle mensen’ moet volgens de jonge Zamenhof een neutrale taal zijn om geen enkele bevolkingsgroep te benadelen. Bestaande talen vallen dus af, en oude talen als Latijn of Hebreeuws zijn te gecompliceerd. Een zelfbedachte taal zonder omslachtige grammaticale regels moet uitkomst bieden, zo redeneert Zamenhof.

Zamenhof ontwikkelt zelf een systeem en weet klasgenootjes enthousiast te maken voor de taal door hen te wijzen op de eenvoud en het idealistische karakter ervan, namelijk een taal die verbroedert en ervoor zorgt dat je met iedereen op gelijke voet kunt communiceren. Op zijn negentiende verjaardag zegent hij het Esperanto in door samen met klasgenootjes een lied in het Esperanto te zingen.

Op het gymnasium werkt hij de taal, die voornamelijk bestaat uit woorden uit Romaanse, Germaanse en Slavische talen, verder uit. Dat resulteert in 1887 in het boekje ‘Internacia Lingvo’ (internationale taal), uitgegeven onder het pseudoniem ‘Doktoro Esperanto’. De naam van de taal wordt als snel omgedoopt in het Esperanto, wat letterlijk ‘degene die hoopt’ betekent. Om de taal bekend te maken stuurt Zamenhof z’n boekje naar journalisten en professoren in verschillende landen. Zamenhof realiseert zich dat het voor het functioneren van een taal essentieel is dat voldoende mensen de taal beheersen. Hij voegt daarom aan zijn boekje verklaringen toe die de lezer ondertekend terug kan sturen naar Dr. Esperanto, oftewel Zamenhof: “Ik, ondergetekende, beloof de internationale taal te leren die door Dr. Esperanto is voorgesteld, als is aangetoond dat tien miljoen mensen in het openbaar dezelfde belofte doen.”

Esperantoland - Neutraal Moresnet

De tien miljoen mensen die volgens Zamenhof de taal moeten leren worden niet gehaald. Toch verspreidt het Esperanto zich wel degelijk over de wereld: wetenschappers uit diverse landen interesseren zich voor de taal, Esperanto kranten en tijdschriften zien het levenslicht en in Nederland wordt in 1905 de eerste Esperantovereniging ‘La estonto estas nia’ (de toekomst is aan ons) opgericht. In hetzelfde jaar organiseren Esperantisten in Frankrijk het eerste wereldcongres. Daar ziet en hoort Zamenhof voor het eerst hoe zijn creatie tot leven is gewekt. Mensen uit alle hoeken van Europa communiceren met elkaar in zijn taal: het Esperanto. Drie jaar later, in 1908, ontstaat het initiatief voor de Wereld Esperanto Vereniging (UEA). Dit Esperanto hoofdkantoor, sinds 1955 gevestigd in Rotterdam, vormt al snel het administratieve hart van de beweging.

Het enthousiasme voor Esperanto is in die jaren zelfs zo groot dat in 1908 het eerste Esperantoland ontstaat: Amikejo. Het ministaatje Neutraal Moresnet dat onder het huidige drielandenpunt bij Vaals ligt, wordt op initiatief van de fervente Esperantist en arts dr. Molly omgedoopt tot Esperantostaat. De naam ‘Amikejo’ betekent ‘plaats van grote vriendschap’. Een eigen vlag en volkslied maakt de omdoping van Moresnet tot Esperantovrijstaat compleet. Het moet een doorn in het oog zijn geweest van veel Esperantisten die het Esperanto juist propageerden als een neutrale, niet aan een specifiek land en groep gebonden taal. Maar het Esperanto ministaatje met een grensomtrek van elf kilometer is geen lang leven beschoren. Tijdens de Eerste Wereldoorlog wordt Moresnet door Duitsland bezet, en na de oorlog gaat het staatje toebehoren aan België. Daarmee is het gedaan met de neutrale Esperanto staat. Zamenhof kan de teloorgang van Amikejo niet meer meemaken: hij sterft in 1917.

La hundo - Esperanto als emancipatiebeweging

Het idealisme van Zamenhof wint in de periode na de Eerste Wereldoorlog aan kracht. Met het optimisme over de mogelijkheden van de techniek groeit ook het optimisme over de maakbaarheid van de samenleving. Esperanto zou een van de mogelijkheden zijn om vrede tussen de volkeren te bewerkstelligen. Het aantal Esperanto-sprekenden neemt toe, evenals het aantal publicaties: niet alleen worden bestaande werken in het Esperanto vertaald, ook komt er oorspronkelijke Esperanto literatuur. Met de komst van de Volkenbond in 1919 is er bovendien behoefte aan een internationale diplomatieke taal. Het plan Esperanto tot voertaal te maken stuit echter op verzet van de Fransen die het Frans, destijds de diplomatieke voertaal, willen handhaven. Het plan gaat niet door, maar als doekje voor het bloeden wordt de taal als telegrafietaal erkend. Ook in Nederland wordt in de jaren dertig (tevergeefs) gesproken over Esperanto als tweede taal in het onderwijs.

Mevrouw Ten Hagen (94), Esperantist, herinnert zich nog goed hoe zij met het Esperanto in aanraking kwam: “Ik liep in 1934 op het Mercatorplein in Amsterdam toen ik in een winkeletalage een groot portret van Zamenhof zag. Iemand uit de winkel kwam naar me toe en legde me een en ander uit over Esperanto. Ik heb me toen opgegeven voor een cursus en na een jaar ben ik naar het internationale congres gegaan in Parijs. We konden elkaar begrijpen, dat was fantastisch voor me!”

Zoals in die tijd met elke beweging in de Nederlandse samenleving gebeurt, raakt ook de Esperanto beweging verzuild: de arbeiders vormen de grootste (socialistische) beweging, maar daarnaast zijn er katholieke, protestante, en neutrale verenigingen. Met de crisis in de jaren dertig en de daarmee gepaard gaande massale werkloosheid kent het Esperanto merkwaardig genoeg een extra impuls. Werklozen die een uitkering ontvangen moeten in die tijd dagelijks op verschillende tijden stempelen zodat ze niet kunnen bijklussen. Deelnemers aan een educatieve cursus krijgen echter op de cursusdag vrijstelling van deze zogenaamde stempelplicht; een reden voor veel werklozen om een cursus Esperanto te volgen. “Enkelen zagen er een voordeel in en bleven weg, maar de meeste cursisten bleven solidair en kwamen naar de cursus om Esperanto te leren”, vertelt mevrouw Ten Hagen. Maar vrijstelling van stempelplicht is niet de enige reden voor de groeiende belangstelling voor het Esperanto: arbeiders die de lagere school niet hebben kunnen afmaken omdat ze als kind al moesten gaan werken krijgen nu de kans om zich door middel van het volgen van Esperanto cursussen verder te ontwikkelen. Het idee om op een eenvoudige manier met mensen van over de grens te kunnen praten is zeer aanlokkelijk. Zo wordt Esperanto onderdeel van de arbeidersemancipatie.

De toenmalige burgemeester van Arnhem is zo enthousiast over Esperanto dat hij een groot landgoed beschikbaar stelt om er een internationaal Esperanto onderwijscentrum te realiseren. Daar doceert Cseh, een Hongaarse pastoor die naar Nederland is gehaald vanwege zijn befaamde ‘directe’ lesmethode. Op Polygoon bioscoopjournaal uit ‘33 zien we Cseh voor de klas staan en een speelgoedhond (‘la hundo’) omhoog houden waarover hij in het Esperanto vertelt. Hij stelt vragen, die de leerlingen in koor in het Esperanto beantwoorden.

Als het Esperanto ooit heeft gebloeid in Nederland, dan was het dus toen, in de dertiger jaren. Vooraanstaande persoonlijkheden zoals de socialistische schrijver Theo Thijssen en Willem Drees steunen het Esperanto, de PTT geeft een Esperanto cursus aan haar personeel en VARA en
KRO verzorgen wekelijks radio-uitzendingen in het Esperanto.

Een monument op Texel - Groene vlag met ster

Texel neemt in de geschiedenis van Esperanto in Nederland een speciale plaats in. Op het eiland wonen in de jaren dertig de broers Johan en Gijs Duinker die veel eilandbewoners voor het Esperanto weten te enthousiasmeren. Johan Duinker is boekhandelaar en broer Gijs leidt de drukkerij (waar onder meer de Texelse Courant wordt gedrukt). Via die krant proberen ze mensen te enthousiasmeren voor het Esperanto. In de Texelse Courant verschijnen bovendien spectaculaire reisverslagen van hun vriend Siem de Waal, een jonge Texelaar die met de fiets Esperantisten in heel Europa bezoekt en overal met open armen wordt ontvangen. Op het eiland groeit het enthousiasme voor de kunsttaal waardoor het de broers Duinker lukt geld bijeen te zamelen voor een heus Esperanto monument. Dit monument wordt tijdens een groot feest in bijzijn van Esperantisten uit heel Nederland in 1935 onthuld. Op de film van de onthulling, door Gijs Duinker gefilmd, zien we een massale optocht van Esperantisten, op weg naar het monument, met op de achtergrond een grote vlag met een vijfpuntige ster erop. De groene vlag is het symbool van Esperanto: groen staat voor de kleur van de vrede en de vijfpuntige ster symboliseert de vijf werelddelen.

Een gevaarlijke taal - Esperanto verboden

Anno 2005 bevinden we ons in het huis van Ans en Hans Bakker, twee Esperantisten in hart en nieren. De boekenkasten in het huis staan vol met Esperanto literatuur. Ans Bakker-Ten Hagen is de dochter van mevrouw Ten Hagen. Zij kwam dan ook via haar ouders met Esperanto in aanraking, leerde echtgenoot Hans Bakker bij een Esperanto bijeenkomst kennen en is actief in de beweging. Ze komt aanlopen met twee dozen: “Dit zijn de archieven van Esperantisten en van Esperanto afdelingen die in de Tweede Wereldoorlog zijn geconfisqueerd door de Duitsers. Na de oorlog brachten de Sovjets ze over naar Moskou.”

Met de opkomst van de nationaal-socialisten in 1933 wordt de sfeer voor Esperantisten in Duitsland grimmiger; ze hebben niet veel op met het pacifistische karakter van Esperanto en dreigen de Esperantisten zelfs met het concentratiekamp. Hitler ziet het Esperanto als Joodse uitvinding en middel om de Joodse wereldhegemonie te bewerkstelligen. Daarom worden in 1936 alle Esperanto organisaties in Duitsland door Reichsführer Himmler verboden. Veel actieve Duitse Esperantisten wijken in die tijd uit naar het dan nog veilige Nederland, waar ze hun werk voor de beweging kunnen voortzetten.

Maar in 1941 wordt ook in Nederland de Esperanto vereniging verboden, evenals correspondentie tussen Esperantisten. “De communisten moesten weg (…), de homo’s moesten weg, de zigeuners moesten weg, de Joden moesten weg. En Zamenhof was een Jood. Dus dat moest weg! Ook zijn creatie!”, vertelt mevrouw Ten Hagen. Dat de Duitsers de vernietiging van het Esperanto wel heel letterlijk nemen blijkt uit het feit dat ze zelfs het Esperanto monument op Texel afbreken. Enkele Texelaren weten echter hardstenen delen van het monument te verstoppen zodat het monument na de oorlog weer kan worden opgebouwd. Esperantisten Johan en Gijs Duinker zullen dat helaas niet meemaken. Johan is op 6 april 1945 door de Duitsers gefusilleerd tijdens de opstand van de Georgiërs. Zijn broer Gijs raakt op diezelfde dag zwaar gewond bij het bombardement op Den Burg en overlijdt kort daarna.

Mevrouw Ten Hagen, wier man destijds penningmeester is van de arbeiders-Esperantisten, vervolgt: “Er zijn heel veel Esperantisten geweest die Esperantoboeken en bladen hebben verbrand. Zij waren bang. Je moest natuurlijk wel oppassen, (…): je kon niet openlijk op straat bijeenkomsten hebben van Esperanto. We kwamen natuurlijk in het geheim bij elkaar, thuis.”

Een nieuwe wereldtaal - cursus Esperanto Koot en Bie

Na de oorlog staat de wederopbouw van Nederland centraal en is er weinig aandacht voor het Esperanto. Bovendien zijn van veel Esperanto-verenigingen de archieven vernietigd. Een oorlog die miljoenen slachtoffers heeft gemaakt lijkt de hoop op een vreedzame wereld voorgoed te hebben verbrijzeld. Met de komst van de Engelsen, Amerikanen en Canadezen, en Amerika als wereldmacht doet bovendien een nieuwe wereldtaal zijn intrede: Engels wordt hoe langer hoe meer de algemeen geaccepteerde internationale taal.

De Esperantisten hebben niet alleen onder Hitler te lijden gehad, maar ook onder Stalin, die alle (mogelijkheden tot) internationale contacten verdacht vindt. Maar in de loop van de jaren vijftig, na Stalins dood, heffen Oost-Europese landen het verbod op, sterker nog, het Esperanto wordt - tot grote onvrede van veel Esperantisten - soms zelfs gebruikt voor staatspropaganda.

Ook elders is er in de jaren vijftig sprake van een voorzichtige opleving van het Esperanto. Het Esperanto monument op Texel wordt in 1950 weer opgebouwd, met het Esperantosymbool - de vijfpuntige ster - op de top prijkend. Wereldcongressen die tijdens de oorlogsjaren niet konden plaatsvinden, worden na de oorlog weer jaarlijks georganiseerd, zoals in Haarlem in 1954. Premier Drees spreekt de zaal bij de opening van het congres toe - in het Esperanto. In hetzelfde jaar belooft UNESCO, de organisatie van de VN, te kijken naar de mogelijkheden van het Esperanto als wereldtaal. Ook in de jaren zeventig is er mondjesmaat aandacht voor Esperanto. In Nederland komt de wereldtaal weer onder de aandacht als Teleac een 20-delige cursus Esperanto op televisie uitzendt, gepresenteerd door niemand minder dan Van Kooten & De Bie (Cornelio en Vilhelmio). Zelfs instructies in telefooncellen zijn er in die tijd in het Esperanto. Maar van een echte doorbraak is geen sprake.

Veel Esperantisten hebben een meer nuchtere benadering van het Esperanto dan hun voorgangers. Zij hebben niet veel op met de haast utopische idealen die vroeger onlosmakelijk met Zamenhofs taal verbonden waren. Zij zien de kunsttaal simpelweg als een handig middel om internationale contacten op te doen.

Hopeloos ideaal?

Bijna een eeuw na de oprichting van de Wereld Esperanto Vereniging in 1908 is het tijd de balans op te maken. “Op een cursus in Nijmegen in 1931 waren er 22500 cursisten. Nou, dat kun je tegenwoordig niet meer verwachten. We zijn tegenwoordig al blij als iemand 10 cursisten heeft”, zegt Rob Moerbeek, vrijwilliger bij de Wereld Esperanto Vereniging. Hij weet wel wat er aan de teruggang van het aantal Esperanto leden ten grondslag ligt: “Tegenwoordig heb je televisie, pc, weet ik wat allemaal. Voor Esperanto is veel minder tijd, dus je kunt ook niet verwachten dat je ontzettende aantallen krijgt.” Maar Moerbeek is niet pessimistisch en ziet het slinkende ledenaantal als een logisch gevolg van individualisering en een verminderd verenigingsleven: “Een verschijnsel dat je overal in de maatschappij terugziet.” Met het oog op de toekomst zegt hij:
“Nu redden we ons nog wel met onze buurtaal en iedereen spreekt wel Engels. Maar als China of India machtiger wordt zullen we meer Aziatische talen moeten leren. Dan komen mensen misschien eens tot het idee dat we een taal kunnen nemen die voor iedereen gelijk is, die gelijke kansen geeft.”

Vorig jaar verscheen het boek Een wereldtaal. De geschiedenis van het Esperanto waarin taalkundige Marc van Oostendorp het wel en wee van de beweging tot nu toe beschrijft. Het toekomstige lot van Zamenhofs wereldtaal laat hij in het midden: “Misschien is Esperanto als wereldtaal nog niet gelukt, misschien moeten we harder werken, maar misschien is het een hopeloos ideaal.”

Tekst: Jordi Vermeulen en Hasan Evrengün
Samenstelling en regie: Yaèl Koren
Research: Hasan Evrengün en Jordi Vermeulen

Bronnen

ARCHIEF
Beeld en Geluid, Hilversum
IISG
Particulier filmmateriaal (film Texel)
Wereld Esperanto Vereniging (UEA)

MUZIEK
Philip Glass, ‘Closing’

LINKS
Esperanto startpagina: http://esperanto.pagina.nl/
Esperanto Nederland: http://www.esperanto-info.nl/bonvenon/
Wereld Esperanto Vereniging: http://www.uea.org/
Internationaal Esperanto Museum: http://www.onb.ac.at/sammlungen/plansprachen/eo/index.htm
Internationaal Esperanto Instituut: http://www.iei.nl/
Gratis Esperanto cursussen: http://www.lernu.net/
Online woordenboek Esperanto: http://www.uni-leipzig.de/esperanto/voko/revo/

Literatuur

Marc van Oostendorp, Een wereldtaal. De geschiedenis van het Esperanto (Amsterdam 2004)
Ulrich Lins, Die Gefährliche Sprache. Die Verfolgung der Esperantisten unter Hitler und Stalin (Gerlingen 1988)

Vragen?

Heeft u vragen, ideeën of opmerkingen?

Neem dan contact op met de redactie: