Meer verdieping op het gebied van geschiedenis? Kijk op NPOFocus.nl
↳ Enter om te zoeken
30 mei 2013

P.C. Hooftprijs 1984

bc
Bekijk Video
30 min

De Voordracht

“een pikante keuze”

 

Het is het voorjaar van 1984 als de schrijvers K. Schippers en Cyrille Offermans een brief van Minister Brinkman (Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur) ontvangen met de vraag of zij zitting willen nemen in de jury van de P.C. Hooftprijs 1984. De P.C. Hooftprijs zal dat jaar voor een essayist zijn en is bestemd voor het complete oeuvre van de winnaar. Schippers en Offermans accepteren de uitnodiging en in het najaar van 1984 vindt voor de eerste keer het juryoverleg plaats onder leiding van juryvoorzitter Cornelis Verhoeven. Ook Kees Verheul en R.A. Cornets de Groot maken deel uit van de jury. In ‘Het Schrijvershuis’ in Amsterdam komt de jury bij elkaar. Schippers: “Al snel komen er twee mogelijke kandidaten naar voren: Hugo Brandt Corstius en Gerrit Krol. We waren van mening dat Krol de prijs nog zou krijgen omdat hij zo’n breed oeuvre heeft. Dus werd het Hugo Brandt Corstius.” Vier van de vijf juryleden zijn voorstander, alleen de voorzitter, Cornelis Verhoeven, is tegen. Hij vindt het geen goede voordracht. Dat Brandt Corstius hem jaren eerder ‘een Brabantse gluipkop’ genoemd heeft zal hierbij zeker meespelen. Schippers: “Maar ik moet zeggen dat hij zich er sportief bij neerlegde, dat moet gezegd worden. Hij stapte grootmoedig opzij en verdedigde de keuze.” De jury heeft de zaak na twee of drie bijeenkomsten rond en dan is het de taak aan Lucie Beaufort om de voordracht aan de minister over te brengen. Beaufort zit namens het ministerie als ambtelijk secretaris bij de jurybijeenkomsten. K. Schippers: “Ik was erg tevreden met de voordracht. Brandt Corstius was een goede keuze. Wel een pikante keuze, dat wel natuurlijk.”

Hugo Brandt Corstius (1935) is gepromoveerd op computertaalkunde, maar is vooral bekend als columnist. Hij schreef en schrijft onder tientallen pseudoniemen waarvan Piet Grijs (Vrij Nederland), Stoker (de Volkskrant) en Battus (Vrij Nederland en NRC) de bekendste zijn. Volgens Brandt Corstius vormt ieder pseudoniem een onderdeel van zijn karakter. Vanaf begin jaren tachtig laat Brandt Corstius zich als Stoker en Grijs regelmatig negatief en beledigend uit over het Kabinet Lubbers I en haar leden. Brandt Corstius: “Voor een columnist is het verschrikkelijk om een Kabinet te hebben waar je het mee eens zou zijn. Dus dat was bij het Kabinet Den Uyl al heel vervelend: je moet ergens tegen kunnen schrijven. Anders kan je net zo goed ophouden. (…) Voor mij persoonlijk kwam het goed uit. Hoe rechtser het kabinet, hoe leuker de stukjes. Het is heel platvloers, maar het is zo.” Als minister Ruding van Financiën in november 1984 vergaande bezuinigingsmaatregelen doorvoert die onder andere bijstandsvrouwen treffen, slaat Grijs toe: “Vorige week kwam het onafwendbare slot aan de vervolging: de Endlösung. Ruding zegt in de Kamer dat wie niet genoeg moeite doet om uit de bijstand te raken, geen bijstand meer moet ontvangen. De ondankbaren moeten verhongeren. Verhongeren duurt te lang. Vergassen is beter. Ruding is de Eichmann van onze tijd.” Een andere kant van de woordkunstenaar Brandt Corstius komt naar voren in het letterkundige boek de Opperlandse taal-& letterkunde. Dit woordenboek beschrijft de vorm van de Nederlandse taal en niet de inhoud. Volgens Schippers is dit het levenswerk van Brandt Corstius en verdient hij alleen hier al de P.C. Hooftprijs 1984 voor.

Brinkman

De Minister en de Ambtenaren

“met alle denkbare stelligheid”

Op 13 december 1984 krijgt minister Brinkman van zijn medewerkers te horen dat de jury Hugo Brandt Corstius voordraagt als winnaar van de P.C. Hooftprijs. Van zijn ambtenaren van de afdeling Letteren krijgt de minister een soort literaire spoedcursus. Brinkman: “Ik kende hem als columnist en ik had wel eens wat van hem gelezen, maar niet in een zeer systematisch overzicht. Dit schijnt toch wel een heel bijzondere aanbeveling te zijn, dus dan moet je eens even op tijd over nadenken hoe je daar op zult reageren. En toen hebben we vervolgens dus nou zeg maar wat tijd gekocht, om het maar even zo te formuleren.” Deze zogenaamde gekochte tijd houdt in dat Brandt Corstius en de media nog niet van de prijs op de hoogte gebracht worden. Minister Brinkman heeft bedenkingen en heeft tijd nodig om tot een beslissing te komen. Aan de jury wordt gemeld dat er eerst een juryrapport verwacht wordt, voordat de voordracht van de jury bekrachtigd kan worden. Hoewel er bij de minister twijfels zijn, worden de voorbereidingen voor een uitreiking wel in werking gezet. Er wordt een concept felicitatiebrief aan Brandt Corstius geschreven en ook ligt er thans in het archief van WVC een rede die de minister tijdens de P.C. Hooftprijs uitreiking aan Brandt Corstius zal uitspreken. Brinkman: “Er zijn nog allerlei tussenvarianten op tafel gekomen. Van als je nou bij wijze van spreken er wel bij gaat zitten, maar er naar gaat kijken, of u laat een ander de prijs uitreiken, of de tekst wordt vervormd. Ik heb toen gezegd: ‘nee, jongens het is Ja of het is Nee. (…) Een prijs reikt men uit of niet uit en grijs zit daar niet tussen. Dus zo zwart/wit is uiteindelijk op het scherpst van de snede het debat gevoerd, in alle vriendschap uiteraard. In het politieke traject en ook in het contact met de ambtenaren, maar dat lag heel scherp.” Dat is ook terug te lezen in een interne nota die Peter Berger (†), hoofd van de afdeling Letteren van WVC schrijft aan de minister: “Het uitstel van uw beslissing heeft tot consequentie dat een eventueel afwijken van het judicium van de jury u bijzonder kwalijk zal worden genomen door de juryleden die nu ploeteren op het rapport. De juryleden zijn niet op de hoogte van uw bedenkingen (hoewel er inmiddels wel vermoedens zijn geuit). De kwestie is formeel benaderd: een rapport hoort erbij. Hiervoor is gekozen om ongewenste publiciteit van morrende juryleden te voorkomen. Ongewenste publiciteit wordt, naarmate de tijd verstrijkt steeds waarschijnlijker: in literaire kringen is het een bekend feit dat er weer een jury bijeen is geweest. Ik kan u derhalve slechts adviseren spoedig het judicium over te nemen.”

Brinkman verkeert in tweestrijd. “Ik had als minister te maken met verschillende zaken. Ik was natuurlijk functionaris en in het geval van de P.C. Hooftprijs ga ik niet over de inhoud van het besluit (…) Daarnaast had ik te maken met het kabinet en met de vraag: kunnen we verdedigen dat een kwetsende schrijver deze prijs krijgt? En ten derde had ik te maken met partijpolitiek en gevoelens binnen de partij.” Tijdens verschillende gesprekken proberen zijn ambtenaren Brinkman te overtuigen dat het niet verstandig is om de voordracht van de jury niet te bekrachtigen. Van Berger ontvangt de minister eind december opnieuw een nota. “Met alle denkbare stelligheid adviseer ik de minister om het advies van de jury inzake Piet Grijs/P.C. Hooftprijs te volgen. Persoonlijk vind ik Grijs/Battus/ Eter/Stoker/Chapkis/Cohen/Brandt Corstius/ in strikt literaire zin geen goed auteur. In moreel opzicht vind ik zijn schrijfsels zelfs verwerpelijk. (…) De minister zal de hele kunstwereld die altijd hongert om verontwaardigdheid te kunnen uiten tegen zich krijgen.” De nota heeft de instemming van de andere cultuur ambtenaren.
Ondertussen heeft de jury geen weet van de bedenkingen van de minister. Offermans: “Schippers en ik hadden wel eens contact: ‘heb jij al iets gehoord?’. Een beetje kwajongensachtige stemming. We hadden natuurlijk wel onderonsjes en Brinkman was in onze ogen natuurlijk niet de best denkbare minister op Cultuur. Hij was zo conservatief, terwijl hij nog maar zo jong was.” Namens de jury heeft K.Schippers de taak op zich genomen het juryrapport te schrijven. De minister en ambtenaren zitten om het rapport te springen, zo blijkt uit een nota die Berger eind januari aan minister Brinkman stuurt. “Het concept-juryrapport is helaas, ondanks de afspraken met de heer K. Schippers, nog niet in ons bezit. Hij zei dat hij ziek was geweest. Zei hij dus! Hij is vrij indringend tot spoed gemaand, maar verder durf ik niet te gaan. Het verbaast me toch al dat hij geen lont ruikt.”

Schippers

De Beslissing

“er komt altijd politiek gedoe”

Op 28 januari stuurt K. Schippers het juryrapport naar het ministerie van WVC. De ambtenaren van WVC vinden het een rapport van een jennerig karakter dat ook nog onhelder is. Desondanks adviseren zij de minister “dat hij er het beste aan doet het advies op principiële gronden te volgen.” Minister Brinkman laat zich nog niet direct door zijn ambtenaren overtuigen en besluit het onderwerp P.C. Hooftprijs 1984 ook in de ministerraad te brengen.
“Als je weet dat een onderwerp controversieel is, dien je het in de ministerraad te bespreken”, aldus Brinkman. Volgens de notulen van deze ministerraadvergadering op 8 februari 1984 “overweegt de spreker deze prijs dit jaar niet uit te reiken.” Minister Brinkman vraagt hoe zijn mede-ministers hier over denken. Brinkman: “Ik zat daar als Cultuurminister. Je moet als het maar enigszins kan, de cultuurprestatie in zijn waarde laten (…) Hier is een prijs, een prijs die door iedereen als zeer waardevol wordt ervaren. Als daarin zo heel nadrukkelijk naast die literaire kwaliteiten, het kwetsen ook beprijsd gaat worden, dan ga je toch echt een grens over, dat moet je niet willen. Dus ik heb daar echt wel, laten we zeggen, wat tweezijdig ingezeten. Ook in het gesprek in de ministerraad. In zekere zin is het altijd fout, of je nou uitreikt of niet uitreikt. Er komt altijd politiek gedoe.” Tijdens de ministerraad blijkt dat de ministers De Ruiter, Schoo en Winsemius voor uitreiking zijn, maar de andere ministers, inclusief minister-president Lubbers, zijn tegen uitreiking. Als slot van de notulen staat de conclusie: “De raad machtigt minister Brinkman tijdens het overleg met de voorzitter van de jury van de P.C. Hooftprijs 1984 naar bevind van zaken te handelen.”

Vier dagen na deze ministerraadvergadering valt de definitieve beslissing over de P.C. Hooftprijs 1984. De juryvoorzitter Verhoeven heeft op 12 februari op het ministerie van WVC een gesprek met minister Brinkman. Ook de Directeur Kunsten van WVC, Stevijn van Heusden is hierbij aanwezig. Het gesprek wordt door de aanwezigen verschillend geïnterpreteerd. Verhoeven en Van Heusden hebben het gevoel dat ze de minister alsnog overtuigd hebben om de prijs wel uit te reiken, terwijl daar in Brinkmans herinnering geen sprake van is. Het definitieve besluit is volgens hem dan al vier dagen eerder gevallen. “In de ministerraad gaat het zo dat nadat er een ronde wordt gemaakt, de minister die het aangaat met een eindvoorstel moet komen. Mijn eindvoorstel was ‘collega’s, ik geloof dat alles afwegende we het niet moeten uitreiken’. (…) Ik heb gevraagd om een gesprek met de juryvoorzitter om een besluit van de ministerraad duidelijk te maken.” Diezelfde dag wordt het via de media bekend gemaakt dat de minister van Cultuur de P.C. Hooftprijs 1984 weigert uit te reiken aan Hugo Brandt Corstius.

Offermans

Het Einde van de P.C. Hooftprijs

“nog een grotere eer”

Dat Hugo Brandt Corstius genomineerd is hoort hij pas op het moment dat het journaal meldt dat de P.C. Hooftprijs niet aan Hugo Brandt Corstius uitgereikt gaat worden. Brandt Corstius: “Nou ja, het is natuurlijk leuk. Het is natuurlijk toch nog een grotere eer dan een prijs wel krijgen.” De P.C. Hooftprijs 1984-jury is zeer verbaasd op deze twaalfde februari. De juryleden horen via de media dat hun voordracht niet door gaat. K. Schippers: “Nee, ik heb dit absoluut niet zien aankomen. Geen seconde over gedacht.” Ook Offermans heeft nooit aan dit scenario gedacht, hoewel hij wel op wat heisa rekende. “Als ik heel eerlijk ben dan had ik natuurlijk wel een vermoeden dat het op weerstand zou stuiten.”
De volgende dagen domineert de P.C. Hooft affaire het nieuws. Brandt Corstius heeft volgens Brinkman ‘het kwetsen tot instrument gemaakt’ en dit mag niet beloond worden met een staatsprijs. Columnisten, schrijvers, de NVJ, de Raad voor de Kunst, al deze groepen keuren de houding van Brinkman af. De staat dient zich niet met de inhoud van kunst te bemoeien is de strekking. Brandt Corstius zegt zelf in de Volkskrant: “Een columnist heeft de plicht een minister belachelijk te maken als hij daar aanleiding toe geeft. Een minister heeft de plicht een prijs uit te reiken als een jury die toekent. Ik hield me aan mijn plicht, de minister niet.” De PvdA besluit de minister ter verantwoording te roepen. Het kamerdebat zal drie weken later plaatsvinden. Tot het kamerdebat gaan de ‘protestacties’ door: de stad Amsterdam kent onverwacht de Busket Huetprijs aan Brandt Corstius toe, de jury van de P.C. Hooftprijs 1985 treedt af en de Vlaamse minister Marc Galle van Cultuur stapt uit het uitvoerend comité van de Nederlandse Taalunie, waar Brinkman voorzitter van is.
Eind februari vindt in de Tweede Kamer een interpellatiedebat over de kwestie plaats. In het debat krijgt de inhoud van het juryrapport veel aandacht. Verder moet Minister Brinkman tijdens dit debat zijn overwegingen voor zijn beslissing uit de doeken doen. De minister herhaalt dat hij geen staatsprijs wil uitreiken aan een schrijver die bepaalde bevolkingsgroepen diep gekwetst heeft en die het kwetsen tot instrument gemaakt heeft. De PvdA wil dat de prijs alsnog wordt toegekend, maar de motie die ze hiertoe indient haalt het de week daarop niet.

Volgens jurylid Offermans zit er wel één lichtpuntje aan de hele zaak: “Het was natuurlijk toch een vorm van censuur en dat had ook wel iets positiefs. Het komt niet vaak voor dat schrijvers zo serieus genomen worden.” De juryvoorzitter Verhoeven oppert in een televisie interview dat geen één zichzelf respecterend schrijver nu nog zitting zal willen nemen in de jury van de P.C. Hooftprijs. En zo gaat het inderdaad ook. Met deze affaire rond de P.C. Hooftprijs komt een einde aan de P.C. Hooftprijs als staatsprijs. Twee jaar later blazen Aad Nuis, Anton Korteweg en Rienk Visser de P.C. Hooftprijs nieuw leven in. Het is nu een zelfstandige stichting geworden. 1987 is het eerste jaar dat de P.C. Hooftprijs opnieuw wordt toegekend…..en de winnaar is: Hugo Brandt Corstius.

Tekst: Femke Veltman
Regie: Matthijs Cats
Research: Edmond Hofland en Femke Veltman

Bronnen

ARCHIEF:
Ministerie van OCW, voormalig ministerie WVC

BEELDMATERIAAL:
Het beeldmateriaal uit deze uitzending is afkomstig uit het archief van Beeld en Geluid en bevat vooral journaalbeelden en beelden uit actualiteitenprogramma’s uit de jaren tachtig.

Literatuur

M. van Amerongen e.a., De Kroon op het kwetsen. De affaire Hugo Brandt Corstius/ P.C. Hooftprijs 1984 (1985)
Battus, Opperlandse taal- en letterkunde (2004)
Kees Fens, Doorluchtig Glas. Vijftig jaar P.C. Hooftprijs (1997)

Vragen?

Heeft u vragen, ideeën of opmerkingen?

Neem dan contact op met de redactie: