↳ Enter om te zoeken
23 november 2004

Rushdie-affaire in Nederland

Rushdie-affaire in Nederland
Bekijk Video
1 min

Andere Tijden kijkt terug met Adriaan van Dis, Imam van Bommel, oud-minister van binnenlandse zaken Cees van Dijk én met de vertaalster van het boek in kwestie op wier hoofd nog altijd een fatwa staat.

Rushdie, de afvallige

The Satanic Verses

‘Meneer Rushdie, u heeft niet alleen een groot talent om boeken te schrijven, maar ook een groot talent om mensen te provoceren.’ Met deze aankondiging ontvangt Adriaan van Dis in januari 1989 de schrijver Salman Rushdie in zijn boekenprogramma Van Dis in de IJsbreker. De eerste twee romans van de in 1947 in Bombay geboren auteur zijn zonder grote ophef verschenen, maar met het boek Shame (1983), dat handelt over Pakistan, trapt Rushdie al op gevoelige tenen. Ook zonder dit kritische boek is er voor moslims al genoeg op Rushdie aan te merken. Na zijn geschiedenisstudie in Cambridge besluit Rushdie zich blijvend in Engeland te vestigen. Ook heeft Rushdie zich dan al van de islam afgekeerd. In de ogen van de moslimgemeenschap is hij een afvallige van het islamitisch geloof en dat is één van de ergste dingen die een moslim kan doen.

De islamitische wereld wordt pas echt door Rushdie geschokt met het uitkomen van The Satanic Verses in 1988. De grootste kritiek van religieuze moslimleiders op het boek spitst zich eigenlijk toe op twee hoofdstukken, zo zegt de Nederlandse imam Abdulwahid van Bommel in zijn woning in het Gooi. ‘Twee hoofdstukken die ook in een andere stijl worden geschreven dan de andere hoofdstukken; als je ze aandachtig leest’, aldus Van Bommel. Rushdie heeft volgens hem dezelfde stijl toegepast in deze twee hoofdstukken als die van de belangrijkste bronnen van de Koran. En daarmee krijgen deze twee hoofdstukken extra gewicht. Daarnaast gebruikt Rushdie als naam voor de profeet niet Mohammed, maar een verbastering daarvan, Mahound. ‘Het is een ouderwetse scheldnaam. Mohammed betekent “de Veelgeprezene” in het Arabisch, Mahound is echt zo iemand die er nog eens als een bastaard achteraan komt rennen’, verduidelijkt Van Bommel. En er staan dingen in die niet kloppen, zo gaat de imam verder. ‘Naar het idee van de moslims wordt er een heel scheef en erotisch beeld geschetst van Mekka, waarin vrouwen met de namen van de vrouwen van de profeet in een bordeel werkzaam zijn. Mekka is het heiligdom van de islam, waarop alle moslims zich richten tijdens het gebed, waar ook ter wereld. Het is de plaats waar je naar toe gaat op bedevaart’, aldus Van Bommel. En juist dit heiligdom onteert Rushdie in deze roman.

Rushdie zegt in het programma van Van Dis: ‘Ik was me natuurlijk bewust dat mijn boek forse kritiek bevatte op elementen uit het begin van de islam. Dus ik verwachtte niet dat orthodoxe moslims zouden staan te juichen. Maar ik dacht: “ze doen maar”. Het boek is er en wie het wil lezen kan zijn eigen oordeel erover vormen. Het boek verdedigt zichzelf wel’. Maar het boek werd niet slechts met onvrede begroet. Het verschijnen van de The Satanic Verses kreeg een nasleep waar Rushdie tot op de dag van vandaag de gevolgen van ondervindt.

Boekverbranding en fatwa

Onderduiking

 

Vlak nadat The Satanic Verses in Engeland in september 1988 uitkomt, ziet Van Bommel op de Engelse televisie dat Rushdie voor het boek de Whitbread Novel Award krijgt uitgereikt. ‘Ik zag het in Cambridge, in oktober 1988, ik heb het nog even nagekeken in mijn agenda. Kort daarna is een stukje voorgelezen in de moskee van Bradford. En zo is de hele affaire begonnen’, herinnert de imam zich.

‘Een onverstandige daad’ vindt hij het, het voordragen van het boek in de moskee. Want er is al onrust onder de moslimbevolking, en niet alleen in Bradford, waar in januari 1989 boekverbrandingen plaatsvinden. In Pakistan bijvoorbeeld, vallen op 12 februari 1989 vijf doden bij een demonstratie in de hoofdstad Islamabad. Enkele duizenden demonstranten bestormen daar het Amerikaanse culturele centrum uit protest tegen het uitkomen van het boek in de Verenigde Staten. India, Pakistan, Saoedi-Arabië, Egypte, Qatar, Maleisië, Somalië, Soedan, Indonesië en Zuid-Afrika hebben het boek al in de weken na het uitkomen ervan in 1988 verboden.

Het Islamitische bewind in Iran gaat het verst. De religieuze leider daar kondigt op 14 februari 1989 een fatwa af. ‘Ik deel de trotse moslim-gemeenschap in de wereld mee, dat de schrijver van het boek The Satanic Verses, dat zich keert tegen de islam, de profeet en de koran en iedereen, die, kennis dragend van de inhoud ervan, betrokken is geweest bij de publicatie van het boek, ter dood zijn veroordeeld. Ik vraag alle moslims, waar dan ook, hen te executeren’, zo luidt de verklaring van ayatollah Khomeiny. Rushdie duikt onder.

In Nederland komt het protest komt pas goed los wanneer Khomeiny de fatwa heeft uitgesproken en als het boek in het Nederlands dreigt te worden vertaald. Beiden gaat veel Nederlandse moslims te ver. Dat Rushdie met het boek over de schreef is gegaan en dat een vertaling in het Nederlands en daarmee een nog grotere verspreiding van het boek ongewenst is staat voor velen vast, maar het doodvonnis keurt het grootste deel van hen af. Van Bommel herinnert zich dat hij hoorde van de fatwa. ‘Dan ben je eventjes verbijsterd. Ik vond het vanaf het allereerste moment volslagen onzin. Maar ik wist ook de implicatie die het zou hebben, de inwerking. En dat bij bepaalde bevolkingsgroepen enthousiaste letterlijken en preciezen het helemaal zou aankomen zoals het is aangekomen’, meent de imam.

Van Dijk

'Smalende godslastering’

in Nederland

De Nederlandse moslims zijn van mening dat een doodvonnis te ver gaat, maar dat het boek wel zo kwetsend is dat ze willen voorkomen dat het in Nederland wordt verspreid. In eerste instantie proberen ze daarom te voorkomen dat de Engelse versie in Nederland op de markt komt. Dat mislukt. Wanneer uitgeverij Veen vervolgens aankondigt in het najaar van 1989 een Nederlandse vertaling op de markt te willen brengen, richten zij hun protest hiertegen.

In een open brief aan premier Lubbers vragen ze de regering op te treden. Die bespreekt het boek vervolgens in de ministerraad. ‘Ieder sprak zijn ongerustheid uit’, weet oud-minister van Binnenlandse Zaken Cees van Dijk nog. Na die ministerraad van vrijdag 17 februari verklaart premier Lubbers dat het kabinet heeft besloten de minister van Justitie een onderzoek te laten doen, om vast te stellen of strafvervolging mogelijk is. ‘Een prealabele analyse’, noemt minister van Justitie Korthals Altes het later in de kamer. Geen echt onderzoek dus, maar een analyse of er iets tegen het boek kan worden ondernomen op grond van de strafbaarheid van ‘smalende godslastering’, zoals omschreven in artikel 147 van het wetboek van strafrecht. Een aantal ambtenaren van het ministerie kijkt naar de passages in het boek en komt tot de conclusie dat het boek niet te verbieden is en dat strafvervolging van de schrijver ook al geen haalbare kaart is. Ze wijzen daarbij op het ‘ezel-proces’ van Gerard Reve, die in 1966 niet werd vervolgd toen hij God vergeleek met een ezel.

Op 3 en 4 maart 1989 demonstreren een paar honderd moslims in Den Haag en in Rotterdam. Hoewel de meerderheid van de moslims in Nederland zich tegen de doodstraf van Rushdie uitspreekt, roepen enkele demonstranten bij deze twee betogingen toch om het hoofd van de schrijver. Het is voor minister van Binnenlandse Zaken Van Dijk de aanleiding om de moslimsorganisaties bij zich te ontbieden voor een gesprek. ‘Die demonstraties waren een “eye-opener”. We kregen in de gaten dat dit muisje een staartje zou kunnen hebben, namelijk toenemende spanningen in Nederland. Dat leidde er bij mij toe: “Ik kan proberen de leiders van de moslims bij elkaar te halen en erover te praten”. Niet in beschuldigende zin, maar uitleggen hoe Nederland op grond van de grondwet omgaat met deze zaken’, zo zegt Van Dijk nu.

Er volgen twee gesprekken, tussen zijn ministerie en een keur aan moslimorganisaties. De minister legt in de gesprekken uit hoe er in de Nederlandse rechtstaat wordt omgegaan met vrijheid van meningsuiting en vrijheid van godsdienst. De boodschap is: verwacht niet dat een boek als dat van Rushdie verboden kan worden. Dat kan in Nederland niet. De overheid houdt zich daarbuiten, zeker wanneer het godsdienst betreft, vanwege de scheiding tussen kerk en staat. Van Bommel, die als voorzitter van het Islamitisch Landelijk Comité aan het gesprek deelneemt, bevestigt dit: ‘Van Dijk is zeer “to the point”, eigenlijk een droge man. Hij liet weten dat hij het vooral over de kreten “Rushdie moet dood” en de popverbrandingen wilde hebben. Dat dat echt niet kon in een rechtstaat als Nederland. En dat hij wilde dat wij onze achterban erop zouden wijzen dat dit niet kon. Dat hebben we allemaal netjes aangegeven en eigenlijk oprecht ook’, aldus van Bommel.

Maar de moslims zijn niet alleen gekomen om zich door de minister de oren te laten wassen. ‘Wij hebben gezegd: “We hebben bezwaar tegen dit boek, we willen dat binnen de mogelijkheden van de Nederlandse rechtstaat proberen het verschijnen van dit boek te voorkomen”’, zegt Van Bommel, maar maakt daarbij de kanttekening bij dat wanneer dat niet binnen de grenzen van het recht mogelijk is, het daarbij zal blijven. Volgens Van Dijk verliepen de gesprekken iets minder harmonieus. ‘Er was onbegrip’ zo zegt de oud-minister, ‘U bent minister. Waarom doet u niet wat? U bent toch zelf Christen! En dat maakte me niet optimistisch, want ik besefte hoe diep het zit. En dat je dat niet in een gesprek van een uurtje weg hebt’, zucht Van Dijk. Van een strafrechtelijk onderzoek komt het uiteindelijk niet en alle partijen legt zich daarbij neer.

Emeis

Liefde op het eerste gezicht

De vertaalster

Marijke Emeis kan als eerste persoon in Nederland een oordeel vormen over het boek The Satanic Verses. Emeis is de Nederlandse vertaalster van het boek. Zij krijgt het manuscript in de zomer van 1988 toegestuurd door Bert de Groot, directeur van uitgeverij Veen. Als zij het manuscript leest, voelt het als liefde op het eerste gezicht. Emeis twijfelt dan ook geen moment of zij de vertaalopdracht zal aanvaarden. Ze verdiept zich tijdens de vertaling grondig in de islam teneinde de vertaling zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke bedoeling van de auteur te houden. De eerste maanden van de vertaalklus is er nog geen ophef rond het boek. ‘Ik zou ook nooit voorspeld hebben dat er ophef rondom The Satanic Verses zou kunnen ontstaan. Het is gewoon simpelweg een prachtig boek’, aldus Emeis.

Terwijl Emeis met de vertaalopdracht bezig is, begint de onrust over de roman in vele landen de kop op te steken, eindigend met de fatwa van Khomeiny. Die geldt voor iedereen die aan de verspreiding van de inhoud van Rushdies boek meewerkt, dus ook de vertalers en uitgevers. In eerste instantie kan Emeis het niet bevatten dat er een prijs op haar hoofd staat. ‘Het was een uiterst surrealistisch gevoel, alsof je meedoet in een verkeerde film, een twintigerjaren maffiafilm’. Door de haar aangeboden politiebewaking komt Emeis snel in de werkelijkheid terug. In opdracht van de BVD rijdt de politie een aantal keren per dag langs haar huis. Verder kan Emeis via een rechtstreeks alarmnummer snel politiehulp oproepen en staat ze in contact met het ministerie van Justitie. Ondanks grote angst heeft ze nooit overwogen om de vertaalopdracht terug te geven. ‘Het was zo’n mooi boek en tijdens het vertalen werd het ook mijn boek. Ik maakte er wat moois van en ik bracht de literaire kwaliteiten van Rushdie goed tot uiting’. Normaal gesproken vinden er diverse ontmoetingen plaats tussen auteur en vertaalster. Bij de vertaling van de Duivelsverzen moet Emeis het doen met slechts één ontmoeting omdat Rushdie intussen al ondergedoken was. Gelukkig hadden ze tijdens die ene gelegenheid uitvoerig gesproken en waren al veel van haar vragen door de schrijver beantwoord.

Dat de fatwa zich daadwerkelijk naar de uitgevers en vertalers uitstrekt, wordt in de loop der jaren pijnlijk duidelijk. De Italiaanse en Japanse vertalers worden op gruwelijke wijze aangevallen. De Italiaan overleeft het, de Japanse vertaler niet. De aanval op beide vertalers is op exact dezelfde manier gepleegd. Emeis: ‘Daarom zijn we uitgegaan van één en dezelfde moordenaar. Ik heb mijzelf vanaf het begin van de fatwa één ding voorgehouden: als ze mij vermoorden, zal het vlees van mijn moordenaar onder mijn nagels zitten. Daar zal ik voor zorgen. Het klinkt raar, maar toen ik hoorde dat de Japanse vertaler dood was, was ik opgelucht. De moordenaar had immers zijn heilige taak volbracht en zou toegang krijgen tot het paradijs. Ik vermoed dat hij rond de wereld reisde, net zolang tot hij een vertaler kon doden en het was gelukt. Ik voelde mij wat veiliger’.

Van Dis

Terug naar een gewoon beveiligd leven

Het Steuncomité

Terwijl de felle discussies over De Duivelsverzen in de winter van 1989 afnemen, leven de betrokkenen begin jaren negentig nog steeds in angst. De moord op de Japanse vertaler vindt plaats in 1991. Twee jaar later wordt de Noorse uitgever van The Satanic Verses, William Nygaard, neergeschoten. Hij overleeft de aanslag ternauwernood. Van Dis zegt daarover nu: ‘Toen de Noorse uitgever in de rug geschoten was, toen er doodsdreigingen werden geuit aan het adres van de Duitse uitgever, toen dacht ik: “Het wordt een steeds serieuzere zaak”. Ik maakte me erg bezorgd. Maar ook voelde ik mij zeer betrokken bij dat boek, want ik dacht “Het is een veel te mooi boek om bij wijze van spreken te verbieden”. En ook is de boodschap veel te belangrijk voor de betrokkenen, om te luisteren naar mensen die het niet hebben gelezen en die alleen maar met de Koran in de hand staan te zwaaien. Dus toen hebben we het Rushdie Comité opgericht. Dat was in 1994.

Niet alleen in Nederland, dat gebeurde in vele landen’, aldus Van Dis die voorzitter wordt. Het Nederlandse Rushdie Comité organiseert ontmoetingen met verschillende Nederlandse moslimorganisaties. Er wordt gediscussieerd over de verschillende wijze waarop naar literatuur gekeken kan worden. Verder probeert het comité de Europese Unie over te halen Iran op de vingers te tikken en de Fatwa categorisch af te wijzen. Bij de Europese Unie krijgt het comité echter geen voet aan de grond. Na vijf jaar wordt het Comité opgeheven. Van Dis: ‘In 1999 zijn we in Oslo op verzoek van Rushdie bij elkaar gekomen. Hij heeft ons allen daar gesmeekt er mee op te houden’. Want ondanks het feit dat een Fatwa nooit te herroepen is, maakt Teheran in 1998 wel bekend dat het niet langer zal stimuleren dat de Fatwa wordt uitgevoerd. Daarom vindt Rushdie het in 1999 genoeg. Tien jaar na het verschijnen van The Satanic Verses zegt Rushdie dat ‘we de bladzijde moeten omslaan’. Salman Rushdie keert terug naar een gewoon leven. Het is echter wel naar een gewoon leven waar permanente beveiliging nog altijd deel van uitmaakt.

Tekst en research: Femke Veltman en Rob Bruins Slot
Samenstelling en regie: Godfried van Run en Matthijs Cats

Bronnen

Nb: Er schijnt een dossier Rushdie te zijn bij het ministerie van Justitie. Helaas lukte het niet voor de uitzending inzage te verkrijgen in dit dossier: Handelingen der Tweede Kamer der Staten Generaal, vergaderjaar 1988-1989

Literatuur

C.J. Aarts en Mizzi van der Pluijm, Verboden boeken (Amsterdam 1989).
Salman Rushdie, De Duivelsverzen (Amsterdam 1989).
Will Tinnemans, Een gouden armband. Een geschiedenis van mediterrane immigranten in Nederland, 1945-1994 (Utrecht 1994).