↳ Enter om te zoeken
31 augustus 2004

Dolle Dinsdag

Gerbrandy
Bekijk Video
1 min

Andere Tijden ontdekte een tot nu toe onbekend gebleven gebeurtenis uit die dagen. Op 6 september reed een trein vol vrouwen en kinderen van NSB-ers uit Amsterdam naar het oosten, op de vlucht voor de bevrijding. De trein werd bij Diemen door geallieerde vliegtuigen onder vuur genomen, met dramatische gevolgen: dertig doden en een groot aantal zwaar gewonden. Andere Tijden sprak met overlevenden en getuigen over een verzwegen tragedie.

Bericht Radio Oranje

Maandag 4 september

‘Gij weet dat de bevrijding voor de deur staat’, klinkt het zondagavond 3 september 1944 uit de luidsprekers van Radio Oranje. Geallieerde troepen zijn zojuist Brussel binnengetrokken en in Londen volgen medewerkers van het Nederlandse Bureau Inlichtingen de ontwikkelingen op de voet. Medewerkers van Radio Oranje H. J. van de Broek en L. de Jong besluiten dat de avonduitzending van Radio Oranje moet worden aangepast. Koningin Wilhelmina heeft gezien de snelle opmars van de geallieerden besloten dat Prins Bernhard bevelhebber der Nederlandse Strijdkrachten wordt onder het Opperbevel van generaal Eisenhouwer. Zowel Prins Bernhard als generaal Eisenhouwer verzoeken de Nederlanders via de radio terughoudend en voorzichtig te zijn. Maar de bevrijding lijkt aanstaande.

Op maandag 4 september wordt Antwerpen bevrijd en het Duitse leger zou zich in staat van ontbinding bevinden. Radio Oranje meldt om kwart over acht ’s avonds: ‘…wij delen de vreugde van onze Belgische landgenoten. De bevrijding van België is een belofte van de spoedige bevrijding van Nederland.’ Later op de avond kruipt minister president P.S. Gerbrandy achter de microfoon van Radio Oranje. Als hij voorafgaand aan de uitzending de ontwerptekst onder ogen krijgt, verandert hij de eerste zin. Het woord “naderen” verandert hij in “overschreden hebben”. H.J. van den Broek is verbaasd maar Gerbrandy toont geen spoor van twijfel: ‘We hebben inlichtingen van onze eigen mensen. Voor alle zekerheid hebben we ze vergeleken met die van de Engelsen en ze kloppen precies.’ Gerbrandy spreekt het Nederlandse volk toe: ‘Nu de geallieerde legers in hun onweerstaanbare opmars de Nederlandse grens overschreden hebben, wil ik u, uit naam van ons allen, hartelijk welkom toeroepen op onze vaderlandse bodem.’ BBC Home Service neemt het bericht over en zendt ’s avonds laat het volgende bericht uit: ‘This is BBC Home service. Another good news, the allies have just crossed the Dutch frontier…’.

In eerste instantie is niet duidelijk waar de geallieerden de grens overschreden hebben, maar Gerbrandy maakt in de radiotoespraak van kwart voor twaalf ’s avonds duidelijk dat Breda bevrijd is. In Rotterdam, Den Haag, Amsterdam, Utrecht, Assen Groningen en uiteraard Breda is de vreugde enorm.

R. Maas

Dolle Dinsdag

Verwarring alom

‘Mijn vader had de radio aangezet en luisterde naar Radio Oranje. Toen hoorden wij dat Breda bevrijd was. Mijn vader vloog naar boven en haalde de rood-wit-blauwe vlag bij mijn zus van de muur af. Hij hing de vlag over zijn schouder en stormde naar buiten’, vertelt mevrouw J. Rooderkerk. Ze was 16 jaar oud op die bewuste dag in september. Met deksels van potten en pannen gaat de familie, samen met de buren, de straat op. ‘We liepen allemaal in de polonaise en aan het eind van de straat daar stonden de Duitsers. Zij hoorden ons en zij begonnen te schieten. Eerst in de lucht en toen op straat.’ Iedereen slaat op de vlucht en gaat naar huis. De teleurstelling dat het niet waar blijkt, is groot. ‘We moesten nog lang wachten op de bevrijding.’

Op dinsdagmiddag 5 september meldt Radio Oranje: ‘Volgens officiële berichten hebben Britse troepen Breda bereikt. Volgens niet officiële berichten zijn ze inderdaad reeds veel verder in Nederland doorgedrongen.’ Maar er volgt geen nieuws over activiteiten van de geallieerden. Radio Oranje doet op woensdagavond geen mededelingen meer over het ‘offensief in Nederland’.

De jonge dierenarts L. van Looveren is op maandagavond teruggereisd vanuit Limburg naar Breda. Hij verblijft bij zijn ouders aan de rand van de stad. De volgende morgen ontmoet hij zijn neef en samen trekken ze er op uit. ‘Wij hadden natuurlijk veel gehoord. De geallieerden zaten in Antwerpen en wij zagen vluchtende Duitsers langskomen. Wij dachten: Over een uur zijn ze in Breda! Opeens zagen we daar een auto aankomen, een soort een legertruck, op banden dus. Ik dacht: Dat is een Engelse verkenningsvoertuig! Veel verstand van die auto’s heb ik niet. Maar die auto bleef staan, net op het punt dat de bomen ophielden voor de rotonde. Er was een soldaat die door een gat in de cabine naar boven kwam en hij keek daar rond. Hij zag ons natuurlijk wel staan en wij schreeuwden en riepen. Maar de soldaat zei niks en keek alleen maar en trok zich weer terug in zijn cabine, draaide om en verdween weer richting Antwerpen. Tot onze grote teleurstelling, want we zeiden: Jongens, ze zijn in aantocht!’

In Londen probeert H.J. van den Broek te achterhalen van wie het bericht precies afkomstig is. Hij verneemt dat het bericht ‘van een onzer eigen mensen in Breda is gekomen en dat met geallieerde troepen direct contact is geweest.’ De Engelsen zouden precies hetzelfde bericht hebben ontvangen, onafhankelijk van de Nederlanders. Bekend was dat op maandag 4 september enkele Britse patrouilles de Nederlandse grens hadden overschreden. Een geheim agent uit Breda had dat gezien en doorgegeven aan zowel de Britten als aan de Nederlanders.

Een andere theorie over het ontstaan van het gerucht van de bevrijding zou afkomstig kunnen zijn geweest van iemand uit Brasschaat, vlakbij Antwerpen. De Bredase journalist Rinie Maas legde contact met diverse mensen in de omgeving van Breda, toen hij zocht naar herinneringen en theorieën over het gerucht rond Dolle Dinsdag en de ophanden zijnde bevrijding. Maas hoorde ook het verhaal dat eerder al door Tom Gehrels was beschreven. Gehrels fietste op 5 september 1944 als 18-jarige jongen van Heemstede naar Breda in de hoop de geallieerden tegen te komen. Dat gebeurde niet. Begin jaren negentig keerde Gehrels terug naar Breda om uit te zoeken hoe het gerucht in de wereld was gekomen. Hij kwam met een theorie, een theorie die ook Rinie Maas tijdens zijn zoektocht naar informatie tegenkwam. ‘Volgens het verhaal stopte hier een Britse verkenner. Hij stapte uit, keek naar de gevel en zag daarop Café Breda staan. Men vroeg kennelijk aan hem waar hij was. Hij zou toen gezegd hebben: “I am here at Café Breda, I am at Café Breda on the Bredabaan”. Dat was twee keer Breda. En zo zou via de tankcommandant, de divisiecommandant en de generaal het bericht tot stand zijn gekomen’, vertelt Maas. Omdat premier Gerbrandy in zijn radiospeech op maandagavond overtuigend zegt dat de geallieerden de grens hebben overschreden, gaan de Britten er van uit dat het bericht moet kloppen. De Nederlanders redeneren omgekeerd: als de Britten zouden hebben getwijfeld aan het bericht dan hadden ze de Nederlanders toch wel gewaarschuwd. Ondanks alle onzekerheid over de situatie in Nederland houdt Gerbrandy woensdag een persconferentie voor Britse journalisten, waar hij het tot een “afscheidstoespraak” laat komen. Een ding is duidelijk: Dolle Dinsdag wordt gekenmerkt door onduidelijkheden in de communicatie.

Anton Mussert

Vluchtende NSB-ers

Oprichter en leider van de NSB, Anton Mussert besluit dat de NSB-ers uit het westen en het centrum van het land naar het oosten moeten evacueren. Van de ongeveer 100.000 NSB-ers slaan naar schatting 60.000 mensen op de vlucht. Vrouwen en kinderen van NSB-ers krijgen te horen hoe en wanneer ze kunnen vertrekken.

Op dinsdag 5 september en woensdag 6 september rijden er ongeveer veertig speciale evacuatietreinen. Hoofd Bureau Inlichtingen dr J.M. Somer schrijft op 6 september een bericht aan Hare Majesteit de Koningin: ‘…tijdens een radiotelefonisch contact met Nederland op 4 september werden de volgende mededelingen ontvangen: 1. Alle Joden zijn weggevoerd uit Westerbork en 2. Er is nog passagiersvervoer, hoewel zeer ongeregeld. De treinen worden door de RAF beschoten.’ Op 8 september schrijft Somer wederom een rapport gericht aan de koningin. Hij meldt: ‘Dinsdag stemming in Den Haag zeer nerveus-stop-Men zei dat geallieerden des avonds al hier zouden aankomen-stop- Haastige vlucht Duitschers en NSB’ers...Spoorwegstaking gewenscht.’ Geallieerde jachtvliegtuigen hebben de opdracht op bewegend materieel te schieten of te bombarderen, omdat deze treinen, boten, vrachtwagens en auto’s vooral gebruikt worden door Duitsers en Duitsgezinden. Ook rond Dolle Dinsdag vliegen Britse en Amerikaanse jagers veelvuldig over Nederlands grondgebied op zoek naar rijdend materieel. Wat beweegt, wordt beschoten en uitgeschakeld. Vanaf mei 1944 tot aan de spoorwegstaking die 18 september dat jaar ingaat, voeren de geallieerden een paar honderd beschietingen uit op personentreinen. Hierbij vallen honderden onschuldige doden en gewonden.

In het hele land vinden op Dolle Dinsdag incidenten plaats tussen Duitsers en Nederlanders. Hoewel veel Duitsers op de vlucht slaan, geeft een groep fanatiekelingen zich niet zo maar gewonnen. In verschillende steden komen schermutselingen of schietpartijen voor, soms met een dodelijke afloop.

Mevrouw T. van Gils herinnert zich dat ze op dinsdag naar een bruiloft in de kerk gingen van een meisje uit de buurt. ‘Vlakbij de kerk konden we het orgel al horen spelen. Toen het Wilhelmus klonk begon iedereen op straat spontaan mee te zingen. Maar er liepen wat Duitsers in de buurt en die werden zo verschrikkelijk boos. Een Duitser schoot eerst in de lucht en joeg ons weg. Daarna schoot hij gericht op ons. Gelukkig raakte niemand gewond, maar de schrik zat er goed in en wij bleven de rest van de dag binnen.’

De melige propagandistische krant “De Gil, periodiek rel-orgaan voor geduldig Nederland” schrijft in haar uitgave van 15 september: ‘Generale Repetitie: Dure les van Dolle Dinsdag. De Zucht van een Gerucht Joeg de Bonzen op de Vlucht.’

R. Bijsmans

Treinbeschieting bij Diemen

Ooggetuigen en inzittenden

Eén van de treinen die is ingezet voor het vervoer van Duitsers en collaborateurs is de evacuatietrein Watergraafsmeer 11429. De trein vertrekt om 14.45 uur vanaf Amsterdam Centraal station richting Duitsland. Op het perron staan vooral vrouwen en kinderen te wachten. In veel gevallen heeft de echtgenoot en/of vader er voor gezorgd dat de familie mee kan in de trein.

R. Bijsmans is in september 1944 acht jaar oud en herinnert zich nu nog steeds goed wat er op die bewuste woensdag gebeurde: ‘Mijn moeder, zus en vader vertrokken naar het station. Waarom precies wist ik niet, we gingen gewoon. In die tijd kreeg je als kind niet zoveel te horen.’ Ook D. van Vlijmen (gefingeerde naam) vertelt hoe hij met zijn moeder, zus en broers naar het station ging. ‘Mijn moeder vertelde ons dat we op vakantie naar Duitsland gingen. We hadden onze kleding in de haast in waszakken gestopt. Tijd voor het inpakken van andere zaken was er niet. We gingen met de tram naar het station en daar stond een trein klaar waar we inmoesten.’

De trein vertrekt op tijd, maar na zes minuten staat de trein al weer stil. J. Langerak is boerenknecht en aan het werk op het weiland naast de spoorbaan bij Diemen. Hij heeft net een het paard uitgespannen als hij tegen drie uur een trein ziet aankomen. Ter hoogte van het sein, ongeveer honderd meter bij hem vandaan, stopt de trein. ‘Op dat moment zie ik ook dat er drie jagers in de lucht aankomen. Ze vliegen een aantal keer over en schieten dan op de trein.’ Bijsmans: ‘Mijn vader hoorde de jagers aankomen en riep dat we zo snel mogelijk de trein uit moesten te gaan. We sprongen de trein uit en samen met mijn moeder gingen we plat tegen het talud liggen. We lagen nog maar net toen de jagers de aanval openden.’

Van Vlijmen blijft in de trein en kruipt onder de houten banken. 'Wij doken onder de bank. Ik lag onder de bank met mijn broer. Aan de andere kant lag mijn zusje en mijn jongste broer. Mijn moeder en jongste broer lagen in het middenpad.' Hij vertelt dat de beschieting heel hevig is en als het voorbij is, blijken hij en zijn zus ongedeerd. ‘Mijn oudste broer was in zijn been geraakt en bloedde hevig. Mijn jongste broertje was op slag dood. Mijn moeder was behoorlijk gewond, maar nog wel bij kennis.’ Zijn moeder vraagt hoe het met haar jongste kind is, maar eigenlijk weet ze het wel. ‘Ik zag een straaltje bloed uit haar mond lopen. We schreeuwden dat er hulp moest komen.’

Bij de brandweer in Diemen komt om drie uur de telefonische melding binnen van een luchtaanval op een trein op de spoorbaan Amsterdam-Hilversum. Het rapport meldt dat drie wagons schade hebben opgelopen en 37 mensen zijn omgekomen, 30 zwaar gewond en 40 lichtgewond zijn geraakt. Om tien over drie wordt de brandweer in Amsterdam om assistentie gevraagd. Deze rukt uit en helpt bij het blussen van de brand. H. Teiwes speelt met een paar vriendjes aan de andere kant van het talud als hij de jagers ziet aankomen. ‘De vliegtuigen kwamen twee keer over beschoten de trein. Wij stonden te kijken en toen de jagers weg waren, moest de oudste van ons drieën komen helpen met het weghalen van de gewonden.’ Langerak bedenkt zich geen moment. Zodra de vliegtuigen verdwenen zijn, rent hij naar de trein toe. ‘Ik nam nog gauw een blik met water mee, want dat zou wel van pas komen, dacht ik.’ Eenmaal bij het talud aangekomen ziet Langerak hoe erg de situatie is. ‘Er lag daar een vrouw met een kind in haar armen. Ze waren er niet best aan toe.’ Langerak helpt waar hij kan: ‘We moesten snel zijn, want de banken van de trein waren al aan het smeulen. Een van de wagons stond al in brand. Gelukkig waren de hulpdiensten snel ter plaatse.’ De eerste opvang van doden en gewonden is op een nabijgelegen boerderij. Van daaruit worden de gewonden vervoerd naar het Binnen Gasthuis en het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis in Amsterdam. De doden worden geborgen in de “doodenbergplaats” Zuiderkerk.

Bijsmans blijft met zijn moeder tegen het talud aanliggen en krijgt weinig mee van het drama. Hij heeft geen idee dat er zoveel mensen gewond en gedood zijn. ‘Pas later hoorde ik hoe erg het was. Ik wist dat toen niet, want mijn moeder zorgde ervoor dat wij dat niet zagen.’ Teiwes en Langerak horen pas later dat de mensen in de trein vrouwen en kinderen van NSB-ers waren.

Van Vlijmen

Afloop Dolle Dinsdag

Breda bevrijd

Op 16 september rapporteert Kapitein-Luitenant-ter-Zee C. Moolenbergh aan verschillende ministeries hoeveel doelen in Nederland van 3 tot en met 10 september zijn geraakt. ‘Zoals reeds den vorigen maal aangegeven wordt, nu ’s vijands tegenstand nabij de Nederlandse Zuidgrens is toegenomen, boven Nederlands grondgebied een, tot dusver ongekend sterke luchtactie ontwikkeld, waarbij vooral de spoorwegen, autowegen en binnenwateren werden bestookt.’ Van de aanvallen werden foto’s en filmopnamen gemaakt om de resultaten goed te kunnen bijhouden. Op 5 en 6 september melden de Spitfires, Mustangs, Thunderbolts en Lightnings dat ze in totaal ruim honderd locs hebben vernield en velen hebben beschadigd. Ook treffen de geallieerden nog verschillende wagens, vrachtwagens, tanks, luchtafweerauto’s en een paard en wagen. De Duitsers worden hierdoor aardig onder druk gezet en het transport van goederen en mensen wordt ernstig bemoeilijkt.

Na Dolle Dinsdag stort het NSB-apparaat grotendeels ineen; velen zijn uitgeweken naar Duitsland en het achtergebleven deel valt uiteen door onderlinge onenigheid. Ongeveer vijftig gewonde NSB-ers worden naar het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis in Amsterdam vervoerd. De loc is defect geraakt en de sporen zijn versperd. De trein wordt doorgereden naar Amersfoort van waaruit de reis voor sommigen wordt vervolgd. Bijsmans is samen met zijn vader, moeder en zus weer ingestapt en komt uiteindelijk aan in het Duitse Westerhof. Daar blijven ze tot maart 1945, daarna keren ze weer terug naar Nederland.

D. van Vlijmen moet samen met zijn zus naar een opvanghuis, maar daar loopt hij de volgende dag al weg. Hij wil weten hoe het met zijn moeder en zijn broer is en samen gaan ze naar het OLVG in Amsterdam. Zijn broer is gewond, maar zal wel weer genezen. Met zijn moeder is het minder goed afgelopen. Om even na zes uur op woensdagmiddag 6 september is zij overleden. Samen met haar jongste zoon wordt zij begraven. D. van Vlijmen en zijn zus worden opgevangen door hun grootouders. Tot de dag van vandaag heeft hij niet gedurfd over dit voorval te spreken met mensen buiten de familie. ‘Liever vertel ik het niet, maar het wordt nu 60 jaar geleden, en je kan zeggen dat je de boel moet vergeten. Maar vergeten kan je het niet. En je schaamt je voor de dingen die gebeurd zijn en voor het feit dat mijn vader fout was. Je kan er met niemand over praten. Want dan wordt het meteen: “Oh jullie waren toch NSB-ers?” Dus dat krijg je voor je voeten gegooid, dat is logisch. Dat is begrijpelijk ook, dus.’ Daarom is de naam van Van Vlijmen een gefingeerde naam.

In Breda keert de rust tijdelijk weer terug en lijkt alles bij het oude. De bevolking zit met smart op de bevrijding te wachten. Ruim een maand na Dolle Dinsdag op 29 oktober 1944 trekken de geallieerden de stad binnen en kan de Bredase bevolking eindelijk zonder vrees in polonaise door de straat.

Tekst en research: Yfke Nijland
Samenstelling en regie: Paul Ruigrok

Bronnen

ARCHIEFMATERIAAL
Gemeentearchief Amsterdam
NIOD Amsterdam
Nationaal Archief Den Haag
Gemeentearchief Diemen
Gemeentearchief Breda
RAF Museum Hendon
Spoorwegmuseum Utrecht
Sectie Luchtmachthistorie ministerie van Defensie
Rinie Maas, journalist Bredase Bode
Stichting Werkgroep Herkenning
Instituut Beeld en Geluid: Speelfilm: Reizigers in de frontlinie (1947)
Imperial War Museum Londen: materiaal van 'gun-camera films'

Literatuur

De Jong, L., Herinneringen I (Den Haag).
Huurman, C., Het Spoorwegbedrijf in Oorlogstijd, 1939-1945 (Nieuwegein 2001).
Korthals Altes, A., Luchtgevaar, luchtaanvallen op Nederland 1940-1945 (Amsterdam 1984).
Teiwes, H., Historische Kring Diemen, jaargang 5, nummer 1-1995.
Van den Broek, H.J., Hier Radio Oranje, (Amsterdam 1947).
Zwanenburg, G.J., En nooit was het stil, kroniek van luchtoorlog (Den Haag 1990-92).