Meer verdieping op het gebied van geschiedenis? Kijk op NPOFocus.nl
↳ Enter om te zoeken
5 augustus 2003

De dood van Stalin

Andere Tijden Stalin: huilende mensen
Bekijk Video
28 min

Stalins dood

Op 4 maart 1953 werd de communistische familie waar dan ook ter wereld al voorzichtig op het ergste voorbereid. ‘J.W. Stalin is ernstig ziek’, schreef bijvoorbeeld het Nederlandse volksdagblad De Waarheid, spreekbuis van de Communistische Partij Nederland (CPN). Vanzelfsprekend stuurde het partijbestuur van de CPN nog dezelfde dag een telegram aan de Communistische Partij van de Sovjetunie (CPSU) met: ‘Vurigste wensen voor spoedig herstel gezondheid kameraad J.W. Stalin.’ Maar kameraad Stalin, vermoedelijk 74 jaar oud (over zijn precieze geboortedatum bestaat enige verwarring), zou niet meer herstellen. Op 5 maart maakte Radio Moskou bekend dat het hart van de strijdmakker en geniale opvolger van Lenin niet meer klopte, en stortte daarmee de communistische familie in diepe droefenis.

Van het rouwbeklag in de straten van Moskou dat op het doodsbericht volgde, bestaan indringende filmbeelden. Daarop zijn hordes Moskovieten te zien, die zich naar Dom Sojoez, het Huis van de Raden, spoeden. In het gebouw, ook wel de Zuilenzaal genoemd, ligt hun dode leider opgebaard en nog één keer mogen zij aan hem voorbij trekken. ‘Onophoudelijk stroomt de levende rivier van volksliefde en volksrouw’, luidt het bijbehorende Russische commentaar. Prachtige beelden zijn het, maar vertrouw er nooit op dat film-, of televisiebeelden het hele verhaal vertellen. In werkelijkheid ging achter de getoonde volksliefde en volksrouw een gruwelijk drama verborgen, met vermoedelijk een paar duizend doden.

Rouwende massa voor de Zuilenzaal

Een massa rouwenden

Dodelijk gedrang
Op de dag dat Stalin stierf was de schilder Vitali Volf (1934) negentien jaar oud en student aan de kunstacademie. ‘Toen ik die morgen om negen uur op school kwam, zei de jongen die naast me zat dat Stalin was overleden en dat we als de bliksem naar het centrum moesten’, vertelt hij als we – net als toen – op weg gaan naar de Zuilenzaal.

De stemming op straat was alsof er een ramp was gebeurd: ‘Iedereen was diep geschokt en in de war.’ Voor de Zuilenzaal stond een lange rij van mensen die Stalin wilden zien. Vitali sloot zich daarbij aan en stond vervolgens uren te wachten tot, om zes uur ’s avonds, het drama zich begon te voltrekken. Vanuit de omliggende straten hadden zich steeds meer mensen bij de rij gevoegd, maar die bewoog zich nauwelijks voort. Sommige mensen probeerden voor te dringen, terwijl anderen juist weer uit de rij probeerden weg te komen, met als resultaat een dodelijk gedrang: ‘De mensen in het midden van de massa, zoals wij, konden zich redden door zich schrap te zetten, maar wie tegen de muren werd gedrukt was meestal reddeloos verloren.’ De massahysterie kreeg, naarmate de avond vorderde, een steeds gewelddadiger karakter. Volgens Vitali Volf werd een jongen die had geprobeerd over de daken naar de Zuilenzaal te komen, maar daarbij was gevallen, voor zijn ogen ‘uiteengerukt’. Hoeveel mensen er precies zijn omgekomen is nooit duidelijk geworden.

Tegen middernacht bereikten Vitali en zijn vriend eindelijk de Zuilenzaal, waar de mensen zich bewust waren geworden ‘van de tragiek van het moment’ en weer tot rust kwamen. Bij de ingang van het gebouw en in de zaal waar Stalin lag opgebaard stonden filmcamera’s die vastlegden hoe de Sovjetburgers – bedroefd, plechtig en zonder wanklank – aan hun dode leider voorbijtrokken.

Voor deze aflevering van Andere Tijden hadden we graag opnamen gemaakt ín de Zuilenzaal. Het neoklassieke gebouw niet ver van het Bolsjoi-theater is een belangrijke lieux de mémoire van de Sovjetgeschiedenis. Hier had Stalin in de jaren dertig zijn belangrijkste politieke tegenstanders ter dood laten veroordelen in showprocessen die de opmaat vormden tot een terreurcampagne tegen al zijn, echte of vermeende, vijanden. En hier lag de dictator na zijn dood dagenlang opgebaard. De Zuilenzaal is geen verboden terrein. Alleen vraagt de huidige beheerder namens de Russische overheid, in het kader van het sinds kort zo hartstochtelijk omhelsde kapitalisme, aan buitenlandse cameraploegen drieduizend dollar entreegeld. Vandaar dat Vitali Volf, op de foto hiernaast, vóór en niet in het gebouw staat. Daar vertelde hij ons ook dat hij, toen hij langs de baar van Stalin liep, nog een schok te verwerken kreeg. Het mannetje in de kist met zijn deels rossige, deels grijze haar en zijn pokdalige gezicht leek nauwelijks op de god, die hij als kind had geleerd te vereren. Het liefst was Vitali op die dag in maart 1953 nog even blijven staan, om te kijken of de dode zich niet alsnog zou oprichten. Goden sterven immers niet. Maar je mocht niet blijven staan, omdat buiten op straat de rij langer en langer werd.

Joeli Kim

Stalincultus

Stalin was overal
Joeli Kim (1936) is de zoon van een Koreaanse vader – Rusland telt sinds de 19e eeuw een grote Koreaanse minderheid – en een Russische moeder. Hij verdient zijn geld als zanger en is, net als Vitali Volf, een kind van het Stalintijdperk. Om duidelijk te maken wat dat betekent, zingt hij enthousiast een paar liedjes uit zijn jeugd, met teksten als:

In de weidse vlaktes van ons heerlijk vaderland
Harden we ons in noeste arbeid en in veldslagen
En dichten onze vrolijke zangen over onze grote vriend en leider.
Stalin is de roem van onze strijd,
Naar Stalin streeft onze jeugd omhoog.
We strijden en overwinnen terwijl ons lied weerklinkt.
Zo volgt heel ons volk de diepbeminde Stalin.

Alle kinderen die in de jaren van Stalins heerschappij opgroeiden, moesten dit soort lofdichten op de leider uit hun hoofd leren. Overal – op straat, op school, op vakantie en vaak ook thuis – kwamen ze zijn beeltenis tegen, of het nu een portret was, een meer dan levensgroot beeld, of een filmacteur die Stalin via het witte doek in het hart van de Sovjetmens moest brengen. En er waren, in de woorden van Joeli Kim, ‘Stalinsteden, Stalinfabrieken, Stalinstraten en Stalindwarsstraten. De Stalincultus was alomtegenwoordig, je moest heilig in Stalin geloven en dat ook in woord en daad tonen. Wie iets van twijfel uitdrukte, verdween meestal heel snel.’ Stalin, zo leerde ook Vitali Volf, was eigenlijk de vader van alle Sovjetkinderen, dan wel de grootste kindervriend, ‘die voor ons zorgde en ons dag en nacht behoedde’. Op 27 januari 1936 deed zich weer eens een mooie gelegenheid voor om die boodschap vorm te geven.

Stalin en Engelsina Markizova

Een bijzondere dag

Het meisje dat Stalin mocht kussen
'Een bijzondere dag' is de titel van het filmverslag van het bezoek dat een delegatie uit Boerjatië aan het Kremlin bracht. Boerjatië, gelegen aan gene zijde van het Baikalmeer, vrijwel op de grens met Mongolië, vormde vanaf de oprichting van de Sovjet Unie een autonome republiek. ‘Het was toen gebruikelijk’, vertelt Engelsina Markizova (1929), ‘dat elke Sovjetrepubliek een delegatie naar Moskou stuurde om verantwoording af te leggen jegens de regering.’ Op 27 januari 1936 was de Boerjatse republiek aan de beurt. De vader van Engelsina was volkscommissaris (minister) van landbouw in het gebied. Hij moet communist in hart en ziel zijn geweest: zijn enige dochter had hij naar de Duitse revolutionair Friedrich Engels genoemd, zijn enige zoon Vlad Ilen naar Vladimir Iljits Lenin. Engelsina vergezelde haar vader vaak op dienstreizen en smeekte of ze ook mee mocht naar Moskou. ‘En hoe gek het ook klinkt, iedereen ging akkoord.’

'Een bijzondere dag' begint met de uitnodiging van minister-president Molotov aan kameraad Batazarkal Badmajev, voorzitter van een kolchoze (collectieve boerderij) om het woord te nemen. Waarna een doodzenuwachtige man in Mongools tuniek bezweert dat ‘wij vroeger onder een juk van uitbuiting en onderdrukking leefden, maar dankzij kameraad Stalin [….] kennen wij nu alleen geluk, voorspoed en welwaart.’ ‘Die onverhulde stroopsmeerderij, dat schaamteloze ophemelen bereikte toen een hoogtepunt’, zegt Engelsina met de kennis van de Sovjetgeschiedenis die ze nu heeft.

Na kameraad Badmajevs lofzang mocht nog een aantal andere Boerjaten Stalin prijzen, en toen vond Engelsina het wel genoeg: het was haar beurt. ‘U moet beseffen’, vertelt de 74-jarige Engelsina in haar Moskouse flat, ‘dat ik toen zeven was. Ik ging nog niet eens naar school en ik moest naar ál die toespraken luisteren. Ik stond dus uiteindelijk op, pakte de bloemen en liep naar voren. Stalin draaide zich om, zag me en zette me op tafel. Ik zei dat dit [het boeket] van alle kinderen uit Boerjatië was voor Josif Vissarionovitsj Stalin.’ Daarna mocht het meisje van zeven jaar oud de dictator kussen en drukte Stalin op zijn beurt Engelsina stevig in zijn armen. Toen Engelsina Markizova de volgende dag de lobby van haar hotel in Moskou inliep, zag ze dat de foto van die ontroerende scène in alle kranten stond. Maar daarmee hield de aandacht voor haar persoon niet op. Stalin was al de beste vriend van alle arbeiders, boeren, intellectuelen, enzovoort van de Sovjetunie. Dit was voor Stalin een uitgelezen kans zich ook te presenteren als de beste vriend van alle kinderen van het land. Bovendien kon zo getoond worden dat Sovjetkinderen de gelukkigste kinderen van de hele wereld waren. Dus verscheen de foto van Engelsina in miljoenenvoud in kranten en tijdschriften, werd het icoon nageschilderd en maakten beeldhouwers zelfs meer dan levensgrote beelden van Stalin en het aandoenlijke meisje. Het feit dat Engelsina Markizova een glunderende Stalin had gekust en dat zij het symbool was van de gelukkige sovjetjeugd bleek haar familie geen enkele bescherming te bieden, toen de terreur een jaar later ook Boerjatië bereikte.

De terreur

‘Lang leve Stalin!’
Ergens in de jaren dertig moet Stalin besloten hebben al zijn, echte of vermeende, vijanden uit de weg te ruimen. Daarbij waren de leden van de communistische partij, inmiddels almachtig, het eerst aan de beurt. Zij hadden Stalin op het schild gehesen en zij zouden hem daar weer vanaf kunnen halen. Oudere partijleden als de vaders van Vitali Volf en Engelsina Markizova hadden zelf de revolutie meegemaakt. Zij hadden eigen ideeën over de opbouw van een communistische maatschappij en probeerden nog enige afstand tot Stalin te bewaren. Vooral deze mensen moesten van het toneel verdwijnen. Net als de vader van Joeli Kim, die als redacteur aan een tijdschrift verbonden was, werden zij in 1937, op beschuldiging van ondermeer spionage, gearresteerd en geëxecuteerd.

Engelsina Markizova zag haar vader voor het laatst toen zij thuiskwam van een dagje schaatsen. De familie Markizova woonde in Uland Ude, de hoofdstad van Boerjatië, niet ver van het gebouw van de NKVD, zoals de geheime dienst toen heette. Vader Markizova kon zijn dochter nog net zeggen dat zijn arrestatie een vergissing was en dat alles weer goed zou komen. Die reactie was exemplarisch voor overtuigde communisten als Markizova. Tijdens de terreur van Stalin probeerden ze zich staande te houden met de gedachte dat de opbouw van het communisme zo’n immens moeilijke opgave was dat fouten onvermijdelijk waren. Zo hadden zij zelf in het recente verleden vaak tegenstanders vervolgd: bij de strijd om de alleenheerschappij van de communistische partij te vestigen, bij de gedwongen collectivisatie van de landbouw en bij de geforceerde industrialisatie van het land. Het idee dat de partij eigenlijk niet deugde, dat haar idealen tot rampspoed leidden en dat Stalin een misdadiger was, konden de meeste communisten – ook na hun arrestatie – simpelweg niet aanvaarden. Dan zou hun hele leven, alles waarvoor zij hadden gestreden en geleden, voor niets zijn geweest. Vlak voordat ze door het vuurpeloton stierven, riepen sommigen van hen nog een laatste keer ‘Leve Stalin!’.

Collectieve schizofrenie

Stalin: weldoener en geniale leider
Na de dood van haar vader en de verbanning en de plotselinge en mysterieuze dood van haar moeder een paar jaar later, raakte Engelsina Markizova in vergetelheid. Zij ging bij een tante wonen, wier naam ze aannam. Desondanks behielden de foto’s, schilderijen en beelden van Stalin met het meisje van zeven gewoon hun functie. De propagandamedewerkers van de despoot zochten en vonden een meisje dat op Engelsina leek, om als haar stand-in te dienen. Toen haar moeder nog leefde had Engelsina een brief aan Stalin geschreven, om uit leggen dat haar vader een loyaal partijlid was en zijn arrestatie echt op een vergissing berustte. Vanzelfsprekend vergeefs. Maar ondanks de bizarre wending die haar leven had genomen, kon ook Engelsina Markizova tot de dood van de dictator niet geloven dat Stalin een misdadiger was.

De moeder van Joeli Kim bracht, nadat haar man was vermoord, tien jaar in een kamp door. Toen zij terugkeerde schreef ze voor haar zoon een lofdicht op Stalin. Moeder Kim heeft tot haar dood de mythe overeind gehouden dat Stalin een groot weldoener was en dat de Sovjetmens zonder zijn geniale leraar en leider reddeloos verloren was.
Niet alleen de vader, ook de tante en de grootvader van Vitali Volf verdwenen tijdens de terreur. Maar Vitali was mentaal niet in staat Stalin daarvan de schuld te geven.
Om zelf overeind te blijven hebben met name de leden van de communistische partij van de Sovjetunie, maar evengoed hun sympathisanten in bijvoorbeeld Nederland, zichzelf een vorm van collectieve schizofrenie opgelegd. Ze hielden zo van Stalin. Maar Stalin hield niet van hen.

Tekst en regie: Matthijs Cats
Interviews en research: Aleid Marquart
Productie en research Moskou: Irina Anatsjeva

Literatuur

Bonnell, V., Iconography of power: Soviet political posters under Lenin and Stalin (Berkeley 1997)

Brooks, J., Thank you comrade Stalin! (Princeton 2000)

Bullock, A., Hitler and Stalin. Parallel lives (Londen 1993)

Ree, E. van, The political thought of Joseph Stalin. A study in twentieth-century revolutionary patriotism (Londen 2002)

Tucker, R., Stalin in power: the revolution from above, 1928-1941 (New York 1992)