↳ Enter om te zoeken
21 oktober 2014

Andere Tijden

Hans Goedkoop
Bekijk Video
25 min

De meridiaan van Moskou

Het is alweer tien jaar geleden dat de Nederlandse communistische partij zichzelf ophief. Na de val van de Muur en het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, moest in 1991 zelfs de CPN erkennen dat het communisme politiek gezien weinig toekomst meer had. Negentig jaar politieke strijd in Nederland had de wereldrevolutie geen stap dichterbij gebracht.

De Nederlandse communistische partij, opgericht in 1909, was één van de oudste ter wereld. Alleen Rusland en Bulgarije waren eerder. De meeste zusterpartijen ontstonden pas na de Russische Revolutie van 1917 en vanaf dat moment kwam ook de onderlinge samenwerking goed op gang. In 1919 werd de Komintern opgericht, een internationaal samenwerkingsverband van communistische partijen dat zich ten doel stelde de revolutie over de wereld te verbreiden. Het hoofdkantoor zetelde in Moskou, de hoofdstad van de communistische wereld.

De Groningse historicus Gerrit Voerman deed onderzoek naar de gecompliceerde verhouding tussen de Nederlandse communistische partij en de Komintern. Vandaag verschijnt zijn proefschrift: ‘De meridiaan van Moskou: De CPN en de Communistische Internationale (1919-1930)’. Voerman beschrijft in zijn boek, hoe de CPN binnen tien jaar van een zelfstandige, eigenzinnige partij tot een gehoorzame satelliet van Moskou werd. Aanvankelijk bekleedden de Nederlandse communisten een relatief sterke positie binnen de Komintern. Oudgedienden als Henriëtte Roland Holst en David Wijnkoop hadden al contact gehad met Lenin toen niemand nog wist hoe belangrijk hij zou worden. Dat gaf aanzien in Moskou. Maar al snel werd duidelijk dat van de CPN niet veel te verwachten viel. Niet alleen had de partij slechts een paar honderd leden, het feit dat de partijtop continu ruzie had, maakte het er ook niet beter op. Voor de Komintern was Nederland hoogstens interessant als toegangspoort tot Indië, een land dat een veel grotere ‘afzetmarkt’ voor het communisme kon bieden.

Hoe langer de wereldrevolutie op zich liet wachten, hoe meer Moskou de leiding in handen nam. Nationale communistische partijen als de CPN moesten zich voegen naar de strikte regels van Komintern en ideologische ‘dwalingen’ werden genadeloos afgestraft. Toen de Komintern in 1930 letterlijk dicteerde wie er in het bestuur van de CPN moesten komen, was het gedaan met de zelfstandigheid van de Nederlandse communisten. Tot 1991 zouden ze niet veel meer zijn dan gehoorzame onderdanen van Moskou.

William Siewertsz van Reesema

Siewertsz van Reesema

De jonge Sovjet-Unie oefende een grote aantrekkingskracht uit op westerse idealisten. In de eerste jaren na de revolutie van 1917 vertrokken tientallen Nederlanders naar het communistische paradijs. Eén van hen was de Rotterdamse William Carl Siewertsz van Reesema, beter bekend als ‘de jonkheer’. Zoals wel meer vooraanstaande communisten, was hij van goede komaf, maar een stereotiepe rijkeluisjongen was hij niet: hij was geheel kaal, droeg altijd een mes bij zich en stond bekend om zijn wat onbehouwen optreden. Om van het hinderlijke adellijke stempel af te komen, noemde hij zich meestal kortweg Willem van Reesema, of nog korter, Rees.

Van Reesema had zich direct in 1909 aangesloten bij de communistische partij, maar het duurde niet lang voor hij in allerlei ruzies verzeild raakte (dat gold overigens zeker niet alleen voor hem). Hij had een grote afkeer van intellectuelen en niets stoorde hem meer dan vage discussies en standpunten. Daar was nu juist geen gebrek aan binnen de CPN. In december 1924 vertrok Van Reesema naar Moskou, om daar secretaris te worden van het Actiecomité van de Komintern en de Profintern (internationale vakbeweging). Daar wist hij achter de schermen al gauw een machtige positie op te bouwen. In de praktijk werd hij gezien als de vertegenwoordiger van de CPN in Moskou, zeer tegen de zin van de partijleiding in Nederland. Van Reesema trouwde niet lang na zijn aankomst met de Georgische Nina Argoentinskaja. Negen jaar later werd hun zoon Jan geboren.

Nederlanders die naar Moskou kwamen, brachten in de regel zo snel mogelijk een bezoek aan Van Reesema, die gevraagd en ongevraagd adviezen en waarschuwingen uitdeelde vanuit zijn kamer in Hotel Lux. Hij zat midden in het Moskouse communistenwereldje en kende de politieke en sociale verhoudingen in Moskou als geen ander. Voor iedere net uit Nederland overgekomen communist was zijn advies onmisbaar, aangezien de situatie in Moskou zo snel veranderde dat deze voor een buitenstaander moeilijk was te doorzien. Van Reesema wist welke partijbonzen in de gratie waren en bij wie je juist beter uit de buurt kon blijven. Zeker in de jaren dertig, was een juiste inschatting van de wisselende politieke positie van leidende communisten letterlijk van levensbelang.

Aan intrigeren verslaafd

Van Reesema zag het als zijn taak om dwalende Nederlandse communisten op het juiste spoor te krijgen. Zijn belangrijkste ‘correctiemiddel’ was het doorbrieven van dissidente standpunten aan de Komintern. Van alle Nederlandse communisten hield hij een dossier bij. Degenen die in zijn ogen verdachte contacten erop na hielden, gaf hij aan bij het Uitvoerend Comité van de Komintern en vaak ook bij de geheime dienst. Hij opende zelfs persoonlijke brieven; niets ging te ver als het belang van de partij op het spel stond. Sommige Nederlandse communisten bleven daarom liever bij Van Reesema uit de buurt, maar ook dat kon gevaarlijk zijn. Wanneer je als Nederlandse communist in Moskou niet even een bezoek bracht aan Van Reesema, werd dat gezien als een teken dat je iets te verbergen had en die indruk moest in alle gevallen worden vermeden. Zijn partijgenoot De Kadt beschrijft hem als volgt: ‘Hij was aan het intrigeren verslaafd zoals anderen aan de drank, maar op zijn manier wilde hij toch altijd de revolutionaire proletarische beweging dienen, als man op de achtergrond, die aan de touwtjes kon trekken en de marionetten die woordvoerders en schrijvers waren, op de maat van marxisme-leninisme – en later stalinisme – liet dansen.’

Hans Olink citeert in ‘De vermoorde droom’ uit één van Van Reesema’s klikbrieven over landgenoot Dirk Schermerhorn. De Nederlandse ingenieur komt er niet best vanaf: ‘Reeds in 1934 had hij [Schermerhorn] geklaagd dat het slecht stond met de planvervulling in zijn bedrijven, maar in 1935 vertelde hij, dat hij weg wilde bij de Spoorwegen en dat kameraad Ordzjonikidze hem een positie wilde geven bij de zware industrie. Ik zei: Dat is geen bolsjewistische benadering. Maar de Spoorwegen zouden hem nooit laten gaan, hoewel kameraad Kaganovitsj hem – naar hij zei – niet mocht. Ik vroeg waarom niet, en kreeg toen te horen: ‘Ik was in de expertencommissie die de nieuwe metrolijn, dit troetelkind van Kaganovitsj, voor exploitatie moest vrijgeven, maar wij vonden zoveel gebreken dat dit niet ging. Daarna zei kameraad Kaganovitsj mij bij wijze van scherts, dat ik hem niet bepaald een dienst had bewezen. Daarop heb ik geantwoord dat ik het een volgende keer precies zo zou doen.’ Toen heb ik Schermerhorn toegevoegd: ‘Dat is niet het antwoord van een communist, maar een typische intellectuelenbrutaliteit’. Niet lang nadat Van Reesema deze brief had geschreven, werd Schermerhorn gearresteerd. Kritiek werd niet gewaardeerd in Stalins Rusland.

Dankzij zijn intriges was hij één van de weinige Nederlanders in Moskou die eind jaren dertig de zuiveringen van Stalin wist te overleven. De één na de ander werd gearresteerd, maar Van Reesema kon ongestoord in Lux blijven wonen. Hij hield wel rekening met deze mogelijkheid: altijd stond een ingepakte koffer klaar voor het geval hij zou worden gearresteerd. Het hotel liep leeg, maar Rees bleef. Voerman suggereert dat dit mede te danken was aan zijn gedeeltelijke doofheid, waardoor hij op gezette momenten kon veinzen nergens van te weten. Door die doofheid kon hij overigens op den duur zijn bestuurlijke werkzaamheden nauwelijks meer uitvoeren. Hij legde zich daarom noodgedwongen steeds meer toe op het vertalen van de werken van Lenin en Marx in het Nederlands. In 1940 werden Van Reesema en zijn gezin en nog anderhalve miljoen mensen geëvacueerd uit Moskou.

Hotel Lux in de jaren 1930

Hotel Lux

Dit was het centrum van de wereldrevolutie: een half huizenblok, vijf verdiepingen, aan één van de grote boulevards van Moskou, op een steenworp afstand van het Rode Plein. Pilaren van zwart marmer, met bladgoud afgewerkte plafonds. Sinds de bouw aan het begin van de twintigste eeuw is er veel vertimmerd aan hotel Lux, maar helemaal verdwenen is de oude grandeur niet. Waar anders ter wereld eet je lauwe stukken pizza aan een formica-tafeltje, in de wetenschap dat wellicht Tito of Ho Chi Minh ook op deze plaats zaten; met boven je hoofd levensgrote engelen, druiventrossen en guirlandes, alles van roze stucwerk? Dit is wat resteert van de voormalige eetzaal op de begane grond, die nu is opgedeeld in verschillende bedrijfjes: een pizzeria, een bankfiliaal, een tassenwinkel, een modezaak.

Ooit aten hier communisten uit de hele wereld, speciaal naar Moskou gekomen voor het zoveelste congres van de Komintern. De afgevaardigden logeerden traditioneel in hotel Lux en het gebouw zat op die momenten afgeladen vol. Het was namelijk ook het permanente onderkomen van alle buitenlanders die in Moskou werkten bij de Komintern, en daarmee het zenuwstelsel van de wereldrevolutie. Eenieder die het communisme over de wereld wilde verspreiden, kwam op bezoek in Lux, want daar zaten de mensen die er dag en nacht mee bezig waren. Geheimzinnigheid was troef, want samenzwering hoort bij revolutie. Wie er precies in het hotel woonden, was alleen bij ingewijden bekend.

Gewone stervelingen konden het gebouw niet in. Er bestond een pasjessysteem waar streng de hand aan werd gehouden. Bezoekers werden gecontroleerd door de geheime dienst, de gangen van de bewoners dag en nacht nagegaan. Uiteraard doen ook over Lux verhalen de ronde over vriendinnen die stiekem mee naar binnen werden gesmokkeld, bewoners die te laat (na elf uur 's avonds) thuis kwamen en via de kelders het huis binnen slopen. Per slot van rekening was Lux meer dan alleen een centrum van de wereldrevolutie. Het was ook een gebouw waar vele gezinnen van allerlei nationaliteiten dicht op elkaar woonden. Omdat gezinnen die keukens en toiletten met elkaar moesten delen, liepen ruzies over huishoudelijke wissewasjes regelmatig hoog op.

De bewoners van Hotel Lux

Het enorme gebouw telde tegen de 150 kamers. De eerste verdieping had de ruimste kamers, sommige zelfs met een eigen toilet en kookhoek. Op de hogere etages werden de kamers kleiner en hadden geen eigen faciliteiten. Naarmate je hoger woonde, was je minder belangrijk in de hiërarchie van de Komintern. Het merendeel van de gezinnen had één kamer, ongeacht het aantal gezinsleden. Het gezin Van Reesema had het behoorlijk getroffen, het woonde op de eerste verdieping, in kamer nr. 32, met uitzicht op de binnenplaats. Dat was opmerkelijk, want Willem van Reesema had niet zo'n hoge positie. Wellicht hadden ze hun gunstige plek te danken aan een andere bewoner van Lux, Bohumir Smeral, oprichter van de Tsjechische communistische partij, een man die in bijzonder aanzien stond. Diens vrouw Sonja was de zus van Van Reesema's vrouw en de twee echtparen gingen veel met elkaar om. Het gezin Smeral beschikte maar liefst over twee kamers. Ze hadden bovendien een piano, een behoorlijk luxe in die tijd. Of ze de piano ook daadwerkelijk “bezaten” is niet bekend. Al het meubilair in Lux was staatseigendom. Alles was bovendien genummerd: stoelen, bedden, kasten.

Behalve het gezin Smeral, met een zoon die iets ouder was dan de kleine Jan van Reesema, was er ook veel contact met het gezin Slansky en hun jonge zoontje. Rudolf Slansky werd na de oorlog leider van de Tsjechische communistische partij en vervolgens in 1951, na een geruchtmakend showproces, ter dood veroordeeld. Zowel zakelijk als privé was er ook veel contact met de leider van de Indonesische communistische partij, Musso, die met vrouw en dochtertje op de vierde verdieping woonde. Jan van Reesema herinnert zich dat zijn vader met enige regelmaat Indonesisch kookte en dat Musso batikstoffen voor zijn moeder meenam. Het tekent de internationale sfeer in Lux.

Het merendeel van de bewoners was Europees, maar er verbleven ook de nodige vertegenwoordigers van de communistische partijen uit Azië. De voertaal in hotel Lux was Duits, overeenkomstig de gewoonte bij de Komintern, daar Duitsland als het belangrijkste Europese land werd gezien. Ook latere leiders van de DDR waren bewoners van Lux, zoals Wilhelm Pieck en Walter Ulbricht. Nog wat illustere bewoners: Jozef Tito (Joegoslavië), Georgi Dimitrov (Bulgarije), Palmiro Togliatti (Italië), Dolores Ibarru (Spanje), Tsjoe En-Lai (China) en Ho Chi Minh (Vietnam).

Hotel Lux

De teloorgang van Hotel Lux

In de late jaren dertig regeerde de angst in hotel Lux. “Buitenlander” werd in de ogen van Stalin synoniem met “spion”. De wereldrevolutie interesseerde hem niet, dat beschouwde hij nu als een verfoeilijk bedenksel van de in ongenade gevallen Trotski. ‘Trotskist’ was het ergste scheldwoord dat er in die jaren bestond, letterlijk levensgevaarlijk, want wie als Trotskist werd gezien, kon bijna zeker zijn van deportatie of executie. Hotel Lux, ooit het centrum van de wereldrevolutie, werd nu vanzelfsprekend gezien als een broeinest van buitenlandse spionnen. Veel bewoners werden 's nachts van hun bed gelicht. Hun vrouwen en kinderen moesten het hotel verlaten, al vonden ze vaak onderdak in de bijgebouwen op de binnenplaats.

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog verdween de angst en de aandacht voor mogelijke buitenlandse spionnen verslapte. Toen de oorlog Moskou zelf dreigde te bereiken, werden de overgebleven bewoners van Lux gezamenlijk geëvacueerd naar het platteland. Sommigen keerden na de oorlog terug naar Lux, maar het gebouw verloor voorgoed de oude grandeur. De Komintern had opgehouden te bestaan en Lux had dus geen speciale functie meer. Het werd een gewoon hotel, met de prozaïsche naam: Tsentralnaya (hotel Centrum). Zo heet het nog steeds. Logeren kan er ook nog altijd, zij het mondjesmaat: in het nieuwe kapitalisme is het onderhouden van een sleets hotel niet erg rendabel. Het overgrote deel van de kamers wordt nu permanent verhuurd aan kleine bedrijven. Reisbureaus, schoonheidssalons, notarissen, relatiebemiddeling; in de hal en gangen van Lux is het een komen en gaan van medewerkers en bezoekers.

Van een roemrucht verleden, laat staan van illustere gasten, is niets terug te vinden. Geen herdenkingbordjes, geen vermelding van de geschiedenis in welke reisgids dan ook. Wat rest zijn de marmeren pilaren en het overdadige plafond van de voormalige eetzaal. Maar die herinneren niet zozeer aan de wereldrevolutie, maar aan de allereerste eigenaar van het gebouw, de ambitieuze banketbakker Filippov, die het hotel ooit liet bouwen.

Gerrit Voerman, historicus.

Het Komintern Archief

Er bestaat in Moskou een apart archief voor alles wat met de Komintern te maken heeft. Het is ondergebracht in het voormalige Instituut voor marxisme-leninisme, ooit hét wetenschappelijke bolwerk van de Sovjet-Unie. Het archief bezit een enorme hoeveelheid publicaties van communisten uit de hele wereld. Maar dat is niet de voornaamste reden dat wetenschappers als de Nederlandse historicus Gerrit Voerman hier naar toe komen. Het gaat zulke onderzoekers vooral om alle interne stukken van de talrijke internationale communistische organisaties van voor de oorlog. Notulen bijvoorbeeld, waarin uitgebreid staat beschreven hoeveel geld de Nederlandse communistische partij uit Moskou kreeg.

Het archief bevat ook persoonsdossiers van iedereen die iets met de Komintern te maken had. Elke medewerker moest een zogenaamde 'enquête' invullen, waarin niet alleen werd gevraagd naar eerdere werkzaamheden, maar ook naar die van ouders en eventuele gezinsleden. Het invullen van de 'enquête' moest om de paar jaar opnieuw gebeuren en het was meer dan raadzaam om er voor te zorgen dat er niets veranderde in vorige gegevens. Een minieme wijziging kon al leiden tot vragen van de autoriteiten, ofwel de geheime dienst. In het persoonsdossier van Willem Siewertsz van Reesema zitten een aantal van deze 'enquêtes'. Dat zijn ouders welgestelde burgers waren, is er niet in terug te vinden. Hij heeft dat in de Sovjet-Unie met succes weten te verbergen.

Vaak bevat een persoonsdossier ook zogenaamde 'karakteristieken'. Dat zijn stukken die door anderen over de betreffende persoon zijn geschreven. In feite zijn dat klikbrieven, stukken die geschreven zijn om zelf in een goed blaadje bij de autoriteiten te komen. Willem van Reesema schreef er heel wat, met name over de Nederlandse communisten die bij hem in Moskou op bezoek kwamen. Zijn klikbrieven zouden ongetwijfeld een goed beeld van hemzelf geven, maar het Komintern-archief geeft op dit moment persoonsdossiers alleen met grote tegenzin vrij. In het begin van de jaren '90, toen het communisme net ten val was gekomen, konden onderzoekers elk persoondossier opvragen. Die openheid duurde niet lang, maar toch lang genoeg om enkele van de brieven boven water te krijgen. Zoals degene die Van Reesema over Dirk Schermerhorn schreef en die hierboven is geciteerd

In het persoonsdossier van Van Reesema zelf, zit maar één 'karakteristiek', geschreven door de Nederlandse communist Schilp. Het zijn drie dichtbeschreven velletjes en Schilp houdt zich behoorlijk op de vlakte. Overigens kwam het persoonsdossier van Willem van Reesema deze keer boven water op strikte voorwaarde dat alleen zijn zoon het inzag. Een dame van het archief waakte als een ware Cerberus en greep in zodra de camera naar haar smaak te dichtbij kwam.

Jan van Reesema
<br/>

Jan van Reesema

Hij werd geboren op 24 juli 1934, in hotel Lux. Stalin was toen al begonnen met zijn zuiveringen, maar Jan van Reesema herinnert zich vooral een tamelijk onbezorgde jeugd. Voor kleine jongens was hotel Lux een gebouw met eindeloze gangen, waar je heel goed kon spelen. Buiten kwamen ze niet veel, al gingen ze wel naar een gewone school. Daar was de sfeer heel anders dan in Lux. Ruw en onbehouwen, in de herinnering van Jan. Liever speelde hij in Lux, met de bouwdozen die zijn vader uit Nederland had laten komen. Of hij bladerde in Nederlandse plaatjesboeken, met verhalen over Prikkebeen en Jonas in de walvis. Veel verder dan dat ging het contact met Nederland niet. Zijn vader vertelde nooit verhalen over zijn geboortestad Rotterdam en maar weinig over de Nederlandse familie.

In de herinnering van Jan, zat zijn vader altijd achter de typemachine, altijd aan het werk. Af en toe waren er feesten en dan zong zijn vader zeemansliedjes en speelde op de piano van de buren, de Smerals. "Heel luid en heel snel en het liefste Mozart", zo karakteriseert Jan het spel van zijn vader. Dat had ongetwijfeld te maken met de opkomende doofheid van Willem van Reesema. Het maakte het contact tussen vader en zoon niet makkelijker. Jan praat dan ook met meer liefde over zijn moeder, wellicht ook omdat zij op vrij jonge leeftijd stierf; 49 jaar oud, aan leverkanker. Het was in 1943, midden in de oorlog. Jan kwam speciaal terug van zijn evacuatie-adres op het platteland om bij het sterfbed van zijn moeder in hotel Lux te zijn.

Na afloop van de oorlog keerde hij met zijn vader ook weer terug in Lux. Een paar jaar later, in 1949, stierf zijn vader daar, aan een hartaanval. Jan was 15 jaar. Hij kon kiezen: gaan wonen bij een Russische tante, of naar een internaat voor buitenlandse kinderen. Hij koos voor het laatste en kwam in een zelfde sfeer als hotel Lux terecht: een gesloten gemeenschap die bestond uit vele nationaliteiten. Hij voelde zich er zeer thuis. Hierna volgde hij een opleiding internationale betrekkingen, met Indonesië als specialisme. Jarenlang werkte hij vervolgens op de afdeling Indonesië van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Hij spreekt de taal vloeiend, hoewel hij nooit een voet op Indonesische bodem heeft gezet. Een niet ongebruikelijk verschijnsel in een gesloten land als de Sovjet-Unie. Jan van Reesema is nu een gepensioneerd ambtenaar, die zichzelf het liefste ziet als dichter en filosoof. Hij is trots op zijn afkomst, al is hij er pas na het verdwijnen van de Sovjet-Unie achter gekomen dat zijn familienaamnaam eigenlijk Siewertsz van Reesema is.

Tekst en reportage: Laura van Hasselt en Gerda Jansen Hendriks

Bronnen

BEELDEN

Voor de archiefbeelden in de reportage is gebruikt gemaakt van de volgende films:
- Drie Liederen voor Lenin, Dziga Vertov, 1934 (NFM)
- Traktoristi, Ivan Pyrjev, 1939 (NFM)
- Straatbeeld Moskou, jaren dertig, Staatsfilmarchief Moskou
- Bioscoopjournaal 1937, Staatsfilmarchief Moskou

ARCHIEFMATERIAAL
Een deel van het Kominternarchief is op microfiche in te zien op het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) in Amsterdam.

Literatuur

-Ruth von Mayenburg, Hotel Lux (München 1978).

-Hans Olink: De vermoorde droom. Drie Nederlandse idealisten in Sovjet-Rusland (Amsterdam 1993).

-M. Schrevel en G. Voerman ed., De communistische erfenis. Bibliografie en bronnen betreffende de CPN (Amsterdam 1997).

-Gerrit Voerman, De meridiaan van Moskou (Rijksuniversiteit Groningen/Amsterdam 2001).