Meer verdieping op het gebied van geschiedenis? Kijk op NPOFocus.nl
↳ Enter om te zoeken
23 november 2000

Shirley

Shirley Allison
Bekijk Video
13 min
Shirley op negenjarige leeftijd

Shirley Allison is in 1974 negen jaar. Ze woont op Land van Dijk, een van de armste buurten van Paramaribo. Maar ze gaat verhuizen, naar haar oma in Den Helder.
Frank Zichem is in 1974 een beginnend filmregisseur. Hij maakt in dat jaar de tv-documentaire Papieren Nederlandertjes.

Daarin portretteert hij een aantal Surinaamse kinderen, in Suriname en in Nederland.
Zichem filmt in Paramaribo ook Shirley Allison, op het erf voor haar huis. Shirley kijkt uit naar Nederland. Voor veel Surinaamse kinderen is Nederland het paradijs. En bij haar oma in Den Helder krijgt ze een eigen kamer en gaat ze vast veel Nederlandse vriendjes en vriendinnetjes krijgen, zo denkt ze.
Drie maanden later zoekt Frank Zichem haar op in Nederland. Den Helder blijkt niet het paradijs zijn – Shirley woont in een troosteloze nieuwbouwwijk, Nederland is koud en guur en de Nederlandse kinderen zijn verschrikkelijk.

Shirley Allison is nu 37 en woont nog steeds in Nederland. Ze heeft de film gezien als klein meisje, maar daarna nooit meer. Met Frank Zichem heeft ze in Nederland nog een paar jaar contact gehad, maar dat is inmiddels ook al weer twintig jaar geleden. Op verzoek van Andere Tijden komen ze weer bij elkaar om nog een keer naar de documentaire van toen te kijken.

Foto van Frank Zichem

‘Ik ben wel erg veranderd’

27 Jaar nadat Frank Zichem een koukleumende Shirley Allison op straat in Den Helder interviewde, staat hij weer voor de deur. Ze vond het geweldig toen, eind 1973, dat hij kwam. En ook nu begint de reünie met een brasa, een omhelzing. Veel gelach, uitroepen van verbazing en vertrouwen. Er is wel een verschil. Toen, in 1973, wilde ze vertellen hoe erg ze het vond in Nederland - nu gaat het goed met haar.
Ze vraagt of hij nog weet hoe erg zij het toen vond dat de documentaire werd uitgezonden. ‘Je liet me mijn armoede zien, ik schaamde me heel erg. Ik wilde eigenlijk niet dat andere mensen dat zouden zien’. Want dat Suriname arm was, dat merkte ze pas in Nederland. Vrolijk vertelt ze dat ze van Land van Dijk kwam, de beruchtste buurt van Paramaribo. ‘Als ik toen ging logeren, dan was het: oh, ze komt van Van Dijk. Zo erg. Maar ik vond het geweldig’.

Dan ziet ze zichzelf weer op tv, na meer dan twintig jaar, op het erf achter de Verlengde Rust en Vredestraat in Paramaribo. Tranen in de ogen. De Shirley van negen vertelt wie er allemaal in het huis wonen, dat het vast heel leuk zal zijn in Nederland, dat ze daar schoenen moet dragen omdat ze anders een blaasontsteking krijgt. En ze gaat het helemaal maken in Nederland, weet ze zeker: ‘Ik ga er werken en er centjes verdienen’.

De Shirley van nu: ‘Ik zie een heel ander iemand zitten, zo onschuldig. Zoveel vertrouwen in mensen. Zo mooi. Ik ben wel erg veranderd’.

Foto van Shirley op vliegveld

Van pension naar pension

Maar lang niet alle beelden uit Papieren Nederlandertjes zijn zo puur en onbedorven. Zichem filmt ook de armoede in Paramaribo, de tegenstelling tussen arm en rijk. En in Nederland de eindeloze gang van de Surinaamse migranten in Amsterdam, op weg van pension naar pension. Dat is ook de bedoeling van de film. Zichem: ‘Wat je tot dan toe meestal van Suriname zag, was dat het een prachtig land was, waar de koningin werd opgewacht door zwaaiende kinderen met strikjes in hun haar. Maar de werkelijkheid was dat het grootste deel van de bevolking in armoede leefde, zonder uitzicht. Dat zag je niet in Nederland en dat wilde ik laten zien’.
En Shirley speelt een belangrijke rol in die film. Omdat ze beide werelden laat zien, maar ook omdat Frank Zichem in de jaren ’50 zelf als klein jongetje, zonder zijn moeder, naar Nederland kwam.

Want dat Surinaamse kinderen als Shirley naar Nederland gaan is niet bijzonder. ‘Het gebeurde overal om je heen. Dan ging het ene vriendinnetje weer naar een tante, een ander naar een nicht, dat was heel normaal’.
En Nederland, dat is het beloofde land: ‘In Suriname werd er over Nederland gepraat alsof het een paradijs was. Dat ik daar naar toe mocht, en dan ook nog in zo’n groot vliegtuig, dat was geweldig’. Dat is ook het laatste beeld van Shirley in Suriname: op de vliegtuigtrap op vliegveld Zanderij, zwaaiend naar haar moeder.

Het sterkste meisje van de klas

Den Helder is niet het paradijs.
‘Het was herfst. Koud, nattig en grauw. Het was helemaal niet mooi. Ik stond daar en ik dacht: is dit het nou?’ En ja, dat was het dus. De Shirley die drie maanden later in Nederland wordt gefilmd is een ander kind. Wat ze in Suriname niet wist, weet ze nu wel: ze weet wat een nikker is en een sambo. Dat hebben de kinderen in haar klas haar al snel verteld. Op de klassenfoto van de school in Den Helder staat ze helemaal aan de zijkant, het enige zwarte meisje van de hele klas. Vriendinnetjes heeft ze niet. ‘Ik werd heel veel gepest en uitgescholden. Ik was niet zo’n vechtersbaas in Suriname, maar in Nederland heb ik dat wel geleerd. Je moest wel terugvechten. Op een gegeven moment dacht ik: als je nog een keer nikker of sambo tegen me zegt, dan sla ik je op je bek. En het hielp. Ik was het sterkste meisje van de klas. Iedereen was bang voor me. Dat dwong wel respect af’.

‘Trots op wie ik ben’

Het leven van Shirley in Nederland is niet over rozen gegaan. Het is niet leuk in Den Helder, ze mist haar moeder, loopt van huis weg, woont een tijd in opvangtehuis in Haarlem. Ze krijgt een dochter op haar 19e, een paar jaar later nog een zoon. De vader is uit beeld verdwenen. Maar nu gaat het goed met haar. Ze is pedagogisch medewerker, ze werkt - bulderende lach - met ‘rotkinderen’. Ze studeert en misschien wil ze wel bij de politie.

Ze is trots op haar huidskleur en op haar kinderen, die ze ook zo probeert op te voeden: ‘Ik probeer ze mee te geven dat je niet wit hoeft te zijn, dat je niet belangrijker bent als je een andere kleur hebt. Dat hebben mensen er van gemaakt, maar dat is niet zo. Ze mogen trots zijn op wie ze zijn, en waar ze vandaan komen. Dat ben ik ook’.

Frank Zichem: ‘Mensen hebben ons leren kennen. We zijn doodnormale mensen. We zijn niet uit de bomen komen vallen, we zijn net zulke intelligente mensen als iedereen en we hebben onze weg redelijk gevonden in Nederland’.

Tekst, reportage & research: Paul Ruigrok

Bronnen

 

BEELDEN
Frank Zichem: ‘Papieren Nederlandertjes’ (1974)

Vragen?

Heeft u vragen, ideeën of opmerkingen?

Neem dan contact op met de redactie: