Meer verdieping op het gebied van geschiedenis? Kijk op NPOFocus.nl
↳ Enter om te zoeken
9 november 2000

De Hobbyclub

Voorkant 'De Hobbyclub breekt baan' van Leonard de Vries
Bekijk Video
27 min

De Droom

Het fenomeen Hobby Club begint bij de jonge, Amsterdamse student Leonard de Vries. Het is 1942, hij is 22 jaar èn hij is joods. Dat betekent onderduiken. Eenzaam in een afgelegen landhuis in Brabant, begint hij te fantaseren over een club jongens en meisjes die alles samen doen. Voor Leonard de Vries is 'alles' vooral zijn technische hobby's, met name radio-techniek. Hij heeft daar in 1940 al een boek over gemaakt, het 'Jongensradioboek', waarin wordt uitgelegd hoe je radio's zelf bouwt. Maar hij mist al in zijn middelbare schooltijd, op de HBS, leeftijdsgenoten met wie hij eindeloos kan praten over zijn grote liefde voor de techniek, met wie hij ideeën kan uitwisselen en praktische kennis. En zo verzint hij in Brabant 'De Hobby Club', een groep jongeren met verschillende hobby's, die samen op een zolder van alles en nog wat bouwen. Met een heus eigen bestuur en geen bemoeienis van volwassenen. De droom komt op papier, in de vorm van een roman. En die verschijnt uiteindelijk in 1947, bij de nieuwe uitgeverij De Bezige Bij. Daar zien ze wel wat in een jeugdboek met frisse ideeën.

Boekomslag van 'De jongens van de Hobbyclub'

De Idealen

De roman 'De jongens van de Hobby Club' begint in een natuurkundeles. De leraar vertelt over ruimtevaart. Misschien kunnen we over een paar jaar al naar de maan of naar Mars reizen! Hij houdt zijn klas voor dat dit alleen maar mogelijk is omdat wetenschappers en technici samenwerken: "Als ergens het welzijn van jezelf èn de hele mensheid van afhangt, is het hiervan: van de bereidheid tot samenwerking!" Daarmee is de toon van het boek gezet: samen iets ondernemen, elk vanuit je eigen belangstelling en kennis en zonder onderscheid naar afkomst, geloof of wat dan ook. Nieuw voor deze tijd is vooral dat jongeren in de hobbyclub alles zelf doen – volwassenen komen er niet aan te pas. Af en toe kan er eens iemand langs komen om adviezen te geven, maar het bestuur van de club is uitdrukkelijk voorbehouden aan jongeren niet ouder dan 23 jaar. In een later boek 'De Hobby Club breekt baan', wordt dat scherp verwoordt: "Het oude systeem is vaak zo. Er is een groepje jonge mensen en aan het hoofd daarvan staat een jeugdleider, die niet door de groep is gekozen. Hij stelt vast wat de groep doet en zijn woord is wet. […] Soms legt men dit zelfs vast in wetten en zo spreekt één van de padvinderswetten bijvoorbeeld over 'orders weten te gehoorzamen zonder tegenspreken'. Wij zijn daar vierkant tegen, tegen dit blindelings gehoorzamen van bevelen – in de Tweede Wereldoorlog is opnieuw gebleken waartoe dit 'bevel is bevel'-gedoe kan leiden." Leiders heeft de hobbyclub niet, er is alleen een gekozen bestuur en er zijn 'instructeurs', jongeren die veel ervaring en kennis op een bepaald terrein hebben. Een gezamenlijk 'geloof' is er wel – het geloof in techniek en de vooruitgang die dat de mensheid brengt. Voor Leonard de Vries zijn hobby's een voorbereiding op het latere leven in de maatschappij. En die maatschappij zit dringend verlegen om jongeren met technisch inzicht. De Nederlandse industrie moet bloeien, dit is tenslotte de periode van wederopbouw. Grote bedrijven als Philips steunen de hobbyclubs die begin jaren '50 werden opgericht overigens ook.

Handleiding voor het oprichten van een hobbyclub door Leonard de Vries.

De Realisatie

Als de roman 'De Jongens van de Hobby Club' in 1947 uitkomt, krijgt schrijver Leonard de Vries vele reacties. Kan dit boek geen werkelijkheid worden? Er wordt besloten om een maandblad op te richten, dat kan werken als motor voor echte hobbyclubs. Het eerste nummer van 'Hobby Club' verschijnt ter gelegenheid van de tentoonstelling 'Jeugd van Nederland' in het RAI-gebouw in Amsterdam. Het is augustus 1949. Twee maanden later zijn er al 17 hobbyclubs opgericht, een jaar later telt Nederland maar liefst 70 hobbyclubs. Lang niet overal lukt het om het voorbeeld uit het boek geheel na te volgen. De eigen ruimte die 'De jongens van de Hobby Club' voor een zeer zacht prijsje in het boek weten te huren, blijft voor veel hobbyclubs in de praktijk een lastig te bereiken ideaal. Een van de meest succesvolle hobbyclubs is die in Dordrecht. Opgericht in 1950, en blijven bestaan tot begin jaren '70, steeds met een eigen ruimte. Was het in het prille begin nog een achterkamertje, later worden het ruime zolders, geheel volgens het voorbeeld uit het oorspronkelijke boek. De leden van de HCD (Hobby Club Dordrecht) proberen de beschreven situaties in de hobbyclub-boeken van Leonard de Vries zoveel mogelijk na te volgen, inclusief het maken van een film zoals dat in 'De jongens van de Hobby Club' beschreven staat. De HCD krijgt met enige regelmaat bijdragen van de gemeente en industrie. Een bedrijf als Philips ontvangt ook hobbyclubs uit het hele land en verzorgt rondleidingen (zo'n rondleiding staat ook beschreven in 'De Hobby Club breekt baan'). Er heeft zelfs enige tijd een Stichting tot bevordering van het Hobby Club werk bestaan, met een secretariaat in Eindhoven. Het geloof in technische vooruitgang wordt, zeker in de jaren '50, in brede kring gedeeld.

Foto van de hobbyclub-doka

De Hobby's

In zijn 'Handleiding voor het oprichten van een hobby club', geeft Leonard de Vries een overzicht van wat er zoal mogelijk is. De nadruk ligt op 'technische' hobby's: radiotechniek natuurlijk, zijn eigen grote liefde. Verder elektrotechniek, houtbewerking, metaalbewerking, modelbouw. Dan is er natuur- en scheikunde, biologie, sterrenkunde. En, zo schrijft De Vries:"Tenslotte de min of meer kunstzinnige hobbies die vooral ook voor meisjes aantrekkelijk zijn: fotografie, film, beeldende kunst, kunstnijverheid, toneel…" en zo gaat de opsomming nog even door. In zijn boeken geeft De Vries levendige beschrijvingen van wat er allemaal met deze hobby's bereikt kan worden, compleet met uitleg over hoe een en ander moet worden gedaan. Vaak gaat het om dingen waarbij samenwerking absoluut noodzaak is, geheel overeenkomstig het ideaal. Een optreden van een fakir bijvoorbeeld, die via allerlei technische trucjes (afkomstig uit de radiotechniek) over een telepathische begaafdheid lijkt te beschikken. Die fakir heeft fantastische kleding aan: gemaakt door de meisjes van de hobbyclub. Ook bij het maken van de film komen vele vaardigheden kijken, van technische kennis over de werking van lenzen tot het mooi beschilderen van decors. De zolder van de Hobby Club Dordrecht heeft een donkere kamer voor de fotografie, een toneelzaaltje, een ruimte voor de modelbouwers, een radiostudio en nog diverse andere ruimtes, waaronder één waar al het gereedschap, keurig genummerd, wordt opgeborgen. De zolderindeling wordt regelmatig veranderd, want de belangstelling voor de diverse hobby's is behoorlijk aan mode onderhevig. Radio en elektronica zijn in de jaren '50 erg populair. Niet alleen bij de hobbyclubs overigens. Deze periode is ook het begin van de Firato, een jaarlijkse tentoonstelling in de RAI in Amsterdam, waar alle nieuwe snufjes op elektronica gebied werden gepresenteerd. Van de nieuwste tv tot de nieuwste rekenmachine. Het was destijds een evenement van de eerste orde en de leden van hobbyclubs gaan er graag naar toe. In de jaren '60 wordt fotografie bij de meeste hobbyclubs de grootste afdeling. En de Hobby Club Dordrecht weet zijn bestaan nog tot in 1974 vol te houden dankzij een goed draaiende toneelclub.

Foto van hobbyclub Dordrecht

De Ondergang

In 1966 verschijnt een herziene versie van de twee populairste hobby-club boeken (die uit 1947 en uit 1953), kortweg 'De Hobby Club' getiteld. In zijn nawoord schrijft Leonard de Vries: "Door allerlei oorzaken, waaronder de televisie en het wegvallen van bepaalde idealen door de grotere welvaart, is het met het meeste jeugdverenigingsleven in Nederland de laatste 15 jaar bergafwaarts gegaan. In de loop der jaren zijn steeds meer Hobby Clubs gesneuveld." De Vries hoopt dat deze herziene versie van zijn 'droom' een nieuwe stimulans zal zijn, maar dat is tevergeefs. De Hobby Club Dordrecht blijft nog een tijd floreren, maar van een landelijke opleving is geen sprake. De toegenomen welvaart is, zoals De Vries zelf al constateert, een belangrijke schuldige. Jongeren hoeven niet meer 'botje bij botje' te leggen om een radio te bouwen met oude onderdelen. Ze kunnen er zelf een kopen en voor wie nog interesse heeft in de techniek zijn er de zelfbouwdozen van de firma Philips. Het geloof in vooruitgang via techniek neemt ook af en daarmee verdwijnt het bevlogen idealisme dat zo kenmerkend is voor de jongens in de boeken van De Vries. Achteraf bezien heeft dat idealisme ook een zekere braafheid. Weliswaar willen de hobbyclub jongens en meisjes niks van doen hebben met volwassen leiders en zijn ze vol van gelijkheidsidealen, ze houden zich echter niet bezig met machtsverhoudingen in de maatschappij om hen heen. Dat is precies hetgeen waar een nieuwe generatie jongeren, zeg maar even de jeugd van eind jaren '60, zich wel op gaat richten. Zo wordt de Hobby Club een ouderwets fenomeen, waar nu, 50 jaar later, met weemoed op kan worden terug gekeken.

Tekst, reportage en research : Gerda Jansen Hendriks

Still van Leonard de Vries

Bronnen

BEELDEN
In de reportage is veelvuldig gebruik gemaakt van een 16mm film die leden van de Hobby Club Dordrecht in 1963 zelf hebben opgenomen en die grotendeels het scenario volgt zoals het in het boek van Leonard de Vries beschreven zat. Oorspronkelijk zat er geluid bij de film, maar dat is zoekgeraakt. De film wordt bewaard in het gemeente archief van Dordrecht. De beelden van jongeren op bezoek bij een bedrijf zijn uit een Polygoonjournaal van 1951. De padvinderbeelden zijn uit Polygoon van 1939.

PERSONEN
Voor de reportage zijn gesprekken gevoerd met:
-Leonard de Vries, schrijver en 'geestelijk vader' van de hobbyclubs
-Kees Snoek, neerlandicus en destijds lid van de Hobby Club Dordrecht
-diverse oud-leden van hobbyclubs die aanwezig waren op een reünie die georganiseerd werd door de Hobby Club Dordrecht op 4 november 2000.

Literatuur

Er is een hele serie 'Hobby Club' boeken verschenen van de hand van Leonard de Vries.

De belangrijkste:
De Jongens van de Hobby Club, Amsterdam, 1947
De Hobby Club breekt baan, Amsterdam, 1953
De Hobby Club, Amsterdam, 1966

Verder is er het maandblad Hobby Club, dat van 1949 tot 1952 heeft bestaan en de vele bladen van plaatselijke hobbyclubs. In 1954 schreef Leonard de Vries ook 'Een handleiding voor het oprichten van een hobby club'.

De geschiedenis van de Hobby Club Dordrecht is minutieus vastgelegd door een van de leden, Kees Snoek en verschenen bij het opheffen van de HCD, in 1974.

Vragen?

Heeft u vragen, ideeën of opmerkingen?

Neem dan contact op met de redactie: