Meer verdieping op het gebied van geschiedenis? Kijk op NPOFocus.nl
↳ Enter om te zoeken
7 mei 2000

Bastiaans

Bastiaans-dependance
Bekijk Video
1 min

"Heilig verklaard door iedereen, door de clubs van oorlogsslachtoffers en ondersteund door de politiek. Ze zeiden dat Bastiaans levens redde." Dat in zijn experimentele methodes ook hallucinogene drugs werden gebruikt maakte nogal wat reacties los. Geroemd door oud-verzetsstrijders die zijn therapie ondergingen en verguisd door collega's die zijn praktijken onverantwoord vonden, eindigde de zo glansrijk begonnen carrière tenslotte in een volledig isolement. Jan Bastiaans (1917-1997) wijdde leven en werk aan de behandeling van oorlogsgetraumatiseerden. "Ik stond met mijn rug tegen de muur. Niemand kon hem evenaren."

Met de introductie van het begrip KZ-syndroom leek de wetenschappelijke positie van Bastiaans eind jaren vijftig gevestigd. Zijn veelvuldige onderzoeken waren van grote invloed op de naoorlogse ontwikkeling van de psychiatrie en verleenden hem de status van autoriteit op het gebied van de psychosomatiek. De theorie van Bastiaans was strikt genomen niet nieuw. De Deense psychiater K. Hermann had al eerder gepubliceerd over het bestaan van een post-concentratiekampsyndroom. De verdienste van Bastiaans bestond hierin, dat hij in zijn dissertatie (1957) deze stelling van Hermann verbreedde en toepasbaar maakte voor getraumatiseerden van meerdere zogenaamde man made disasters: oorlog, gijzeling en rampen. In de jaren voor zijn promotie had Bastiaans onderzoek gedaan naar het ziektebeeld van oud-verzetsstrijders en was hij betrokken geweest bij de keuring van deze mensen met het oog op het toekennen van een oorlogspensioen. Uit deze periode stammen de contacten en de betrokkenheid die in zijn werk een belangrijke rol zouden blijven spelen. Behalve de 'hongerziekte', waaraan velen die terugkeerden uit de kampen leden, bleken zich na verloop van tijd ook andere verschijnselen voor te doen die duidden op een psychische nawerking van de ervaringen tijdens de oorlog. Bastiaans beschreef dit syndroom als de 'onomkeerbare psychische en/of psychosomatische afsluiting die normaal menselijk contact (ook fysiek) onmogelijk maakt'.

Bewogenheid

De bemoeienis van Bastiaans met oorlogsgetroffenen kwam voor een groot deel voort uit een vérgaande persoonlijke betrokkenheid. Als jonge medicijnenstudent in Amsterdam was hij in 1941 geschorst (iets waar hij zich graag op voor liet staan) en naar eigen zeggen verhinderde een ongeluk verdere actieve deelname aan het verzet in de oorlogsjaren. De psychische weerslag die de bezetting op de mensen in zijn omgeving had, vormde de voor hem belangrijkste reden voor een verder specialisatie in de psychiatrie. Scholing in de klassieke psychoanalyse bij Jeanne Lampl, zijn jaren aan het Psychoanalytisch Instituut (PAI) en de psychosomatische benaderingswijze van zijn leermeester J.J. Groen drukten een stempel op de ontwikkeling die Bastiaans als psychiater doormaakte. De psychosomatiek, die het verband tussen lichamelijke kwalen en psychische trauma's bestudeert, vormde een nieuwe stroming in de psychiatrische wereld. Daarbij kreeg Bastiaans als assistent bij operaties in zijn jonge jaren oog voor de werking van hallucinogene middelen. Patiënten die na het toedienen van een narcose over hun diepste emoties begonnen te praten brachten hem op het idee van narcoanalyse. Door het gebruiken van chemische middelen kon volgens Bastiaans worden geprobeerd verdrongen emoties weer naar de oppervlakte te halen. Het helpen van de geïsoleerde mens vormde zijn belangrijkste drijfveer. In 1963 werd Bastiaans benoemd tot hoogleraar psychiatrie in Leiden en werd hij hoofd van de universitaire psychiatrische Jelgersmakliniek in Oegstgeest.

Populariteit

Twintig jaar na de bevrijding, halverwege de jaren zestig was er sprake van een hernieuwde belangstelling voor Nederlanders in de oorlogsjaren. Het was de tijd waarin dr. Loe de Jong geschiedenis schreef met zijn documentaire De Bezetting en waarin men oog kreeg voor de gevolgen die de oorlog voor veel mensen had gehad. De wederopbouw leek voorbij, economisch ging het Nederland voor de wind en een nieuwe generatie toonde interesse voor de recente geschiedenis. In deze omstandigheden vond de psychische benadering van de oorlogservaringen van veel Nederlanders een vruchtbare bodem. De therapie van Bastiaans kreeg meer bekendheid door de documentaire van Louis van Gasteren. In Begrijpt u nu waarom ik huil, die in 1969 in aanwezigheid van koningin Juliana in première ging en die een paar jaar later op televisie werd uitgezonden, werden beelden vertoond van de behandeling van oorlogsslachtoffers door Bastiaans. Mede door zijn groeiende bekendheid en door een in diezelfde periode uitgekomen lyrisch rapport van het ministerie van Volksgezondheid groeit Bastiaans uit tot een medische autoriteit inzake oorlogsslachtoffers. In de consternatie die heerste tijdens de discussies over de vrijlating van de Drie van Breda (1972) en de affaire-Weinreb (1976) werd Bastiaans steevast gevraagd om zijn deskundige oordeel. Tegelijkertijd begon er binnen de medische wereld steeds meer kritiek te komen op de methoden die Bastiaans gebruikte in de behandeling van zijn patiënten. Er verschenen berichten over tegenvallende resultaten van zijn therapie. Langzamerhand begon een situatie te ontstaan waarin de wetenschappelijke bodem onder het werk van Bastiaans begon af te brokkelen en hij voornamelijk teerde op zijn reputatie en goede naam zonder acht te slaan op de geleidelijke omslag in het wetenschappelijk denken.

Charisma

Jan Bastiaans had in zijn eerste jaren als psychiater een goede naam opgebouwd. Een charismatische persoonlijkheid, vastomlijnde plannen en een duidelijke visie droegen in grote mate bij aan de overdonderende indruk die hij op zijn omgeving wist te maken. Atie de Vries, een oud-patiënte van Bastiaans: "Ik had het gevoel: eindelijk is er iemand die me begrijpt.[..] Hij heeft mij weer op de benen gezet." Aanvankelijk werkte de experimentele benadering van de psychiatrie, die resulteerde in het gebruik van het legale, maar nog onbekende LSD, dan ook in zijn voordeel. Het grote publiek associeerde het pionierswerk van Bastiaans met de mensen van het roemrijke verzet en dat leverde hem veel krediet op. De overstap op het gebruik van LSD was ook in eerste instantie een vrij logisch gevolg van de tot dan toe gevolgde behandelingsmethode. Na zijn ervaringen als assistent maakte Bastiaans gebruik van het lichte slaapmiddel penthotal, dat een hypnotische werking heeft. Deze vorm van narcoanalyse was algemeen geaccepteerd binnen de medische wereld. Maar penthotal was niet effectief genoeg in sommige gevallen. Onder invloed van de psychedelische cultuur van de jaren zestig kwam Bastiaans in aanraking met het sterkere hallucinogene middel LSD. Als psychiater was hij in de positie dit middel te gebruiken in zijn behandeling. Met behulp van een verpleegkundige confronteerde hij zijn patiënten in een vertrouwelijke sfeer met hun vroegere ervaringen.

Vader en Messias

In zijn analysebeschrijvingen gaf Bastiaans verscheidene malen aan dat er bij willekeurige patiënten een verlangen bestond naar een arts die een vader-rol vervulde. Door zelf die vader-rol in te nemen en een verpleegster de rol van moeder te laten spelen, door zijn patiënten door middel van nazi-propaganda en nazi-poppen te confronteren met hun emoties riep hij veel kritiek over zich af. Waren de beweringen van Bastiaans juist, of maakte hij misbruik van zijn patiënten? In de gesprekken die voorafgingen aan de uitzending van Andere tijden dook het 'schuldgevoel' op over zijn eigen minimale rol in het oorlogsverzet op dat Bastiaans parten zou hebben gespeeld en dat zijn paternalistische houding en ijver zou kunnen verklaren. Zijn betrokkenheid bij zijn 'mensen', de compassie en de begeleidende rol die hij voor zichzelf zag weggelegd pasten in de behoefte die hij zag bij de patiënten die bij hem in behandeling kwamen. Die behoefte ging soms wel erg ver. De mogelijkheid door Bastiaans te worden behandeld gold als bijzonder en in veel gevallen werd hij gezien als de laatste hoop op een eventuele genezing. "Ik stond met mijn rug tegen de muur. Niemand kon hem evenaren," volgens Atie de Vries. Een messias werd hij genoemd en hijzelf heeft daar waarschijnlijk door zijn persoonlijkheid niet weinig aan bijgedragen. Van Borssum Waalkes, een oud-studiegenoot van Bastiaans en later inspecteur geestelijke gezondheid betwijfelt echter of er sprake is geweest van het misleiden van de patiënten in de Jelgersmakliniek. "Hij heeft getracht daarmee aan te tonen dat hij moest blijven werken, dat hij niet kon stoppen. Hij was overtuigd van zijn eigen heiligheid." Volgens Van Borssum Waalkes was er bij Bastiaans sprake van het zogenaamde Sauerbruchsyndroom, waardoor de psychiater alle zicht op de realiteit verloor en niet meer kon stoppen met zijn werk door het belang ervan te overschatten.

Oncontroleerbaar

Mevrouw Joop Brouwer, een verpleegkundige die gedurende een aantal jaren samenwerkte met Bastiaans en een aantal sessies meemaakte, herinnert zich de bijzondere status die Bastiaans genoot bij zijn patiënten, maar weet deze ook te relativeren. "Ik had hem op een voetstuk staan, een hele bijzondere man. Ik accepteerde hem als autoriteit, als professor, zo spraken we hem ook aan. [..] Later ben ik pas zijn schaduwkanten gaan zien. Zijn narcisme. En dat hij de patiënten zo afhankelijk maakte.[..] Hij was God voor ze." Maurits Frenkel, een persoonlijke vriend van Bastiaans, heeft zijn bedenkingen tegen de kritiek die werd geuit op de behandelingen in de Jelgersmakliniek. "Je kunt op iedereen die ongewone dingen doet kritiek hebben.[..] Maar sommige dingen zijn niet te bewijzen, die kan je alleen door ervaring opbouwen. Ratten kan je op een rijtje zetten, testen en bewijzen. Met mensen ligt dat anders. [..] Ten dele was het beroepsafgunst van kleine mannetjes, starre mensen." Bastiaans' eigen gedrevenheid en het enthousiasme van genezen oud-patiënten waren een belangrijke factor in de waardering die hem ten deel viel. Maar die gedrevenheid en missiedrang keerden zich ook tegen hem. De resultaten van de behandeling bleken niet aantoonbaar beter en Bastiaans' solistische manier van werken maakten de perceptie van zijn methoden bij het grote publiek er niet beter op. Het gebruik van LSD in een periode waarin de psychedelische cultuur voorbij leek te zijn en men zich beriep op nieuwe inzichten in de gevolgen die het medicijn kon hebben op de gezondheid van de patiënt werkten niet in zijn voordeel. Van Borssum Waalkes: "Wij hadden grote belangstelling voor de resultaten van Bastiaans, maar omdat hij in zijn eentje op zijn kamertje opereerde konden we dat niet onderzoeken. We probeerden na te gaan hoe hij alles opgeschreven had, het duurde heel lang voor dat op tafel kwam en toen bleek dat alles onvolledig of niet op tafel kwam (..) Dat was het probleem. Hij deed alles in zijn eentje. Hij was niet controleerbaar.[..] Het was een man met een overweldigende persoonlijkheid, dat heeft bijgedragen aan zijn succes. Mensen hadden geloof in hem vanwege de mens Bastiaans. Het had een suggestieve betekenis. Een glaasje limonade had ook geholpen." Mevrouw Brouwer: "Waar lag het nou aan, aan de LSD of aan Bastiaans of aan de setting van het huis? Ik kan niet met mijn hand op het hart zeggen: zonder LSD zou het niet gelukt zijn."

Isolement

Het einde van de veelbesproken loopbaan van Bastiaans leek in zicht. Bij het naderen van zijn pensionering als directeur van de Jelgersmakliniek (1988) werd besloten zijn behandelmethoden geen vervolg te geven. Gefrustreerd zette Bastiaans zijn therapie voort aan huis. Hij voelde zich verraden en 'oncollegiaal behandeld' door mensen van wie hij anders had verwacht. Mevrouw Brouwer: "Hij ging thuis door. Daar prikte hij zonder anesthesist. Dat kon hij helemaal niet meer. Hij prikte ernaast. Hij wist niet van ophouden." In 1992 raakte Bastiaans tenslotte betrokken bij een schandaal dat het definitieve einde van zijn werkzaamheden betekende. Bastiaans was verbonden aan de zelfhulpgroep voor verslaafden Dutch Addict Self Help (DASH). Onder zijn verantwoordelijkheid kwam tijdens een sessie met het hallucinogene middel ibogaïne een aan heroïne verslaafde vrouw te overlijden. Na een klacht bij het medisch tuchtcollege werd Bastiaans gedwongen te stoppen met zijn praktijk. Hij overleed in 1997.

Tekst: Matthijs Wouter Knol
Samenstelling reportage: Yaèl Koren
Redactie: Hendrina Praamsma

De betrokkenen

Interviews

 

De verhalen over Jan Bastiaans zijn divers en de meningen over zijn werk en persoon lopen uiteen. Een korte impressie.

De heer Maurits Frenkel, studiegenoot
"We waren goede vrienden. Ik heb hem ontmoet in 1936 in het practicum. Jan Bastiaans, ik noem hem altijd Jan Bas, was een opvallende figuur. Hij was iemand. Hij maakte indruk, allereerst uiterlijk. Hij was heel groot (Frenkel zelf is heel klein), hij had een donkere stem en was altijd in een donker pak gekleed, niet als student. Hij had een vadermoordenaar, een hoge boord zoals de mannen in 1910 droegen en een stropdas."
"Hij organiseerde als eerste in Nederland een Studium Generale voor de medische faculteit. De medische studenten waren berucht omdat ze weinig met cultuur hadden. Hij zorgde ervoor dat we, via dat Studium, twee maal in de week filosofie kregen.[..] Het was iemand die zei: 'Dit moet gebeuren.' Anderen deden dat niet. Hij wel. Zonder ijdelheid. Geen achterliggende gedachten. Hij had gewoon overwicht en hij had visie."

Had u het met hem over de oorlog?
"Ik was in militaire dienst. Jan niet, hij had astma. De mobilisatie kwam in 1939, vanaf toen kwamen de medische studenten in militair uniform naar het college. [..] De joodse professoren, Groen, werden ontslagen. Hij mocht niet meer op het terrein van het Wilhelmina Gasthuis komen. Toen, ik zie het nog, kwam Jan Bastiaans de collegezaal binnen. Het zat stampvol.[..] En hij begon een vlammende redevoering tegen de Duitsers. Dat begrijp je nu niet meer, maar dat was levensgevaarlijk. [..] Bastiaans baseerde zich op de rede van dr Cleveringa in Leiden."

Bastiaans zegt dat hij geschorst is.
"Dat weet ik niet, maar dat neem ik onmiddellijk aan. Daar waren ze makkelijk in. In de oorlog is er een brief geweest waarin stond dat het beleid van de Senaat onfatsoenlijk en pro-Duits was. De rector magnificus riep de ondertekenaars bij zich. Je kon je handtekening intrekken en blijven, of niet en dan werd je geschorst. Het zou me niet verbazen als Bastiaans dat geweigerd heeft."

Werd er al met LSD behandeld bij professor Groen?
"Op een gegeven moment herinner ik me dat we slachtoffers van de oorlog kregen, voornamelijk verzetsmensen. Gemartelden. Ze waren helemaal kapot. Ik heb altijd gedacht dat deze mensen met psychofarmaca behandeld werden om ze in staat te stellen om hun verschrikkelijke belevenissen te uiten. Mensen uit het verzet praatten daar niet over. Nu krijg je slachtofferhulp, toen niet."

Mevrouw Atie de Vries, oud-patiënte
"Ik vond LSD niet echt griezelig. Het was mijn enige kans en keus. En dat het goed ging kwam ook doordat het heel goed voorbereid werd en ook erg goed begeleid. Onder LSD kun je hele vreemde dingen gaan doen, maar door de begeleiding werd dat in de hand gehouden."

Er was veel kritiek op Bastiaans.
"Dat weet ik. Er is veel over geschreven. Maar ik heb veel respect en waardering voor hem.. Maar het is waar, hij was niet sterk in documenteren. En hij heeft geen opvolger opgeleid. Dat is jammer voor de mensen die misschien nu ook nog geholpen zouden kunnen worden met LSD. Maar nu mag het niet meer."

J.B. van Borssum Waalkes, studiegenoot Bastiaans en oud- hoofdinspecteur voor de geestelijke gezondheid
"Er waren wel eens klachten over. Dat er ineens mensen ijlings naar het ziekenhuis moesten. Maar ik kon er niets tegen doen. Die man was heilig verklaard door iedereen, door de clubs van oorlogsslachtoffers en hij werd ook ondersteund door de politiek. Ze zeiden dat Bastiaans levens redde."
"De voornaamste vraag bij Bastiaans is of zijn behandeling de kritiek kon doorstaan. Ik vond het niet zo mooi allemaal.[..] Ik hoorde dat hij niet veilig werkte. En men geloofde ook niet in de farmaceutische behandeling.[..] Ik heb zijn penthotal en narcose behandeling onderzocht. Ik merkte toen dat hij de gevaren onderschatte en dat hij ook daar alles in zijn eentje deed. Zonder anesthesist. Dat kan niet, want tijdens zo'n behandeling kunnen er gevaarlijke bijwerkingen optreden."

Zijn patiënten liepen met Bastiaans weg en zeiden dat ze beter werden. Geloofde u in de LSD-methode?
"Het was een man met een overweldigende persoonlijkheid, dat heeft bijgedragen tot zijn succes. Mensen hadden geloofden in hem vanwege de mens Bastiaans. Het had een suggestieve betekenis. Een glaasje limonade had ook geholpen."

Mevrouw Telling, echtgenote van oud-patiënt Joop Telling
"Ik heb met Bastiaans gepraat. Die wilde dat Joop bleef. Ik wilde dat niet. Ik wilde hem thuis en niet opgesloten in die kliniek met die tralies. Jan Bastiaans zei me, boos en groot: 'Dan heb je straks een lijk in je stoel zitten.' Hij was echt boos, niet zo zuinig. Hij overblufte me. Ik zei: 'Oké, als hij zelf wil.' Ik zag natuurlijk wel dat het zo ook niet meer kon.[..] Toen is hij verschillende malen met LSD behandeld. Ik geloof zeven keer. Hij is er zo'n drie maanden geweest.[..] Ik ben Bastiaans er heel erg dankbaar voor. Het was weer een man om mee te leven. Hij veranderde heel erg. Je kon met hem praten. Hij zag de bloemen en de vogels weer."

Atie de Vries en sociaal verpleegkundige Joop Brouwer over de sessies
Joop: "Bastiaans pikte er precies uit wat van belang was, Hij was daar een kanjer in, een diamant."
Atie: "Jij was een soort moeder. Richard (een therapeut) was mijn broertje en Bas was pa-Bas."
Joop: "Die ging ook in die rol mee. Bas was altijd de autoriteit, de vader, de kampcommandant. Ik had altijd de ondersteunende rol. Het was een samenspel."
Atie: "De eerste keer dat ik LSD kreeg vergeet ik nooit meer. Het was mei, een stralende dag, er vloog een vliegtuig over. Ik ging als een kleutertje in de hoek zitten om te schuilen voor het bombardement."
Joop: "Later pas ben ik zijn schaduwkanten gaan zien. Zijn narcisme. En dat hij de patiënten zo afhankelijk maakte. Te afhankelijk. Als hij dood zou gaan zouden de mensen in een groot gat storten. Hij was God voor ze."
Atie: "Ik vond hem in het begin wel God. Later niet meer. Dat hij ijdel was en op de voorgrond trad zag ik wel, maar ik had veel respect voor hem want hij heeft veel goeds gedaan."
Joop: "Toen hij in de periode kwam dat hij niet meer mocht werken had ik medelijden met hem, maar het was wel zijn eigen schuld. Hij kon niet accepteren dat hij te oud werd, hij kon de glamour niet missen."

Kon hij tegen kritiek?
Joop: "Niet zo goed. Hij was dan verongelijkt. Boos. Ik vond hem dan niet wijs, eerder kinderachtig. Maar tijdens behandelingen bleef hij altijd warm, echt een diamant."
Atie: "Hij was wel de professor. Maar tijdens de zitting veegde hij zelf de scherven bij elkaar van een Duits soldaatje dat ik kapot gegooid had."
Joop: "Hij hoorde zichzelf graag praten."
Atie: "Dat is waar. Maar ik had het gevoel: eindelijk is er iemand die me begrijpt. Ik schrok me eerst te pletter van die grote man, in die donkere dependance. Riep: 'Joop, help me!'"
Joop: "Voor hem waren drie dingen belangrijk: boosheid, verdriet en isolatie."
Atie: Bastiaans had één grote leuze: het moet veilig zijn en er mogen geen regels zijn, want die hebben die mensen al genoeg gehad."
Joop: "Bastiaans koos altijd voor de patiënt. Hij stelde weinig grenzen."

Waarom is de behandeling gestopt?
Joop: "De licentie was gekoppeld aan Bastiaans. Hij heeft nooit wat wetenschappelijk onderbouwd, dus kon het niet verder. Tja… ik geloof dat ik wel kan zeggen… je behandelde oorlogsslachtoffers in een situatie waar het altijd oorlog was… Er was veel rivaliteit tussen de disciplines. Er was ook wedijver tussen de patiënten. De mensen die LSD kregen voelden zich meer, zij hadden het meeste leed en dan stond je het hoogst in rang."
Atie: "Ik heb het idee: ik was net op tijd. Hij heeft mij weer op de benen gezet.'

De heer Coumou, secretaris Samenwerkende Verzetsorganisaties
Is het niet zo dat het verzet in Bastiaans ook een goede spreekbuis had?
"Er was een geweldige band. En als er weer eens iets gebeurde, bijvoorbeeld de vrijlating van de Drie van Breda, dan merkten ze dat meteen bij Centrum 40-45 en Bastiaans natuurlijk ook. Zijn verzetsmensen waren zijn lievelingen. Hij was iets te goeiig, iets te naïef, hij zette zich zonder nadenken voor hen in."

Mevrouw H. Bastiaans, echtgenote
"Ik ben erg blij dat u aandacht aan mijn man wilt besteden. Hij was een groot wetenschapper, zijn tijd ver vooruit met de LSD. Als hij van zo'n behandeling terugkwam was hij doodmoe. Zijn 'mensen', want zo noemde hij ze, waren door een hel gegaan. Gelukkig was het zijn hel niet. Als hij thuiskwam staken we dan een kaarsje aan en dronken een glas wijn."

Wanneer kreeg hij belangstelling voor oorlogstrauma's?
"Altijd al geweest. Er waren zoveel oorlogsslachtoffers. Hij begreep dat ze er niet los van konden komen."

Had uw man een afkeer van de gevestigde artsen?
"Hij vond dat ze niet openstonden. Hij hield ervan nieuwe dingen te onderzoeken."

Wat vond hij het ergste?
"Dat hij zijn werk niet meer mocht uitvoeren. Er was een vrouw gestorven, die was in behandeling bij hem met toestemming van haar moeder. Ze heeft toen iets genomen waardoor ze overleden is. Mijn man kreeg de schuld, omdat hij ibogaïne had gegeven. Ik weet het nog. Het was op een middag. Hij was veroordeeld. De zitting ging niet door en Moszkowicz liet hem zitten. Mijn man moest een papier ondertekenen dat hij zou stoppen met zijn werk."

Was uw man nooit bang geweest dat dit zou kunnen gebeuren?
"Mijn man was nooit bang voor iets."

Literatuur

Stephan A.M. Snelders, LSD en de psychiatrie in Nederland (dissertatie VU Amsterdam 1999)

Stephan Snelders, LSD-therapie in Nederland. De experimenteel-psychiatrische benadering van J. Bastiaans, G.W. Arendsen Hein en C.H. van Rhijn (verschijnt eind april 2000)

Wim Wennekes, Allemaal rottigheid, allemaal ellende: het KZ-syndroom van Willem van Salland. Aangrijpende verslagen van zes LSD-zittingen, geleid door de Leidse psychiater prof. dr J. Bastiaans, die samen met een verzetsman het spoor terug volgde naar 'toen' (Amsterdam 1975)

J.N. Schreuder, A.J. de Ridder (eds), Veraf en dichtbij. De actualiteit van het traumatisch verleden. Symposium bij het vertrek/afscheid van prof. dr J. Bastiaans (Oegstgeest/Utrecht 1992)

Bronnen

Voor de reportage zijn interviews gehouden met:
heren M. Frenkel, J.B. van Borssum Waalkes en mevrouw J. Brouwer. Daarnaast zijn er gesprekken gevoerd met Louis van Gasteren, de heer en mevrouw Kopinsky, mevrouw A. de Vries, de heer Coumou, mevrouw Telling, de weduwe
Bastiaans en haar zoon.

Zie voor interviewfragmenten: 'De betrokkenen'

Vragen?

Heeft u vragen, ideeën of opmerkingen?

Neem dan contact op met de redactie: