Meer verdieping op het gebied van geschiedenis? Kijk op NPOFocus.nl
↳ Enter om te zoeken
23 april 2000

De Vietnam mythe

De Vietnam mythe
Bekijk Video
1 min

Inleiding

Vietnam is de eerste oorlog die via de televisie doordrong tot elke Amerikaanse huiskamer. Daarover is iedereen het eens. Over de gevolgen zijn de meningen inmiddels verdeeld. Er is het klassieke beeld van de tv-verslaggevers die als helden berichtten over deze 'vuile en zinloze' oorlog en daarmee de Amerikaanse regering onder druk zetten. "Onzin", zeggen veel wetenschappers nu, al geven ze toe dat het een moeilijk te ontzenuwen mythe is.

Daniel Hallin deed als een van de eersten systematisch onderzoek naar de televisie-verslaggeving over de Vietnamoorlog. Hij bekeek vele uren materiaal, met name de journaaluitzendingen van de grote Amerikaanse omroepen, CBS, NBC en ABC. Zijn belangrijkste conclusie: het overgrote deel van de nieuwsuitzendingen berichten tot 1968 op een positieve manier over de Amerikaanse optreden in Vietnam. Daarna volgt een omslag, maar die is er ook in het overheidsbeleid. Kortom: de journalisten volgen het beleid, ze gaan er niet tegenin.

Onze jongens

Vanaf midden 1965 berichten de journaals van CBS, NBC en ABC vrijwel dagelijks over Vietnam. Veel van het 'nieuws' wordt verteld door de presentatoren in de studio, compleet met kaart en aanwijsstok. In de reportages ligt de nadruk op de Amerikaanse soldaten. Zij zijn de helden van het verhaal. Vaak gaat de verslaggever met hen mee op een zogenaamde 'search and destroy' missie: een bepaald gebied wordt uitgekamd en mogelijke vijanden worden opgepakt. In korrelig zwart-wit zien we de soldaten door het gras kruipen, helikopters geven luchtsteun, aan de horizon ontploffingen. De verslaggever vertelt: "Dappere mannen hebben leiders nodig. Dit is de leider van dappere mannen. Hij heet Hal Moore. Hij komt uit Bardstown, Kentucky. Hij is getrouwd en vader van 5 kinderen." Daarna komt Moore zelf aan het woord: "Ze zijn de beste soldaten van de wereld. De beste mannen van de wereld. Ze zijn goed getraind, goede discipline, hun moraal is uitstekend. Hun motivatie is enorm. Ze zijn hier gekomen om te winnen." (NBC, 9 februari 1966) Achteraf, in de wetenschap dat het om een verloren oorlog gaat, lijken dit soort teksten bijna ongeloofwaardig, cynisch. Op het moment dat ze worden uitgezonden is er niets vreemds aan.

Ideologie 
Opvallend in de eerste jaren van de verslaggeving is de verwijzing naar de Tweede Wereldoorlog: "Infanterie Divisie Nummer 1, de Big Red, eerst Noord-Afrika, toen Omaha Beach in Normandië, daarna Duitsland en nu de Cambodjaanse grens." ( NBC, 4 juli 1966) Naarmate de oorlog in Vietnam vordert, wordt duidelijk dat deze vergelijking behoorlijk mank gaat en wordt hij niet meer gemaakt. Wat langer blijft, is de retoriek van de Koude Oorlog. Dat is tenslotte ook de officiële lijn waarmee het Amerikaanse optreden in Vietnam wordt gerechtvaardigd. De tegenstanders zijn per definitie communisten, het gaat om een strijd voor vrijheid en democratie. Toch speelt politieke ideologie in de reportages maar een kleine rol. Het blijft gaan om 'onze jongens', die vooral vakkundig zijn en over veel technisch geavanceerd materiaal beschikken. Je kan dit 'onbewuste' ideologie noemen, het komt voort uit het idee van Amerika als supermacht.

Cam Ne

Als altijd zijn er uitzonderingen op de regel. Op 5 augustus 1965 zendt CBS een reportage uit van hun verslaggever Morley Safer. Hij is mee geweest met een 'search and destroy' missie naar het dorp Cam Ne. We zien mariniers die met hun Zippo's (aanstekers) en met vlammenwerpers de rieten daken van de huizen in brand steken. Safer is zichtbaar ontzet over wat er gebeurt. Hij vraagt zich in zijn slotcommentaar af of dit wel de juiste manier is om de Vietnamezen te overtuigen van de goede bedoelingen van de Verenigde Staten. Op de uitzending volgt een storm van kritiek. Safer heeft een ongeschreven regel overtreden: hij heeft 'onze jongens' in een kwaad daglicht gezet. Het Witte Huis vraagt CBS om Safer uit Vietnam terug te trekken en suggereert dat hij vanwege zijn Canadese afkomst minder gevoel heeft voor Amerikaanse belangen. CBS gaat er niet op in. Safer blijft in Vietnam. Maar hij maakt geen reportages meer die vergelijkbaar kritisch zijn. Zijn voorbeeld krijgt ook geen navolging. De grote networks willen hun vingers niet branden aan reportages die de woede van kijkers oproepen.

De omslag

Begin 1968 verandert de toon van de nieuwsuitzendingen. Die omslag hangt samen met het zogenaamde Tet-offensief, een grootscheepse aanval van de Vietcong op onder meer de veilig geachte steden in Zuid-Vietnam. De Amerikaanse ambassade in Saigon wordt doelwit en de gevechten rond het gebouw worden uitgebreid getoond op de televisie. Het Amerikaanse publiek is geschokt. Nog maar enkele weken daarvoor hebben zowel president Johnson als generaal Westmoreland (de bevelhebber in Vietnam) gezegd dat ze uitermate optimistisch zijn over het verloop van de oorlog. Hoe kan het dan dat nota bene de ambassade wordt aangevallen? CBS presentator Walter Cronkite gaat zelf in Vietnam poolshoogte nemen. De meest gezaghebbende 'anchor' van de Amerikaanse televisie komt bij terugkeer tot de conclusie dat er geen grond voor optimisme is en dat de enige weg om uit de impasse te komen via onderhandelingen zal moeten gaan (CBS, 27 februari 1968). Volgens berichten uit het Witte Huis, is president Johnson diep geraakt door het statement van Cronkite. Veel later, in 1979, schrijft commentator David Halberstam: "Het was de eerste keer in de geschiedenis dat een oorlog beëindigd werd verklaard door een televisiepresentator ". Daniel Hallin vindt dat hier oorzaak en gevolg worden omgedraaid. De optimistische geluiden ten spijt, woedt er binnenskamers bij de overheid al maanden een discussie over de oorlog. Minister van Defensie Robert McNamara heeft zijn ontslag genomen, zijn opvolger Clark Clifford komt eveneens snel tot de conclusie dat nog meer troepen sturen zinloos is. De woorden van Walter Cronkite geven in feite de stemming binnen de regering weer, ze zijn een gevolg en niet de oorzaak van politieke verandering.

De mythe

Bij het verschijnen van het boek van Daniel Hallin, in 1986, zijn de eerste reacties sceptisch. Het verbaast hem niet. In het voorwoord van de paperback uitgave van twee jaar later schrijft hij: "politieke mythes worden nooit vernietigd door feitelijk bewijs zo lang ze een belangrijk doel dienen". De mythe dat Vietnam het hoogtepunt van onafhankelijke journalistiek is, dient op z'n minst twee doelen. Het pleit betrokken journalisten vrij van schuld aan de oorlog, zij hebben toch vanaf het begin gewaarschuwd, of niet soms? Nog belangrijker is de conservatieve stroming die niet kan geloven dat supermacht Amerika de oorlog verliest van het kleine Vietnam. Voor hen zijn de journalisten degenen die het moraal van het thuisfront hebben ondermijnd met hun 'negatieve' berichtgeving en zo op z'n minst hebben bijgedragen aan het verliezen van de oorlog. Deze gedachtegang leidt tot de conclusie dat in een oorlog journalisten streng moeten worden gecontroleerd en dat er censuur nodig is. Die censuur ontbrak inderdaad in Vietnam en is in alle navolgende oorlogen weer ingevoerd. Maar niet voor niets heeft Hallin de titel van zijn boek tussen aanhalingstekens gezet, "uncensored war". Zelfcensuur neemt in Vietnam de rol van de censuur over. Na het boek van Hallin zijn er diverse andere studies verschenen, ook van militaire historici, die allemaal zijn conclusie delen: de media zijn minder onafhankelijk of invloedrijk geweest dan gemakshalve wordt aangenomen. Of het beeld daarmee ooit wijzigt is de vraag. Hallin verzucht in de uitzending: "Het is heel frustrerend […] ik en alle anderen die hebben geschreven over de media en Vietnam, wij kunnen de mythe niet vernietigen".

Tekst: Gerda Jansen Hendriks
Reportage: Gerda Jansen Hendriks

Bronnen

BEELDEN
De zwart-wit fragmenten van de tv-uitzendingen uit de jaren zestig zijn telerecordings die liggen opgeslagen in de National Archives in Washington. De 'legendarische' reportage van Morley Safer over het dorp Cam Ne van 5 augustus 1965, is op dezelfde wijze bewaard. CBS zelf heeft wel 'Walter Cronkite's Vietnam' bewaard, een special van 30 minuten, uitgezonden op 27 februari 1968. Ook van CBS komt het kleurenfragment over een luchtactie. Deze is onderdeel van een special van een uur, "Vietnam - a day of war", waarin 15 cameraploegen in kleur een dag volgden bij verschillende legeronderdelen in Vietnam. Uitgezonden op 6 september 1965 en een fraai voorbeeld van 'onze jongens doen goed werk'. De herhaling van de beelden van Cam Ne, inclusief interviews met Vietnamese vrouwen, komt uit de NOS bewerking van een grote, 14-delige internationale produktie, die werd uitgezonden ter gelegenheid van 10 jaar na de oorlog, in 1985. Overige beelden zijn ook afkomstig uit deze serie, net als de beelden van demonstraties in Nederland.

PERSONEN
Voor de reportage is een interview gemaakt met Daniel C. Hallin. Hij is verbonden aan de University of California, San Diego, Department of Political Science and Communication.

Literatuur

Daniel C. Hallin, The "Uncensored War"; The media and Vietnam, University of California Press, 1986, paperback uitgave uit 1989.

Philip M. Taylor, Global Communications, International Affairs and the Media since 1945, Londen, 1997.
Dit boek geeft een overzicht van verslaggeving over internationale conflicten, tot en met de Golfoorlog. De Vietnam mythe komt uitgebreid ter sprake.

William M. Hammond, Reporting Vietnam. Media & Military at War, University Press of Kansas, 1998.
Dit boek is het meest recente in de serie studies over dit onderwerp. Het gaat vooral in op de rol van de censuur in een oorlog. Heeft een uitgebreide literatuurlijst.

Credits
  • Gerda Jansen Hendriks

Vragen?

Heeft u vragen, ideeën of opmerkingen?

Neem dan contact op met de redactie: