Bui doi, het vuil van de straat. Hoewel de term staat voor alle straatkinderen, raakte bui doi vooral bekend als aanduiding van de kinderen die tussen 1965 en 1975 bij Vietnamese vrouwen werden verwekt door Amerikaanse soldaten. Maar liefst 2.5 miljoen militairen waren in die periode gelegerd in Vietnam. Van het één kwam het ander. Slippertjes, verkering en verkrachting. Militairen verwekten naar schatting 30 tot 40 duizend kinderen bij Vietnamese vrouwen.
Verwezing
Zo vonden seks en geboortes plaats tegen de rauwe achtergrond van de Vietnamoorlog. Gruwel van deze strijd werd indringend in beeld gebracht door de internationale media. Iconische beelden zoals het meisje Kim Phuc dat op de vlucht is voor napalmbombardementen (gemaakt in 1972) voedden angst onder het Westerse publiek over het lot van de bevolking. Enorme aantallen burgerslachtoffers leidden tot verwezing van de Vietnamese bevolking. Steeds meer Amerikaanse families wierpen zich begin jaren zeventig op als adoptiegezin voor Vietnames wezen.
Toen in 1975 Noord-Vietnamese troepen het zuiden binnendrongen, veroorzaakte dit een grote vluchtelingenstroom. In paniek probeerden honderdduizenden Vietnamezen het land te verlaten, vaak via de Amerikaanse ambassade. Ondertussen hield de opmars van de Vietcong aan: de centrale stad Da Nang viel in maart, en Saigon lag hevig onder vuur. Temidden van deze oorlogsterreur bleef het lot van de kinderen ongewis. In de puinhopen van Vietnam waren er geen middelen om ze te verzorgen.
Operation Baby Lift
Amerikaanse hulporganisaties besloten zich te verenigen. Ze dienden een petitie in bij de regering om de Vietnamese wezen te redden, die in april 1975 door president Ford werd ondertekend. Op 3 april kondigde Ford 'Operation Baby Lift' aan, een van de grootste reddingsoperaties uit de oorlogsgeschiedenis. Diezelfde dag nog vertrokken de eerste vliegtuigen. Ford reserveerde enkele miljoenen dollars om de opvang van de weeskinderen in de Verenigde Staten veilig te stellen.
Wat volgde was een ware thriller. Militaire toestellen en alles wat maar van de grond kwam werd ingezet om zoveel mogelijk Vietnamese weeskinderen te redden. Ondertussen verhevigden aanvallen op Saigon zich. Ook het vliegveld kwam onder vuur te liggen.
Bij een van de eerste vluchten ging het mis. Op 4 april om vier uur in de ochtend vertrok een toestel met aan boord 328 inzittenden, onder wie bijna 150 wezen. Dit was twee keer zoveel als toegestaan. Na twaalf minuten was er een explosie aan de achterzijde van het vliegtuig, waarna het neerstortte. 141 van de passagiers kwamen om. Nieuws over de ramp veroorzaakt een wereldwijde golf van sympathie over Operation Baby Lift.
Tussen 3 en 26 april vertrokken iedere dag talloze vluchten uit Saigon. Bijna drieduizend weeskinderen werden in die periode vervoerd naar de Verenigde Staten. Ongeveer dertienhonderd kinderen vonden asiel in Canada, Australië en Europa. Onder de weeskinderen waren niet alleen kinderen die hun ouders verloren. Ook veel bui doi, de kinderen van Amerikaanse soldaten en Vietnamese vrouwen, werden zo gered.
Stofkinderen
Moeders van deze bastaardkinderen vreesden voor hun lot. Zodra de omgeving erachter kwam dat ze geheuld hadden met de vijand werden ze bestempeld als hoer. Vaak was één blik op de huidskleur en gelaatstrekken van het kind al voldoende om de gemengde afkomst vast te stellen. Het lot van de bui doi, de stofkinderen, was treurig. De meesten groeiden op als wees, ze werden zwaar gediscrimineerd en als paria behandeld in de Vietnamese samenleving.
De Verenigde Staten boden redding: in 1989 trad de Amerasian Homecoming Act in werking. Alle nakomelingen van Amerikaanse soldaten en Vietnamese (en Koreaanse en Japanse) vrouwen konden een Amerikaanse verblijfsvergunning krijgen. Louter op basis van uiterlijke kenmerken. Een kleine vijfentwintigduizend Amerasians en in hun kielzog bijna zeventigduizend familieleden werden zo toegelaten.
In hetzelfde jaar dat de wet van kracht werd, zou de bui doi zich verder uit het stof wringen. De musical Miss Saigon bracht met het verhaal over deze vergeten generatie volle theaters tot ontroering, en maakte het thema bekend onder het publiek. In 1987, dus voor de Homecoming Act, maakte Fons de Poel voor Brandpunt een indrukwekkende reportage over de in Vietnam achtergebleven dust children. De Poel sprak met enkele van hen en legde hun problematiek bloot: hun leven was gevuld met eenzaamheid, racisme en mishandeling. Konden de VS redding bieden? Bekijk hier de reportage.
Vragen?
Heeft u vragen, ideeën of opmerkingen?
Neem dan contact op met de redactie: