McNamara was tussen 1961 en 1968 hoofd van het Pentagon. In die rol overtuigde hij in 1964 het Congres om iets te doen tegen de 'communistische agressie' in Vietnam. Met een technologisch overwicht moest dit volgens hem lukken. Ook werd de daar aanwezige troepenmacht van een kleine 500 man uitgebouwd tot een gigantisch leger van zo'n half miljoen soldaten.
Tevergeefs. Ondanks het overwicht in technologie wist het Amerikaanse leger de communisten maar niet te verslaan. Uiteindelijk zouden tienduizenden soldaten sneuvelden. Tegenover 3 miljoen Vietnamezen. Kortom: het defensiebeleid had gefaald. Anti-Vietnamprotesten namen enorme vormen aan. Voor de demonstranten werd McNamara het gehate gezicht van de arrogante Amerikaanse oorlogspolitiek. Zelfs McNamara's eigen zoon liep mee in de protesten.
Tegelijkertijdtwijfelde McNamara al in 1966 binnenskamers over de invasie. Een jaar later drong hij bij president Johnson aan op een voortijdige terugtrekking. Vervolgens startte er onder McNamara's hoede een grootschalig geheim onderzoek naar de Amerikaanse betrokkenheid in de oorlog, de zogenaamde Pentagon Papers. Johnson liet het conflict in 1968 echter verder escaleren door Noord-Vietnam te bombarderen. Tegen de wil van McNamara, die in het privé kritiek zou uiten.
Johnson besloot hem te ontslaan, in ruil voor het presidentschap bij de Wereldbank. In plaats van het communisme ging McNamara nu de wereldwijde armoede bestrijden. Over zijn defensiewerk zou hij bijna dertig jaar zwijgen.
Tot in 1995 zijn memoires verschenen. In 'In retrospect: The Tragedies and Lessons of Vietnam' luchtte McNamara eindelijk zijn hart. Hij beschreef in het boek hoezeer hij spijt had van zijn rol in het Vietnamconflict. De oorlog was 'terribly wrong', onder meer te wijten aan een aantal verkeerde militaire inschattingen.
Zijn memoires inspireerden de documentaire 'The Fog of War - Eleven Lessons of the Life of Robert S. McNamara' (2003). Hierin vertelt McNamara openlijk over die periode. Ook zijn in de docu onbekende audioopnames verwerkt. Daarin komt een gunstiger beeld van McNamara naar boven: het zijn geheime opnames van de privégesprekken die hij in 1967 met Johnson voerde. Toch is het vooral McNamara's wroeging over Vietnam die de kijker met een bittere nasmaak achterlaat.
Vragen?
Heeft u vragen, ideeën of opmerkingen?
Neem dan contact op met de redactie: