Meer verdieping op het gebied van geschiedenis? Kijk op NPOFocus.nl
↳ Enter om te zoeken
Restauratie Nachtwacht
© Fotocollectie van de Poll

‘De compagnie van kapitein Frans Banninck Cocq en luitenant Willem van Ruytenburgh maakt zich gereed om uit te marcheren’, zoals het schilderij in de eerste instantie is genoemd, hangt van 1642 tot 1715 in de feestzaal van de Kloveniersdoelen te Amsterdam. In 1715 wordt het schilderij verplaatst naar het stadhuis op de Dam, het huidige Paleis op de Dam. Het komt daar te hangen tussen twee deuren. Omdat het werk van Rembrandt te groot is voor die plek, wordt er plompweg een stuk afgeknipt. De huidige Nachtwacht is met 3,36 meter bij 4,37 meter 20% kleiner dan de originele versie.

De populariteit van Rembrandt
Tegenwoordig zien we de Nachtwacht als een van de belangrijkste werken uit de Nederlandse kunst, maar dat is lang niet altijd zo geweest. Sterker nog, in zijn eigen tijd wordt Rembrandt overschaduwd door Bartholomeus van der Helst. Later, in de negentiende eeuw, is nog steeds niet de Amsterdamse Rembrandt maar de Antwerpse Rubens onze nationale schilder. Maar wanneer België zich onafhankelijk verklaart van Nederland, moet er gezocht worden naar een nieuwe nationale schilder, en dat wordt Rembrandt. Deze ‘Rembrandtverering’ blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat de naam van de Botermarkt in Amsterdam in 1876 veranderd is naar Rembrandtplein.

14 juli 1956

De viering van het Rembrandtjaar

Rembrandtjaar 1956
Bekijk Video
2 min

Naast het feit dat er een plein naar Rembrandt vernoemd wordt, speelt hij ook een belangrijke rol in een van de andere toonaangevende gebouwen van Amsterdam: het Rijksmuseum. Volgens prof. dr. Henk van Os, oud-algemeen directeur van het museum, is het Rijks zelfs om Rembrandts belangrijkste werk gebouwd. Van Os ziet het Rijksmuseum als een kathedraal, met op het hoofdaltaar het belangrijkste werk: de Nachtwacht. Deze plaatsing geeft het werk een enorme symbolische waarde.

Bij de opening van het museum in 1885 wordt de Nachtwacht opgehangen aan het hoofd van de eregalerij. Later, rond 1901, vinden kunstkenners echter dat het beter kan. Zij vinden dat de Nachtwacht niet van boven zou moeten worden belicht, zoals op dat moment het geval is, maar van de zijkant. Voor de Nachtwacht blijkt niets te gek: er wordt een speciale aanbouw gemaakt om het schilderij volledig tot zijn recht te laten komen.

Eregalerij met de Nachtwacht, 1984
Eregalerij met de Nachtwacht, 1984 © Fotocollectie Anefo

De eerst vernieling
De Nachtwacht heeft het op zijn ereplek niet altijd even gemakkelijk gehad, en we kunnen blij zijn dat het na alle aanvallen überhaupt nog te bezichtigen is. Meerdere keren wordt het schilderij zodanig verminkt dat uitgebreide reparaties nodig zijn.

De eerste aanslag is in 1911, wanneer een man het schilderij aanvalt met een schoenmakersmes. De dader is afgekeurd als matroos, en is hierover zo boos dat hij zich wil “wreken op het rijk”, zo valt te lezen in De Kleine Courant. Het schilderij komt er dan met lichte beschadigingen vanaf.

Krantenbericht vernieling nachtwacht 1911
Krantenbericht naar aanleiding van de vernieling, 1911 © De Kleine Courant

De Nachtwacht in de Tweede Wereldoorlog
In 1939 komt het schilderij pas echt in gevaar: de Tweede Wereldoorlog breekt uit. Nog voor de nazi’s het land binnenvallen wordt besloten om de belangrijkste kunstschatten, waaronder de Nachtwacht, te laten ‘onderduiken’. Via de speciale gleuf in de tunnel van het museum wordt het schilderij omlaag getakeld, en overbracht naar kasteel Radboud.

Wanneer de nazi’s Nederland binnenvallen in 1940 wordt er getwijfeld of de Nachtwacht wel veilig genoeg ligt. In de haven van Medemblik, vlakbij het kasteel, ligt namelijk een mijnenveger in de haven. De mijnenveger is een aannemelijk doel voor een Duits bombardement, en dit zou het kasteel en de kunstschatten ernstig in gevaar brengen. Wanneer de mijnenveger ook nog een vijandelijk vliegtuig beschiet, is het tijd om maatregelen te nemen.

De hoofddirecteur van het Rijksmuseum op dat moment, dr. Schmidt Degener, besluit daarom om het schilderij naar een kleine gemeentekluis te verplaatsen in de duinen bij Castricum. Door de enorme afmeting van het werk past het echter niet door de deur van de schuilplaats. Ten einde raad besluiten de verhuizers om het werk van het houten spanraam af te halen en in de buitenlucht op te rollen rond een cilinder. Ondertussen bouwt het Rijk in de gemeente Heemskerk een nieuwe, grotere kluis voor de kunstschatten. Op 21 1941 maart wordt de Nachtwacht de nieuwe bergplaats binnengedragen.

23 februari 1947

Nachtwacht restauratie na de oorlog

Rembrandt renovatie 1947
Bekijk Video
2 min

In de loop van de oorlog wordt de bergplaats in Noord-Holland te onveilig. Hitler geeft de opdracht de gehele kust van de bezette gebieden extra te bewapenen voor zijn ‘Atlantikwall’. De Hollandse duinen worden onderdeel van de verdedigingslinie, en daarom wordt in 1942 besloten om de Nachtwacht dwars door het land te vervoeren naar de Sint Pietersberg bij Maastricht. Diep in een grot wordt het werk voor de laatste maal tijdens de oorlog verborgen.

In 1945 kan de Nachtwacht eindelijk terug naar Amsterdam. Met een binnenvaartschip wordt het schilderij via België teruggebracht naar de hoofdstad, omdat de Nederlandse vaarwegen nog niet vrij zijn van obstakels. Dit is de enige keer dat het schilderij ons land verlaten heeft.

Na al deze jaren is het uitrollen van het schilderij een spannend moment – zou het schilderij erg beschadigd zijn geraakt? Gelukkig valt dit erg mee. De ergste aanval op het schilderij gebeurt namelijk niet in oorlog, maar in vredestijd.

Aanslagen op de Nachtwacht
De tweede en heftigste beschadiging van de Nachtwacht vindt plaats in 1975. Een verwarde man steekt met een mes in op het doek en snijdt daarbij zelfs een complete reep uit het schilderij. De restauratie van het werk duurt ruim acht maanden.

1 januari 1976

Reparatie van de vernielde Nachtwacht

Onthulling van de gerestaureerde nachtwacht, 1976
Bekijk Video
3 min

De laatste beschadiging vindt plaats op 6 april 1990, wanneer een 31-jarige man het schilderij bespuit met zwavelzuur. De suppoosten zijn echter voorbereid: het schilderij wordt direct bespoten met gedestilleerd water, waardoor de schade gering blijft.

Het is wel duidelijk dat het schilderij een onderwerp is van vandalisme, maar waarom is nou juist de Nachtwacht het schilderij dat het telkens moet ontgelden? Volgens Henk van Os heeft dit te maken met de manier waarop het schilderij is opgehangen. De Nachtwacht is als pronkstuk van de eregalerij het lievelingetje van het Rijksmuseum. “Als je een schilderij zo ophangt, dan heeft iedereen die zich slecht voelt over de Nederlandse kunst of de Nederlandse natie, maar één doel: die Nachtwacht beschadigen. Het is volkomen lullig om een ander schilderij dan de Nachtwacht in het Rijksmuseum te beschadigen”, aldus Van Os.

6 april 1990

Aanval met zwavelzuur op de Nachtwacht

Nachtwacht restauratie 1990
Bekijk Video
1 min
Credits
  • Dorine Maat

Vragen?

Heeft u vragen, ideeën of opmerkingen?

Neem dan contact op met de redactie: