Meer verdieping op het gebied van geschiedenis? Kijk op NPOFocus.nl
↳ Enter om te zoeken
12 februari 2009

Andere tijden

Heijplaat
Bekijk Video
25 min

Kippenvel

‘Ik krijg er meteen weer kippenvel van op mijn armen’, zegt Antje Spoor, ‘want het is alsof ik weer twintig jaar terug ben in de tijd’. En ook haar man beaamt dat hij bij het lezen van de koppen in de krant de laatste tijd vaak terugdenkt aan die tijd. ‘Je begrijpt wat die mensen ondergaan. Als je bij Philips werkt, of bij Corus, en denkt dat je een baan voor het leven hebt. Niet dus’, aldus Henk Spoor naast zijn vrouw op de bank in hun woonkamer in het Rotterdamse Heijplaat.

Het is april 1983 als de Rotterdamse Droogdokmaatschappij (RDM) het massaontslag bekend maakt. Het moederbedrijf RSV is failliet en daarmee houdt ook RDM op te bestaan. Slechts een klein deel kan een doorstart maken, maar dan in afgeslankte vorm. De rest van de mensen moet eruit: alles bij elkaar staan zo’n 1380 mensen op straat. 800 daarvan wonen in Heijplaat, de dorpsgemeenschap die tegen de werf aangebouwd is.


 

 

<p>Heijplaat</p>
Heijplaat

‘Je zag het massaontslag al een jaar of twee aankomen’, zegt de toenmalige personeelschef Evert van der Schee. De scheepsbouw in Nederland leidde in die tijd al jaren een kwakkelend bestaan en moederbedrijf RSV (het conglomeraat van de Rijn-Schelde-Verolme scheepswerven) had al sinds 1976 geen winst meer gemaakt. De eenheid binnen het bedrijf was ver te zoeken, en, zo zegt Van der Schee, ‘al vanaf 1980 gebeurde het dat de mensen van de reparatiewerf de hele dag in de kantine zaten te wachten op werk. Er werd wel geprobeerd om ze aan het werk te krijgen, vaak ook door reparaties onder de kostprijs te doen, maar je hoopte toch dat het niet tot een massaontslag zou komen’. Ook Henk Spoor herinnert zich die dagen nog wel. ‘Je merkte het natuurlijk, er was minder werk. Er waren dagen bij dat je naar de kantine werd gestuurd om daar onze tijd door te brengen omdat er geen werk was’. Later werd er werktijdverkorting aangevraagd, iets dat je nu ook weer ziet terugkeren.

<p> </p>

‘Gehaktballenbuurt’

Wonen op de Rotterdamse Heijplaat betekende dat je werkte op de werf van de RDM. De huizen waren van de RDM en zonder dat werk kreeg je daar geen huis. Wel na een strenge selectie, herinnert Spoor zich. Maar dan woonde je op de Heijplaat, tussen je collega’s. ‘s Ochtends om zeven uur begon het werk’, zegt Piet Boukes, die er 38 jaar werkte en in die tijd opklom van ijzerwerker tot Arbofunctionaris. ‘Dat duurde tot twaalf uur en dan had je een half uur pauze’. Sommigen haasten zich in die pauze naar huis om thuis snel een warme maaltijd naar binnen te werken. En dan van half één tot half vijf en dan was het over.

Ondertussen loopt Boukes tussen de verschillende huizen in de straten van Heijplaat. ‘Hier waren de goedkoopste huizen, voor mensen die het minst verdienden’, wijst hij op de huizen recht tegenover het massieve gebouw van de RDM. ‘Dat was de ‘gehaktballenbuurt’. Daar woonden mensen die geen karbonades of biefstukken konden betalen’. Want in de straten steeds verder van de werf, stonden grotere huizen. Die waren voor mensen met iets meer geld, die zich dus karbonades konden veroorloven. En dan was er nog de Courzandseweg, waar de chefs en de bazen woonden. ‘Die aten biefstukken!’, grijnst Boukes. Alles op Heijplaat stond in het teken van RDM. Waar je ook keek, wat je ook deed, het was RDM. En de werkverhoudingen, die zag je terug in de woongemeenschap. ‘De baas van overdag, die kwam je 's avonds ook tegen’, zegt Boukes. ‘Toen ik er in 1952 kwam werken, toen was de sfeer van de RDM ook de sfeer van Heijplaat. Sommigen konden er niet tegen, die wilden per se niet op Heijplaat wonen’.

Henk Spoor was zo iemand bijvoorbeeld. De voormalige werkmeester weigerde in eerste instantie toen hij in 1953 bij de RDM kwam werken op de Heijplaat te gaan wonen. Maar hij was snel om, mede door het dorpse karakter van de in Rotterdam redelijk geïsoleerd liggende Heijplaat. De bakker en de groenteboer kwamen aan de deur, en de kinderen konden lekker op straat spelen, vult zijn vrouw Antje aan. De Heijplaat barstte van de verenigingen. ‘Zang-, voetbal-, noem maar op, een stuk of achtentwintig’, gaat ze verder. ‘Allemaal gesubsidieerd door de RDM’, knikt haar man Henk. Maar er kleefde ook een nadeel aan die gesloten Heijplaat waar iedereen elkaar kende. ‘Het kon in het weekend gebeuren dat de baas aan de deur stond en zei: “joh, er is een haastklus”, meekomen’. Spoor kan daar maar niet aan wennen. ‘We hadden een buurman, en als die ging vissen, dan liet hij eerst aan de baas weten: ‘ik zit daar of daar’. Nou dat deed ik echt niet hoor!’. Spoor verbaast zich er nog steeds over.

<p>Antje Spoor bij Sonja op Zaterdag</p>
Antje Spoor bij Sonja op Zaterdag

De dag van de Blauwe Zakken

Dan komt april 1983. ‘Tsja’, zegt personeelschef Van der Schee, ‘Je hoopte dat het niet zover zou komen, maar toen de huizen verkocht werden aan een woningbouw vereniging, de reparatie slecht ging, de machinebouw slecht ging en er verliezen werden geleden, was het wel duidelijk’. Dat er ontslagen moeten zullen vallen is geen verrassing. Omdat de marinebouw, de machinebouw en de apparatenbouw in een nieuwe vorm blijven bestaan en de zware scheepsbouw zoals booreilanden en de reparatiebouw zal worden gestopt, krijgt Van der Schee als personeelschef de opdracht twee verschillende brieven te maken. Eén voor de mensen die definitief ontslagen zullen worden, en één voor de mensen die worden ontslagen en meteen weer worden aangenomen in de afgeslankte doorstart.

Het is de dag van de blauwe zakken, zoals Boukes het noemt. Ook de anderen weten het nog goed. Ze krijgen hun ontslagbrief en een zak om hun werkkleding in te doen. In een uitzending van Sonja op Zaterdag vergelijkt Leen Kieviet de aftocht van de arbeiders die dag met de deportaties tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ook nu schiet hij weer vol als hij aan die dag terug denkt. ‘In november 1944 heb ik mensen afgevoerd zien worden en die hadden ook van die bundeltjes bij zich’, zegt Kieviet. ‘En misschien waren het niet eens die bundeltjes, als wel de gebogen hoofden van de mensen die me eraan herinnerden. Die gekromde schouders en dat uitgebluste’, zucht Kieviet. Ook Antje Spoor laat zich niet onbetuigd in die uitzending. Haar opmerkingen over ‘Mijn Henk’, die zeven kilo afgevallen zou zijn en te emotioneel is om in de uitzending te komen, zijn nog altijd legendarisch op Heijplaat.

Timide, verslagen, lamgeslagen. Zo herinneren de mannen zichzelf die twee dagen in april waarop het ontslag wordt verleend. Van der Schee valt het op als hij bijeenkomsten belegd om de brieven uit te delen en uitleg te geven. Na zijn uitleg volgt geen protest. ‘Niets. Stilte. Een paar vragen, voor de rest niets! Iedereen was lamgeslagen’, aldus de personeelschef. Hij probeert te schetsen welke indruk het ontslag moet hebben betekent voor de mensen. ‘Ontslag op zich was al beroerd, maar werken op het Droogdok…wat dat voor die mensen betekende...’ Het werk bij de RDM is alles voor ze. De RDM zorgt overal voor, beheerst hun leven. En dan krijgen ze te horen dat de RDM ze niet meer wil. De klap is groot. Antje Spoor herinnert zich iemand die een hartaanval kreeg toen hij het hoorde. Er zijn verhalen over zelfmoord. Haar man Henk geeft toe dat het misschien naïef was om te denken dat als je bij de RDM kwam werken, dat een baan voor het leven was. ‘In ons hart wisten we dat het eraan kwam, maar met al dat gepraat over een herstart geloofde je gewoon niet dat je eruit ging’.

De dag dat iedereen met zijn werkplunje over het bedrijf loopt te slepen was verschrikkelijk, ook voor Antje die op dat moment in de dan nog enige van de ooit elf bedrijfskantines aan het werk is. Ze ziet de mannen daar en hoort ze zeggen dat ze over een week of twee weer terug zullen zijn. ‘En ik dacht met mijn huisvrouwenverstand: ‘Oh jongen, geloof dat toch niet!’. Antje Spoor krijgt gelijk. De inmiddels overleden man van Ida de Haan komt ook thuis te zitten. In het begin denkt ze nog dat hij even moet wennen. Ze neemt zelf een baantje als schoonmaker. ‘Maar als ik dan thuis kwam, dan waren de bordjes nog niet gedaan’, verbaast ze zich nu nog. ‘Hij deed niet anders dan televisie kijken en laat naar bed, hè’.

‘Het heeft mij mijn hele leven niet meer losgelaten’, zegt Boukes die één van degenen was die mocht blijven. Maar juist ook dat leverde een ongemakkelijk gevoel op. Als hij naar zijn werk gaat, voelt hij de ogen in zijn rug branden. Want ja, hij heeft nog werk en de buurman, die waarschijnlijk net zo goed is, zit thuis. ‘Je schaamde je eigenlijk dat je nog werk had, dat jij had mogen blijven. Ik dorst niet om te kijken; reed rechtuit, en ik keek niet om’. Onderling was er afgunst, zegt Kieviet. ‘Nooit uitgesproken hoor, maar het was er’. Antje Spoor herinnert zich dat ze een echtgenote van iemand die nog werk had tegenkwam en zag dat die snel een doos gebak in haar fietstas probeerde te frommelen: ze wilde voorkomen dat Spoor zich opgelaten zou voelen over het feit dat zij daar nog wel geld voor hadden.

Aan het werk

Een aantal initiatieven moet de ontslagenen weer aan het werk helpen. Dat wordt niet makkelijk: het is de tijd van de hoogoplopende werkloosheid in Nederland. Het percentage werklozen in Nederland loopt tussen 1979 en 1983 op van 4% tot bijna 12%! Van der Schee herinnert zich een bureau dat zich erop richtte om de mensen als zelfstandigen aan het werk te krijgen. Maar bij de RDM-werknemers voor wie altijd alles was geregeld, sloeg dit begrijpelijkerwijs niet aan. Henk Spoor kwam via uitzendbureau Start weer aan het werk, al was het elke keer tijdelijk en vooral in de vakantieperiode. Maar de arbeiders van de RDM waren stuk voor stuk vakkrachten, met de ruimste ervaring en expertise. Dus bedenkt Van der Schee dat de RDM misschien zelf moet proberen ze aan het werk te krijgen. Hij maakt een brochure en stuurt die naar 450 bedrijven in de omgeving. Als een van de bedrijven belangstelling toont, stuurt hij Leen Kieviet er achteraan om mensen bij dat bedrijf geplaatst te krijgen. Leen Kieviet herinnert het zich nog. In het begin gaat het wat stroperig, zoals hij het noemt maar dan begint het te lopen. ‘Maar wat ik heb onthouden is de leeftijd: mensen van 35 tot 40 jaar, die waren al te oud!’. Kieviet schat dat op die manier ongeveer 200 man aan het werk zijn geholpen. Eén daarvan is de man van Ida de Haan.

Vlak voor hij na een aantal jaren opnieuw bij de RDM in vaste dienst wordt aangenomen, werkt Spoor daar via het uitzendbureau. Omdat RDM-ers gratis werkschoenen krijgen, meldt hij zich bij de uitgiftebalie. ‘En op het moment dat ik om schoenen vraag, schiet het door mijn hoofd, maar de man is mij voor: “Jij schoenen? Je bent helemaal geen RDM-er”’. Het treft Spoor, die voor zijn ontslag dertig jaar bij de RDM heeft gewerkt, recht in het hart. ‘Ik had hem bijna op zijn smoel geslagen’, verbijt Spoor zich nu nog die nare ervaring.

Al met al, via omwegen of uitzendbureaus, komen veel van de ontslagen RDM-ers weer aan het werk. Vakkundig zijn ze allemaal, maar het is voor de jongeren een stuk makkelijker dan voor de mannen met 20, 30 of 40 jaar ervaring. En dan die van buiten Heijplaat: er komen er nogal wat van de Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden en zonder de dagelijkse RDM-bussen die hen heen en weer rijden, komen zij niet meer aan het werk in de Rotterdamse scheepsbouw. Bij de berichten over massaontslagen nu, komt het ook bij Van der Schee weer boven: ‘Ik heb meelij met de mensen die het nu betreft’. Ook Antje heeft met ze te doen, ‘want je gaat een paar rotjaren tegemoet hoor’.

Tekst: Rob Bruins Slot
Samenstelling: Reinier van den Hout
Research: Carolien Brugsma, Mirjam Gulmans, Rob Bruins Slot

Geïnterviewden Bronnen
  • Evert van der Schee
    Evert van der Schee
  • Leen Kieviet
    Leen Kieviet
  • Piet Boukes
    Piet Boukes
  • Henk en Antje Spoor
    Henk en Antje Spoor
  • De Rotterdamse Droogdokmaatschappij

    Evert van der Schee, De Rotterdamse Droogdokmaatschappij (Rotterdam 1998).

Vragen?

Heeft u vragen, ideeën of opmerkingen?

Neem dan contact op met de redactie: