↳ Enter om te zoeken
8 november 2007

Don Quishocking

Andere Tijden 8 november 2007 DQ_Hanenberg
Bekijk Video
26 min

“George is chagrijnig. Dat is leuk voor het programma.” Fred Florusse klapt zijn telefoon dicht. Het wachten is op de laatste kompaan. Hij wordt verwacht in een woning Amsterdam-Zuid, de plek waar hun cabaretgroep repeteert. Aan het plafond van de kamer in die woning een rail waaraan lampen hangen. Daaronder roodfluwelen banken, meerdere violen en een kleine vleugel. Jacques Klöters maakt koffie en thee, Pieter van Empelen speelt zijn vingers warm aan de vleugel. De mannen zeggen weinig. Tien minuten later komt George Groot binnen, goed geluimd.

Jacques Klöters en Pieter van Empelen

De mannen zijn weer bij elkaar gekomen om een jubileumvoorstelling in elkaar te zetten. Veertig jaar geleden stichtten ze het cabaretgezelschap Don Quishocking, dat zou uitgroeien tot een van de toonaangevende cabaretgroepen van de jaren zeventig. Meer dan tien jaar lang verbaasden ze de wereld met nauwkeurig in elkaar gezette samenzang, lieten ze Nederland gruwelen met de taboes die ze doorbraken maar raakten ze begin jaren tachtig zelf verstrikt in een taboe dat de groep uiteindelijk zou splijten: de Baghwan-beweging.

Fred Florusse

Bandrecorder

George Groot, zijn vrouw Anke Groot-Petersson, Pieter van Empelen en Jacques Klöters leren elkaar eind jaren ’60 kennen wanneer ze in Amsterdam Nederlands studeren. Aangevuld met Fred Florusse, een bedrijfseconoom van Philips, gaan ze in 1967 samen verder als cabaret Don Quishocking.

De groep maakt cabaret in een vorm die sinds eind jaren ’50 erg populair was onder studenten: barkrukkencabaret. Het is theater in zijn simpelste vorm: geen decor, alleen een aantal stoelen. Cabaretgroep “Lurelei” had het genre in de jaren zestig een nieuw en fris geluid gegeven. En nu staan allerlei groepjes studenten klaar om de fakkel over te nemen, zoals het cabaret van Ivo de Wijs, Neerlands Hoop in Bange Dagen én Don Quishocking.

Don Quishocking maakt groepscabaret, waarin de leden ieder een eigen rol kunnen spelen. George Groot is de afstandelijke cynicus en de natuurlijke leider van de groep, terwijl zijn vrouw Anke de breekbare schoonheid verbeeldt. Fred Florusse is de socialist. Jacques Klöters de van zijn geloof gevallen jezuïet. Pieter van Empelen componeert de muziek en speelt piano. De teksten komen vaak van externe tekstschrijvers als Willem Wilmink, Hans Dorrestijn en Jan Boerstoel.

“Als je de drie grote cabaretgezelschappen van de jaren zeventig met elkaar vergeleek,” zegt hun collega Youp van’t Hek, “dan was het cabaret van Ivo de Wijs vooral Brabantse vrolijkheid, Freek en Bram maakten prachtig theater dat nauwelijks nog cabaret was. En Don Quishocking was heel serieus-literair, muzikaal, en ánders grappig.”

De ster van Don Quishocking rijst snel. In 1968 doet het vijftal mee aan het Cameretten-festival in Delft. De hoofdprijs – een bandrecorder – gaat naar Don Quishocking, dat onder meer het duo Freek de Jonge en Bram Vermeulen verslaat. De jury is erg opgetogen over de muzikaliteit en het hoge literaire niveau van het vijftal. Met deze overwinning is de naam van de groep meteen gevestigd. Don Quishocking trekt het land in en krijgt een platencontract.

Anke en George Groot in "De K"

Dat bultje hiero

Don Quishocking combineert het bespreekbaar maken van taboes met mooie poëzie. In het programma “Waar het valt daar legt het” (1972) valt Don Quishocking het taboe op de ziekte kanker aan. Veelzeggend geven tektschrijvers Klöters en Groot het nummer als titel “De K” mee. Don Quishocking zingt en spreekt sarcastisch waarover anderen slechts durven zwijgen:

Hé wat is dat bultje hiero, voelt nog heel onschuldig aan
Haal uw geld maar van de giro want het is met u gedaan
'k Zal nu even eerlijk wezen, stootje hebben kunt u wel
'k Moet echt voor uw leven vrezen, als u maagd bent wees dan snel
Laat u toch vooral bestralen, dat verzet de zinnen weer
Pillen kunt u ook gaan halen, helpen doen ze toch niet meer

Tussen neus en lippen door schreeuwen ze er ook nog uit dat je kanker misschien wel van masturberen kan krijgen. Programmamaker Han Peekel laat het nummer zien op de KRO-televisie en waarschuwt de kijkers vantevoren voor het schokkende lied dat ze gaan horen. Ondanks die waarschuwing regent het na de uitzendingen opzeggingen bij de omroep.

Het toppunt van de roem bereikt Don Quishocking met het programma “Zand in je badpak” (1973). Met het lied “Oude School” verovert Don Quishocking een plek in de geschiedenis van het Nederlandse lied. De poëtische tekst van Willem Wilmink raakt het collectief geheugen van Nederland recht in het hart:

Het moet er allemaal nog zijn
De deur, de bomen en het plein
De grote heg
Alleen die mooie lichte plaat
Waarop een kleine desa staat
Is misschien weg
Bali, Lombok, Soemba, Soembawa,
Floris, Timor enzovoort

Afscheidstoernee

Maar de tol van de roem laat niet lang op zich wachten. De vijf leden mogen dan wel juist als groep grootste dingen kunnen maken, maar de samenwerking levert ook spanningen op. George Groot werpt zich meer en meer op als de leider van het gezelschap, en beperkt daarmee de inbreng van de andere leden. Tekstbijdragen van anderen die hij niet goed genoeg acht, wijst hij onverbiddellijk af.

Geruchten dat de groep uit elkaar gaat vallen, duiken steeds vaker op. Het nieuwe programma laat verdacht lang op zich wachten: drie jaar. En door de show de titel “Afscheidstoernee 1” mee te geven, flirt de groep openlijk met het idee om zichzelf maar op te heffen. Halverwege de tournee geeft Pieter van Empelen er de brui aan. De pianist maakt een opvallende stap in zijn carrière: hij wordt directeur van het Maritiem Museum in Rotterdam.

Nu hadden de leden van de groep naast hun theatercarrière altijd nog een gewone baan gehad. Want zo veel geld was er nu ook weer niet met cabaret te verdienen. Maar Van Empelen kan zijn nieuwe baan niet combineren met het theaterwerk. Bovendien vindt hij al een tijdje dat Don Quishocking zich te weinig vernieuwt. Daarom is voor hem de keus nu niet moeilijk: hij verlaat de groep. De nieuwe pianist wordt Willem Valenkamp, die later zal worden opgevolgd door Willem-Jan Gevers.

Manifestatie van de Baghwan-beweging

Een beknellend huwelijk

“Er was altijd de suggestie dat we een vriendengroepje waren,” zegt Van Empelen. “Maar het was meer, je leert elkaar beter kennen dan vrienden, het was meer een huwelijk, met alle nare eigenschappen van dien. Het was intiemer dan een vriendenclub.” En in dat huwelijk begint het te spoken.

George en Anke Groot zijn namelijk gegrepen door een boek van de beroemde psychiater Jan Foudraine. Die heeft een boek geschreven over zijn bedevaart naar de Indische stad Poona, waar goeroe Bhagwan Shree Rajneesh resideert. De goeroe krijgt in Poona tienduizenden veelal welvarende Europeanen op bezoek die hem als hun spiritueel leider zien. Baghwan draagt een levensfilosofie uit van zelfontplooiing, positiviteit, vreugde en genot. Hij maakt bovendien expliciet geen bezwaar tegen het leiden van een luxe levensstijl. Materieel genot staat voor hem niet los van geestelijk welzijn. Hetgeen hij zelf illustreert door het onderhouden van een privé-wagenpark van 96 Rolls-Royces.

George en Anke Groot zijn zo onder de indruk van het verhaal van Foudraine, dat ze ook naar Poona afreizen. Daar hult George zich – naar eigen zeggen om niet zo op te vallen – gelijk in het oranje tenue dat de volgelingen van Baghwan allemaal dragen. Maar hij gaat verder. George bekeert zich tot de Baghwan en gaat voortaan als Swami Anand George door het leven. Anke gaat voortaan in het wit gekleed.

Swami Anand George

De wijze uit het oosten

“Eerst droeg George alleen een oranje onderbroek,” vertelt Klöters. Al snel is Groot echter ook in Nederland helemaal in het oranje. George Groot: “Voor het eerst op Koninginnedag, want, dacht ik: dan val ik niet zo op.” Maar ook na 30 april houdt Groot zijn kleren aan. “Ik weet nog wel de eerste keer dat we George voor het eerst helemaal in het oranje zagen,” herinnert Klöters zich. “Ik vroeg: ‘je gaat dat zeker toch niet aanhouden op het podium?’ Maar dat bleek wel de bedoeling te zijn.”

Klöters en Florusse staan perplex. Het is voor hen onbegrijpelijk hoe uitgerekend de cynische George, die altijd tot alles afstand heeft gehouden en zich nooit ergens aan wilde binden, dat juist hij zich heeft bekeerd tot een gezelschap dat in hun ogen niets anders is dan een decadente en narcistische sekte. Klöters en Florusse zijn hun vriend kwijt.

Nu hij door Baghwan is verlicht, gedraagt Groot zich moreel superieur aan de anderen. En de anderen accepteren dat niet. “Hij was als zeep in onze handen,” zegt Florusse, “je kon niets met hem beginnen.”Grote ruzies zijn het gevolg. Han Peekel heeft daar wel een verklaring voor: “het was in zekere zin ook jaloezie. George had nu de zekerheid die de anderen ook wel graag wilden, maar niet hadden.”

De groep gaat het conflict uitspelen op het toneel. In de voorstelling met de sprekende titel “Wij zijn volstrekt in de war” (1980) loopt George in het oranje en ligt Klöters “verlamd” in een ziekenhuisbed. De voorstelling krijgt na de pauze een heel ongezellig karakter, wanneer de leden hun ruzie nog eens min of meer gestileerd overdoen op het toneel. Klöters voegt Groot daarin toe: “Sodemieter toch op, oranje aspergeslierd!” Daar zit geen woord Spaans bij, maar Groot weerstaat alle aanvallen. En waar Klöters op het eind van de voorstelling zijn loopvermogen weer hervindt, blijft Groot in het oranje. Want Groot zit écht bij de Baghwan, terwijl Klöters alleen maar spéélt dat hij verlamd was. Daarop terugkijkend noemt Klöters dat nu “een dramaturgische fout”.

Het Parool en De Volkskrant zijn uitgesproken negatief, en daar zit toch traditioneel de Don Quishocking-aanhang. De Volkskrant kopt “Don Quishocking moet zich maar opheffen”. Ruud Gortzak, cabaretrecensent van de Volkskrant, is zwaar teleurgesteld in de groep die hij zo zeer bewonderde: “Als ik naar een voorstelling over de Baghwan wil, dan ga ik wel naar de Baghwan. En als ik naar cabaret wil, dan ga ik naar cabaret, en dan hoeft de Baghwan daar niet bij van mij.”

Samen in de war

Don Quishocking speelt “Wij zijn volstrekt in de war” meer dan 130 keer, maar de zalen stromen niet vol. Theaterdirecteuren zitten ook niet te springen om de groep te contracteren. En elke keer dat ze optreden, komt het conflict weer naar boven op het podium. En daarmee wordt de tournee ook voor de groep zelf een lijdensweg. Een lijdensweg die het einde betekent van Don Quishocking. De groep besluit geen nieuw programma meer te maken en uit elkaar te gaan.

De geschiedenis van Don Quishocking vertoont een opvallende parallel met gewone gezinnen waarin een of meer leden zich tot de Baghwan hadden bekeerd. Ook die kregen te maken met ruzies, verbroken contacten en scheidingen. De ideeën van de goeroe werden nu eenmaal niet door iedereen binnen een gezin als waardevol beschouwd, en bleken in zo’n geval een splijtzwam te zijn.

Het benauwende huwelijk van Don Quishocking viel uiteen. De op de spits gedreven conflicten tussen George enerzijds en Klöters en Florusse anderzijds hadden Anke ertoe gebracht de groep de rug toe te keren. Zij wilde nooit meer op het podium staan. Ook de overige leden gingen ieder hun eigen weg. Wel bleven ze allemaal verbonden met de theaterwereld. Ze gingen jong talent begeleiden (Van Empelen regisseerde Youp van’t Hek), nieuwe cabaretiers scouten en lesgeven aan de Amsterdamse Kleinkunstacademie.

De tijdsgeest was veranderd en had het groepscabaret, zoals van Don Quishocking, het predikaat “ouderwets” gegeven. De nieuwe cabaretiers gingen solo: Freek de Jonge en Youp van’t Hek voorop. Don Quishocking komt nog eens in de zoveel tijd bij elkaar en kan nog steeds op een grote schare fans rekenen. Maar het is niet meer zoals vroeger. Dat weten de leden zelf ook. Klöters haalt diep adem en declameert dan bedachtzaam: “We begonnen als vrienden… toen werden we collega’s… en nu zijn we broers.” De lampen aan het plafond kunnen weer uit.

Don Quishocking viert zijn veertigjarig jubileum op 9 november 2007 met een optreden in de Stadsschouwburg van Utrecht.

Regie en samenstelling: Hein Hoffmann
Research: Rob Bruins Slot en Tuur Verdonck
Tekst: Tuur Verdonck

Credits
  • Regie
    Hein Hoffmann
  • Research
    Rob Bruins Slot
  • Research en tekst
    Tuur Verdonck
Geïnterviewden Bronnen
  • Patrick van den Hanenberg
    Patrick van den Hanenberg
  • Youp van 't Hek
    Youp van 't Hek
  • Ruud Gortzak
    Ruud Gortzak
  • Anke Groot
    Anke Groot
  • Han Peekel
    Han Peekel
  • Zolang het maar niet dichterbij kom

     Don Quishocking, “Zolang het maar niet dichterbij komt”, Aarlanderveen 1980.

  • Het is weer tijd om te bepalen waar het allemaal op staat. Nederlands cabaret 1970-1995

    Patrick van den Hanenberg en Frank Verhallen, “Het is weer tijd om te bepalen waar het allemaal op staat. Nederlands cabaret 1970-1995”, Amsterdam 1996.

  • Dvd-box

    Uitgeverij Rubinstein brengt op 9 november 2007 een dvd-box uit van Don Quishocking, waarbij ook een informatieboekje wordt uitgegeven.