↳ Enter om te zoeken
24 mei 2007

De Afsluitdijk

De bouw van de dijk
Bekijk Video
25 min

Hij is 75 jaar oud en 32 kilometer lang, de Afsluitdijk. Hij bracht veiligheid voor de bewoners rond de Zuiderzee, maar ook grote zorgen. Want hoe moesten al die vissers in leven blijven, aan de boorden van een zoetwatermeer? In Andere Tijden de overlevingsstrijd van Nijkerk, Elburg en al die andere Zuiderzeeplaatsen, donderdag 24 mei, vijf voor half tien, Nederland 2.

Afsluitdijk 75 jaar
De Afsluitdijk bestaat 28 mei 2007 75 jaar. De komst van deze dijk (die eigenlijk een dam is) heeft grote gevolgen gehad voor de bewoners rondom de toenmalige Zuiderzee. Andere Tijden blikt terug naar wat het voor deze mensen betekende dat het zoute water zoet werd, de meeste vissen verdwenen, de woeste zee een kalm meer werd en er naar nieuwe inkomstenbronnen gezocht moest worden

Van onuitvoerbaar plan tot absolute noodzaak
De allereerste plannen voor het afsluiten van de Zuiderzee dateren al uit de 17e eeuw en waren van de hand van Hendric Stevin. Deze plannen worden al snel afgedaan als onuitvoerbaar. De grote watersnoodramp van 1916 leidt uiteindelijk tot het besluit om de plannen voor een scheiding van de zee, die zich al vele jaren ontwikkeld hadden, nu ook daadwerkelijk tot uitvoering te brengen.

De jonge civiel-ingenieur Cornelis Lely komt in 1886 als adviseur bij de Zuiderzeevereniging te werken. Zo raakt hij intensief betrokken bij de plannen voor het afsluiten van de Zuiderzee. In 1891, inmiddels is Lely minister van Waterstaat, rondt hij zijn plannen voor de inpoldering van de Zuiderzee af. Hierbij is de eerste stap om een scheiding van het water tussen de kop van Noord-Holland en Friesland te maken. In de volgende stap moet het stuk voor stuk inpolderen van het nieuw ontstane meer bewerkstelligd worden. De ideeën om delen van de Zuiderzee droog te leggen komen voort uit de behoefte aan nieuwe vruchtbare grond. In eerste instantie wordt dit plan door het kabinet afgedaan met de gedachte dat het project niet urgent is en de winst niet zal opwegen tegen de kosten.
Maar tijdens de Eerste Wereldoorlog blijkt eens te meer hoe belangrijk het is voor Nederland het grondgebied uit te breiden om zelfvoorzienend te kunnen zijn in de graanproductie. Als in 1916 de watersnood plaatsvindt wordt men met de neus op de feiten gedrukt dat de waterkering tegen de zee nu toch echt verbetering behoeft.
Het wordt dus tijd om actie te ondernemen. En zo luidt in juni 1918 artikel 1 van de wet die de grondslag voor de Zuiderzeewerken vormt:

‘Op nader door Ons of van Onzentwege vast te stellen wijze, worden voor rekening van den Staat
A. de werken uitgevoerd, noodig:
1. tot afsluiting van de Zuiderzee door een afsluitdijk, loopende van de Noordhollandsche kust door het Amsteldiep naar het eiland Wieringen en van dit eiland naar de Friesche kust bij Piaam;
2. voor de droogmaking van gedeelten van de af te sluiten Zuiderzee;
3. tot voorziening in de belangen van waterkeering, afwatering en scheepvaart, voorzooveel deze door de afsluiting en de droogmaking geschaad worden;
B de maatregelen getroffen en de werken uitgevoerd, noodig tot voorziening in de belangen van de landsverdediging, in verband met de onder A bedoelde werken.’

Er wordt in een van de nieuwe wetsartikelen al direct rekening gehouden met de schade die de Zuiderzeevisserij zal kunnen oplopen door alle veranderingen die spoedig zouden plaatsvinden. De zee zal geen zee meer zijn waardoor de habitat van het leven in het water op den duur zal gaan veranderen.

Onder de bezielende leiding van Eibert den Herder
Wanneer de komst van de dijk een feit is ontstaan veel protesten. De visserijsector is absoluut niet blij met de komende verandering van Zuiderzee naar IJsselmeer. De heer Van Triest (1916) uit Elburg kan zich nog goed herinneren dat er veel gesproken werd over de komst van de Afsluitdijk: ‘er was onrust in het dorp’. Zijn vader ging mee met grote protestacties naar Den Haag om de komst van de dijk tegen te gaan. Maar ook toen de komst van de dijk al zeker was gingen ze naar Den Haag, om te zorgen dat ze steun zouden krijgen voor het verlies van inkomsten.

‘Veel knechten op de botters zagen de bui al hangen’ aldus de heer Jansen (1917) uit Elburg. Hij voer met zijn vader al voor de komst van de Dijk op de Zuiderzee. Hij ging al van jongs af aan mee met zijn vader. Dat had te maken met de komst van de Afsluitdijk; de knechten op de botters waren bang dat ze na de komst van de dijk snel werkloos zouden raken en zochten al voor dat de dijk er was nieuw werk. Zo raakte de vader van Jansen zonder knecht en nam zijn zoon als jonge jongen mee.

Het episch centrum van de protesten tegen de komst van de Afsluitdijk ligt in Harderwijk. De stad telde ooit 170 botters (authentieke houten vissersschepen) en floreert aan het begin van de 20ste eeuw als havenstad. Een vooraanstaand inwoner van Harderwijk, Eibert den Herder, dwarsboomt elk plan om een dijk te bouwen en het droogleggen van het gebied. Den Herder houdt betogen, geeft brochures uit, legt vissersboten vast op schilderij en maakt zelfs een film over de visserijcultuur. Alles om het belang van de Zuiderzeevisserij aan iedereen goed duidelijk te maken.

Wanneer de Dijk er eenmaal staat stort de familie Den Herder zich op het toerisme; Den Herder laat een strand opspuiten in Harderwijk, waar veel badgasten gebruik van maken. Ook brengt Den Herder het idee van Harderwijk als toeristenstad over op zijn zoons; zij richten het Dolfinarium op. Harderwijk kan nu als toeristenstad opnieuw floreren. Echter één ding wordt de familie Den Herder lang niet in dank afgenomen, de zondagsrust in het overwegend christelijke Harderwijk was voortaan ver te zoeken.

Zuiderzeesteunwet: schadeloosstelling voor de vissers?
In de eerste plannen over de komst van een steunwet voor de vissers op de Zuiderzee met het oog op de komst van de Afsluitdijk wordt gesproken over een schadeloosstelling voor alle Zuiderzeevissers. Echter zodra de Zuiderzeesteunwet daadwerkelijk tot stand komt, blijkt dit een enorme desillusie voor de vissers. De schadeloosstelling waar eerder over gesproken werd is nu geen sprake meer van, het wordt steun op basis van de armenwet en dit is zeker geen vetpot. Meneer van Triest weet zich nog goed te herinneren: ‘Mijn vader en zijn vader kregen geld van de Zuiderzeesteunwet. 10 gulden, en daar ging elk jaar een gulden vanaf!’

De Rijksdienst ter Uitvoering van de Zuiderzeesteunwet wordt in het leven geroepen om toe te zien dat de aanvragen voor steun die gedaan worden rechtmatig zijn. Maar ook wordt er bij de nieuwe Rijksdienst geholpen om de werkloze vissers aan een nieuwe baan te helpen, de steunwet zorgt voor een flinke belasting voor het Rijk en deze wil zodoende zo snel mogelijk de kosten beperken. Uiteindelijk is pas in 2005 de Zuiderzeesteunwet officieel ingetrokken.

Wordt het nou een dam of een dijk?
De beslissing dat er een dijk moet komen is genomen. Nu wordt het zaak de gemaakte plannen tot uitvoering te brengen. In 1919 wordt de Dienst Zuiderzeewerken in het leven geroepen en al snel wordt het plan ontwikkeld om te beginnen met de bouw van de dijk door het Amsteldiep (een stroomgeul in de kop van Noord-Holland) en de inpoldering van de Wieringermeer.

Een jaar later, in 1920, wordt er daadwerkelijk een begin gemaakt met de eerste werkzaamheden. Verschillende aannemers die ervaring hebben met waterbouwkundige werken worden betrokken bij het project, de verschillende aannemers krijgen zo elk een eigen perceel waar zij zich mee bezig houden gedurende de daadwerkelijke aanleg en de per stuk bodem verschillende voorbereiding hierop. Dit eerste deel van de bouw rondom de kop van Noord-Holland verloopt voorspoedig, echter het economisch klimaat verslechtert snel. Dit leidt zelfs tot de stopzetting van de werkzaamheden en de start van een groot onderzoek naar de kosten en baten van de dijk en de inpolderingen.

Na twee jaar krijgt de Dienst Zuiderzeewerken opnieuw groen licht, en er wordt in 1925 besloten de uitvoering van de Zuiderzeewerken te versnellen. Wel wordt er tijdens dit tweede deel van de bouw het een en ander veranderd in de plannen: het aansluitpunt aan Friese zijde wordt verplaatst van Piaam naar Zurich en de traditionele wijze van uitbesteding aan verschillende aannemers wordt gewijzigd in een samenwerking tussen de vier grootste aannemers, die samen worden omgedoopt tot de ‘Maatschappij tot uitvoering van de Zuiderzeewerken.

Dit is het begin van de daadwerkelijke bouw, die in totaal zo’n zes jaar zou gaan duren. De Afsluitdijk wordt in de kern gevormd door een dam van keileem, hetgeen vlakbij het tracé van de dijk op de bodem van de zee gewonnen wordt. De Afsluitdijk is dus eigenlijk een dam want een dijk scheidt water en land en een dam scheidt twee wateren. Om deze basislaag van keileem wordt een dikke laag zand gestort dat bijeengehouden wordt door nog een laag keileem en klei. Deze tweede laag keileem ontbreekt aan de zijde van het rustigere IJsselmeer. Bovenop deze mix van keileem, klei en zand worden rietmatten, een laag stortsteen en basaltblokken geplaatst.

‘Het stenenzetten was zwaar werk maar het verdiende ook goed’, weet mevrouw Hoekstra zich nog te herinneren. Zij is de dochter van een ploegbaas van een groep steenzetters op de dijk. Zij heeft als klein meisje een aantal jaren in een keet gewoond op het water, zoals bijna alle steenzetters gedurende de bouw van de dijk. Steenzetters kwamen overal vandaan, uit alle windstreken van Nederland, maar ook zelfs uit Duitsland, Italië en Spanje. ‘Ze kregen ministerssalarissen’, aldus Bas Sleeuwenhoek, auteur van Het Schrale Eind, een boek over de komst van de dijk en de dorpen rondom de vroegere Zuiderzee. ‘Het beeld dat steenzetters het hier ontzettend moeilijk hebben gehad klopt niet helemaal, ze hebben hier goud geld verdiend, het was ruig volk en waren wel wat gewend. Ze werden er best goed voor beloond’.

In 1930 is het duidelijk dat de Afsluitdijk in 1932 volledig dicht zal zijn, ondanks dat de moeilijkste delen nog zullen komen. In 1930, respectievelijk 1931 worden ook al de uitwateringssluizen bij Den Oever (Noord-Holland) en Kornwerderzand (Friesland) in gebruik genomen. Deze zijn vernoemd naar Stevin (die zijn ideeën over het afsluiten van de Zuiderzee in de 17e eeuw reeds kenbaar maakte) en Lorentz (de voorzitter van de staatscommissie rondom de exacte plaatsing van de Afsluitdijk).

Als het laatste gat gesloten is wordt begonnen met de afwerking van de dijk. Er was zowel een autoweg als een treintraject gepland. Dit treintraject is er echter nooit gekomen, de ruimte die hiervoor gereserveerd was werd in de jaren zeventig als een extra rijbaan in gebruik genomen.

Op zoek naar nieuwe inkomstenbronnen
De Afsluitdijk heeft ook gevolgen gehad voor de natuurlijke omgeving in en rondom het water. Langzamerhand verandert het zoute zeewater in eerst brak en later zoet water. Dit heeft grote gevolgen voor de visserij in het gebied. Veel vissoorten verdwijnen: ‘je had eerst haring, spiering, ansjovis, bot en garnalen. Dat verdween allemaal. Alleen de paling bleef nog over. Toen was het afgelopen met de visserij’, aldus de heer Jansen.

Ook maakt de inpoldering veel indruk op de vissers van de vroegere Zuiderzee. De heer Van Triest rijdt nog wel eens mee naar zijn familie in Almere en elke keer komt de gedachte weer terug: ‘Ik heb hier gevaren en ik heb daar gevaren’. Maar als hij dan de huizen en fabrieken ziet denkt hij ook dat het toch wel goed is geweest, en dat de regering misschien wel een beetje gelijk heeft gehad.

De Zuiderzeevisserij is na de komst van de dijk niet meer wat het ooit geweest was. Niet in het minst omdat er geen sprake meer is van een zee, met alle gevolgen van dien. Voor de komst van de Afsluitdijk leeft de visserij in het gebied voornamelijk van haring en spiering. Na de komst van de Dijk verdwijnen beide vissoorten in het steeds zoetere water. De paling blijft, maar daar kunnen niet alle vissers van leven. Er moet dus op zoek worden gegaan naar nieuwe inkomstenbronnen.

Meneer Jansen kan zich nog goed herinneren hoe zijn vader en andere vissers na de komst van de Afsluitdijk op zoek gingen naar nieuw werk: ‘Veel mensen uit Elburg gingen naar de Zaan, om te werken in de fabrieken. Mijn vader heeft dat geprobeerd in de mijnen in het Zuiden, maar dat beviel hem als visser niet’.

Het is voor de vissers moeilijk om het zware, maar vrije bestaan los te kunnen laten. Dit beaamt meneer van Triest ook: ‘Je was op je botter eigen baas. Als je bij een fabriek ging werken was je onderdanig. Op een botter kon je doen wat je zelf wilde’. Hij kan zich ook nog herinneren dat iemand uit Elburg zijn botter voor 1 gulden verkocht had toen het slecht ging met de visserij, om een viswinkel in het land te kunnen beginnen. Dit beviel hem niet, hij wilde toch weer gaan vissen en toen moest hij zijn eigen botter voor 1000 gulden terugkopen!

In Spakenburg wordt kort na de komst van de Afsluitdijk een knopenfabriek opgericht. Hier komen veel voormalig Zuiderzeevissers te werken, zo ook meneer Hopman. Hij weet zich nog goed te herinneren dat hij in de fabriek dezelfde jongens als die een paar daarvoor nog op zee zaten tegenkwam. Zijn vader was vissen, hij wilde zelf ook visser worden, maar door de komst van de Dijk was het verstandiger om in de fabriek te gaan werken. Toch bleef de visserij z’n lust en z’n leven, ondanks dat hij 44 jaar in de knopenfabriek heeft gewerkt.

Maar het kan ook anders. In Huizen gaat men zich na de komst van de Dijk storten op het venten van kaas. Meneer Westland weet nog dat zijn vader voor de keuze stond wat te gaan doen als de Dijk er eenmaal stond. Het was een moeilijke tijd, maar langzamerhand hebben ze een groot bedrijf ontwikkeld. Zo was de Afsluitdijk voor een aantal kaasventers in Huizen een zegen.

Beeldmateriaal
De redactie heeft zich uitvoerige moeite getroost alle rechthebbenden te achterhalen. Indien u meent toch aanspraken te kunnen maken op rechten inzake audio-visueel materiaal, neemt u dan contact op met de redactie van Andere Tijden: Anderetijden@ntr.nl

Credits
  • Research
    Femke Veltman
  • Research en tekst
    Laurinda Ris
  • Regie
    Hein Hoffmann
Geïnterviewden Bronnen
  • Mevrouw T. Hoekstra
    T. Hoekstra
  • De heer H. Hopman
    H. Hopman
  • De heer L. Jansen
    L. Jansen
  • De heer H. Westland
    H. Westland
  • De heer J. van Triest
    J. van Triest
  • De Afsluitdijk. De drooglegging van de Zuiderzee

    Ten Horn – Van Nispen, M.L., De Afsluitdijk. De drooglegging van de Zuiderzee. In: De 25 dagen van Nederland: De beslissende momenten uit de vaderlandse geschiedenis (red. P. Brood), Zwolle, 2005.

  • Het schrale eind. Een reis langs de bedwongen Zuiderzee

    Sleeuwenhoek, B., Het schrale eind. Een reis langs de bedwongen Zuiderzee. Schiedam, 2006.

  • Een halve eeuw Zuiderzeewerken

    Thijsse, J. Th., Een halve eeuw Zuiderzeewerken 1920 – 1970. Groningen, 1972.