Meer verdieping op het gebied van geschiedenis? Kijk op NPOFocus.nl
↳ Enter om te zoeken
5 februari 2006

De jacht op de Lammie

lammie actie
Bekijk Video
28 min

Voorgeschiedenis

Eerdere transporten
De georganiseerde drugscriminaliteit staat ruim dertig jaar geleden nog in de kinderschoenen. Op de afdeling ‘verdovende middelen’ aan het hoofdbureau van Amsterdamse politie komen diverse geruchten binnen. De Amsterdamse crimineel Simon Frederik Adriaanse, alias Frits van de Wereld, wordt gezien als de leider van een organisatie die zich bezig houdt met handel in verdovende middelen, voornamelijk hasj. Deze hasj wordt door middel van kotters in Libanon opgehaald en overgebracht naar Nederland en verhandeld.

De Criminele Inlichtingen Dienst van de Centrale Recherche van de gemeentepolitie Amsterdam, heeft informatie verzameld en in kaart gebracht wat er speelt in de onderwereld. In januari 1973 wordt nabij Lissabon door de kustvaarder ‘Spurt’ 1300 kilo hasj overgenomen van het jacht ‘Tahina’. Het jacht is daar gestrand en de opvarenden van de ‘Spurt’ schieten te hulp. Maar op de terugweg naar Nederland krijgt de Spurt voor de kust van Frankrijk ook averij. Het schip vaart naar de haven van Benodet, in Bretagne. Als de ‘Spurt’ in de haven ligt, vertrekken de Nederlandse opvarenden naar huis. De Franse douane wordt gealarmeerd en stelt een onderzoek in. De douane treft de hasj aan en neemt die in beslag.

Ijmuiden I
Maar ondanks deze mislukking, wordt niet lang daarna een volgende reis voorbereid, zo blijkt uit het proces-verbaal. Tussen april en mei 1973 reist het schip de ‘IJmuiden I’ naar Libanon. Er wordt drieduizend kilo hasj opgehaald. Deze partij wordt bij Oudeschild op Texel gelost en met busjes afgevoerd naar een onbekende bestemming. De opvarenden van de ‘IJmuiden I’ krijgen van Frits van de Wereld ieder tienduizend gulden.

Het blijkt dus een lucratieve smokkelroute te zijn. Een volgend transport wordt al weer gepland. Maar het blijft ook een bezigheid waar risico’s aan kleven. Tijdens dit transport in augustus 1973 laadt de bemanning van ‘IJmuiden I’ in Libanon zesduizend kilo hasj in. Maar op de terugweg krijgen de opvarenden moeilijkheden met de kustwacht van Algiers. Ze worden beschoten en in paniek zetten ze de zesduizend kilo hasj over boord. De financiers (behalve Frits van de Wereld, zijn dit ‘Mooie Willem’ en de Volendammers C.M. en J.S.) besluiten het na dit debacle anders aan te pakken. Ze gaan opzoek naar en nieuwe boot.

De Lammie

Een woelige overtocht
De keus voor de volgende reis valt op een kotter, de HD 160 van de schipper Dorus Pompert. De financiers van het transport kopen het schip van Pompert en beloven dat hij het terug mag kopen na het slagen van de expeditie. Op 6 januari 1974 reizen C.M. en Frits Adriaanse, alias Frits van de Wereld, per vliegtuig naar Beiroet om met een zekere Yoessoef voorbereidingen te treffen voor de aankoop van hasj en het vervoer per schip naar Nederland. Twee dagen later komen de twee mannen weer op Schiphol aan. Voor de expeditie met de HD 160 gaan C.M. en J.S. samen een aantal keer naar Den Helder om te inspecteren hoe de voorbereidingen met de HD 160 verlopen.

Arie Dekker werkt bij de marechaussee in Den Helder en krijgt een tip dat er iets aan de hand is met een viskotter in de haven. Eerder heeft Dekker al informatie ontvangen van de politie Amsterdam over een op handen zijnd transport. Dekker gaat samen met een andere rechercheur de Lammie observeren. Vlak voor dat de Lammie vertrekt zijn ze goed op de hoogte.

“We wisten wie de bemanning vormden, hoeveel motorolie er aan boord was, welke zeekaarten hij had en hoeveel proviand er mee ging. En ook heel belangrijk: er waren rubberboten aan boord. Daar moesten ze wat mee gaan doen.” Dekker gaat op de dag dat de Lammie vertrekt nog even kijken of hij de boot kan zien uitvaren. “Ik dacht: daar gaat hij. En wij weten alles.”

“Ik dacht: daar gaat hij. En wij weten alles.”

De Lammie vaart via het Kanaal, de Golf van Biskaje, langs Gibraltar dwars de Middellandse Zee over naar Libanon. Ze varen eerst de haven van Rhodos nog binnen want daar komen Adriaanse en zijn vrouw ook naar toe. Vanuit Rhodos vaart de Lammie naar Libanon. Dekker: ”Op de grens van Libanon en Syrië heb je een olieraffinaderij en een lichtpunt. Daar moest hij op varen, en daar zou hij de hasj aan boord krijgen. Maar het lukte niet. De hasj was niet op de bestemde plaats.”

Er blijken wat problemen met de leverancier. De bemanning stuurt de boot in zwaar weer de haven van Rhodos binnen. In het tapverslag van de Amsterdamse politie staat: Adriaanse belt met J.S.. “Het ging op Rhodos en in Libanon verschrikkelijk slecht. Ze hebben vijf dagen doelloos rond gehangen. Verschrikkelijk slecht weer gehad. Met windkracht 11 binnengevaren”

De boot is beschadigd en moet worden opgelapt. Als dat gebeurd is, wacht de bemanning op wat nog komen gaat. Maar vooralsnog is niet duidelijk wanneer de hasj geleverd gaat worden. 
Uiteindelijk mogen de drie opvarenden van de Lammie ‘even’ terug naar Nederland. Na ongeveer een week lijken de problemen opgelost en vertrekt het drietal weer per vliegtuig.

Dekker: “Ze zijn naar Rhodos gevlogen en ze zijn aan boord van de Lammie gestapt. Ze kregen toen bericht dat ze naar de Libanon moesten gaan. Ze hebben de hasj aan boord gekregen en zijn meteen teruggevaren. Vanaf dat moment moeten ze nog ongeveer 20, 21 dagen varen, voordat ze bij de Nederlandse kust zijn.” Het opsporingsteam wordt in gereedheid gebracht en de grote vraag is: waar zal de hasj aan land worden gebracht?

“Paardrijden”

De spanning stijgt
Inmiddels lijkt in Nederland de vraag naar hasj te groeien. Uit de tapverslagen van de gesprekken die met de huistelefoon van Frits Adriaanse zijn gevoerd blijkt dat verschillende betrokkenen die een financieel aandeel hebben in dit transport, contact hebben met Frits. Een handelaar in verdovende middelen uit Heusden belt en krijgt zijn vrouw aan de lijn.

“Wanneer is ‘t zomer?” vraagt hij. De vrouw van Frits zegt dat het voorlopig nog niet het geval is. De man uit Heusden vraagt: “Gaat het nog lang duren?” Mevrouw Adriaanse zegt dat ze er niets over kan zeggen en sluit het gesprek af. Ook een zekere Truus meldt zich en vraagt aan Frits of hij nog hasj heeft. “De eerste week of tien dagen heb ik niks. Het is allemaal zo link.”

Inmiddels zijn een paar weken verstreken en is de Lammie op de terugtocht. Uit de tapverslagen blijkt dat de boot in aantocht moet zijn. Frits belt met mevrouw C.M. en zegt dat hij niet kan slapen. Hij vraagt haar of zij al iets gehoord heeft maar dat blijkt niet zo te zijn. Frits zegt raadselachtig: “De volgende keer ga ik zelf paardrijden.” Mevrouw C.M. begrijpt hem en lacht er om. Frits beëindigt het gesprek met een aantal vloeken.

Dan gaat de telefoon weer, het is C.M.. “Alles goed?” vraagt Frits. “Nee,” zegt C.M.. “Godkolere nog an toe. Hoe ken dat nou. Hoe laat moest ze er zijn,” vraagt Frits. C.M. zwijgt en zegt dan dat hij morgen wel even langskomt. Op 24 april om tien voor twee ’s nachts belt naar Frits: “Ik ben vannacht in de papierloods geweest, enne…niks.” Frits reageert met: “Godtyphus. Morgen dan maar weer. Welterusten.”

De opsporing

De Lammie in het vizier
Ondertussen wachten ook diverse mensen van politie, justitie, marine en douane in spanning op de kotter. Op donderdag 18 april is er in het douanegebouw van de douanerecherche in Haarlem een briefing voor alle betrokken partijen. Naar schatting zijn rond de honderd man betrokken bij de geheime operatie die tot doel heeft het hasjtransport te onderscheppen en de grote mannen die erachter zitten, te pakken.

Op zondagochtend 21 april vaart de marineboot Hare Majesteit Wolf zuidwaarts om de Lammie ergens op te pikken. Luitenant Ben Schmidt van de rijkspolitie te water in Amsterdam vaart mee als liaisonofficier. De marinemensen zien de kotter spoedig op de radar en volgen het schip op gepaste afstand. Even raken ze hem kwijt maar al snel hebben ze het vissersbootje weer in het vizier.

Schmidt: “We dachten dat hij naar Zeeland zou gaan, dus hebben we de politie daar gewaarschuwd. Alarmfase 1. Schepen bemannen, vuurtorens bemannen; het hele circus begon daar dus te werken. Hij voer inderdaad een aantal mijlen naar het Oosten, maar ging toen weer op de Noord. Waarschijnlijk wilde hij wat dichterbij de kust zitten omdat hij dan wat makkelijker kon navigeren. Vandaar uit is hij dus naar het Noorden gegaan. Tot zeg maar Callantsoog.”

Officier van Justitie Josephus Jitta van het parket Alkmaar is een van de betrokkenen en hoort een aantal dagen na de briefing dat het schip richting Noord-Holland vaart. “Er kwam een telefoontje en toen hoorde ik: de hasjboot in kwestie is gesignaleerd en hij komt eraan, hij komt naar het Arrondissement Alkmaar. En vermoedelijk in de buurt van Den Helder.” Josephus Jitta hoort dat op het Hoofdbureau van Politie in Den Helder. Hij weet ook dat er een groep mensen in de duinen zit en dat de douaneboot ‘De Zeearend’ zee gekozen heeft. “Op een gegeven moment kwamen er berichten dat de radar iets op zee zag dat in de richting van het land bleek te gaan. Het bleek een rubberboot te zijn en het ging naar het strand. Het stopte op het strand van Callantsoog. En vervolgens ging er weer iets terug.”

Er is iets aan land gebracht en er blijken bestelwagens in de buurt te staan wachten. De spullen van het strand worden naar de auto’s gebracht. Josephus Jitta krijgt op een gegeven moment van de politieleiding de vraag of er nu genoeg reden is om tot aanhouding over te gaan. “Nou daar moest ik wel over nadenken,” vertelt Josephus Jitta. “Ik begreep wel dat als er te vroeg zou worden aangehouden het een probleem zou kunnen zijn. En als er te laat werd aangehouden, dat het ook een probleem kon zijn. Het moest wel het goede tijdstip zijn.”

“Het paard staat op stal”

De politie komt in actie
In de nacht van 25 april belt Frits Adriaanse om kwart voor vijf met mevrouw C.M.. Ze kunnen allebei niet slapen en zitten te wachten op een bericht krijgen. Frits besluit even naar mevrouw C.M. toe te gaan. In de nacht van 25 april belt Frits Adriaanse om kwart voor vijf met mevrouw C.M.. Ze kunnen allebei niet slapen en zitten te wachten op een bericht krijgen. Frits besluit even naar mevrouw C.M. toe te gaan. Eenmaal bij mevrouw C.M. aangekomen belt hij naar zijn eigen vrouw en hij zegt: “Goeiemorgen Moos, het paard staat op stal.” Maar dat blijkt even later niet helemaal te kloppen. ‘Mooie Willem’ belt naar het huis van Adriaanse en zegt: “Het halve paard is er.”

De Helderse marechaussee Arie Dekker weet nog goed dat er over paardrijden gesproken werd maar dat niet duidelijk was wat werd bedoeld: “Ze hadden het gehad over paardrijden, en wij konden het woord ‘paardrijden’ geen plaats geven. We ontdekten toen dat het paard de lading was, en het paardrijden de landing op de kust. Dat werd toen duidelijk. Het halve paard was aan land gebracht, en het andere halve paard was nog aan boord van de Lammie.” De politie houdt de bestuurders van de bestelwagens aan. Dat het niet goed is gegaan met het lossen van de eerste helft van de lading dringt dan ook bij de opdrachtgevers door.

Om iets over acht uur ’s ochtends belt mevrouw C.M. met mevrouw Adriaanse. Ze vraagt of Frits al thuis is. Dat is niet het geval. Mevrouw C.M. zegt dat haar man en J.S. zijn opgepakt. Onmiddellijk na dit telefoongesprek belt mevrouw Adriaanse naar de handelaar in Heusden en meldt dat C.M. en J.S. zijn opgepakt. De handelaar vraagt: “Met of zonder iets?”. Mevrouw Adriaanse weet het niet en vraagt of hij het kan doorgeven als Frits daar aankomt.

Als Frits is aangekomen in Heusden belt hij naar zijn vrouw en vraagt wat er aan de hand is. Hij reageert laconiek op haar verhaal en zegt dat er niets aan de hand is. Hij blijkt ongelijk te hebben, want niet lang daarna belt de handelaar uit Heusden naar mevrouw Adriaanse en hij vertelt dat Frits gepakt is. De handelaar zegt: ”In de wagen van Frits zat een partij achterin. Twee zakken, ik denk vijftig.”

De Lammie zinkt

“Het eerste schot sinds het conflict om Indonesië”
Ondertussen vaart de Lammie verder. De eindbestemming is onduidelijk maar de betrokken opsporingsambtenaren zijn vastbesloten ook de opvarenden in de kraag te vatten. Via de mobilofoon wordt de Lammie vlak voor de kust bij Den Helder, verzocht te stoppen, maar er volgt geen enkele reactie. De HM Wolf geeft een schot voor de boeg; een ernstige waarschuwing. Het schot komt wat ruim voor de Lammie terecht maar duidelijk is het wel. Josephus Jitta: “De eerste keer dat onze marine een schot afvuurde sinds het conflict met Indonesië om Nieuw Guinea.” Ook dit maakt geen indruk en dan tikt de marineboot de Lammie aan en schiet een traangasgranaat in het stuurhuis. De bemanning duikt weg.

Ondertussen heeft luitenant ter zee J.W. Kelder zich voorbereid op een entering, maar zo ver komt het niet. Kelder: “Wij namen met ons schip afstand en de drie opvarenden kwamen weer naar boven en lieten blijken zich niet over te willen we geven. Toen hebben ze waarschijnlijk het roer vastgezet en zijn ze naar het vooronder gegaan.” Vanaf de marineboot worden nog meer schoten gelost. “De voorsturing van de motor is eraf geschoten en daardoor is de diesel tot stilstand gekomen. De bemanning heeft gekeken of ze de diesel weer aan de praat konden krijgen. Dat is niet gelukt en toen hebben ze dus de buitenboord kranen opengezet.”

De Lammie maakt water en begint te zinken. De drie mannen stappen in een rubberboot. Het duurt niet lang voordat de Lammie, zo’n zestig kilometer uit de kust van Den Helder, in de golven verdwijnt. De opvarenden roeien naar de Douaneboot de Zeearend en worden aangehouden.

Liaisonofficier Ben Schmidt stapt over van de Wolf op de Zeearend. “We hebben ze aan boord genomen, we hebben met elkaar koffie gedronken en een praatje gehouden. Ze zeiden dat ze daar aan het zeevissen waren.” Maar als Schmidt laat blijken dat ze goed op de hoogte zijn vertellen de drie aangehouden bemanningslieden dat er ongeveer nog twee duizend kilo hasj aan boord moet zitten.

De laatste loodjes

Het lichten van de ‘Lammie’
De kotter ligt op een diepte van zo’n veertig meter. De vrees dat geoefende duikers naar de boot toe gaan is groot en officier van Justitie Josephus Jitta besluit de Lammie spoedig te laten lichten. Een aantal dagen later is het zover en wordt de Lammie in de takels naar de haven van Den Helder gesleept. De lading wordt uit het ruim gehaald en bestaat uit 1600 kilo hasj en 27 warmwaterkruiken met totaal 40 liter hasjolie. Een liter olie levert 1000 joints op. Totale straatwaarde van dit transport was in 1974 25 miljoen gulden.

Frits van de Wereld en ‘Mooie Willem’ krijgen uiteindelijk ieder een jaar en negen maanden cel en Dorus Pompert en zijn bemanning moeten twaalf maanden de cel in. Schipper en C.M. worden veroordeeld tot achttien maanden gevangenisstraf.

De actie leidt tot nieuwe ontwikkelingen in de opsporing. Mede naar aanleiding van deze actie wordt de Kustwacht opgericht. Josephus Jitta: “Achteraf is het een hele mooie zaak om op terug te zien. Juist omdat alles goed afgelopen is, juridisch gezien. En dat er niets aan de aandacht is ontsnapt. Dat alle verdachten ook inderdaad door de Rechtbank veroordeeld zijn. Dat we alle hasjiesj in handen hebben gekregen, dat niks aan de aandacht ontsnapt is. In die zin was het een mooie zaak En natuurlijk die grote samenwerking was op zichzelf al mooi. Ik zie het ook als een soort jongensboek. Een grote operatie, iedereen tevreden. Dat mag je je toch weer wel met een glimlach herinneren.”

Credits
  • Regisseur
    Dirk Jan Roeleven
  • Researcher
    Yfke Nijland
Bronnen
  • Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid nacht

    Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid

    Bezoek de website hier:
  • Privémateriaal (8mm) J.W. Kelder

    Privémateriaal (8mm) J.W. Kelder

Vragen?

Heeft u vragen, ideeën of opmerkingen?

Neem dan contact op met de redactie:

Meer Andere Tijden