↳ Enter om te zoeken
14 juni 2005

Turkije en Europa

Andere Tijden Turkije en Europa schip
Bekijk Video
28 min

Nieuw! Turkije

“We zijn op weg. We zullen de prestaties van de Republiek gaan tonen.” Met dit telegram begint de tweede kapitein van de S.S. Karadeniz, Süreya Gürsu, zijn reis langs de havens van Europa. Het is juni 1926 en de Karadeniz is na maanden van voorbereiding omgetoverd tot een reizend tentoonstellingsschip, dat de jonge Turkse republiek moet gaan verkopen aan het Westen. Die republiek was in 1923 uitgeroepen door Kemal Atatürk, de eerste president van Turkije. Hij had grote ambities om het land om te vormen tot een moderne en seculiere staat, naar Westers voorbeeld. Het oude Ottomaanse Rijk was na de Eerste Wereldoorlog van de kaart verdwenen en het jonge Turkije wilde onder leiding van Atatürk een nieuwe plaats innemen. Met zijn hervormingen wilde Atatürk het Westen laten zien dat in het nieuwe seculiere Turkije was afgerekend met het aloude beeld dat men in het Westen nog steeds van de Turken had. Een poging daartoe was het uitbannen van de hoofddoek in het openbare leven. Al is de sluier nooit per wet compleet verboden geweest, de Turkse overheid verzette zich er fel tegen. De fez en de tulband, de in die tijd courante mannenhoofddracht, werd daarentegen wel echt verboden. Dat gebeurde in november 1925 en op het dragen ervan zijn zelfs 660 doodstraffen uitgevoerd nadat dit verbod was uitgevaardigd. Door het veranderen van het uiterlijk van de Turkse burgers wilde Atatürk het uiterlijk van Turkije zelf veranderen. De Europese promotietour van de Karadeniz was een van de pogingen om het beeld bij te stellen.

Atatürk op de Karadeniz
Atatürk op de Karadeniz

Een drijvende tentoonstelling

“Jarenlang waren onze vrouwen gehuld in zwarte sluiers. Maar door de veranderingen van de revolutie is een einde gekomen aan veertien eeuwen traditie. Onze gasten zijn zeer onder de indruk.” Aldus beschrijft kapitein Süreya Gürsu de sfeer aan boord als Franse marine-officieren de Turkse dames aan boord van zijn schip ten dans vragen. In de haven van Algiers wordt de eerste balavond georganiseerd en kunnen de Turkse vrouwen hun kosmopolitische gaven op de dansvloer ten toon spreiden. Het beeld van ongesluierde, volgens de laatste mode kortgeknipte vrouwen, zal menig West-Europeaan verbazen.
Aan boord is ook de dan 16-jarige Nevin Pertev, die de reis samen met haar vader maakt. Zij herinnert zich nog dat Kemal Atatürk in Mudanya zelf nog aan boord stapt in Turkije om het reisgezelschap succes te wensen. Hij zegt haar dat zij vooral haar studie moet afmaken.
Vanuit Turkije gaat de reis dan westwaarts, via Algiers, Barcelona, Le Havre en Londen naar Amsterdam, Hamburg Stockholm en Leningrad. Van daaruit wordt rechtsomkeert gemaakt en doet men ook nog Kopenhagen, Antwerpen, Marseille en Napels aan.
Bij aankomst in de haven speelt het 50-koppige presidentiële orkest het volkslied van het gastland, en er zijn klassieke concerten in de open lucht met Westerse symfoniemuziek naast de jazzmuziek die ze op dans- en dineravonden spelen. Op het schip kunnen de Europeanen kennis maken met typisch Turkse producten zoals tabak, katoen en tapijten. Daarnaast is er een heus bankkantoor ingericht en heeft de Turkse Hogeschool voor de Kunsten een expositieruimte ingericht met beelden en schilderijen. De genodigden die het schip komen bezoeken zijn vooral afkomstig uit de wereld van banken, handel en scheepvaart. Zo ook de ruim 300 gasten op het diner in Londen. “ Overal hangen elektrische lampen, het hele schip is verlicht. Je kon het schip van overal in Londen zien,” schrijft kapitein Gürsu met enige trots.

Concert in het vondelpark
Concert in het vondelpark

Hardnekkige vooroordelen

“Via een kanaal van 25 kilometer lang komen we aan in Amsterdam. Het was bewolkt en het schip deint lichtjes, als de heup van een vrouw.” Zo beschrijft kapitein Gürsu de aankomst van de Karadeniz in Amsterdam, waar het schip aanlegt aan de Westerdoksdijk. Het Nederlandse publiek wordt er vergast op een openluchtconcert in het Vondelpark. “Het orkest opent met lieflijke muziek, het massaal toegestroomde publiek valt stil. De oren zijn gericht op de muziek, de ogen vooral op de aanwezigheid van onze sjieke Turkse dames. Na afloop is er een daverend applaus waar ik tranen van in mijn ogen krijg.” Kapitein Gürsu roemt de elegantie van het Turkse orkest, dat hij jonger en sjieker in uitstraling vindt dan de Westerse orkesten die hij tot dan heeft gezien. In het Handelsblad van de volgende dag is sprake van ‘duizenden en duizenden, die naar de muzikale prestaties van de mannen, getooid met de fez, hebben geluisterd’. Dat de orkestleden hebben helemaal geen fez op hebben, is zelfs te zien op de bijgaande foto van het concert in het Vondelpark. Maar vooroordelen zijn hardnekkig. Dat blijkt ook uit het verslag van de Turkse journaliste Bedia Arseven, die meereist met de Karadeniz en voor haar tijdschrift de rubriek ‘brieven vanuit de boot’ verzorgd. Zij verhaalt over haar ontmoeting met de burgemeester van Amsterdam, die zij rondleidt op de Karadeniz. Daar uit de burgervader vooral zijn verbazing over het feit dat de journaliste niet is getooid met een sluier. En ook elders merkt ze dat mensen nauwelijks geloven dat het gezelschap op de Karadeniz uit Turkije komt.

Maar terugkijkend op de Europese tour is kapitein Gürsu toch vooral positief gestemd. “De reis heeft een heel goede indruk achtergelaten. In Europa zijn altijd duizenden verkeerde indrukken van Turkije. De financiële effecten van de reis zijn niet meetbaar, maar het belangrijkste is dat door middel van onze drijvende tentoonstelling alle Europese volken met onze cultuur en ontwikkeling kennis hebben kunnen maken. En daardoor zijn de vooroordelen verdwenen.”

Nieuw! Europa

In 1955 organiseren enkele Europese landen, waaronder Nederland, een conferentie in het Italiaanse Messina. De bijeenkomst vormt de prelude voor de totstandkoming van de EEG, de Europese Economische Gemeenschap. Charles Rutten was als ambtenaar van Buitenlandse Zaken aanwezig. Rutten: “Op de conferentie van Messina waren alle Europese landen uitgenodigd. Bijna niemand heeft daar op gereageerd, blijkbaar omdat ze het zo’n zotte vraag vonden: meedoen aan onderhandelingen over een Europees Verdrag.”
Uiteindelijk hakken Duitsland, Frankrijk, Italië en de Benelux de knoop door en vormen vanaf 1957 de EEG. Het is van begin af aan een ambitieuze club die zich internationaal wil profileren. Maar daarvoor was het wel nodig dat de club groter en belangrijker zou worden. Het lag voor de hand dat andere Europese landen zich zouden aansluiten bij de club van zes. Rutten: “Als men al aan uitbreiding dacht, dacht men meer aan uitbreiding naar het Westen. Toetreding van Engeland was toch altijd wel iets wat men hoopte. En Ierland en de Scandinavische landen, alle blikken waren wat dat betreft op het westen gericht. Niet op het oosten.”
Maar het oosten had wel oog voor de EEG. Turkije had zich als lid van de NAVO en de Raad van Europa meer en meer verbonden aan de Westerse alliantie tegen het communistische blok. En nadat Griekenland in 1959 aan de Europese deur had geklopt wilde Turkije niet achterblijven.
Mehmet Ali Birand, jarenlang correspondent in Brussel voor een groot Turks dagblad, verklaart de Turkse motieven. “In eerste instantie oordeelde de Turkse overheid toen als volgt: Als de Grieken iets zien in die club van zes, dan kunnen wij niet achterblijven. En ten tweede zou het de Turkse economie ten goede komen om meer handel te drijven met Europa. Dat laatste stelde niet al te veel voor trouwens.”

In juli 1959 ontvangt het ministerie van Buitenlandse Zaken een codebericht uit Brussel:
Kenmerk confidentieel. ‘hedenmorgen bleek dat van turkije initiatief wordt verwacht om tot associatie te komen met eeg . secretariaat vernam dat turken aan vs om advies zouden hebben gevraagd en van die zijde mededeling gekregen van instemming met dergelijke stap bij europese gemeenschap.’
Birand: “Nadat de Turken officieel een aanvraag hadden ingediend om geassocieerd lid van de EEG te worden werd het plotseling een serieuze aangelegenheid.” Zo serieus zelfs dat de EEG even heel goed moest nadenken wat dat eigenlijk zou betekenen. Ook voor de Brusselse ambtenaar Charles Rutten: “Nou dat was iets heel nieuws. Je moet niet vergeten: het EEG Verdrag is in werking getreden in begin 1958. En het eerste associatieverzoek kwam al in 1959, dat was van Griekenland. En 3 maanden erna, het associatieverzoek van Turkije. En toen was de EEG wel verplicht om te gaan nadenken Wat willen we eigenlijk met een Associatiepolitiek? En daar is men op dat moment niet zo erg uitgekomen.”

Trouwe bondgenoot

“De 6 mogen niet vergeten dat Turkije een zeer kwetsbare hoeksteen vormt van de NAVO. Reeds enkele jaren wordt 40 à 50 % van het Turkse budget uitgegeven voor militaire doeleinden.” In een memo aan Buitenlandse Zaken uitten de Duitsers hun zorgen over de wankele Turkse economische situatie. Die zou kunnen leiden tot wankele politiek, misschien zelfs toenadering tot de Sovjet Unie. Turkije moest koste wat kost binnenboord worden gehouden.
Charles Rutten beaamt dat: "De belangrijkste politieke overwegingen waren van strategische aard. Dat had te maken met de Koude Oorlog die toen in volle omvang los was gebarsten. Griekenland en Turkije lagen allebei op strategische plaatsen en er was dus alles voor om bij te dragen aan een versterking van die twee landen, zowel economisch als politiek."
Dat Turkije een zwakke economie had, werd niet ontkend. Niet door de EEG en ook niet door de Turken zelf. Maar dat betekende wel dat er weinig belang werd gehecht aan onderhandelingen op economisch gebied. Turkije had eenvoudigweg weinig te bieden. Daarnaast meldden zich interessantere partners die wilden praten over mogelijke toetreding, bijvoorbeeld de Britten. Om de concurrentie tegen te gaan besloten de Turken tot een grootscheeps lobby-offensief in Brussel. Op het kantoor van de Permanente Vertegenwoordigers in Brussel zag Charles Rutten de Turkse lobbyisten komen en gaan.

Rutten: "Toen de Turkse regering dat verzoek had ingediend, lobbyden ze heel actief. Ik kreeg heel heel vaak bezoek van mijn Turkse collega, meneer Saracoglu, en ook op alle mogelijke niveaus werd er druk uitgeoefend. De Turken waren dat betreft overigens niet alleen want zij hadden ook de volle steun van de VS. De Amerikanen vonden het ook heel belangrijk ook weer om diezelfde strategische redenen dat Turkije een nauwe band met de EEG zou krijgen. Dus die lobbyisten kwamen van alle kanten."
Ziya Muezzinoglu, staatssecretaris van Planning in de Turkse regering, kijkt tevreden terug op het lobbywerk. "We meldden ons aan in 1959, de gesprekken begonnen in 1961 en binnen twee jaar tijd was er een verdrag getekend!"

Het verdrag van Ankara
Het verdrag van Ankara

Het Verdrag van Ankara (1963)

Sedert verschillende decennia volgt Turkije de beweging voor samenwerking en toenadering in Europa en neemt het deel aan alle politieke en economische organisaties van de vrije wereld. De associatieovereenkomst tussen Turkije en de gemeenschappelijke markt is een nieuwe etappe in de lijn van deze traditionele politiek. Zo presenteert de EEG op 12 september 1963 het Associatieverdrag met Turkije aan de pers en aan zijn burgers.
In een periode van nog geen twee jaar lag er een verdrag op tafel dat Turkije een douane unie beloofde, waarin een vrij verkeer van goederen en producten. En op termijn had het zelfs uitzicht op toetreding tot de EEG. Het is opmerkelijk dat in zo'n korte tijd spijkers met koppen zijn geslagen, temeer daar de politieke en economische situatie in Turkije juist in die periode verre van ideaal waren.
De economische politiek van de Turkse regering onder leiding van Adnan Menderes in vijfitger jaren was roekeloos en ongecoördineerd en in de loop der jaren leidde dit tot hoge inflatie en devaluatie van de Turkse Lira. Toen hiertegen de oppositie steeds sterker werd, werd het bewind van Menderes en de zijnen steeds onderdrukkender. Na massale demonstraties tegen de regering greep het leger in en bracht de Menderes via een staatsgreep ten val.

Charles Rutten herinnert zich het moment van de staatsgreep nog. Rutten: "De toenmalige Turkse minister president Menderes werd gearresteerd, berecht en opgehangen. Dat was natuurlijk toch wel even een schok. Dat waren we niet zo gewend. Dus toen kwam wel even de vraag op: Moet dat nou? Maar goed, naderhand is men daar toch maar weer overheen gestapt. Ja, ik zou het liever zo zeggen, we waren zeker niet anti-Turks."
De Turken zagen al snel dat de welwillende houding van de Zes een goede gelegenheid bood om tot zaken te komen. Muezzinoglu: "We zagen in dat het een grote kans was die we met beide handen moesten grijpen. Onze premier, Inönü, had nogal wat moeite om de coalitie te overtuigen van het nut van het verdrag. Hij deed zijn uiterste best en zei dat het nu of nooit was." De Turkse premier Inönü, die na de coup een nieuwe regering had geformeerd, kreeg een steuntje in de rug van de Europeanen zelf. Die zagen de stabiliteit na de militaire coup van 1960 het liefst zo snel mogelijk terugkeren. Nederland dringt aan om 'om nogmaals met klem te adviseren, dat althans van Nederlandse zijde alles wordt gedaan om aan de Turkse wensen zoveel mogelijk tegemoet te komen. Inönü is verreweg de meest ervaren staatsman in Turkije. Zijn nieuwe kabinet zal echter geen weerstand kunnen bieden aan de druk van de oppositie, indien hij niet kan wijzen op concrete ondersteuning van de zijde van met Turkije bevriende mogendheden', aldus een intern memo van Buitenlandse Zaken. De gesprekken tussen Turkije en de EEG werden na de coup weer hervat, met als einddoel een Associatieverdrag. Met de opgenomen bepalingen in het verdrag wed impliciet besloten tot toetreding van Turkije. Rutten: "Dat was eigenlijk zo'n beetje de sfeer die er heerste. Laten we erover praten, en naarmate we er meer over praatten bleek wel dat er toch verregaande consequenties waren. Maar we vonden het nu niet de tijd gekomen om daar dan al over te praten.. Het kwam natuurlijk wel ter sprake, van tijd tot tijd, maar de toetreding als vol lid van landen als Griekenland en Turkije, dat was iets wat zo ver verwijderd was van de realiteit van toen, dat men zich daar niet erg druk over maakte."

Met het Associatieverdrag werd impliciet aanvaard dat Turkije tot Europa behoorde. Omgekeerd leidde dat weer een discussie in over de vraag: wat is Europa eigenlijk? Waar liggen de grenzen? Rutten: "Er is over gediscussieerd, op een gegeven ogenblik, door de koning van Marokko. Die vroeg op een gegeven moment om toetreding van Marokko tot Europa. Toen is erop gewezen dat Marokko toch echt in Afrika lag. En dat dat dus niet kon, omdat het Europees Verdrag zegt dat alleen Europese landen kunnen vragen om toetreding."

Welkom in Europa?

“Nu ik de overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen Turkije en de gemeenschap aan het Europese Parlement voorleg, meen ik dat het nauwelijks nodig is erop te wijzen dat deze overeenkomst gezien moet worden in een politiek perspectief dat boven haar zuiver economische bepalingen uitgaat. Tenslotte -en op de politieke draagwijdte van dit punt behoeft nauwelijks te worden gewezen- is men overeengekomen dat de partijen te zijner tijd de mogelijkheid van toetreding van Turkije tot de Gemeenschap zullen bestuderen. [..] Voor Turkije geldt deze overeenkomst als een nieuw bewijs voor het fundamentele Europese karakter van dit land.”
Op 27 november 1963 houdt minister Luns van Buitenlandse Zaken een redevoering in het Europees Parlement. Onderwerp is de ondertekening van het Associatieverdrag met de EEG, dat eerder dat jaar in Ankara is ondertekend. Luns erkent hierin het Europese karakter van Turkije en onderstreept nogmaals de bepaling in het verdrag dat toetreding tot de Europese Gemeenschap op termijn mogelijk is.

Nu, bijna veertig jaar later, lijkt het dan zover te zijn. Op de top in december 2004 zullen de Europese regeringsleiders besluiten of en wanneer er onderhandeld gaat worden over Turkse toetreding. Die eventuele toetreding is in de afgelopen maanden een heikel discussiepunt geworden. Ettelijke rapporten zijn geschreven over de modernisering en democratisering van Turkije, en hoe het land zich economisch heeft ontwikkeld. In 2002 werden in Kopenhagen criteria gesteld waaraan de Turken moesten voldoen, onder meer op het gebied van mensenrechten. Nu aan de eerder gestelde eisen lijkt te zijn voldaan, is er een nieuw obstakel op de weg gekomen: de islam. Het islamitische karakter van Turkije speelt in de huidige discussie een zeer belangrijke rol, een thema dat in 1963 van volstrekt ondergeschikt belang was. Journalist Mehmet Ali Birand voelt zich op dit onderwerp zelfs voorgelogen. "Ik herinner me dat iedereen in Europa het had over het democratische karakter van de Unie en dat het hierom ging. Nu wordt er gesproken over een christelijk Europees project waar geen islamieten in thuis horen. Ik voel me bedrogen!"
De vraag is natuurlijk of Europa nog terug kan op de weg die na 1963 is ingeslagen. Met de totstandkoming van de Douane-unie in 1995 is de periode van het Associatieverdrag afgerond en wordt er gewacht op de volgende zet: een volwaardig lidmaatschap. Volgens Charles Rutten is er geen terugweg meer mogelijk. Rutten: "Eigenlijk hebben we die grenzen overschreden, door in 1963 dat artikel op te nemen waarin het perspectief van toetreding werd aanvaard. En daarna zijn er zijn nog een aantal andere beslissingen geweest, waarin over het openen van onderhandelingen over toetreding is gesproken, zoals op de Europese Top in Helsinki 1999. Er is uitvoerig over gediscussieerd, en iedere keer hebben de Europese instellingen, de Commissie en de Raad van Ministers, zich in principe positief uitgelaten over de Turkse toetreding. En ik denk dat men niet meer terug kan, omdat dat grote schade zal toebrengen aan de relaties tussen Europa en Turkije."

Research: Eray Ergec, Hasan Evrengün
Regie: Gerda Jansen Hendriks

Beeldmateriaal

Bij het verhaal over de Karadeniz is gebruikt gemaakt van foto's van het schip en z'n opvarenden, afkomstig uit privé-bezit. De korte film van het schip in Londen zit in de collectie van het Engelse ITN. Aanvullende fragmenten, zoals het dansen aan boord en het Vondelpark komen van Polygoon journaals. Het Franse Pathé journaal is de bron voor de ingekleurde beelden van Turkije in de jaren twintig. De uitleg over de schrifthervormingen en de betekenis van Atatürk komen uit langere reportages van het Pathé bioscoopjournaal en de VPRO uit begin jaren zestig. Hier is ook uit geput voor het tweede deel van de uitzending over het tot stand komen van het associatieverdrag tussen Turkije en de EU. Verder is daarbij gebruik gemaakt van het Engelse 'Roving Report', verschillende NTS-journaal fragmenten en een film over de NAVO uit het Amerikaanse National Archives. Fragmenten uit de toespraak van minister van Buitenlandse zaken Luns komen uit de collectie van het Europese parlement. Luns hield deze toespraak bij de aanbieding van het verdrag aan dat parlement in november 1963. Van de toespraken die op 12 september werden gehouden in Ankara, bij de tekening van het verdrag, is op band niets bewaard gebleven.

Geïnterviewden Bronnen
  • Birand
    Mehmet Ali Birand
  • Rutten
    Charles Rutten
  • Geschiedenis van modern Turkije

    Erik Zürcher, Geschiedenis van modern Turkije (Nijmegen 1995).