Meer verdieping op het gebied van geschiedenis? Kijk op NPOFocus.nl
↳ Enter om te zoeken
9 november 2004

Palast Der Republiek

Palast Der Republiek
Bekijk Video
28 min

Immer zu werden und niemals zu sein

Nieuwbouw
Sinds het begin van de jaren negentig domineren bouwkranen de hemel boven Berlijn. Voor de zoveelste keer, want Berlijn is veroordeeld ‘immer zu werden und niemals zu sein’, zoals een vaak geciteerde wijsheid over de geschiedenis van de stad luidt.

In Mitte, het oudste deel van de stad, hebben belangrijke pleinen als de Pariser Platz (met de Brandenburger Tor) en de Potsdammer Platz sinds het begin van de jaren negentig een vrijwel volledig nieuw uiterlijk gekregen. In de aangrenzende wijk Tiergarten zijn een nieuw onderkomen voor de Bondskanselier en talrijke nieuwe ambassades verrezen en door de hele stad appartementencomplexen voor de duizenden ambtenaren, diplomaten en journalisten die met de regering van het herenigde Duitsland van Bonn naar Berlijn zijn getrokken.

Temidden van al die nieuwbouw ligt een plein waar het, als in het oog van de orkaan, opmerkelijk stil is: de Marx-Engelsplatz, door oudere Berlijners vaak nog bij zijn vooroorlogse naam Schlossplatz genoemd. Maar de rust bedriegt. Geen enkele plek in Duitsland is zo beladen met geschiedenis en zozeer het onderwerp van debat als de Marx-Engelsplatz. Want hier staat het skelet van wat ooit de trots van de Duitse Democratische Republiek was: het Palast der Republik. En hier zijn onlangs de fundamenten blootgelegd van het gebouw dat voor het Palast moest wijken: het eeuwenoude Stadtsschloss van de Pruisische koningen en Duitse keizers.

Het woord uit steen

Opgeblazen
Je hoeft een dictator, van welke overtuiging dan ook, zelden het belang van architectuur uit te leggen. Architectuur is het woord uit steen, zei Hitler al snedig. Walther Ulbricht, een voormalige meubelmaker die als secretaris van de Sozialistische Einheitspartei Deutschlands vanaf 1949 de sterke man van de DDR was, droomde evenzeer als zijn voorganger als dictator/architectuurliefhebber van een grondige herbouw van althans zijn deel van Berlijn.

Een hinderlijke sta-in-de-weg daarbij was het tijdens de oorlog al door bommen getroffen Stadtschloss, het voormalige keizerlijke paleis waarvan het oudste deel uit 1443 dateerde, gebouwd op de plek waar in de achtste eeuw de eerste nederzetting met de naam Berlijn was verrezen. De vorsten van de Hohenzollern-dynastie hadden hun stadspaleis in de loop van de eeuwen steeds verder laten uitbreiden, ondermeer met de beroemde Schlüterhof, een hoogtepunt van de Noord-Europese barok. Hoewel het niet sterker beschadigd was dan bijvoorbeeld de nabijgelegen Humboldt-Universiteit, liet Ulbricht het slot in 1950 opblazen, vermoedelijk om demonstratief af te rekenen met het verleden van de monarchie en het daarmee onlosmakelijk verbonden geachte, Pruisische militarisme.

Protesten uit binnen- en buitenland waren tevergeefs. Op de plek van het paleis zou eerst een mausoleum voor de in Buchenwald vermoorde communistische leider Ernst Thälmann komen en later een groots regeringsgebouw naar stalinistisch model. Maar geen van deze projecten kwam ooit van de grond. Nadat vrijwilligers de laatste brokstukken van het verleden hadden opgeruimd, resteerde op de plek van het voormalige paleis een kale vlakte, slechts geschikt om de nieuwe socialistische mens enthousiast aan zijn heersers te laten voorbij marcheren.

Animatie van het Palast

'Konsum und Vergnügen'

Een multifunctioneel gebouw
In 1971 moest Ulbricht het veld ruimen voor Erich Honecker, die onder meer de sociaal-economisch koers van de SED wijzigde. Een paar maanden eerder waren akelig dichtbij, in buurland Polen, arbeiders in opstand gekomen tegen het communistische regime. Dit naar aanleiding van een verhoging van de prijzen voor eerste levensbehoeften. Het protest in Polen kon met grof geweld de kop worden ingedrukt, maar bracht ook bij de Oost-Duitse leiders ontzetting, zo niet paniek teweeg. In 1953 had een arbeidersopstand in eigen land hen al bijna de kop gekost en sindsdien was het spook van stenengooiende proletariërs nooit meer uit hun hoofden verdwenen.

Snelle actie was geboden, of zoals Erich Honecker het uitdrukte: het materiële en culturele levensniveau moest omhoog. In dat verband presenteerde hij ook een nieuw voorstel voor bebouwing van de asfaltvlakte die na de vernietiging van het Stadtschloss was ontstaan. Er zou opnieuw een paleis verrijzen, enerzijds voor politieke bijeenkomsten, anderzijds voor de verzorging van de DDR-burger met . Het plan sloot in architectonisch opzicht aan bij het eind jaren zestig ontwikkelde idee dat een openbaar gebouw vooral multifunctioneel moest zijn. De Agora in Lelystad en de Meerpaal in Dronten zijn belangrijke Nederlandse voorbeelden van die gedachte. En geloof het of niet, maar het Palast schijnt mede op de Meerpaal te zijn geïnspireerd. In Oost-Berlijn werd het concept van een multifunctioneel gebouw alleen veel verder ontwikkeld dan waar dan ook ter wereld. In het Palast der Republik kwamen de SED en haar satellietorganisaties bijeen, het was congrescentrum, én theater én tv-studio én disco én bowlingbaan én horecacentrum.

Roterende deurmat

De gedroomde DDR
Vanwege de gewenste kwaliteit en Honeckers bevel dat het nieuwe volkspaleis snel werkelijkheid zou zijn, moesten veel materialen en installaties tegen harde valuta uit het westen worden geïmporteerd. Marmer uit Italië, designlampen uit Denemarken en keukeninrichtingen uit Zwitserland. De burgers liet dat koud. Bij de opening van het paleis in mei 1976 waren ze diep onder de indruk, omdat het Palast ‘voor die tijd een fantastische ambiance had’, aldus oud-werkneemster Helga Knoll.

De historicus Stefan Wolle herinnert zich nog dat bij de ingang een roterende vloermat lag, opdat je niet zelf je voeten hoefde te vegen. Hij woonde jarenlang zowat naast de Oost-Duitse consumptietempel en kwam er bijna elk weekeinde. In de Mokkabar was altijd koffie te krijgen, ook al stond de rest van het land droog; in de aangrenzende kiosk waren altijd kranten en tijdschriften, hoe groot het papiertekort ook was; overal stonden verse bloemen en in het souterrain stond een hele rij openbare telefoons, die in tegenstelling tot de gebruikelijke situatie altijd functioneerden.

Maar het meest opmerkelijk was misschien nog wel de beleefdheid van het personeel. De DDR was in de woorden van Wolle geen dictatuur van het proletariaat, maar een dictatuur van het bedienend personeel. In de Mangelwirtschaft beschikte degene die de schaarste mocht verdelen over een soort almacht. Dat betekende winkelpersoneel dat niets aan de man hoefde te brengen, of obers die liever niet bedienden en dat vaak overgoten met een onbeschoftheid waar de klant duizelig van werd. Maar niets van dat al in het Paleis van de Republiek, waar ‘het oog van de hoogste heerser op gericht was’ en het personeel kennelijk strenge instructies had om beleefd en dienstvaardig te zijn.

Het paleis was de gedroomde DDR: niet alleen was er het aanbod en de service die elders ontbraken, maar ook had het comfortabel meubilair, frisse uniformen voor het personeel en luxe serviezen. En dit alles tot in détail ontworpen in een jaren zeventig stijl, die door trendy woonbladen als The Wallpaper onlangs weer tot uitermate hip is verklaard.

In het Paleis van de Republiek kon de DDR-burger zich voor even aan de gebreken en de lelijkheid van alledag onttrekken. Er waren slechts twee nadelen: zowel bouw als onderhoud kostten bakken met geld (vooral buiten Berlijn werd het spottend Balast der Republik genoemd) en na een bezoek restte het leven van alledag, dat in de loop van de jaren tachtig weer kariger werd.

Erich Honnecker
Erich Honnecker

Schijnwelvaart

Het proces van ondergang
In Van het socialisme, de dingen die voorbijgaan, gaat Willem Melching uitgebreid in op de ondergang van de DDR. Een fascinerend verhaal. Want iedereen die in de jaren tachtig de DDR bezocht kon zien dat het land er niet florissant voor stond. Hobbelige wegen die ergens in de negentiende eeuw voor het laatst (met ‘kinderhoofden’) bestraat leken te zijn, krakende telefoonverbindingen (als die al tot stand kwamen) en een penetrante stank vanwege het overvloedige gebruik van bruinkool. Het waren slechts de belangrijkste aanwijzingen. Maar niemand verbond aan die waarnemingen de conclusie dat het land weldra zou instorten. Ook de West-Duitse regering niet, die toch zeer goed op de hoogte was van de economische statistieken van het andere Duitsland.

Nu de DDR verleden tijd is en de Oost-Duitse archieven toegankelijk zijn, kunnen historici het proces van ondergang reconstrueren, waarvan iedereen de tekenen zag, maar niemand de onvermijdelijke afloop. Kort samengevat komt het hierop neer: Honecker kon alleen meer geld voor consumptie, zoals het Palast der Republik, uitgeven door het aan investeringen in machines, (spoor)wegen of telecommunicatie te onttrekken. Oost-Duitse bedrijven, toch al niet al te modern en efficiënt, raakten daardoor nog meer achterop bij hun concurrenten uit het westen.

In de ‘gelukkige’ jaren zeventig werd simpelweg steeds meer uitgegeven en steeds minder verdiend, zo waarschuwden economische adviseurs van de regering en zelfs analisten van de Stasi. Om die schijnwelvaart te kunnen blijven betalen, hield Honecker eerst de hand op bij de grote socialistische broer in de Sovjet Unie en al snel ook steeds meer bij de West-Duitsers. Het was een systeem dat zichzelf uiteindelijk vernietigde, maar noch Honecker, noch de West-Duitse regering of banken wilden dat zien.

Volgens Wolle heeft de ondergang van de DDR zelfs het karakter van een frauduleus bankroet. Oost-Duitse consumenten begonnen het naderende failliet eind jaren tachtig kennelijk wel te zien. Overtuigd dat West-Duitsland steeds rijker werd, dat hun land het verschil in welvaart nooit meer zou inhalen en dat hun leiders het contact met de werkelijkheid hadden verloren, namen ze vanaf 1988 in steeds grotere getale de benen. En daarmee gaven ze het startsein voor de eerste grote revolutie van consumenten in de geschiedenis.

Asbest

'De radicaalste oplossing'
Het Palast der Republik was in de herfst van 1989 het middelpunt van die consumentenrevolutie. In het gebouw fêteerde Honecker op 7 oktober gasten uit binnen- en buitenland ter gelegenheid van het veertigjarige bestaan van de DDR. Buiten vochten zijn ordetroepen met demonstranten.

Na de val van Honecker kwam in het paleis het eerste en enige democratisch gekozen parlement van de DDR bijeen, dat nog geen half jaar nodig had om het land op te heffen. Daarmee was ook het lot van het Palast zelf bezegeld. Een paar dagen na het besluit tot staatsopheffing ging het dicht, omdat bij de bouw rijkelijk asbest was gebruikt, dat naar de nieuwe Duitse maatstaven verwijderd moest worden. Daarvoor werd in de woorden van Wolf-Rüdiger Eisentraut, één van de architecten van het Palast ‘de radicaalste oplossing gekozen’. Het gebouw werd tot op het skelet ontmanteld.

Nadat het gevaar van asbest was doorgedrongen had in de jaren tachtig een werkgroep, waar Eisentraut deel van uitmaakte, een plan gemaakt om het asbest stap voor stap te verwijderen. De regering van het nieuwe Duitsland koos voor de degelijke oplossing, die het einde van het Palast betekende. Daarna wist een miljonair uit Hamburg de Bundestag te winnen voor het idee het paleis helemaal af te breken en … het oude Stadtschloss weer te herbouwen.

In Berlijn is het al bijna een eeuw lang een goede gewoonte van nieuwe machthebbers iets af te breken en door een eigen ‘woord uit steen’ te vervangen. Zolang de bouw van het nieuwe oude paleis nog niet is begonnen, heeft het Palast der Republik een culturele ‘Zwischennützung’. Aan een amusements-, en horecacentrum à la Honecker heeft niemand meer behoefte. Op een steenworp afstand ligt de Friedrichstrasse met de nieuwe Galerie Lafayette, de Friedrichstadtpassage en andere consumptietempels, waar Honecker zich vermoedelijk zelfs nooit een voorstelling van heeft kunnen maken.

Credits
  • Regisseur
    Matthijs Cats
  • Researcher
    Hasan Evrengün
  • Researcher
    Laura van Hasselt
Bronnen
  • Van het socialisme en de dingen die voorbijgaan

    W. Melching, Van het socialisme en de dingen die voorbijgaan (Amsterdam 2004).

Vragen?

Heeft u vragen, ideeën of opmerkingen?

Neem dan contact op met de redactie: