Meer verdieping op het gebied van geschiedenis? Kijk op NPOFocus.nl
↳ Enter om te zoeken
3 september 2002

De formatie van Paars 1: een heidens karwei

De tafel
Bekijk Video
1 min

Van Mierlo’s droom
Hans van Mierlo opperde in 1988 al eens dat een kabinet zonder Christen Democraten wel een goed idee zou zijn. Hij werd toen in Den Haag voor ‘onrealist’ uitgemaakt. Van Mierlo, destijds fractievoorzitter van D66, voorzag een situatie waarin hij fundamentele zaken in het land zou kunnen veranderen. Zaken als euthanasie en abortus die je samen met het CDA niet zou kunnen bespreken. Maar de tijd bleek er nog lang niet rijp voor. Het zou nog tot begin jaren negentig duren voor zijn droom in vervulling leek te kunnen gaan.

Binnen het CDA was inmiddels een behoorlijke crisis ontstaan. Premier Ruud Lubbers had al in een vroeg stadium Elco Brinkman als zijn opvolger aangewezen. Maar Brinkman bleek, tot grote ergernis van Lubbers, een rechtsere koers te willen varen. Bovendien twijfelde Lubbers zelf tussen afscheid nemen en blijven. Al voor de verkiezingen werd duidelijk dat het niet goed zat binnen het CDA: Lubbers kondigde aan dat hij zijn stem uit zou gaan brengen op E. Hirsch Ballin, derde op de lijst van het CDA en minder rechts georiënteerd dan Brinkman. Dit was een duidelijke waarschuwing aan de kiezer.
Behalve de onrust binnen het CDA bleken de klassieke tegenstellingen tussen de VVD en de PvdA ook minder groot geworden. Op het terrein van het sociaal economisch beleid en de buitenlandse politiek waren de partijen dichter naar elkaar toegegroeid.

Hotel ‘Des Indes’

De eerste toenadering

‘Des Indes’-overleg en de Wassenaarse club
In 1976 was het zogenoemde ‘Des Indes’-overleg ontstaan. In het geheim kwamen VVD-ers, leden van D66 en PvdA-ers bijeen om te spreken over een geheel nieuwe coalitiemogelijkheid: PvdA, D66, VVD. Kortom Paars. Gesproken werd over onderwerpen als het recht op euthanasie, gelijke behandeling van homoseksuelen en een liberale abortuswet. In 1993 veranderde het ‘Des Indes’-beraad van gedaante; in het huis van de VVD-er Hans Dijkstal in Wassenaar werd verschillende malen uitvoerig gesproken over punten waar de PvdA en de VVD van verschilden. Het gezelschap kreeg wat meer politici van formaat in haar gelederen. 

De VVD-ers Dijkstal, Jorritsma, De Grave en Linschoten waren het meest actief betrokken bij dit Paarse overleg. Namens de PvdA namen Melkert, Kombrink, Leijnse en Van Gelder deel.
Inmiddels waren op lokaal niveau al een paar Paarse experimenten aan de gang. Zo had de VVD-wethouder en loco-burgemeester Frank de Grave met veel inzet gezorgd voor een succesvol Paars college in de hoofdstad.
In 1993 zorgden de Paars-gezinden voor een ontmoeting tussen de fractieleiders Wim Kok (PvdA) en Frits Bolkestein (VVD) omdat de beide heren elkaar tot dan toe nog nooit recht in de ogen hadden gekeken. De heren troffen elkaar de eerste keer in het huis van De Grave en spraken elkaar onder vier ogen; de gastheer liet ze alleen. Later volgde nog een ontmoeting in de ambtswoning van de burgemeester.

Verkiezingen en eerste informatieronde

De toon voor verandering is gezet
De verkiezingen werden op 3 mei 1994 gehouden. Het was die dag zonnig en warm. Gunstig voor de opkomst en daarmee voor de linkse partijen. De opkomst was inderdaad hoog: 78,7 procent. De verkiezingsuitslag zorgde voor een behoorlijke verandering in het politieke landschap. Het CDA verloor de positie van grootste partij. De PvdA verloor ook fors maar nam toch de positie van grootste partij over van het CDA. Met een verlies van 20 zetels kwam het CDA uit op 34 zetels. De PvdA verloor ook fors: 12 zetels, maar werd met 37 zetels de grootste partij in de kamer. Fractieleider Van Mierlo van D66 was het meest gelukkig: zijn partij groeide van 12 naar 24 zetels. Van Mierlo wist dat hij daarmee de sleutel in handen had en verheugde zich op het verwezenlijken van zijn grootste wens: het formeren van een Paars kabinet. PvdA fractieleider Wim Kok verklaarde toen de uitslag op de avond van de verkiezingen definitief bekend was: ‘Ik weet wat het is om te winnen en te verliezen tegelijk.’ 

Elco Brinkman kwam na de verkiezingen onder grote druk te staan, maar bleef nog tot augustus in functie. In ieder geval was de toon voor verandering gezet. Het moest er nu maar eens van komen: een kabinet zonder het CDA. De informatie kon van start gaan.

Op 6 mei 1994 werd de voorzitter van de Eerste Kamer, Herman Tjeenk Willink, benoemd tot informateur. Hij sprak met alle partijen, inventariseerde de wensen en bracht, op aanraden van Hans van Mierlo, het volgende advies uit aan koningin Beatrix: benoem drie informateurs en laat ze onderzoeken of er genoeg basis is voor het formeren van een Paarse coalitie.
Kok stond niet meteen te springen, omdat hij ook een sterke loyaliteit ten opzichte van het CDA voelde. Hij had immers in het laatste kabinet Lubbers als minister van Financiën en vice-premier prima samengewerkt met Ruud Lubbers. Bovendien was het voor Wim Kok, vanwege zijn vakbondsverleden, verre van vanzelfsprekend dat je met de VVD, die heel andere opvattingen had over bijvoorbeeld het sociale zekerheidstelsel, goede zaken zou kunnen doen.

Begin onderhandelingen

Niet iedereen is even enthousiast
Voor de eerste informatieronden werden Jan Vis (D66), Klaas de Vries (PvdA) en Gijs van Aardenne (VVD) benoemd. Ze gingen hoopvol aan de slag, ook al leken niet alle onderhandelaars even enthousiast. Kok bleef wat zuinigjes klinken: ‘Ik denk dat het belangrijk is goed na te gaan of er inhoudelijke overeenstemming mogelijk is.’ 

Van Mierlo klonk optimistisch en zei: ‘Ach, ze moeten langzaam aan het idee wennen.’
Bolkestein toonde zich het minst mededeelzaam en liep regelmatig met een horde journalisten achter zich aan het Binnenhof over zonder ook maar iets los te laten. Bolkestein vond het niet gepast in deze fase van de onderhandelingen te spreken over voortgang of kansen. ‘Wij hebben de bereidheid getoond en werpen geen blokkades op maar geven ons ook niet over aan geflirt.’
Vis herinnert zich nog goed dat de eerste bijeenkomsten stroef verliepen: ‘Ja, het was een beetje houterig. Het was een beetje moeilijk. Het was natuurlijk duidelijk dat Hans van Mierlo degene was die het liefste Paars wilde.’
Ook Van Mierlo vond dat het niet allemaal van zelf ging: ‘Soms dacht ik dat we in een soort behandelkamer waren met zijn drieën. “Dokter we zijn erg ziek, kunt u ons helpen. We moeten die kant op.” Het was in het begin heel stroef.’

Opvallend was de eigen stijl van opereren van de drie onderhandelaars. Vis: ‘Bolkestein is geen onderhandelaar. Niet een echte onderhandelaar. Hij is heel helder. Ik denk dat hij de snelste denker was van de drie. Hij heeft een probleem heel snel in de gaten hij kan het ook goed in zijn onderdelen analyseren. Maar het is niet iemand van dealen en wheelen. Kok is uitgesproken onderhandelaar, die weet dat je dingen kunt opschrijven, maar je kunt er allerlei voetnoten bij maken. Je kunt het nuanceren; je kunt het wat anders maken. Ja, als je jarenlang vakbondsleider geweest bent dan weet je hoe dat gaat. En Bolkestein heeft dat duidelijk nooit gedaan. Hij is een heldere analyticus die snel concludeert dat “dit niet wil maar dat en dat moet gebeuren” en als dat en dat dan niet gebeurt dan is het afgelopen.’

Het Binnenhof
© nvt

De breuk

Bolkestein drijft het op de spits
Na zes weken onderhandelen leek het steeds stroever te gaan. De VVD bleek haar eisen op het punt van de sociale zekerheid te hebben opgeschroefd. Bolkestein bleek meer te willen bezuinigen dan Kok en Van Mierlo. Er bleek opeens een tegenvaller van vijf miljard te zijn waar niemand op gerekend had en dus moest daar een oplossing voor gezocht worden. 

Op een warme zondag, 26 juni, ging het fout. Bolkestein kwam de ministerskamer van de Eerste Kamer binnen en legde zijn eisen op tafel. Hij wilde een nieuwe bezuiniging van vijf miljard en maakte duidelijk dat hij de uitgedijde sociale zekerheid wil saneren. Hij gaf aan dat er niet over te onderhandelen viel en dat het een “take it or leave it”-situatie betrof.
Kok en Van Mierlo reageerden verrast; dit hadden ze zo nooit verwacht. Kok was ertegen dat de extra bezuinigingen bij de mensen met de sociale uitkering zouden komen te liggen. Van Mierlo en hij wilden de bezuiniging ‘versleutelen’. Dat wil zeggen: verdelen over de departementen. Iets wat Bolkestein absoluut niet wilde.
Van Mierlo: ‘Ik heb in mijn dagboek gezien, dat ik al de vijftiende juni al het eerste vermoeden krijg dat Bolkestein op een breuk uit is. Dat schrijf ik op en twee dagen later zet ik het neer als een soort bijna zekerheid. “Ik weet nu bijna zeker”, staat er, “dat Bolkestein op een breuk afstevent.” Hij zal het misschien zelf ontkennen maar ik heb het over mijn voorgevoelens en niet over de zijne.’
Over die zondag zegt hij: ‘Ja, dat is moeilijk. Dat is dat is buitengewoon bewolkt, crispy, maar ’s middags al een geladen sfeer. En dat we conclusies zouden trekken een uur later of twee uur later in “Des Indes”. Waarom dat uit elkaar gehaald was, weet ik niet. Ik geloof dat we het geheim wilden houden. Ik ben toen weggeglipt na die onderhandelingen ’s middags. Ik had absoluut geen zin. Ik was ook kwaad op wat er gebeurde. Ineens was Bolkestein met echt nieuwe voorstellen gekomen. Nieuwe eisen en dus dan is gebeurd wat je eigenlijk verwacht. Dat versterkt dan even je boosheid. Dus ik was een beetje kwaad.’

Bolkestein luistert toe

Het debat in de kamer

Verhitte hoofden
De vraag is of Bolkestein puur om inhoudelijke redenen besloten had niet verder te willen gaan met de onderhandelingen of dat hij uit strategische overwegingen besloot op een breuk aan te sturen. Van Mierlo vermoedt dat er binnen de VVD vanuit de rechterflank aardig wat bezwaren waren tegen Paars en dat Bolkestein daar iets mee moest doen. 

Bolkestein: ‘Zo eind juni was ik van mening dat de voorstellen ten aanzien van de sociale zekerheid totaal onvoldoende waren. Het ging om een bedrag van 5,7 miljard gulden. Kok en Van Mierlo wilden dat versleutelen over de departementen. Maar die versleuteling werd niet precies ingevuld. Dat werd overgelaten aan de minister. Ik was daar een uitgesproken tegenstander van. Ik was bang dat het er niet van zou komen. Ik wilde dus absoluut dat die 5,7 miljard zou worden belegd met concrete afspraken. Waar, wanneer en hoe er zou worden bezuinigd in de sociale zekerheid. En ik heb toen in de Tweede Kamer gezegd: “Dit is Lubbers IV zonder Lubbers, veel gefröbel, weinig maatregelen van formaat. En dat is reden dat ik gebroken heb.” Ik had het vertrouwen verloren.’
Op 29 juni debatteerde de kamer in aanwezigheid van de drie informateurs Vis, De Vries en Van Aardenne over de breuk. Het ging er heftig aan toe en Kok en Van Mierlo maakten de kamer en Bolkestein duidelijk dat zijn standpunt als een duveltje uit een doosje kwam.
Bij Van Mierlo kwam de breuk misschien wat harder aan dan bij de twee andere onderhandelaars Kok en Bolkestein. Zij hadden immers altijd enige reserves gehad ten aanzien van een Paars kabinet. Maar voor Van Mierlo was Paars echt iets wat er moest komen. Hij had nog steeds de sleutel in handen en wees zowel centrumrechts als centrumlinks van de hand. Centrumrechts, omdat Bolkestein teveel wilde bezuinigingen en centrumlinks omdat CDA en PvdA te veel zetels verloren hadden. Zijn standvastigheid zou worden beloond.

Paars I met koningin Beatrix op het bordes van paleis Noordeinde

Paars en de puinhopen

De keuze van Kok
Na de breuk en het kamerdebat ging informateur Tjeenk Willink weer aan de slag. Hij kwam op 6 juli tot de conclusie dat de breuk in Paars niet definitief was en dat er een informateur van VVD-huize zou moeten komen. Tot ieders verrassing benoemde koningin Beatrix PvdA-fractievoorzitter Wim Kok tot informateur. Kok kreeg de opdracht een ‘proeve van een regeerprogramma te schrijven’. Hij rondde het programma op 29 juli af en voerde vervolgens gesprekken met de drie onderhandelaars Elco Brinkman, Frits Bolkestein en Jacques Wallage (die de plaats van Kok had overgenomen als onderhandelaar). 

Pas op het laatste moment maakte Kok definitief de keuze voor de VVD en niet voor het CDA. Brinkman bleef op zijn strepen staan ten aanzien van de WAO, terwijl VVD-leider Bolkestein wel heel graag mee wilde regeren en wel wat zag in de proeve die Kok geschreven had. Bolkestein:”Ik herinner mij dat ik op een donderdagavond eind juli, 's avonds laat met de heer Kok heb gesproken. Hij zag er slecht uit. Hij stelde mij bepaalde zaken voor over het inkomensbeleid. Ik zei dat ik die niet kon aanvaarden. Hij vroeg of ik bereid was er een nachtje over te slapen. Ik zei natuurlijk. Bij het afscheid zei ik, omdat ik iets aardigs willen zeggen: Wim, besluit nu maar zoals je goeddunkt. Hij mocht dus kiezen. Ik reed toen naar huis en ik kreeg het gevoel dat ik ‘de klas zou worden uitgestuurd’. We zouden die dag erna, vrijdag 29 juli, bijeenkomen. Ik vertelde onder weg naar Den Haag aan Kok: “Ik kan je niet tegemoetkomen”. Einde gesprek. Een half uur later belde hij mij op om te zeggen dat hij toch voor de VVD had gekozen. Dus niet voor het CDA.’
Van Mierlo: ‘Er was gewoon geen andere mogelijkheid dan Paars. Bolkestein heeft geen voorbehouden gemaakt. Kok zag bij Bolkestein gewoon meer ruimte dan bij Brinkman.’
Als de informatieronde is afgerond gaat Kok over tot de formatie van zijn eerste kabinet, oftewel Paars I. Op 22 augustus 1994 wordt het kabinet Kok I beëdigd.

Nu Paars definitief achter de rug is, lijkt het mode om Paars te verketteren. Bolkestein is daar tamelijk uitgesproken over: ‘Ik vind het belachelijk. Waar spreekt men over in Duitsland, Frankrijk, Italië? Ik kan het goed bekijken. Twee thema's: schatkisttekort en werkloosheid. Die problemen bestaan niet meer in Nederland. Dankzij het goede sociaal economische beleid van de twee kabinetten. Natuurlijk blijven er problemen, maar die grote problemen zijn opgelost. Dus om te spreken over puinhopen is belachelijk!’
Van Mierlo: ‘Pim Fortuyn heeft alle kansen gekregen om het Paars-imago kapot te krijgen en had daartoe handreikingen gekregen. Het was op een of andere manier ook te veel voor Nederland. Twee kabinetten achter elkaar, kennelijk.’

Beeldmateriaal

Instituut voor Beeld en Geluid

Credits
  • Tekst en research
    Yfke Nijland
  • Regie
    Godfried van Run
Geïnterviewden Bronnen
  • Informateur Jan Vis (D66)
    Jan Vis

    Informateur

  • Frits Bolkestein, oud-fractieleider van de VVD
    Frits Bolkestein

    Oud-fractieleider VVD

  • De onttovering van Paars

    Max van Weezel en Michiel Zonneveld, De onttovering van Paars, Van Gennep, Amsterdam, 2002

  • Dagboeknotities op de vierkante kilometer

    Emile Bode, Paars. Dagboeknotities op de vierkante kilometer, SDU, Den Haag, 1994

  • Paars en de managementstaat

    Jouke de Vries, Paars en de managementstaat, Garant, Leuven-Apeldoorn, 2002

  • Handelingen Tweede Kamer

    Handelingen Tweede Kamer, 29 juni 1994, 83-5653/5655/5656

  • De formatie van de Paarse coalitie

    R.B. Andeweg, De formatie van de Paarse coalitie, DNNP, 1998

  • Een hete zomer op het Binnenhof

    J. Th. J. van den Berg, Een hete zomer op het Binnenhof, S & D, 1994

Vragen?

Heeft u vragen, ideeën of opmerkingen?

Neem dan contact op met de redactie: