↳ Enter om te zoeken
Portret van Marie Adelaïde de France in Turkse jurk (Jean-Etienne Liotard, 1753)

In de loop van de achttiende eeuw werden in Europa in de mode en de beeldende kunst steeds vaker stereotype Turkse voorwerpen en taferelen verwerkt. Dat gebeurde ook in de literatuur, de muziek, de tuinarchitectuur en het interieurontwerp. Er was echt sprake van een "Turkomanie" die vooral in Frankrijk, Engeland, Oostenrijk en Duitsland, maar ook in Nederland aansloeg.

De 18e-eeuwse Turkije-rage vormde een sterke trendbreuk met de eeuwen daarvoor. Tot diep in de zeventiende eeuw was in Europa het standaardbeeld van ‘de Turk’ ronduit negatief. Veel publicaties hadden louter tot doel om vanuit een anti-islamitische houding een ondersteuning te zijn voor de strijd tegen de Turken. In pamfletten en afbeeldingen uit die tijd was de Turk de erfvijand van het christendom, waarmee zo spoedig en bloedig mogelijk diende te worden afgerekend.

In de zeventiende eeuw stagneerde de opmars van het Ottomaanse Rijk. De beruchte Turkse nederlaag bij het beleg van Wenen in 1683 werd 16 jaar later gevolgd door het verdrag van Karlowitz, dat een eind maakte aan wat de Grote Turkse Oorlog was gaan heten. Het Ottomaanse rijk vormde geen bedreiging meer voor Europa.

Als gevolg van ontdekkingsreizen kwam er een grote belangstelling voor gebieden buiten Europa. Er was ook een klasse ontstaan die het zich kon veroorloven om producten uit die regio’s te consumeren. Wat van ver kwam werd opeens gewild.

Franse vertaling van Duizend en één nacht (Antoine Galland, 1717)
Franse vertaling van Duizend en één nacht (Antoine Galland, 1717)

Achttiende eeuw

Als gevolg van deze ontwikkelingen werd het beeld van de Turk in de hogere Europese kringen positiever en ontstond er belangstelling voor ‘exotische’ zaken uit het Ottomaanse rijk. De eerste Europese vertaling (vanuit het Arabisch in het Frans) van de verhalen van Duizend-en-een-nacht droeg daar een stevig steentje aan bij.

Die vertaling van Antoine Galland werd in 1717 gepubliceerd. Er volgden spoedig versies in andere Europese talen. Het jaar van de eerste Franse uitgave viel aan het begin van een tijdperk in het Ottomaanse rijk dat aangeduid wordt als de "Tulpenperiode". De periode kenmerkt zich onder meer door een extravagante stijl aan het hof en bij een deel van de Ottomaanse elite. In deze periode werden de diplomatieke relaties met West-Europa versterkt. Ottomaanse delegaties werden naar veel Europese hoofdsteden gezonden. Europese afvaardigingen kregen op hun beurt ook meer bewegingsvrijheid in Istanboel.

Erotiek en fantasie

Er ontstond in sommige Europese kringen een beeld van oosterse rijkdom, waarin ook erotiek een belangrijke rol ging spelen. Die belangstelling had feitelijk niet zoveel te maken met de werkelijkheid in het Ottomaanse rijk, maar was in de eerste plaats een product van Europese fantasieën over de Oosterse cultuur. Die fantasieën over de Oriënt als een plaats met vooral luxe, rijkdom en erotiek gaf Europese kunstenaars en consumenten de gelegenheid om zich te onderscheiden.

Kunstenaars en filosofen gebruikten de Oriënt als een wereld waarin ze hun opvattingen over de eigen samenleving konden beschrijven. De Franse schrijver Montesquieu bijvoorbeeld gebruikte het thema in Perzische brieven voor een aanval op de Franse monarchie. Voltaire liet Candide in zijn vergelijking van verschillende naties onder meer naar het Ottomaanse Rijk reizen.

Ook componisten maakten gebruik van Turkse thema's in de voorstelling van opera's en operettes zoals 'Die Entführung aus dem Serail' van Mozart, 'Il turco in Italia' van Rossini en 'Tamerlano' van Händel. Aan enkele Europese hoven werd Turkse muziek populair, vooral die van de muziekkorpsen van de zogenaamde "janitsaren". ‘Turkse muziek’ was oorspronkelijk een term die gebruikt werd om de percussie-instrumenten in een orkest aan te duiden. De diverse hoven concurreerden met elkaar in gezelschappen die deze Ottomaanse instrumenten beheersten. In de Opéra comique 'Le cadi dupé' van Christoph Willibald Gluck werd vrijwel alleen van deze instrumenten gebruikgemaakt.

De grootste invloed heeft de rage in de mode en schilderkunst opgeleverd. Jurken en sultane of en circassienne waren erg populair. Veel van die ontwerpen waren ook te zien in het toen in Europa toonaangevende modeblad ´Galeries des Modes´. Veel vrouwen uit de betere kringen lieten zich op schilderijen afbeelden in Turkse kledij.

Geuzenpenning met opschrift "Liever Turcx dan paus"
Geuzenpennig met opschrft ´Liever Turcx dan Paus´

"Liever Turks dan Paaps"

In 1612 gingen de Republiek der Verenigde Nederlanden en het Ottomaanse Rijk voor het eerst politiek en zakelijk samenwerken. Er werden handelsverdragen gesloten en ambassadeurs benoemd. In de 17e en 18e eeuw vormde de handel op de Levant een belangrijke bron van inkomsten voor de Nederlanders. De Geuzen gebruikten zelfs de leuze ‘Liever Turks dan Paaps’ in hun strijd tegen de Spanjaarden.

Tijdens de Tachtigjarige Oorlog steunde het Ottomaanse Rijk de strijd van de Nederlanden tegen de Spanjaarden. Na de verovering van Sluis in Zeeuws-Vlaanderen in 1604 door het Staatse leger trokken de Spaanse troepen weg. Zij lieten 1.500 galeislaven achter onder wie een groot aantal moslims uit het Ottomaanse Rijk, die kortweg werden aangeduid als ‘Turcken’. De Turken werden vrijgelaten en naar huis gestuurd. Zo verkreeg de Nederlandse opstand de steun van het Ottomaanse Rijk. Het gehucht Turkeye nabij Sluis herinnert nog aan deze periode.

De leuze ‘Liever Turks dan paaps’ werd waarschijnlijk voor het eerst gebruikt tijdens hagenpreken te Antwerpen in 1566, het jaar van de Beeldenstorm. De leuze wordt ook gevonden op zilveren geuzenpenningen in de vorm van een Turkse halve maan, die door de geuzen aan hun kleren werden gedragen. Ook werden de preekstoelen in bepaalde protestantse kerken bekroond met een Turkse halve maan.

De band tussen Turkije en Nederland was ook terug te zien in de botanie. In die tijd gingen tal van Nederlandse botanici naar Turkije om daar de lokale flora te bestuderen. Vervolgens namen ze ook weer talloze bloemen en planten mee naar huis. Zo vonden onder meer de tulp en de hyacint hun weg naar ons land.

Verder vervulde het Turkse tapijt lange tijd, vanwege zijn kostbaarheid en kleurenpracht, de rol van statussymbool in menig Nederlands interieur. Later zouden daar nog diverse meubels van Turkse oorsprong, zoals de divan en de sofa, hun plek vinden.

Ook de Turkse keramiek, vooral afkomstig uit Izmir, sprak zeer tot de verbeelding van de Nederlanders. Zo werden de kleurige Turkse bloemmotieven op een geheel eigen wijze verwerkt in het Nederlandse aardewerk.

Beleg van Wenen door de Turken (Frans Geffels, 1683)
De Ottomanen omsingelen Wenen. Schilderij van Frans Geffels

Alla turca

Daarnaast ontstond in deze tijd de architectuur ‘alla turca’. Bekendste voorbeeld hiervan is de kiosk. Een kiosk is een klein, vrijstaand gebouwtje, en kennen we tegenwoordig vooral als winkeltje.

Een kiosk was echter al een bekend fenomeen in de dertiende eeuw in Perzië, India en het Ottomaanse Rijk. Het waren oorspronkelijk tuinpaviljoens die aan alle zijden open waren. In de achttiende eeuw werd de kiosk door Turkse invloed ook gemeengoed in Europa.

Tot slot vonden ook diverse genotsmiddelen hun weg via Turkije naar Nederland. Zo is koffie – en het koffiehuis – via de Turken hier terechtgekomen. Bij tabak ligt het iets anders. Tabak komt oorspronkelijk uit de Verenigde Staten, maar werd in een vroeg stadium in Turkije geïmporteerd. Turkse pijpen (van meerschuim) waren lange tijd een statussymbool in Nederland. Later zou de Turkse sigaret, vanwege de hoge kwaliteit, deze rol overnemen.

Het positieve beeld van de Turk bij de Europese elite verdween aan het begin van de negentiende eeuw. Dat kwam vooral door de onafhankelijkheidsbewegingen op de Balkan, die streden tegen de ‘onderdrukkende’ Turken.

Credits
  • Micha Peters

Meer Andere Tijden