↳ Enter om te zoeken
22 maart 2005

Special: De Andere Jaren Vijftig

Andere Tijden De Andere Jaren Vijftig rokende jongetjes
Bekijk Video
58 min

Onbekend filmmateriaal in kleur

Tegenover de kleurrijke jaren zestig en de vrijgevochten jaren zeventig staken ze altijd wat bleekjes af: de jaren vijftig. De jaren van burgerlijkheid, truttigheid, verzuiling en de allesoverheersende spruitjeslucht. Een saaie tijd van hard werken, sober leven, een gezagdragende overheid en een onaantastbare kerk. Langzaam maar zeker komt er verandering in dit eenzijdige beeld van de jaren vijftig. Wie immers verder kijkt op de fundamenten van knus en kneuterig vindt de eerste contouren van de moderne samenleving. Deze extralange jubileumuitzending geeft de spanning tussen traditie en vernieuwing weer die de jaren vijftig zo hebben gekenmerkt.

De titel ‘De andere jaren vijftig’ slaat echter bovenal op de gebruikte archiefbeelden die de kijker een andere – gekleurde – blik op de jaren vijftig gunnen. Een vol uur nooit vertoonde filmbeelden veranderen de kijk op een tijd die we tot nu toe alleen maar in zwart-wit kenden. Kleurenfilm was duur, moest in het buitenland worden ontwikkeld en werd zowel door professional als amateur niet te pas en te onpas gebruikt. Vandaar dat de meeste Nederlanders alleen zwart-witfilms uit de jaren vijftig kennen: er is simpelweg heel weinig in kleur. Maar het ìs er wel.
Het idee voor de uitzending ontstond toen Gerard Nijssen, beeldresearcher bij onder meer Andere Tijden, aangaf dat er veel onbekend filmmateriaal in kleur uit de jaren vijftig was. Deze films, zo was het plan, zouden kunnen worden gebruikt om het vijfjarig bestaan van Andere Tijden te vieren: met een extralange jubileumuitzending als een cadeau aan de kijker. En waar kan je het kijkerspubliek – dat een gemiddelde leeftijd heeft van boven de vijftig - beter mee verrassen dan met een kleurenfilm die een sfeerbeeld geeft van hun eigen jeugd of dat van hun ouders. Het zou een feest van herkenning moeten worden, een feest van kleur.

De Andere jaren vijftig is anders dan andere afleveringen van Andere Tijden: in de documentaire zitten geen interviews of verklarende commentaarteksten. De archiefbeelden staan centraal en spreken voor zich. Slechts één keer eerder koos Andere Tijden voor deze aanpak: ook de 4 mei uitzending ‘De Tweede Wereldoorlog in amateurfilm’ bestaat enkel uit archiefmateriaal.
Er is wel gebruik gemaakt van muziek uit de jaren vijftig: van Jerry Lee lewis en Rosemary Clooney tot Heleentje van Kappelle. Het aanstekelijke nummer ‘En dan gaan we naar de speeltuin’ dat we in de uitzending bij de beelden van spelende kinderen en kwajongens in de Amsterdamse binnenstad horen was indertijd een gigantische hit.
Ook gebruikten we radiofragmenten uit de jaren vijftig, de tijd waarin iedereen nog naar zijn eigen verzuilde omroep luisterde. We horen hoe Philip Bloemendal de luisteraars in 1951 over de aankomst van Ambonezen in Rotterdam vertelt: “Allen hopen dat het verblijf slechts tijdelijk is.” Hoe verslaggever Jan de Troye vanuit een Amerikaans amfibievoertuig de ravage na de watersnoodramp beschrijft: “We rijden nu over Duiveland. Het is moeilijk te zeggen of we nog rijden, het is evengoed mogelijk dat we varen. We bewegen ons in ieder geval voort voor en door het water.” En hoe prins Bernhard over de noodzaak van export bericht.

Regie en samenstelling: Hein Hoffmann
Beeldresearch: Gerard Nijssen
Research en tekst: Judith Meulendijks

Uitzending: di 22 mrt 2005, 20.55 uur, Nederland 2.
Herhalingen: 11 juni 2011 en 21 mrt 2014.

Van propaganda- tot amateurfilm

Opvoeden

Alle films in kleur – in totaal meer dan 45 uur - zijn verzameld door Gerard Nijssen. Ze zijn voor een groot deel afkomstig uit de collectie van de RVD en uit het Filmarchief Smalfilmmuseum, beide onderdelen van het archief van het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid. Ook is er gezocht in collecties van regionale musea en in buitenlandse archieven.

We kunnen de films grofweg indelen in vier categorieën. De eerste is de opdrachtfilm: de overheid, van ministeries tot provinciale staten, gaven opdracht tot het maken van een mooie film met een duidelijk thema. Over wederopbouw, haringvisserij, industrialisatie, huizenbouw en de aanleg van de Noordoostpolder. Ook worden we overladen met beelden van folklore, de Rotterdamse haven, Schiphol en bollen, héél veel bollen. Ronkende propagandafilms die de veerkracht tonen van een land net na de oorlog; het zijn weinig spannende, maar toch vaak prachtige beelden. Overigens maakten ook bedrijven opdrachtfilms in kleur, zoals de Koninklijke Rotterdamsche Lloyd die een film over emigratie met de M.S.Sibajak naar Australië liet maken.
Veel van deze films zijn geënsceneerd. Zo zien we in Hans Brinker’s return twee acteurs die een Amerikaanse vader en zijn zoon spelen. Vader laat zijn nieuwsgierige kind alles zien waar Nederland trots op is: de molens, de dijken en de Amsterdamse grachtenpanden. En natuurlijk wordt het standbeeld van Hans Brinker – het jongetje dat zijn vinger in de Spaarndamse dijk stak - niet overgeslagen.
Diezelfde overheid wilde ons het liefst opvoeden. In de vele voorlichtingsfilms werd de Nederlander op het hart gedrukt dat het verstandig was om ondergoed met pijpjes te dragen - “dit is wel zo hygiënisch èn het goed gaat langer mee” - en dat we het verstandig was om te eten volgens de schijf van vijf. Natuurlijk mocht een theelepeltje levertraan in de dagelijkse voeding niet ontbreken.
In Vrij Buiten, een gespeelde voorlichtingsfilm in opdracht van de Provinciale Staten van Zuid-Holland, zien we dat Nederland al in de jaren vijftig als druk werd ervaren. Meneer Jansen probeert de Haagse drukte te ontvluchten, maar ook het Scheveningse strand is te vol. Nadat hij door een Haagse dame voor ‘kluivenduiker’ is uitgemaakt fietst hij naar het platteland. En dat, zo is de moraal van het verhaal, zouden meer randstedelingen moeten doen: “Geef hem de ruimte als hij roept om de natuur. Een terug tot de natuur voor alle duizenden in onze steden die licht, lucht en stilte nodig hebben. Broodnodig.”

De tweede categorie is de amateurfilm. Ook hierbij gold: kleurenfilm was duur en werd spaarzaam gebruikt. De smalfilmers legden veel familietaferelen vast, waarin voornamelijk het dagelijks leven en het hebben en houden van de cameraman is gefilmd. Zo zien we een kleinzoon die een bosje bloemen plukt voor zijn jarige opa, een familie die de wereldexpositie in 1958 in Brussel bezoekt, mensen die carnaval vieren in Valkenburg en een vader die zijn vrouw en kinderen op het strand van Terschelling filmt. Maar ook Juliana is op smalfilm te zien: de heer Emanuels, in die tijd minister van Financiën van Suriname, filmt in 1955 de koningin van heel dichtbij tijdens haar reis naar de kolonie.
Wat bij veel films opvallend is, is de bedreven manier van filmen en de moderne technieken die worden toegepast. Waarschijnlijk heeft de smalfilmer in de jaren ervoor goed geoefend met zwart-witfilms. Er worden zelfs speciale technieken toegepast, zoals ‘slowmotion’ in de film over het zwemfeest in België.
Bijzonder in dit licht zijn de filmpjes van Emile Brumsteede, wiens gehele collectie in het bezit is van het Filmarchief Smalfilmmuseum. Deze amateur-filmer experimenteerde in de jaren vijftig graag met techniek en inhoud. Zijn filmpje ‘Grand ballet des ballais’ (vertaald: ‘het ballet der bezems’) uit 1953, waarin hij en zijn vrouw te zien zijn tijdens de grote schoonmaak is opvallend vanwege de gebruikte pixellation-techniek. De enkelbeeld opnamen en de ritmische montage geven de illusie van een ballet. Ook heeft Brumsteede een zeer experimenteel filmpje in kleur gemaakt dat is gebaseerd op het nonsensrijmpje ‘De blauwbilgorgel’ van Cees Buddingh.
Andere beelden vallen op vanwege de inhoud. Zo heeft een filmer de wedstrijd Nederland-Turkije in 1958 vanaf de tribune vastgelegd. Dit levert unieke beelden op omdat je sportwedstrijden, tenzij je er zelf bij was, nooit in kleur kon bewonderen.
Veel amateurfilms zijn kleine speelfilmpjes: zij zijn in scène gezet en bevatten soms zelfs titelbladen. Een goed voorbeeld hiervan is ‘De ontmoeting’, een korte film uit 1959 van Frits Huyse, waarbij de camera alleen de benen laat zien van een man en een vrouw die samen een wandeling door Haarlem maken. Na het bezoeken van de bioscoop en een drankje op het terras blijkt de kijker op het verkeerde been te zijn gezet: het is niet een verliefd stel dat we zojuist hebben gevolgd, maar een grootvader en zijn kleindochter.

De derde categorie is de Polygoonfilm. De meeste kleurenfilms van Polygoon Hollands Nieuws, die in de bioscoop werden vertoond, hebben betrekking op het koningshuis. Onder de veelbelovende titel ‘Pracht en praal op prinsjesdag’, zien we van verschillende jaartallen kleurenbeelden van de derde dinsdag in september. ‘Het sprookje van de gouden koets’ bevat beelden van Juliana en Bernhard tijdens hun tocht door Den Haag en van de koningin die de troonrede voorleest.
Ook waren de bioscoopbezoekers in de jaren vijftig getuige van diverse buitenlandse reizen die het koninklijk paar maakte. In 1955 bezochten Juliana en Bernhard zowel de Nederlandse Antillen als Suriname. De herkenbare commentaarstem van Philip Bloemendal doet de kijker uitvoerig verslag van de reis van het koninklijk paar. Zo zien we hoe zij in bootjes van het ene naar het andere ‘bosnegerdorp’ varen, alwaar zij “worden begroet door bosnegers en wajana’s, Indianen.” Ook wordt er in de films veel gedanst voor en door het koninklijk paar. Zo verlenen Juliana en Bernhard in Paramaribo “audiëntie aan vier grootopperhoofden van de oerwoudbewoners en voeren bosnegers een dans op”. In Paramaribo doet Juliana zelf mee aan een rondedans, zoals we in de uitzending kunnen zien.
Ook toen prinses Beatrix in 1958 de West bezocht, was de cameraploeg van Polygoon erbij om uitgebreid verslag te doen van de reis.
Tot slot zijn er onder de 45 uur kleurenmateriaal nog enkele buitenlandse films, zoals een Spaanse film die laat zien waar Nederland om bekendstaat: klompen, molens en Nederlandse exportproducten. Ook de potloden en de flessen frisdrank ontbreken niet.

Door de keuze voor kleurenfilm was de inhoud van de uitzending echter wel aan beperkingen gebonden. Juist die spannende beelden die de eerste aantasting van de bestaande veilige kaders weergeven: ze zijn er niet of nauwelijks in kleur. Het ontstaan van de verzorgingsstaat, op ‘chewing-gum’ kauwende nozems op brommers, Rock and Roll, de Koude Oorlog en de angst voor de Bom: allemaal in zwart-wit.
Toch ontbreken de spannende beelden niet in zijn geheel. Nijssen vond ook filmbeelden die nu eens niet enkel braafheid en burgerlijkheid dicteren. De blauwbilgorgel, het rare rijmpje van Cees Buddingh is hiervan een goed voorbeeld. De amateurfilmer Emile Brumsteede geeft in deze film uit 1950 zijn impressie van het nonsensrijmpje van Buddingh en dit levert bijna psychedelische beelden op. Ook zijn in De Andere jaren vijftig beelden te zien van een schilderij van Karel Appel die als onderdeel van de CoBrA-groep (1948-1951) voor heel wat opschudding zorgde. In een tijd dat in één op de vijf Nederlandse huiskamers ‘het hertje van Van Meegeren’ aan de wand hing, zorgden kunstenaars als Appel, Constant en Corneille voor vernieuwing in de Nederlandse kunstwereld. En natuurlijk zorgde Simon Vinkenoog, die in deze aflevering het commentaar verzorgt, in de jaren vijftig voor een ander geluid: als één van de experimentele dichters die samen met onder andere Remco Campert en Hugo Claus ‘de vijftigers’ vormden, zorgde hij voor heel wat opschudding in de Nederlandse literaire wereld.

Simon Vinkenoog

Om aan de documentaire een poëtische inslag te geven is dichter en chroniqueur Simon Vinkenoog (1928) gevraagd om aan de hand van de beelden een tekst te schrijven over de jaren vijftig. Deze teksten heeft hij vervolgens op een band ingesproken en zo klinkt zijn authentieke stemgeluid als commentaar bij de documentaire. We horen zijn visie op de jaren vijftig, de tijd waarin hij als één van ‘de vijftigers’ verantwoordelijk was voor een revolutionaire wending in de literaire wereld.

Vinkenoog debuteerde in 1950 met de dichtbundel Wondkoorts en in 1951 was hij de samensteller van de nu klassieke bloemlezing Atonaal. In de volgende vijf decennia publiceerde hij regelmatig poëzie, proza, beschouwingen en recensies. Vinkenoog was met Lucebert één van de voormannen van de ‘Beweging van vijftig’, individualisten die zich in de jaren vijftig verzetten tegen het heersende dichtklimaat en daar tegenover de experimentele ‘nieuwe poëzie’ plaatsten. Hierbij namen associatie en vrij ritme de plaats in van maat en metrum. Vinkenoog is altijd een belangrijke figuur, stimulator en gangmaker in de literaire wereld gebleven.

Hieronder is de commentaartekst van Simon Vinkenoog uit De Andere jaren vijftig te lezen:

“Oh Nederland, oh Nederland, wat zie je er van boven prachtig uit. Met je verre horizon, zo kleurig in het voorjaar, met je recht doornsneden landjes en zilveren waterstromen als een abstract schilderij van vlakken en lijnen.

We hangen aan tradities. Woensdag gehaktdag, vrijdag eten we vis, de voorjaarsschoonmaak en maandag is wasdag. We zijn een proper volk en gans het land hangt na het weekend vol met witgoed. Bollend in de wind. Autoriteiten bemoeien zich nog met ons en geven aanwijzingen hoe we hygiënisch, maar vooral hoe we gezond moeten leven.

Waar gaan wij heen? Waar zijn wij met zijn allen onderweg? Hoe brengen wij onze dagen door? Wat is er te zien, wat staat te gebeuren?
Aan de kleding herkennen we het beroep: de verpleegsters, de postbodes, de obers, de schoorsteenvegers, aannemers, glazenwassers, de olieman.
Maar prominent in het straatbeeld zijn de gestropdaste ambtenaren met hun broodtrommeltje onder de snelbinder op de bagagedrager. De vierde macht dijt verontrustend uit. Het ambtenarenapparaat, de instellingen, de productschappen, de consultatiebureaus, de schoolmeesters, de ziekenfondsbodes, de regelaars, de betuttelaars.

In de steden wonen we met z’n allen op, achter en boven elkaar. En praten nog met de buren. We schrijven elkaar nog brieven, telefoon is er nog nauwelijks, maar de post komt nog wel twee keer per dag. En auto’s zijn geen bezienswaardigheid meer.
De wasteil staat op het aanrecht, de boeken in een tomadorek. We zijn van goeden wille, we lezen Panorama, de Katholieke Illustratie, De Spiegel of De Lach. En als de kinderen naar bed zijn, zet moeder koffie en steekt vader een rokertje op, het liefst Miss Blanche, Chief Whip of North State. De taken zijn afgebakend: de vrouw zorgt voor het huishouden, de man bouwt het land op.

En dat gaat natuurlijk wel ergens om: wederopbouw is niet niets. Daar moet nog veel puin worden geruimd, daar moeten veel handen voor uit de mouwen worden gestoken. Hard gewerkt, wakker gepord. Bouwbedrijven, aannemers en arbeiders op wie het zware handwerk komt te rusten.

Water, hout, steen, staal: in de hoogovens gloeit, walst en hamert het ijzer. De scheepsbouw floreert en er is altijd wel een vorstelijk personaadje te vinden die de ter waterlating met een traditionele fles champagne wil verrichten.

Studebakker, Simca oldmobile, Morris minor, Renault 4, DKW union vauxhall, Opel kadett, Peugeot en Fiat om er maar een paar te noemen. Van ABS, autogordels en milieuproblemen had nog niemand gehoord. De wegen worden drukker, maar het straatbeeld ziet er mooi uit.

De kleur van vrijheid is voor de schilder van Cobra. De fantasie, los van onderwerp en materie schilderen ze zich onsterfelijk. In de literatuur veroorzaken de Vijftigers met hun experimentele poëzie een revolutie. Klank is belangrijker dan woorden en het publiek moet wennen aan dit absurdisme.

Ik ben de blauwbilgorgel. Mijn vader was een porgel. Mijn moeder was een porulan. Daar komen rare kinderen van. Raban, raban, raban. Ik ben de blauwbilgorgel. Ik lust alleen maar korgel. Behalve als de nachtuil krijst. Dan eet ik riep en rimmelrijst. Rabijst, rabijst, rabijst. Ik ben de blauwbilgorgel. Als ik niet wok of worgel. Dan lig ik languit in de zon. En knoester ik mijn knezidon. Rabon, rabon, rabon. Ik ben de blauwbilgorgel. Eens sterf ik aan de schorgel. En schrompel als een kriks ineen. En word een blauwe kiezelsteen. Ga heen, ga heen, ga heen.

De nieuwe welvaart leert ons recreëren en we trekken er massaal op uit: naar het strand, de bollen, de speeltuin, naar Madurodam en de Efteling opent haar poorten. Zelfs meerdaagse kampeervakanties raken in. Maar de huisvrouw zet alles opzij voor een bezoek aan de huishoudbeurs.

Oh waterlooplein, oh waterloooplein. Met je verdwenen geuren en kleuren. De hele wereld ligt er op straat, te kust en te keur. Al het nieuwe oud vuil van de welvaartstaat. En bijna voor niets. Waar je gulden een daalder waard is en waar iedereen elkaar kan ontmoeten.

In het donker vermaken we ons met Jenny, de eerste Nederlandse speelfilm in kleur over een gevallen meisje in niet zo’n blijde verwachting. In de pauze gaat het licht aan en rinkelt de Biobus, steevast gevolgd door een happy end. En zo wordt de schande beperkt.”

Tekst: Simon Vinkenoog, Hein Hoffmann

Naaktzwemmen

En dat in 1952!’ luidt de eindtekst bij dit filmpje en dat is precies wat de kijker denkt. Deze amateurfilm van een Nederlands gezin dat in België gaat naaktzwemmen lijkt zijn tijd wat vooruit: zowel qua inhoud als techniek. Hoezo benepen moraal? Moeder, dochter en zoon trekken de kleding uit en springen vanaf de boot in het water. Ook de gebruikte techniek is bijzonder modern: de filmer gebruikt zelfs slowmotion een functie die niet veel amateur-camera’s in die tijd bezaten. Hij moet, net als vele andere liefhebbers van de smalfilm, in de jaren ervoor veel geoefend hebben met zwart-wit.
Kleurenfilm was voor de amateur-filmer duur en dus werd het niet voor alles gebruikt. Enkel bij speciale gelegenheden werd het toegepast: bij vakanties of een bezoek aan een voetbalwedstrijd. En wat is er leuker dan om er een kleine speelfilm van te maken: dit zwemfeest is een goed voorbeeld van een geënsceneerde film. Heel gebruikelijk in de jaren vijftig.

Handen uit de mouwen

In de jaren van de wederopbouw na 1945 en aan het begin van de jaren vijftig was ‘hard werken en sober leven’ het credo. Door lage lonen en beperking van de consumptie kon er op grote schaal worden geïnvesteerd in de economie en in de collectieve sector. De jaren vijftig was hèt tijdperk van de grootscheepse industrialisatie en de toenemende export. Ook de Rotterdamse haven, als grootste van Europa, floreerde, zoals we in dit fragment kunnen zien en horen: “De meeste goederen die in de haven worden gebracht worden via de Rijn verscheept. Vele hiervan gaan regelrecht naar het hart van Europa.”
Ook horen we Prins Bernhard die in 1956 in het AVRO-radioprogramma ‘Uit het bedrijfsleven’ de noodzaak van export toelicht: “Voor een land als het onze waarvan het bestaan zo sterk afhankelijk is van zijn economische banden met het buitenland moet de export als een basis van zijn welvaart worden beschouwd (..). De naoorlogse ontwikkeling van de Nederlandse export is een van de meest opzienbarende uitingen van de Nederlandse levenskracht en ondernemingszin. Waar goederen worden uitgewisseld ontmoeten elkaar de mensen.”
En hij kan het weten, immers na de Tweede Wereldoorlog ontpopte de prins zich internationaal als een ware goodwillambassadeur voor het Nederlands bedrijfsleven.

Fragment: Rotterdamse haven

Radiofragment: Prins Bernhard vertelt over de noodzaak van export in het Avro-programma ‘uit het bedrijfsleven’, 1956

De watersnoodramp

De watersnoodramp van 1953, waarbij grote delen van Zuid-Holland, Zeeland en Noord-Brabant onder water kwamen te staan en waarbij circa 1800 mensen om het leven kwamen, zagen we tot nu toe alleen in zwart wit. In De Andere jaren vijftig zien we deze nationale ramp voor het eerst in kleur! Deze unieke beelden vond Gerard Nijssen na een jarenlange zoektocht in het RVD Filmarchief. Nijssen: “Op het moment dat er van een gebeurtenis kleurenmateriaal opduikt wordt het veel levendiger, veel sensationeler. Dat geldt ook voor de beelden van de watersnoodramp.”
We zien hoe de bevolking en toegestroomde hulptroepen zandzakken leggen, hoe tijdelijke dijken worden aangelegd, hoe met de trein materiaal wordt aangevoerd en hoe de laatste caissons worden gelegd. Bovenal zien we de totale verwoesting, voor het eerst in kleur.
De beelden worden ondersteund door enkele radiofragmenten. Jan de Troye doet vier dagen na de ramp verslag vanuit een ‘duck’, een Amerikaans amfibievoertuig. “Links, ja links daar is een gat in de dijk. Het water dat staat er rustig in, heeft zijn kracht verloren en nergens is meer aan te zien dat dit grauwe stille water ooit een dergelijk fantastische, ongelofelijke kracht heeft kunnen ontwikkelen waarmee dit hele eiland, dit hele Zeeland, praktisch van de kaart gevaagd is.”
Herman Felderhof, Are Kleywegt en Guus Weitzel reporteren op 2 mei 1953, drie maanden na de ramp, over het dijkherstel: “Reeds momenteel wordt aan het voorlopig herstel van de polderdijken op Schouwen-Duiveland gewerkt en hiermee is zelfs thans alleen voor dit eiland een loonbedrag gemoeid van ongeveer 15.000 gulden per week.”
Op 11 mei 1953 doet journalist Jan de Troye verslag van de dijkdichting van Ouwerkerk. Als het tweede caisson is geplaatst wordt de heer Metselaar, technisch hoofd ambtenaar rijkswaterstaat, om commentaar gevraagd: “ik acht de operatie volkomen geslaagd!”

Fragment: De watersnoodramp

Radiofragmenten:
- Jan de Troye, reportage vanuit Schouwen Duiveland, 5 februauri 1953,
- Herman Felderhof en Guus Weitzel, reportage vanuit Shouwen Duiveland, 2 mei 1953
- Jan de Troye, verslag van de dijkdichting van Ouwerkerk, 11 mei 1953

Reclamefilmpjes

In De Andere jaren vijftig zijn enkele reclamefilmpjes uit de jaren vijftig te zien: van Hero limonade tot Amstel bier. Opvallend is de lengte van de reclames: sommige duren wel vijf minuten. Ze zijn afgestemd op vertoning in de bioscoop, waar het publiek in afwachting van de spannende film de reclame gelaten over zich heen liet komen.
Sommige reclames zijn vanwege de mooie beelden, de heldere kleuren en/of de cameratechniek wel degelijk het bekijken waard. Een goed voorbeeld van een mooie reclamefilm is die uit 1954 waarin Caltex Super IC+ benzine wordt aangeprezen. De bioscoopbezoeker zag de mooiste auto’s voorbij komen met de boodschap: “Laat voortaan aan de zilveren pomp uw tank vullen met Caltex platinum Super IC+ benzine, dan weet u zeker dat uw motor de meeste kracht levert: op commando!” Overigens bestaat het merk Caltex niet meer, terwijl dat in de jaren vijftig hèt benzinemerk was.
Opvallend zijn de vele reclames voor Philips, die als geen ander een tijdsbeeld weergeven. Philips maakte in de jaren vijftig een ongekende groei door, met een omzet die in tien jaar verviervoudigde. En dat moest de Nederlander weten: door middel van reclamespots in kleur. Philips vertegenwoordigde de nieuwe materiele welvaart die halverwege de jaren vijftig werd ingezet: producten als de Philips hoogtezon, Philips lampen en een Philips televisie hoorde bij het moderne leven. Echter deze luxeartikelen waren niet voor iedereen weggelegd: zo kostte de Philips Hoogtezon in die tijd 76 gulden, dat zou nu omgerekend ruim 220 euro zijn.

Fragment: Philips Hoogtezon

De Blauwbilgorgel

De bekende amateurfilmer Emile Brumsteede (1911-1962) maakte in 1950 deze film, die is gebaseerd op het eerste gorgelrijmpje van Cees Buddingh. Hiermee won hij op de NOVA nationale wedstrijd de tweede prijs in de categorie Absolute- en Fantasiefilms.

Brumsteede maakte in zijn korte leven een groot aantal speelfilms en experimentele films. In 1947 werd hij lid van de HAF, de Haagsche Amateur Filmclub, en zorgde daar een jaar later voor grote opschudding met zijn film ‘De Sigaret’. In een tijd waarin de techniek het belangrijkste criterium leek bij de beoordeling van een film, werd zijn tamelijk slordig uitgevoerde film bekroond vanwege de filmische kwaliteiten en de montage. Dit voorval bracht een ommekeer teweeg; vanaf dat moment kwam er meer aandacht en waardering voor experimenten.

Voor Emile Brumsteede was filmen vooral een creatieve bezigheid. Zijn fantasie was onuitputtelijk en hij bedacht zelf allerlei trucs en handigheidjes om bepaalde effecten te krijgen. Zo paste hij bijvoorbeeld de animatietechniek toe op levende personen, door met de enkelbeeldknop steeds enkele beeldjes op te nemen van iemand in verschillende houdingen. Je kreeg zo een eigenaardige, schokkende en versnelde beweging, die vervreemdend werkte. Deze techniek wordt ook wel pixellation genoemd. Het is onder andere te zien in zijn film ‘Grand Ballet des Balais’, waarin hij en zijn vrouw een grote schoonmaak houden. Bij de inleidende tekst van deze uitzending, gepresenteerd door Hans Goedkoop, is een fragment uit deze film te zien.
Het gedicht van Cees Buddingh (1918 – 1985) ‘De blauwbilgorgel’ is al in 1943 geschreven in een sanatorium in Soest. Buddingh lag daar met tbc en bedacht de eerste van zijn gorgelrijmen. Hierna volgden nog 72 gorgels die allen gaan over fantasievolle dieren als de pantippel, de simmelot, de wasseneushoorn en het zilverzandhaasje.

De blauwbilgorgel
Ik ben de blauwbilgorgel,
Mijn vader was een porgel.
Mijn moeder was een porulan,
Daar komen vreemde kind’ren van.
Raban! Raban! Raban!

Ik ben de blauwbilgorgel,
Ik lust alleen maar korgel,
Behalve als de nachtuil krijst,
Dan eet ik riep en rimmelrijst.
Rabijst! Rabijst! Rabijst!

Ik ben de blauwbilgorgel,
Als ik niet wok of worgel,
Dan lig ik languit in de zon
En knoester met mijn knezidon.
Rabon! Rabon! Rabon!

Ik ben de blauwbilgorgel,
Eens sterf ik aan de schorgel,
En schrompel als een kriks ineen
En word een blauwe kiezelsteen.
Ga heen! Ga heen! Ga heen!

Cees Buddingh (1918-1985)

Fragment: De blauwbilgorgel

Commentaar: Simon Vinkenoog

Muziek: Karl Stockhausen - A song by Nezahualcoyotl (van de cd: Am Himmel wandre ich)

Naar de bollen

Geen enkel onderwerp is zo sterk vertegenwoordigd in de kleurenfilms van de jaren vijftig als de bloembollen: Neerlands trots en omvangrijke exportproduct. Maar liefst 8 van de 45 uur verzamelde kleurenfilms bestaat uit bollen en bloemen. We worden overladen met beelden van bloemencorso’s, fietsers met bloemenkransen, bloementeelt en de keukenhof in Lisse.
Op de praalwagens die in de bloemencorso meerijden zien we enkele belangrijke thema’s voorbijkomen die in de jaren vijftig speelden: een boot gemaakt van bloemen symboliseert ‘emigratie’ en met de tekst ‘Thank you Marshall’ in een hartvorm van bloemen worden de Amerikanen bedankt voor hun financiële hulp. ‘Op naar het millioen’ zoals we op een van de wagens vol trots kunnen lezen sloeg op de export van bollen. Die bedroeg in 1950 ruim 800.000 gulden: het miljoen was bijna bereikt.

Fragment: Bloemencorso

Muziek: Louis Davids – Naar de bollen

Goede kleding

Nichtje Kitty komt uit de grote stad op bezoek bij haar familie op het platteland. Natuurlijk draagt zij hiervoor de verkeerde kleding: pumps en een te nauwe rok maken haar het lopen ongemakkelijk. De film ‘Goede kleding’ werd in 1958 gemaakt in opdracht van de overheid met als doel om de boerenbevolking moderner te laten leven.
De bewoners van het platteland worden voorgelicht over de juiste kleding en natuurlijk weet nichtje Kitty daar alles van. Aan de hand van haar ondergoed worden wijze lessen uitgedeeld: “jonge meisjes vinden zo’n slipje met pijpjes heerlijk.” Deze betutteling vinden we in vele voorlichtingsfilms uit de jaren vijftig. De overheid las ons graag de les, of het nou om gezonde voeding of de juiste huisinrichting ging.

Fragment: Goede kleding

Emigratie en immigratie

En dan was er de emigratie: naar Noord-Amerika, Australië, Canada, Nieuw-Zeeland en Zuid-Afrika. De top werd bereikt in 1958 toen bijna 50.000 Nederlanders hun heil in een ander land zochten. Minister-president Drees noemde de uittocht ‘een zegen voor ons volk’, omdat het wat remmend werkte op de naoorlogse bevolkingsexplosie – tussen 1950 en 1970 steeg de bevolking met drie miljoen – die extra drukte op de wederopbouw. De overheid ontplooide een ongekende voorlichtingsdrift: zij maakte actief reclame en verleende op diverse manieren steun aan emigranten.
In de jaren vijftig was er ook al sprake van immigratie. In 1951 besloot de Nederlandse regering na veel wikken en wegen gedemobiliseerde Molukse militairen van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger en hun gezinnen tijdelijk naar Nederland te laten overkomen. Overal ter wereld werden schepen gecharterd om de ‘Ambonezen’ zo snel mogelijk uit het vijandige Indonesië te halen. In dit fragment zien we kleurenbeelden uit 1951 van de overtocht van Indonesië met de ‘Groote Beer’ naar Rotterdam. In totaal vonden er twaalf transporten plaats; de reis duurde ongeveer een maand.
Philip Bloemendal deed op de radio verslag van de aankomst van het tweede contingent Ambonezen in Rotterdam: “Voor de ontscheping hebben de vaders en moeders hun handen vol om de kroost warmpjes aan te kleden, want buiten is het guur, echt Hollands voorjaarweer. Niet minder dan 82 baby’s kwamen gedurende de overtocht ter wereld. De vorige reis van dit ooievaarschip waren het er ongeveer 60.”
Na aankomst werden de Molukkers overgebracht naar over het hele land verspreide woonoorden.

Fragment: Immigratie van Molukkers

Muziek: Tielman Brothers – black eyes

Radiofragment: Philip Bloemendal, verslag van de aankomst van het tweede contingent Ambonezen in Rotterdam, 1951

De huishoudbeurs

In de jaren vijftig werd de huishouding geautomatiseerd. De komst van elektrische apparaten bespaarde de huisvrouw veel tijd. Tal van nieuwe elektrische artikelen kwamen binnen bereik van steeds grotere groepen van de Nederlandse bevolking. De huishoudbeurs, door de kranten ook wel ‘het paradijs van de huisvrouw’ genoemd, vormde de ideale gelegenheid om de nieuwste snufjes te demonstreren en aan de man te brengen. De eerste beurs werd in 1950 in Den Haag gehouden en in 1955 werd deze naar de Amsterdamse Rai verplaatst. Het tijdstip van de jaarlijkse expositie was zeer bewust gekozen: het was de tijd van de voorjaarskriebels. En die kriebels werden omgezet in vlijtig schoonmaken.
Ook in de jaren vijftig ging het op de huishoudbeurs om 'noviteiten': om nieuwe en vernieuwde elektrische apparaten die nog sneller, nog praktischer werkten. Zo was het synthetische vaatdoekje het wonder van 1951 en zorgden de wasautomaten in 1952 voor grote ogen.
In dit fragment uit de film ‘Een goede gooi’ zien we een echtpaar, eigenaren van een elektriciteitswinkel, dat de nieuwste apparaten toont op de huishoudbeurs. Met grote bewondering wordt gekeken naar artikelen die nu als vanzelfsprekend aanwezig in de keuken worden beschouwd: een oven, een koelkast en een stekker. In de jaren vijftig werd door de toenemende welvaart het ideaal van de huisvrouw meer en meer doorsneepraktijk.

Fragment: De huishoudbeurs

Jenny

Jenny was in 1958 de eerste Nederlandse speelfilm in kleur en trok bijna zeshonderdduizend bezoekers. De film vertelt het verhaal van Jenny, een achttienjarige enthousiaste roeister die verloofd is met de kunsthandelaar Ed van Rijn (Maxim Hamel). Wanneer zij Ed bekent dat zij een baby verwacht en met hem wil trouwen, blijkt de jongeman daar weinig voor te voelen. Jenny, teleurgesteld en boos, besluit haar eigen boontjes te doppen. Inmiddels gaat het met de training voor de roeiwedstrijden niet zo goed, totdat Jenny's vriendinnen en haar coach alles voor haar in orde maken. Natuurlijk heeft de film een ‘happy end’: Ed vraagt Jenny ten huwelijk en ook de roeiwedstrijden, met Jenny als stralend middelpunt, worden een groot succes.
Het verhaal over een ongehuwd zwanger meisje was in 1958 dermate controversieel dat het voor regisseur Willy van Hemert een zware klus was om een actrice te vinden die de rol van Jenny wilde spelen. Uiteindelijk zien we zijn eigen dochter Ellen van Hemert in de titelrol. Kees Brusse speelt een rokende huisarts en Ko van Dijk zien we als de vader van Jenny. Ook Corrie Brokken is van de partij: zij zingt een lied in de nachtclub Carrousel.

Fragment: Jenny

Beeldmateriaal

Muziek

Allone together
CHET BAKER
CD: Chet Baker in Paris

Sensation number one
THE RAMBLERS
CD: The Ramblers, farewell blues

Spikes
THE RAMBLERS
CD: The Ramblers, farewell blues

Dashin’in
JULIAN DASH
CD: Julian Dash, the complete recordings

Voetbal jubileum mars
PHILIPS HARMONIE
CD: Koning voetbal, een muzikale ode aan 100 jaar voetbal

My blue heaven
GER VAN LEEUWEN, RIEDEL VAN KLEEF
CD: Die goeie ouwe radio, 32 successen uit de 50’er 60’er jaren

Doncha Go‘Way Mad
ROSEMARY CLOONEY
CD: Ring around Rosie, Rosemary Clooney and the Hi-Lo’s

Naar de bollen
LOUIS DAVIDS
CD: Louis Davids, was jij oprecht?

The galloping comedians
GENE KRUPA
Cd: Gene Krupa and his orchestra

Black eyes
TIELMAN BROTHERS
CD: Tielman brothers

A song by Nezahualcoyotl
KARL STOCKHAUSEN
CD: Am himmel wandre ich

Breathless
JERRY LEE LEWIS
CD: Collection Rock originals: Jerry Lee Lewis

En dan gaan we naar de speeltuin
HELEENTJE VAN CAPPELLE
CD: 18 gouden piratenhits deel 20

On the sunny side of the street
JOHNNY MEIJER
CD: Johnny Meijer

Bronnen
  • De Amerikaanse droom in Nederland

    Donkers, Jan, De Amerikaanse droom in Nederland, 1944 – 1969 (Nijmegen 2000).

  • Een stille revolutie

    Paul Luykx en Pim Slot Een stille revolutie: cultuur en mentaliteit in de lange jaren vijftig (Hilversum 1997).

  • Het jaren vijftig boek

    Mooij, Charles, de, e.a. Het jaren vijftig boek (Zwolle 2004).

  • Welvaart in zwart wit

    Schuyt, Kees e.a., 1950, Welvaart in zwart wit (’s-Gravenhage 2000).

  • Nuchterheid en nozems

    G. Tillekens, Nuchterheid en nozems, (Muiderberg 1990).

Meer Andere Tijden