↳ Enter om te zoeken
21 augustus 1961

De Berlijnse kwestie

Vluchtende Oost-Berlijnse VoPo, 1961
Bekijk Video
3 min
bouwMuur

'We hielden het voor onmogelijk, echt onmogelijk’

Op een vrijdagmorgen begin ik mijn fietstocht langs de zichtbare en onzichtbare overblijfselen van de Berlijnse Muur bij de beroemde ‘East Side Gallery’. Dit is meteen het grootst zichtbare overblijfsel van de Muur die Berlijn 28 jaar lang in tweeën deelde. Langs de rivier de Spree is 1316 meter van de Muur blijven staan. Na de val in 1989 hebben graffiti-kunstenaars zich er op uitgeleefd. De bekendste beelden zijn de kus tussen Brezjnev en Honecker en een Trabantje dat door de Muur heen lijkt te breken.

Vroeg op deze vrijdagmorgen is het hier al druk met groepen toeristen en is het lastig een foto te maken waarop geen toerist terecht komt. Terwijl dit de echte Muur is die de wijken Friedrichshain ten Oosten van de Spree en Kreuzberg ten Westen jarenlang van elkaar scheidde, verwacht ik dat de tragiek van deze periode mij meer op andere, stillere en soms zelfs onzichtbare plekken langs de route zal treffen.

Bij de Lohmühlerbrücke, een paar kilometer verderop, stak de Muur rigoureus de Lohmühlerstrasse over en de Hazerstrasse in. Hier moeten de bewoners in augustus 1961 verbaasd hebben staan kijken toen de eerste rollen prikkeldraad, betonblokken en andere geïmproviseerde wegversperringen werden geplaatst.

De eerste wegversperringen op het kruispunt Lohmühlerstrasse en Hazerstrasse vanaf de Lohmühlerbrücke, 1961 (Landesarchiv Berlin, Peter Kühnappel)

“Godzijdank, in het Westen”

Zo ook Helga Hoffmann die op een steenworp afstand woonde van de Lohmühlerbrücke en Hazerstrasse. Net als haar huidige levenspartner Manfred Strecker belandde ze op 13 augustus 1961 aan de westkant van de Muur. “Godzijdank, in het Westen”, zegt mevrouw Hoffmann. Voor haar scheelde het maar weinig. Strecker was 27 en Hoffmann 23 jaar oud in de zomer van 1961.

Meneer Strecker vertelt hoe de Muur hier niet in het midden van de straat werd geplaatst maar op de stoep aan de westelijke zijde. “De bewoners op de begane grond zagen alleen nog maar muur als ze uit het raam keken. Maar aan de oostelijke zijde was het nog erger, want daar werden de mensen uit hun huizen gezet en de ramen en deuren dichtgetimmerd. De huizen werden afgebroken om de brede grensstrook te kunnen creëren.” Strecker en Hoffmann waren erg verrast door de komst van de Muur: “We hielden het voor onmogelijk, echt onmogelijk dat Berlijn op die manier in tweeën zou worden gesplitst.” In de loop van 1961 was het wel bekend onder de bevolking dat er steeds meer mensen uit het Sovjet deel van Duitsland vertrokken naar het meer welvarende Westen, maar volgens Hoffmann en Strecker verwachtte niemand dat er een muur zou komen, zoals die er kwam.

Met de jaren werd de aanwezigheid van de Muur normaal, hoe gek dat ook klinkt, zeggen beiden. Mevrouw Hoffmann zegt zelfs, een beetje beschaamd, dat het “eigenlijk wel lekker rustig werd” bij haar in de straat. De auto’s konden immers verderop niet meer verder rijden. Ook hadden ze allebei het geluk dat er geen familie of goede vrienden aan de oostkant terecht kwamen. Hoffmann herinnert zich de trieste aanblik van mensen die gescheiden waren en naar elkaar zwaaiden bij de wegversperringen hier in de Hazerstrasse. Maar volgens beide haalden de meeste West-Berlijners vooral profijt uit de omstandigheden na de zomer van 1961. Zo kregen alle West-Berlijners een compensatie van acht procent bovenop hun maandelijkse nettoloon, omdat ze omsingeld waren door de Muur. “Ja, we hebben er ook van geprofiteerd hoor”, geeft Strecker toe.

Kruispunt Lohmühlerstrasse en Hazerstrasse vanaf de Lohmühlerbrücke, 2011

"Ten tijde van de muur hadden we allemaal werk"

Nu zijn de Lohmühlerstrasse en Hazerstrasse weer als alle andere straten. Auto’s staan langs beide kanten van de weg geparkeerd, een vrouw laat haar hond uit en een groepje mensen staat op de bus te wachten. Vanaf de Lohmühlerbrücke rijden auto’s en bussen de straten in alsof het nooit anders is geweest. Alleen een smalle lijn van ‘Kopfsteinpflaster’ oftewel kinderkopjes in het asfalt markeert waar de Muur de straat overstak. Deze lijn vind je op veel plekken langs de Mauerweg terug. Overal waar deze lijn loopt staat ter herinnering gegraveerd ‘Berliner Mauer 1961-1989’.

Op de grenslijn van kinderkopjes ontmoet ik nog een ander echtpaar, Eberhart Richter (80) en Charlotte Guhler (74) uit Treptow, een wijk in het voormalige Oosten. “Na de komst van de Muur werd het allemaal rustiger en beter bij ons”, zegt mevrouw Charlotte. Ik vraag haar het nog een keer te herhalen, want ‘rustiger’ en ‘beter’ passen niet in mijn Westelijk perspectief op de situatie destijds. De Oost-Duitsers wilden toch allemaal naar het welvarende Westen? Ze werden toch opgesloten achter de grens? Niets hiervan blijkt waar volgens Charlotte en Eberhart. “De huur van ons huis was destijds 50 Mark en nu 400 Euro”, beklaagt Charlotte zich. “En dat geldt voor alles, van het kinderdagverblijf tot de boodschappen in de supermarkt. Ten tijde van de Muur was alles betaalbaar en hadden we allemaal werk.”

Voordat de Muur er stond waren er namelijk problemen, vertelt Charlotte. Veel mensen uit andere sectoren van Berlijn, kwamen naar de Sovjet-sector om goedkoop boodschappen te doen. Het leidde ertoe dat bepaalde producten moeilijk verkrijgbaar werden. Toen de Muur er eenmaal stond, was dit probleem opgelost. Maar geeft Charlotte ook toe: “Ondanks dat de stadsdelen lijnrecht tegenover elkaar stonden en er echt iets moest gebeuren, is een muur door een stad heen natuurlijk nooit goed.” Ze zijn zich er niet meer van bewust als ze de voormalige grens passeren. Ze reageren dan ook heel verrast als ik ze wijs op de lijn van kinderkopjes in het asfalt waar we vlakbij staan. “Oh ja, ook hier!” is Charlotte’s reactie. Meneer Eberhart is niet zo spraakzaam, maar als ze verder wandelen drukt hij me nog op het hart: “Je moet niet zomaar alles geloven wat de mensen tegen je zullen zeggen. Er zijn veel meningen over de tijd waarnaar je vraagt. Wij hebben onze mening, maar een ander heeft het waarschijnlijk heel anders beleefd. Hou daar rekening mee.”

Gewaarschuwd vervolg ik mijn weg en bedenk dat ik niet alleen rekening moet houden met de zeer uiteenlopende ervaringen tijdens deze periode, maar ook met mijn eigen perspectief op de geschiedenis. Opgegroeid in het Westelijke systeem klonken de woorden van mevrouw Hoffmann, ‘Godzijdank, in het Westen’, mij heel logisch in de oren. Daarentegen reageerde ik verbaasd op mevrouw Charlotte’s positieve herinneringen aan het voormalige Oost-Berlijn. Volgens mijn versie van de geschiedschrijving was het leven aan de Oostkant van de grens namelijk veel slechter dan in het Westen en wilden veel mensen vluchten. Die mensen waren er natuurlijk ook en genoeg hebben gepoogd om het Westen te bereiken. Maar dit keer trof ik twee mensen die helemaal niet weg wilden uit het Oosten en nog steeds overtuigd zijn dat het leven destijds beter was.

De Muur splitst de Heidelbergerstrasse, rechts de huizenblokken die later met de grond gelijk zijn gemaakt, 1961 (Landesarchiv Berlin, Klaus Scheuermann)

De lijn van kinderkopjes slingert door de wijk, zo dicht langs de huizen dat ik het me bijna niet kan voorstellen dat er 28 jaar lang een ruim drie meter hoge wand van beton heeft gestaan, zoals meneer Strecker mij vertelde. Alleen de oude foto’s van de Heidelbergerstrasse bevestigen dat dit de realiteit was. Ze laten zien hoe ingrijpend de komst van de Muur moet zijn geweest voor de inwoners van deze straat. Op de oude foto zien we nog huizenblokken aan beide kanten van de Muur. De huizen aan de oostelijke zijde zijn later met de grond gelijk gemaakt om een bredere grensstrook te realiseren.

Heidelbergerstrasse, 2011

Anno 2011 zijn er, op één groot woonblok na, alleen brede groenstroken aan de oostkant van de kinderkopjes. Ik ontmoet hier Henry Losse (71) die vanaf de jaren zeventig aan de westkant van de grens in de Heidelbergerstrasse kwam te wonen. Hij maakte de bouw in 1961 niet mee, maar herinnert zich goed hoe de grenspolitie in jeeps heen en weer reden over de brede grensstrook. Meneer Losse blijkt interessante foto’s te hebben gemaakt in de jaren '70 en '80 in zijn straat en vanaf het dak van zijn huis. Deze foto’s laten ook treffend zien hoe rigoureus de Muur door deze straat liep plus de brede strook niemandsland die was gecreëerd aan de oostkant van de grens.

Heidelbergerstrasse, ca. 1978 (Privé collectie Henry Losse)

"De Vopo's kwamen bij ons een biertje drinken"

Hoe ingrijpend de aanwezigheid van de Muur in deze straat ook oogt, Losse wil vooral wel een spannende herinnering aan de periode met de Muur voor zijn deur kwijt. Op den duur had hij namelijk samen met een paar buurtgenoten de oostelijke grensbewakers zover gekregen om een biertje te komen drinken bij de ‘Kneipe’ op de hoek. “Maar we vroegen ze die grote machinegeweren aan de andere kant laten, die wilden we hier niet hebben. Ze gingen akkoord, klommen via een ladder naar onze kant en daar stonden we dan aan de Muur biertjes te drinken met elkaar. Ze genoten ervan, want wij hadden het echte lekkere Duitse bier. Dat hadden ze daar in het Oosten niet”, aldus Losse.

Heidelbergerstrasse, vermoedelijk ca. 1987. De oostelijke grensbewakers komen via een ladder naar de westkant om een Westduits biertje te drinken. (Privé-collectie Henry Losse)

De route van de Muur laat de stad even achter zich en ik fiets langs de ene naar de andere ‘Kleine Garten’, de tuintjes en tuinhuisjes van de Berlijners. Niets herinnert aan de jaren dat deze weg in tweeën was gesplitst, behalve de bordjes ‘Mauerweg’ die je verzekeren dat je nog steeds op de juiste route zit. Na een mooi stukje natuur kom ik weer in bewoond gebied waar de Muur de Sonnenallee kruiste. Dit is de beroemdste grensovergang buiten het centrum van Berlijn geworden sinds 1998 toen de film ‘Sonnenallee’ uitkwam.

Heidelbergerstrasse, ca. 1987. De oostelijke grensbewakers komen via een ladder naar de westkant om een Westduits biertje te drinken. (Privé-collectie Henry Losse)

Bij deze grensovergang konden West-Berlijners die in de Sovjet sector werkten met een speciale pas de grens oversteken. Deze mogelijkheid bestond niet voor de Oost-Berlijners die in het Westen werkten of studeerden. Maar ook hier wordt er een kleine nuance aangebracht in de geschiedschrijving als ik een praatje maak met de 74-jarige Klaus Pfau. Hij woonde vlakbij de grensovergang aan oostelijke zijde, maar kreeg wel de mogelijkheid om af en toe een zakenpartner in het Westen te bezoeken. Hij kon niet deze grensovergang voor zijn huis gebruiken, maar moest bij de overgang in de Friedrichstrasse, nu bekend als Checkpoint Charlie, zijn. Hij benadrukt dat het allemaal niet zo zwart-wit was als nu vaak wordt verondersteld.

Heidelbergerstrasse, ca. 1987 (Privé-collectie Henry Losse)

De Mauerweg verloopt vervolgens een flink stuk parallel aan de snelweg A113 links en het Teltowkanaal rechts. De snelweg is goed afgeschermd, waardoor het geen onaangenaam stuk fietsen is. Op den duur moet je met een rare slinger rechts de brug over en doemt er voor het eerst sinds de East Side Gallery weer een tastbaar overblijfsel van de Muur op. Ongeveer vijfhonderd meter muur, gehavend en vol bespoten met graffiti, slingert hier anno 2011 nog door het landschap.

Voormalige grensovergang Sonnenallee, 2011
Sonnenallee, 1961

"Het was verschrikkelijk. Ik moest ineens kiezen."

Langs dit overblijfsel van de Muur in het stadsdeel Rudow loopt een stel van middelbare leeftijd de hond uit te laten. Als ik ze vraag waarom dit stuk van de Muur is blijven staan roepen ze in koor “voor de toeristen natuurlijk!” Maar achter dit makkelijke antwoord gaat een ingrijpende herinnering schuil. Terwijl haar man iets verderop de bal blijft gooien voor de hond, vertelt Gisela Rachfahl mij dat ze als 18-jarige aan de westkant van de Muur belandde en haar ouders en zusje thuis in het Oosten. Ze was net getrouwd. “Het was verschrikkelijk. Ik moest ineens kiezen, bij mijn echtgenoot blijven of toch terug naar mijn familie. Ik heb voor het eerste gekozen. Pas na twee jaar en vier maanden heb ik mijn familie voor het eerst bezocht in het Oosten.” Haar 3-jarige zusje leerde haar kennen als ‘de zus uit het Westen’. “Mijn ouders vertelden me eens dat mijn zusje het Westen zag als een wereld van chocolade en bananen, want dat bracht ik altijd mee als ik op bezoek kwam.” Mevrouw Rachfahl ging vele malen op bezoek in het Oosten, maar het ging nooit makkelijk. “Het was altijd gedonder met de grenspolitie. Ze keerden alles binnenste buiten, zelfs cadeaus voor kinderen moesten worden uitgepakt voor controle. We hebben veel discussies gevoerd aan de grens maar zijn er iedere keer goed mee weggekomen,” grinnikt ze. Als ik haar confronteer met de overwegend positieve herinneringen van anderen tijdens mijn eerste kilometers langs de Mauerweg zegt ze met nadruk: “Het is geen mooie geschiedenis, het was een ernstige situatie. Maar het klopt dat je er op den duur mee leert leven. Je kan niet anders.”

Een overblijfsel van de Muur slingert door het landschap in Rudow, 2011

Ook al is dit overgebleven stuk van de Muur volgens de Rachfahls een toeristenattractie zoals mijn beginpunt de East Side Gallery, slingerend door het landschap maakt dit stuk veel meer indruk op mij. Het is lastig te zeggen waarom. Misschien omdat het minder perfect behouden is of omdat er geen groepen toeristen zijn. Niet zoveel verder van dit tastbare overblijfsel van de Muur en nog een ontastbare herinnering rijker, bereik ik het eindpunt van de eerste route die ik afleg langs de Mauerweg; de grensovergang Waltersdorfer Chaussee. De persoonlijke herinneringen langs deze eerste 19 kilometer van de Mauerweg die ik aflegde, hebben de diversiteit aan meningen en ervaringen waar meneer Eberhart mij voor waarschuwde al bewezen. Ik kijk uit naar de verhalen op mijn volgende route langs de Mauerweg, van Marienfelde naar de Griebnitzsee.

Route en informatie

Route informatie:
Van de East Side Gallery naar voormalige grensovergang Waltersdorfer Chaussee
19 kilometer
Startpunt: Berlin Ostbahnhof
Eindpunt: U-Bahnhof Rudow - U7
Gedetailleerde routegids: ‘Berliner Mauer-Radweg’, Michael Cramer, 2009
Website: Mauerweg.com

Gedenkplaatsen op de route:
 

- Monument Udo Düllick, 1961, Oberbaumbrücke 

- Herinneringsplaquette Heinz Jercha, 1962, Heidelbergerstrasse

- Metaalsculptuur Treptower gedenkplaats voor vijftien mensen waaronder twee kinderen, de 10-jarige Jörg Hartmann en de 13-jarige Lothar Schleusener, 1966, Heidelgraben

- Gedenkplaats Chris Gueffroy, 1989, laatste slachtoffer van de Muur, Strasse 16 am Britzer Verbindungskanal

Foto-verantwoording Landesarchiv Berlin: nr. 295715 + 388623

Berlin
Dezelfde lokatie als op de vorige foto, in 2011 (met het monument, eerst een kruis, nu een gedenktafel, voor Heinz Jercha die hier in 1962 25 mensen hielp te vluchten)
De Berlijnse Muur 1961
Credits
  • Sanne Boersma

Meer Andere Tijden